Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Cambodian
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Goedenavond, mevrouw.
Komt u binnen.
Het is geen hotel, maar het zal u wel bevallen.
Dat doe ik zelf wel.
Wilt u nog iets eten? - Nee, bedankt.
Welterusten.
Zou je ze ook mooi vinden als ze niet zo duurwaren?
Heb ik helemaal niet aan gedacht.
Woon je in Amsterdam? - Was het maar Waar.
- Waar dan? - In Petten.
- Bij je ouders? - Ja.
Hoe heet je?
Sylvia.
Wat doe je?
Ik ben kapster. In Bergen aan Zee.
En je vader?
Vraag het hem zelf.
Opzichter van de Zeewering.
Het is mooi daar, hè?
Prachtig...
...als je er niet woont.
Waar lopen we naartoe? - Zeg jij het maar.
Heb je iets speciaals te doen? - Nee. Ik heb 'n baaldag.
Zullen we bij mij wat gaan drinken?
Maar ik ben niet iemand die veel praat.
Ik ook niet.
Wat 'n hoop mooie dingen.
Hoe heet ie?
Gogol... Hij is 'n genie.
Wil je er eentje draaien?
Ik Weet niet of ik het nog kan.
Ik doe het wel.
Doe je dat vaak... een meisje oppikken van de straat?
Je zult het niet geloven. Het is de eerste keer.
Ben je getrouwd?
Geweest.
Ooit met 'n meisje naar bed geweest?
- Nee. - Waarom niet?
Nooit aan gedacht zelfs. En jij?
Ja, hoor.
En mannen?
Als ze maar aardig zijn.
Gaan we naar bed?
Zet je 'n plaatje OP?
Zal ik wat aan je haar doen? Allemaal dooie punten.
Ik neem zelden 'n snipperdag. Alsof ik het wist.
Je ziet er leuk uit.
Sylvia, kom je bij me wonen?
Wil je dat?
Ik ben helemaal geen kapster, maar wou indruk op je maken.
Ik doe rotwerk op 'n rotkantoor.
Ik heb 'n vriend.
Wat?
Dat zeg ik tegen m'n vader.
Ik heb 'n student ontmoet en ga bij 'm Wonen.
En als hij vraagt naar die student?
Dan is ie jouw zoon.
Hoe zullen we die zoon van mij noemen?
Thomas.
Hoe heet jij?
Laura Tinberg.
Dus mijn verloofde heet Thomas Tinberg.
Leuke naam.
Mevrouw Patronska, er is telefoon voor u.
Meneer Roebljou, vraag of ze over 'n uur terugbellen.
De jongedame zei... het was dringend.
Ik pak 'm op m'n kantoor.
Ik sta met m'n spullen voor je deur.
Ik verwachtte je pas vanavond. - Ik ben er al.
Ik kom eraan.
Ik ga wat eerder weg.
Het is niets ernstigs, hoor.
Een nichtje komt logeren. Ze staat voor de deur.
Tot morgen.
Doe de dam open.
Hoe ging het bij je ouders? Makkelijk.
Wat zeiden ze? - Doet er niet toe.
Vader zei dat ik 'n baan moest zoeken.
En niet leven op Thomas z'n studiebeurs.
Hang jij dit op?
Gekregen van m'n eerste vriendje.
Ik leg het hier neer.
Ik zet het neer.
Het moet hangen. Hou je niet van Rococo?
Help even.
Het moet iets hoger.
Laten we ermee wachten tot er 'n timmerman komt.
Ben je gek?
Ik heb alles bij me.
Het zou grappig zijn als het niet zo triest Was.
'Stel die auto buiten werking...'
Mannen hebben zo vaak de behoefte de dingen te beheersen.
Daarom maken ze zich altijd zo druk.
Jij hebt vast veel ervaring met mannen.
Ik heb er een zeven jaar in huis gehad.
Zeker je echtgenoot.
Ze zeggen wel eens:
Een vrouw zonder man is als 'n vis zonder fiets.
Kom op de grond liggen.
Je armen gespreid.
Wat bezielt je?
Niks.
Ik ben gelukkig.
Met welk beest wil je op de foto? - Een vogel.
Die voorspellen de toekomst.
- Klaar. - Jij ook, hier?
Ik wil de toekomst niet weten.
Bij een uil? Uilen voorspellen het verleden.
Er zijn geen uilen.
Dat is leuk.
Wacht even.
Niet zo snel.
Niet bewegen.
Niet bewegen.
Hoe vind je die?
Hierheen. Hoeveel foto's zijn er nog?
Drie.
Die bewegen niet.
Die lagen hier altijd al.
Wij samen.
Wil jij een foto van ons nemen?
Alleen de knop indrukken.
Nu met jou samen.
Geef hier.
Binnen.
Hier is meneer Bloch om u te spreken.
Alfred?
Laat hem binnenkomen. Neemt u dit even mee?
Hallo, Laura. Hoe staat het leven?
Uitstekend. En met jou?
Nogal druk met al die nieuwe stukken.
We hebben elkaar 'n tijd niet gezien.
Waarom zouden we ook?
En je moeder?
Niet zo best. Ze is 'n tijd ziek geweest.
Ze is nu weer in Nice in het rusthuis.
Zoek je 'r weleens op?
Tweemaal per jaar. Deze maand ga ik weer.
Doe haar de groeten. Zeg dat ik vaak aan 'r denk.
Heel attent, Alfred.
Kwam je daarvoor?
Je Weet best waarom ik hier ben.
Zeg het maar.
Men beweert datje lesbisch bent geworden. Klopt dat?
Als men beweert dat ik samenwoon met 'n meisje, dat klopt.
Dat wordt gezegd. Is ze gewoon 'n vriendin?
Wat noem je 'gewoon'?
Huurt ze 'n kamer bij jou?
Nee, het is helemaal gratis. Ze krijgt zelfs geld toe.
Fijn... voor haar.
Sinds wanneer is die vertoning aan de gang?
Voor jou is alles 'n vertoning.
Het is 'n heel bijzonder meisje.
Wat kan het jou schelen? Ga naar je vrouw en kinderen.
Hoe oud is ze?
Windt het je op, als ik zeg dat ze 16 is? Of liever 26?
Allerminst.
Daar ben ik niet zo zeker van. - Ze zal jou wel opwinden.
Daar heb je gelijk in.
Er klopt iets niet. Jij bent niet lesbisch.
Gebruik dat woord dan niet.
Ik hou van een bepaald meisje.
Je hebt me niets te verwijten.
Tijdens ons huwelijk heb ik me keurig gedragen.
En daarna heb ik vijf jaar lang volgens jouw regels geleefd.
Ik heb niets gedaan wat niet hoort voor 'n ex-vrouw.
Als mijn ex opeens lesbisch blijkt te zijn, laat me dat niet onverschillig.
Jij bent bang dat de mensen zullen denken...
...dat ik door jou genoeg heb gekregen van mannen.
Maar je hebt nu toch twee kinderen geproduceerd.
Als je met die vrouwenlogica begint, ga ik weg.
Je kunt tegen je vrienden zeggen...
...dat na jou geen enkele man mij nog kan bevredigen.
Jij zit nooit verlegen om 'n verklaring.
Geleerd... van jouw vader.
Laat hem erbuiten.
Is het omdat je geen kinderen kunt krijgen?
Nu alle stijve pikjes bij elkaar.
Ik vergat de Derde Wereld. - De Drolde Wereld!
Nu de harde pikjes...
We gaan uit van de drol.
Eerst de helft, Want vrouwen vallen af. Dan nog eens de helft.
Je stelt het gemiddelde van stijve pikjes op 10 centimeter.
Veel te kort.
Je moet bedenken dat...
Hé, mam. Dam mom.
Ik was in de stad, dus kwam ik even kijken of je thuis was.
Thomas niet.
Hij heeft 'n vergadering. En onze kamer is een grote rotzooi.
Dat geeft toch niet.
Hoe is het met je?
Je kunt toch wel even theezetten?
Onze kamer wordt behangen. Alles is toegedekt met lakens.
Waarom heb je niet even gewaarschuwd?
Misschien bij m'n hospita... - Thomas z'n moeder?
Mag ik even binnenkomen?
Natuurlijk. Kom binnen.
Mevrouw Tinberg, de moeder van Thomas.
Mevrouw Nithart. Aangenaam.
Leuk u eens te ontmoeten.
Gaat u zitten? - Moest u niet Weg?
Ik heb nog even de tijd.
Ik blijf maar eventjes.
Wilt u uw jas niet uitdoen? Een kopje thee?
Graag.
Ik heb moorkoppen meegebracht.
Ik dacht dat Thomas dat lekker zou vinden.
Houdt hij van zoet?
Hij is er gek op. Zal ik er een bewaren?
En mevrouw Tinberg dan?
We eten ze nu op. - Ik zet theewater op.
U moest toch weg. - Of liever koffie?
Thee, als het niks uitmaakt.
Waarom hangt die hier?
Thomas kon 'm niet aanzien.
Maar mevrouw Tinberg wilde 'm wel ophangen.
Waarom?
Hij vond 'm niet mooi. Hij heeft nu zelf iets anders gekocht.
Mevrouw Nithart, ik moet u wat vertellen.
Ik heb geen zoon.
Ik zal er nooit een hebben.
Ik ben zelf Thomas.
Ik hou van uw dochter en zij houdt van mij.
We slapen met elkaar en zijn heel gelukkig.
Ik Weet niet hoe u er tegenover staat.
Veel mensen vinden het walgelijk en tegennatuurlijk.
We zijn tegennatuurlijk.
We zetten water op voor thee...
...eten moorkoppen zonder dat we honger hebben...
...zeggen wat we niet willen zeggen.
Mevrouw Nithart, ik vraag om de hand van uw dochter.
We willen bij elkaar blijven.
Weet u, Wij zijn zo blij dat Sylvia eindelijk rust gevonden heeft.
Tot nu toe was ze altijd... - Toe, mam.
Ik wil ook eens wat over jou horen.
Zo was ze altijd. Over haar mag niet gepraat worden.
Bescheiden.
Nou bescheiden.
Heeft Thomas gezegd hoe laat hij thuis zou zijn?
Misschien kan m'n moeder 'm nog even zien.
Het zal wel laat worden. Een vergadering op z'n sub-faculteit.
Over 'n professor die geen colleges meer wil geven of zoiets.
Zo precies volg ik het niet.
Thomas is tegen hem, dacht ik?
Ik dacht juist vóór hem.
Hij studeert in elk geval niet veel.
Wat studeert hij?
Andragogologie.
U bent niet de enige, die niet Weet wat het is.
Volgens mij Weet niemand het. - Als hij het maar Weet.
En zit daar toekomst in? Dat zal m'n man vastvragen.
Er zijn tegenwoordig veel studenten.
Maar hij kan altijd nog monteur worden.
Met z'n Harley Davidson.
Een motor. Zo'n grote.
Ben je gelukkig met hem?
Natuurlijk. Anders zat ik toch niet hier.
Ik ben blij dat jullie het zo fijn hebben.
Ik moet weg.
Heeft u misschien 'n foto van hem?
Ja, natuurlijk wel. Eens kijken.
Op dit moment... met die schilders in huis.
Dat komt nog wel. - En die foto uit Artis dan?
Wat 'n leuke jongen. Lijkt op u.
De ogen van m'n ex-man.
Je ziet z'n broek niet. Ik heb 'm ingenomen.
Nu houd je me voor de gek. Ze heeft nooit naaiwerk willen doen.
Mag ik 'm meenemen voor m'n man? - Natuurlijk.
Bedankt voor de gastvrijheid. Tot ziens.
Dag, Sylvia. Geef Thomas 'n zoen van me.
Dat liep gesmeerd.
Had je dat van die foto al bedacht, toen we in Artis waren?
Ja, wat dacht je?
Uitgekookt.
Zijn we op tijd in Nice voor je moeder?
Dat wordt wel morgen.
Wat zal ik aandoen?
Ik moet 'n nette indruk maken.
Je moet maar niet meegaan.
Ik kan beter alleen gaan.
Maar we zijn toch samen?
Ik kan je niet meenemen.
Waarom moest ik dan mee naar Frankrijk?
Mijn moeder is heel oud.
Ons samen dat zou ze niet kunnen begrijpen.
Net zomin als jouw moeder.
We kunnen toch wel wat verzinnen? Dat ik je assistente ben of zo.
We verzinnen niks. Daar doe ik niet meer aan mee.
Zeker niet met m'n moeder.
Je schaamt je voor mij.
Nee. Dat Weet je best. Maar jij zitje op te dringen.
Hoe kom je erbij?
Jouw moeder mocht het ook niet weten. En die is niet eens oud.
Ze is stom. Dat is erger.
Je moeder is helemaal niet stom. Je zou het haar best kunnen uitleggen.
Maar je hebt mijn moeder wel voorde gek gehouden.
Jij dwong me die komedie op te voeren.
Ik vraagje alleen iets niet te doen. En daar ben je te beroerd voor.
Ik ben gek dat ik je heb meegenomen.
Dat deed je zodat ik me ellendig zou voelen. Daar genietje van, kreng.
Eindelijk heb je me aan het huilen.
Ik Wist niet dat het je zoveel kon schelen.
In Nice neem ik de eerste trein terug. Ik wil je nooit meer zien.
Nog 'n biertje?
Morgen we erbij komen? Mevrouw wil iets drinken.
Hoe heet je?
Ik ben Raoul. Wat is je favoriete drankje?
- Pernod. - Twee Pernod.
Waar kom je vandaan? - Uit Petten.
- Waar ligt dat? - Ver weg.
Meteen toen ik je zag, voelde ik...
...dat deze ontmoeting was voorbestemd.
- Meen je dat? - Echt wel.
Het is net of ik je al jaren ken.
Voel je dat ook niet 'n beetje? Misschien 'n beetje?
Misschien een beetje.
Zoiets komt nooit van één kant.
Past de hand in 'n handschoen, dan past die ook om de hand.
Dat is iets om te noteren.
Dat zeg ik echt niet tegen elke vrouw.
Ik zeg altijd weer iets anders.
Je moet me geloven. Je moet me 'n beetje vertrouwen.
Ja... vertrouwen...
Ik weet watje bedoelt.
Je hebt het nu niet tegen mij, maar tegen iemand uit het verleden.
Zet dat van je af.
Ik vraag alleen wat vertrouwen.
Is de Pernod goed? - Ja, die is goed.
We gaan dansen in de Swing Méditerranée.
Ze komen wel.
- Wil je dansen? - Nog niet.
Ik hou niet van vrouwen die meteen willen dansen.
Daar is altijd iets mee aan de hand. - Ach, kom.
Geloof me maar. Ik heb meer ervaring met vrouwen dan jij.
Zullen we weggaan? Het is hier veel te druk, vind je niet?
Ik wil ergens rustig wat met je praten.
Op mijn kamer.
Ik zal je heus niet verkrachten.
We hoeven niet meteen met elkaar naar bed te gaan.
Dat gebeurt nog wel eens.
Moet ik je beloven dat wij niet meteen met elkaar naar bed gaan?
Nu Wij. Kom mee.
Wil je niet met mij dansen?
Kom, we gaan.
Wilt u dit invullen? Uw dochter hoeft dat niet te doen.
Ik ben haar dochter niet. Ik ben haar maîtresse.
Daar is ze.
Deftig. Is ze zo rijk?
Nee. Ze krijgt 'n pensioen van m'n vader.
Z'n boeken worden nog steeds verkocht.
Ga zwemmen, dan treffen we elkaar straks in het hotel.
Ik wacht hier.
Mama, ik ben het.
Ik was aan het dromen. Ben je er al lang?
Geef me 'n kus.
Ik ben haar dochter. Hoe gaat het met haar?
Blijf niet te lang.
Je ziet er beter uit dan de vorige keer.
Gelukkig?
Heb je 'n vriend?
Ik ben blij voor je. Hoe heet hij?
Thomas Nithart.
Nooit van gehoord.
Toch niet getrouwd?
Hoe oud?
Wat doet dat er nou toe.
Ik zou van 'm houden, al was hij 20 of 60. Nu over jou.
Wat is zijn beroep?
Maak je niet meteen ongerust.
AI was hij... weet ik veel... opzichter of zo...
Ik ben 41. Ik weet wat ik doe.
Ik ben gelukkiger dan met Alfred.
Hij laatje groeten.
Waarom is hij niet bij je?
Jouw Thomas.
Hoe is z'n familie?
Alsjeblieft...
Hoe voel je je? Is je been wat beter?
Ik heb veel pijn.
Ik kan haast niet meer lopen.
Soms is het hier zo stil of je helemaal alleen bent.
Het is mooi nu alles in bloei is.
De bomen zijn groener dan bij ons.
Ken je die jongen?
Dat is toevallig. Jij ook in Nice?
Wat doe jij hier?
Dit is Sylvia.
Sylvia Nithart.
Het buurmeisje van uw dochter. Ze heeft over u verteld.
Uw man was professor en z'n boeken worden nog steeds verkocht.
Ik zou ze graag lezen. Zou ik het begrijpen?
Ga weg. Hou me niet voor de gek.
Ik zei dat ik gelukkig ben.
Godverdomme.
Ga nam ham Koe. Je moei nam ham Koe gaan.
Ik verdom het.
Misschien was het omdat ik iets zei over je vader.
Kom nou maar mee.
Alfred is weer te laat.
Die slungel?
Ik kan je Eurydice niet geven.
Jij moet op zoek gaan, misschien vind je haar in jezelf.
Ik kan je Eurydice niet geven.
Jij moet op zoek gaan, misschien vind je haar in jezelf.
Ze zijn in de onderwereld.
Flauwekul.
- Is dat zijn vrouw? - Ja, Karin.
Nu zegt hij: Haal 'n cola met 'n rietje.
Cola voor de beroemde criticus.
Wat schrijft hij nou?
Hij schrijft: 'In de Griekse tragedie...
staan altijd twee waarheden tegenover elkaar.
De goddelijke en de menselijke.'
Hij zegt: Dank je.
Nee. 'Nog even je mond houden.'
Nu gaat hij haar zeggen waar Wij zitten.
Hij zegt: Kijk niet meteen.
Nu gaat ze ons 'ontdekken'.
Ze kijkt rond... omhoog...
...en via het rechter balkon dwaalt haar blik toevallig naar ons.
Het gaat beginnen.
Hoe vond je het?
Ik Weet niet, mooi geloof ik. En jij?
Deed het je denken aan ons? - Wie van ons zit er in de onderwereld?
Daar heb je Alfred.
Dit is Sylvia.
Nemen jullie deze maar.
Weetje nog? Die muziek.
Alfred, ik zit aldoor op m'n wijn te Wachten.
- Hallo, Laura. - Hallo, Karin.
Even voorstellen: Sylvia.
Dit is Karin.
Ik haal even wijn.
Denk je aan de oppas? Ik blijf hier niet de hele avond.
Die zien we voorlopig niet terug.
Hoe is het met jou?
Je ziet er goed uit. Zit je haar anders?
Het wordt beter verzorgd. Een nieuw kapstertje.
Hij wou me vertellen wat ik moet schrijven.
Hoe vond je het? - Moet ik het je vertellen?
Een vrouwenoordeel is onmisbaar bij zo'n stuk.
En jij? - Mij vraag je nooit wat.
Ik Weet het echt niet.
Eric had net zo goed van Orpheus een vrouw kunnen maken...
...als van Eurydice 'n man.
Daar gaat het niet om. Eric is de regisseur en de schrijver.
Hij heeft zich geïnspireerd op de oudheid...
...toen vrouwen altijd door mannen werden uitgebeeld.
De echte liefde in die tijd, was de liefde tussen mannen.
Vrouwen waren alleen broedmachines.
Maar met theorie maak je nog geen toneelstuk.
Ooit schrijf ik 'n boek over de invloed van de klassieken op 't toneel van nu.
Jouw vader had wel geweten hoe je zoiets moet aanpakken.
Ik ben het niet met je eens. Ik vond het prachtig.
Het is geen tragedie.
Daarin staan twee waarheden tegenover elkaar...
...de goddelijke en de menselijke.
De held komt altijd in verzet hiertegen.
Orpheus wordt uit elkaar getrokken, Oedipus rukt z'n ogen uit...
De regisseur, m'n liefste Schot.
Hij lijkt het achterlijke zoontje.
Heeft hij 'n vriendin? Is ie geen homo?
Jij bent kennelijk de enige, die hij nog niet heeft gehad.
Waarom dan zo'n gek stuk?
Dat zullen meer mensen zich afvragen.
Waar wou je heen met je verhaal over tragedie?
Er zijn mannen én vrouwen.
In 'n stuk met alléén mannen of alléén vrouwen...
...krijg je geen echte tragedie.
Hoogstens melodramatische toe- standen die je mooi kunt ensceneren...
...zoals vanavond.
Geweldig.
Wat 'n tijd geleden.
Ben je terug bij Alfred? - Spaar me.
Hoe vond hij het?
Ik kan precies opschrijven wat hij ervan vindt.
En jij? Vanavond alleen complimenten. - Onsterfelijk meesterwerk.
Jij hebt goede smaak. Wie is zij?
- Een vriendin. - Stel me voor.
Ik pieker er niet over.
Ik ga even naar het balkon. - Mag ik mee?
Typisch. De criticus mag met het meisje naar het balkon...
...de schrijver eet in de keuken met het personeel.
Succes.
Tot over tien jaar.
De groeten van Karin. Ze is naar huis.
Met de auto?
Weet ik niet. Wil jij nog blijven?
Laten we maar gaan.
Niet nog wat dansen, zoals in Nice?
Was je in Nice? Hoe is het met je moeder?
Ik heb je groeten overgebracht.
Is er iets met haar?
- Ze is... - Tot ziens.
- Ze wordt oud. - Tot ziens.
Waarom ben je gescheiden?
Hij heeft 'n soort rusteloosheid die ik op den duur niet kon verdragen.
En we hadden geen kinderen.
Aan wie lag dat?
Aan mij.
Wilde je ze niet?
Ik wou niks liever.
Ik heb ervan alles aan gedaan, maar er is iets mis.
Wat een ellende. Elke maand weer ongesteld worden...
...met 'n man die per se kinderen wil.
Is moederschap zo belangrijk voor 'n vrouw?
Nee, maar als je je altijd een dochter voelde...
...kun je alleen van je moeder afkomen...
...door zelf moeder te worden.
Volgens mij hou jij niet van kinderen, maar wilde je van je moeder afkomen.
Als ik 'n kind had gekregen, had ik er zeker van gehouden.
En als het verwisseld was?
Dan had je het kind van 'n ander.
Dan had ik van dát kind gehouden.
Een man Weet ook nooit helemaal zeker of het zijn kind is.
Ze moeten het maar geloven. - Ze zijn aan ons overgeleverd.
Kijk naar hun tepels.
Zoiets zieligs hebben Wij niet aan ons lijf.
Houdt hij van kinderen? - Alfred?
Ik weet het niet. Ik denk van wel.
Een huwelijk zonder kinderen wordt moeilijk.
Een kind bindt je aan elkaar. Je maakt minder snel ruzie.
Zonder kind is alles veel feller. Je kunt zo uit elkaar gaan.
Zoals bij ons.
Je bent dus nooit van je moeder afgekomen?
Zou je willen dat ik 'n kind van je kreeg?
We kunnen 'n kind adopteren.
Zou jij 'n kind van mij willen hebben?
Natuurlijk. Maar dat kan niet.
Toen ik 14 was, ben ik 'n keer de zee ingelopen... 's nachts.
Zelf Weet ik het niet meer. M'n vader vertelde het me.
Ik was helemaal aangekleed...
...en ik liep rechtuit de dijk af, de zee in.
Steeds maar rechtdoor tot ik kopje onder ging.
Ik kon zwemmen, maar ik deed het niet.
Strandjutters hebben me gered, kunstmatige ademhaling toegepast.
Waarom deed je dat? - Weet ik niet.
Waarom vertel je het me? - Weet ik niet.
Huil je?
Het hout wordt bedekt met zeven lagen krijt op linnen.
Dan wordt het goud opgebracht...
...en ze beginnen te schilderen met donkere kleuren...
...en dan daarop de lichtere.
Het goud wordt opgebracht met een knoflookextract.
Is er iets?
Die bracht ik mee uit Cyprus.
Die niet. Die komt van de monniken op de berg Athos.
Daar mogen geen vrouwen komen. Zelfs geen vrouwelijke dieren.
Geen melk voorde monniken.
Voel je je niet lekker?
Ze schitteren.
Het zijn heiligen.
Mooi, al dat goud.
Ons pronkstuk. De aartsengel Michael.
In Petten woonden we vlak achter de dijk.
Vanuit mijn raam zag ik een rechte streep.
Alsof de horizon 20 meter verderop lag.
En altijd die rotwind in je gezicht.
Iets als dit, bestaat daar niet.
Als kind dacht ik al:
Ik wil later ergens wonen waar het niet waait...
...en waar geen rechte strepen zijn. Vind je dat gek?
Jij hebt mij daar uitgehaald.
Dat is niet waarom ik van je hou maar zonder jou zat ik er nog.
Ik hou van je.
Dat heb ik nog nooit tegen iemand gezegd.
Ik zal altijd van je houden.
Ook als we ruzie hebben en jij vreselijke dingen zegt...
...dan heeft dat niks te maken met dat ik van je hou.
Wilt u 'n kopje thee uit de nieuwe samovar?
Ja, graag. Sylvia Nithart, mijn vriendin.
Toen ik u daar zag zitten...
...dacht ik: dat is 'n levende icoon.
Met mevrouw Tinberg?
Een telegram uit Frankrijk. Zal ik het voorlezen?
Afzender: Maison du Roi Albert, Nice.
22 augustus.
Uw moeder overleden, hedenavond acht uur.
Verwachten dat u de begrafenis regelt. Onze deelneming.
Wilt u dat ik het herhaal?
Nee, dank u.
Kopie krijgt u vanavond in de bus.
Wilt u 'n paar dagen voor de poes zorgen?
Ik moet plotseling weg. Bedankt. Laura Tinberg.
Zie je wel, toeval bestaat niet.
Ga zitten. Waar ga je heen?
Nice. - In augustus? Je bent gek.
Het kwam zo uit. - Ik ben op weg naar huis.
Ik heb in 'n Italiaans bergdorpje zitten schrijven.
Jouw ex-man noemde m'n stuk toen 'n melodramatische draak.
Maar alles wat zo'n recensent kan bedenken...
...heb ik zelf al honderd maal bedacht. Toch doe ik het.
Je trekt het je wel aan. - Laat hij zelf stukken schrijven.
Alfred heeft alles al kapot gekritiseerd voor hij begint.
Ik heb nu 'n stuk geschreven, maar geen idee wat het voorstelt.
Thuis zal ik het wel eens kritisch bekijken.
Als je met kritiek begint ben je net de man die 'n drol eet...
...in de hoop dat ie brood zal schijten.
Je hebt je haar afgeknipt. Leuk.
Dat meisje datje toen bij je had, daar denk ik vaak aan.
Je kent dat... Je ziet iemand, aan wie je niet veel aandacht besteedt.
Maar later moetje er steeds weer aan denken...
...niet alleen het gezicht. - Wat dan?
Ze stond achter je...
...en legde toen haar hand op je schouder...
...en toen keek ze mij aan...
Gaat het?
Het gaat wel.
Heb je dit vaak?
Het is niets. Ik heb vannacht niet geslapen en de hele dag gereden.
Hoezo: niets? Als zoiets onderweg gebeurt, ben je er geweest.
Ik neem 'n kamer voor je in 'n hotel en jij gaat slapen.
Je bent 'n verstandige vrouw, gescheiden van 'n criticus.
Beloof datje niet meer gaat rijden.
Anders krijg je van mij 'n klap. - Beloofd.
Ben je alweer aan het schoonmaken?
Volgens mij zijn ze nog nooit afgestoft.
Ongezond, al dat stof. Daar Word je allergisch van.
Is dat zo? En waarom alles tegelijk?
Zo kan ik nooit iets terugvinden.
Denk ik dat ik je kan verrassen...
...heb jij weer kritiek. Het is ook nooit goed.
Zo bedoelde ik het niet.
Verveel je je hier?
Waarom zoek je niet 'n baantje? Halve dagen of zo?
Als kapster soms?
Er zijn ook andere baantjes.
Ik ken mensen die je aan iets leuks kunnen helpen.
Je Weet toch dat ik me liever laat onderhouden.
Wat 'n rotopmerking. Ik wil met je praten.
- Geen zin. - Maar ik wel.
Je doet de hele Week zo raar. Alsof je me ontloopt.
Wil je misschien 'n paar dagen weg?
Naar huis?
- Wanneer? - Nu.
Hoelang?
Geen idee.
Bel me dan aan het eind van de Week. Niet vergeten.
Bel vrijdagavond om etenstijd.
- Beloofd? - Ja.
'Lieve mama, ik heb steeds willen schrijven...
...na die afschuwelijke scène in Nice...'
Bij de volgende toon is het 23 uur, 21 minuten...
Meneer Nithart, ik ben mevrouw Tinberg uit Amsterdam.
De moeder van Thomas.
Is er wat met Sylvia?
Ze is toch hier?
Is ze dan niet bij u?
Komt u binnen.
Wilt u gaan zitten.
Ze dacht dat Sylvia hier Was. - Nee, ze is hier niet meer.
Is ze gisteren teruggegaan?
Ze was hier drie dagen geleden. Maar ze is dezelfde avond weer vertrokken.
Is er iets voorgevallen? Zeg het liever meteen.
O, nee... Maakt u zich niet ongerust.
Ik heb begrepen dat we in Amsterdam niet zo welkom zijn.
Ze is altijd bang dat we ons met haar zullen bemoeien.
Ik ben benieuwd naar Thomas. M'n vrouw vond hem erg aardig.
Dat doet me genoegen.
Sorry dat ik u zo vroeg heb gestoord. - Dat geeft niet.
Hij denkt dat ik Thomas ken. Anders was hij zelf gekomen.
Hij is zo ouderwets.
Ik begrijp het. Tot ziens.
Mijn excuses.
Hallo. Ik wacht al uren op 'n belangrijk telefoontje.
Ze proberen me vast te bereiken misschien is er iets met mijn toestel.
Kunt u dat nagaan?
Nummer 220753.
Dank u.
Kon je dat niet eens onthouden. Half frigide trut.
Ik moetje iets vertellen.
Ik ben nu niet in de stemming. - Dacht je dat ik in de stemming was?
Ik ben zo weg. Ik kan de kinderen niet alleen laten.
Wat is er? - Alfred is er vandoor.
Met jouw lieve Sylvia.
Ik zit met twee kinderen, jij niet.
Weetje waar ze zijn? - Ja. Hij is het me net komen vertellen.
Ik kom voor meneer Bloch.
Kamer 1.
Waar is Sylvia?
Luister.
Waar is ze, godverdomme.
Blijf van me af.
Laat ons alleen.
Sodemieter op. Ik zal 'r niets doen.
Ga zitten.
Wat is er met je gebeurd?
Wat doe je met Alfred in deze hoerenkast?
Het kan toch niet zomaar uit zijn? - Ik doe wat ik wil.
Ik wou het je vanmiddag vertellen. Je was niet thuis.
Ben je gek geworden? - Ik wil datje het begrijpt.
Moet ik het begrijpen? Begrijp jij het zelf wel?
Sinds Wanneer?
Dat Weet je.
Maakte je 'n afspraak op het balkon?
Ik heb 'r de volgende dag gebeld.
Het ging van jou uit?
Dan zou dit niet gebeurd zijn.
Je hebt 'r iedere dag gezien?
Niet iedere dag.
En naar bed geweest.
Dat is pas hier gebeurd.
Dus eerst de geestelijke liefde.
En dinsdag belde ze op en zei dat ze 'n paar dagen bij me wegging?
Toen ging je het hier uitproberen.
Zo was het niet.
Als het niks was geworden, dan was jij naar 'n theaterfestival geweest...
...en zij naar haar ouders. En Karin en ik hadden niks hoeven te weten.
Maar het Werd wel wat.
Waarom in godsnaam zij? Omdat ik met 'r was?
Om haarzelf.
En de kinderen die je zo nodig moest hebben? Je vrouw?
Je beseft niet wat je doet.
Ik blijf bij Sylvia. Als zij het wil, zal ik scheiden.
Wil ze dat?
We hebben het nog niet besproken.
Iedereen heeft wel het gevoel dat hij er niet bijhoort...
...datje niet thuishoort op deze Wereld, datje maar 'n gast bent...
...en dat de anderen het niet mogen merken.
Dat gevoel hebben alle mensen, daardoor blijven we bij elkaar.
Maar bij Sylvia heb ik het gevoel dat ze er echt niet bijhoort.
Dat beangstigt me. Ik wil haar bij me houden.
Dat is alles.
Na jou koos ze mij.
Ik ga.
Om acht uur kom ik weer langs. Ik moetje spreken. Sylvia.
Mag ik binnenkomen?
Van Alfred?
Ja, mooi hè?
Weer aan het nagelbijten?
Iets drinken?
Alles goed met je? - Ja. En met jou?
Slecht. Dat Weet je.
Je bent mager geworden.
Jij ziet er slecht uit.
Gaat het echt goed?
Ik kom m'n paspoort halen. - Waarom?
Ik ga naar Parijs.
- Met hem? - Ja.
Hoelang?
Weet ik niet. Hij wil niet hier blijven.
Hij is bezig aan 'n boek. - Eindelijk. Het langverwachte boek.
Zijn je ouders op de hoogte?
Ze denken dat Thomas een studiebeurs heeft voor de Sorbonne.
Dat heeft Alfred zeker bedacht. - Nee, ik.
En als je moeder langskomt...
...moet ik dat spelletje zeker meespelen, voor jouw plezier?
Als je wilt. Anders sta je zelf voor gek.
Ik begrijp niet waarom Alfred meedoet aan die bedriegerij.
Omdat ik het wil.
Waarom wil je dat?
Wanneer gaan jullie? - Zodra ik m'n paspoort heb.
Je krijgt 'm niet.
Dan ga ik maar.
Het was afgesproken, hè?
Als ik 'm niet geef, ga je nu naar Petten om 'n nieuwe aan te vragen.
Een dag verschil.
Je kunt ook 'n aanklacht indienen tegen mij.
Dat zouden we niet doen.
Wat aardig.
Zit hij in de auto te wachten?
Dus hij is zeker van je.
Je bent veranderd. Hier lijk je nog 'n kind.
Het gaat me aan het hart. Dames genoeg die zulk haar willen hebben.
Verkoop het aan ze.
Daarvoor is het te kort. Wilt u 'n lok als aandenken?
Ik wil het niet meer zien.
Ben je het nou of niet?
De klas van Verheul.
Alan. Net de pik van Verheul.
Ja, Denderman?
Ze zei dat het net uw pik Was.
Zei jij dat?
Weetje wat het betekent?
Ga naar de juffrouw.
Wat is er?
Ik zei iets raars tegen meneer Verheul.
Eruit en laat het niet weer gebeuren.
Dus je herkent me.
Laura was het, hè?
Zit je hier vaak?
Is dat verboden?
Lekker tussen de jongelui?
Jij bent zeker bij de politie?
- En jij? - Wat bedoel je?
Wat doe jij? Conservator in 'n museum. En jij?
Ook zoiets.
Nog steeds achterbaks.
Ik zal je niet ophouden.
Kom.
Kijk eens.
Vind je 'm mooi? Wil je zo'n glitterjurk hebben?
Heb ik 'n jurk nodig?
Wil je me hier verleiden?
Ik heb pas 'n stuk gezien, geschreven door 'n vrouw.
Over 'n man die vijfmaal trouwt.
In het stuk leek het zo simpel.
Met de eerste vrouw is het romantisch.
Hij ontdekt de liefde en denkt dat het eeuwig zal duren.
Hij verwacht te veel en het gaat kapot.
Dan komt de tweede. Die haalt 'm uit de ellende.
Het geeft niet hoe ze is. Hij heeft iemand nodig en klampt zich vast.
Maar op den duur beseft hij, dat hij 'r alleen heeft genomen...
...om de leegte op te vullen.
De derde vrouw. Eindelijk 'n echte relatie.
Jij bent m'n tweede.
Wie was je eerste?
Ik hou van je.
Ik had niet gedacht dat ik nog zoveel van iemand zou kunnen houden.
Ik mag jou ook.
'Lieve mama, het is onvergeeflijk dat ik nu pas schrijf...
...na wat er in Nice is gebeurd.'
Lekkerder dan met Laura?
Laat haar erbuiten.
Neuk me.
Ik wil 'n kind.
Ik wil je 'n kind geven.
Ik ben zwanger.
Zwanger. Dat wilde je toch?
Je wilden kind. Ik kom het je brengen.
Je hebt je haar afgeknipt. Heb je het bewaard?
Van Alfred? - Van jou... via Alfred.
Was datje bedoeling?
Waarom zei je dat niet?
Alsof je het goed gevonden had. Waarom fluister je?
Ik ben m'n stem kwijt. Ik moet wat drinken.
Laat de deur niet openstaan.
Gelukkig?
Ik blijf voorgoed bij je.
Ik ben heel erg blij, geloof ik.
Geef mij die fles.
Op ons kind.
Ik hoop op 'n jongen. En jij? - Ik weet het niet.
- Waarom huil je? - Huil ik?
Je moet niet huilen.
Ik kan het allemaal niet zo gauw begrijpen.
Ik ga uitpakken.
Weet Alfred hiervan?
Ik liet 'n briefje achter.
Hij was in de bibliotheek toen ik de uitslag kreeg.
Dus heb ik 'n briefje achtergelaten.
Dat ik zwanger was en naar jou terugging.
Dus toen hij thuis kwam... - Vond hij het briefje.
- Je bent onmogelijk. - Hoezo?
Je krijgt 'n kind van 'm en legt 'n briefje neer?
Ik ben niet met 'm getrouwd.
Ik schreef niet dat het zijn kind Was.
Ik kan met allerlei types naar bed zijn geweest.
En het is jouw kind.
We moeten 'm bellen. We moeten dit uitpraten.
Neem je het voor hem op?
Hij liet vrouw en kinderen in de steek. - Ik heb 'm niet gedwongen.
Had maar liever geen briefje geschreven.
Dan was hij wel weer teruggegaan naar Karin.
Dan hadden Wij alleen het probleem van jouw dikke buik.
Dat is hij. Niet opnemen.
- Hallo? - Ben jij het, Laura?
Is Sylvia daar?
Heeft ze het verteld?
Ik kan je haast niet verstaan.
Ik ben heel rustig. We moeten dit uitpraten.
Dat zei ik al.
Ik heb er lang over nagedacht.
Als ze naar jou terug Wil, best.
Maar we moeten praten. Het is ook mijn kind.
Volgens haar is dat niet zeker.
Ik kan morgenochtend tegen elf uur bij je zijn.
Maar ik wil eerst alleen met haar spreken.
Dacht ik wel.
En zeg nog niets tegen Karin.
- Wil je Sylvia spreken? - Morgen.
Ga gewoon naar je werk.
Als je thuiskomt kunnen we met ons drieën praten. Dan ga ik weg.
Je zult geen last van me hebben.
Ik heb me erbij neergelegd. Ik Weet wat voor vrouw ze is.
Tot morgen.
Hij komt morgen om elf uur. - Moet dat echt?
Doe het voor mij.
- Hoe doen we dat? - Wat?
Waar komt de kinderkamer?
Mijn werkkamer.
Dan moeten we 'm laten schilderen.
En we zetten mijn wieg erin. Die heeft m'n moeder bewaard.
Waar ga jij Werken? - O, op zolder.
Kom hier.
Knijp me even.
Ik hou zoveel van je.
Toen je weg was heb ik je 'n keer uitgemaakt voor 'n half frigide trut.
Het duurde altijd zo lang voor je klaarkwam.
Hoor je wat, vader?
Niets schrikt jou af.
Wakker worden.
Ik ben vroeg terug.
Museum Zinnicq Bergmann.
Er is iets ergs gebeurd.
Wat is er gebeurd?
Wat is er dan?
Waar is ze?
Gaat u zitten.
Kunt u ons helpen? We moeten haar ouders inlichten.
Je hebt mijn kindje vermoord.
Uw lunch.
U moet wat eten.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.