Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Het verhaal van Jezus is het allermooiste verhaal.
Eruit, zondaar. -Waar is hij?
Al ruim 2000 jaar raakt het verhaal van Jezus Christus...
wereldwijd het leven van miljarden mensen.
Jezus voelde wat wij voelden. Hij stond voor dezelfde uitdagingen.
Als we de westerse geschiedenis willen begrijpen...
moeten we het verhaal van Jezus begrijpen.
Voor het eerst wordt Z'n verhaal verteld...
door de ogen van hen die Hem het best kenden.
Petrus is een alles-of-niets-discipel.
Lopen. -Hierheen.
Jezus kwam in z'n leven en veranderde dit voorgoed.
Jij bent nu Petrus, de rots waarop Ik M'n kerk zal bouwen.
Hosanna in de hoogste hemelen.
Petrus geloofde dat hij de trouwe discipel zou worden. Het liep anders.
Dit is het verhaal over verlossing.
Petrus wordt de hoeksteen waarop het christendom wordt gevestigd.
Jozef Ik heb Hem beschermd
Johannes Ik heb Hem gedoopt
Maria Ik heb Hem opgevoed
Kajafas Ik vreesde Hem
Judas - Ik heb Hem verraden Pilatus - Ik heb Hem veroordeeld
Maria Magdalena Ik heb Hem gesteund
Petrus Ik was Zijn volgeling
Mijn naam is Petrus.
Ik heb 'n tweede kans gekregen om Jezus' boodschap te brengen.
Ik zal Hem nu niet teleurstellen...
zoals toen ik bijna alles had verspeeld.
Jeruzalem drie dagen na Jezus' kruisiging
Ik heb de Heer gezien.
Maria, je bent overstuur. Ga zitten. -Luister.
Hij is verrezen. Eerst herkende ik Hem niet...
maar toen zag ik Z'n gelaat. Het was Jezus.
Ik moest het jullie gaan vertellen. -Je toont geen respect voor ons.
Was het dat ik Maria niet geloofde...
of was ik bang dat ze de waarheid vertelde?
Want dan zou ik m'n Heer in de ogen moeten kijken...
en weten dat ik Hem had teleurgesteld.
Ik, Petrus, die Hij ooit de rots had genoemd.
Galilea maanden eerder
Toen ik Jezus ontmoette, had ik een andere naam: Simon.
Ik stelde niets voor. Een eenvoudige visser uit Galilea.
Ik werkte hard en verwachtte weinig van het leven.
Petrus is de eerste discipel die door Jezus wordt geroepen.
Misschien zoekt Jezus contact met Petrus, omdat hij visser is.
Jezus wist dat dit noeste arbeiders waren.
Zij weten wat het is om honger te hebben, te zwoegen, hard te werken.
Het leven in Galilea was zwaar in Petrus' tijd.
E�n slechte vangst, en je verhongerde.
Over elke vangst moet belasting worden betaald aan Rome.
Maar niet alleen Rome hief belasting: De lokale belastingontvangers...
deden daar nog iets bovenop voor zichzelf.
Wie leefde onder de Romeinse bezetting...
moest elke dag de eindjes aan elkaar zien te knopen.
In Johannes stelt Andreas, discipel van Johannes de Doper...
Jezus voor aan z'n broer Petrus.
Broeder.
Andreas.
Hij heeft de hele nacht gevist, maar niets gevangen.
Vaar naar diep water en werp je netten uit.
Meester, we hebben de hele nacht niets gevangen.
Jezus zegt hem dat hij opnieuw moet uitvaren.
Petrus weifelt maar hij gaat toch, omdat het Jezus is.
Wees niet bang.
Vanaf nu zul je mensen vangen.
Iemand als Petrus is de hongerdood nabij. Maar dan komt er iemand...
die een nieuwe boodschap belooft, een nieuwe redding, een betere wereld.
Petrus wist wat het betekende als hij een visser van mensen zou worden...
want hij kon vissen. Via hem zou Jezus volgelingen krijgen.
De vis is een van de eerste symbolen van het vroege christendom.
Veel van Jezus' eerste discipelen zijn namelijk visser.
Het kruis, dat thans van grote invloed is...
wordt pas bijna 400 jaar na Jezus' dood een symbool.
Wat bedoelde Hij met het vangen van mensen?
Waarom zou er iemand naar mij luisteren?
Er was veel wat ik niet begreep van Jezus van Nazareth.
Maar ik wist ��n ding heel zeker:
Ik zou altijd Z'n gewijde volgeling zijn.
Sommigen denken dat Jezus discipelen wierf...
zoals de mariniers, die de besten eruit pikken.
Maar daar lijkt geen sprake van te zijn.
Hij zocht mensen die bereid waren Hem te volgen en te luisteren.
Petrus leek naar iets op zoek te zijn. Hij wilde iets leren...
toen Jezus hem tot Zich riep. -Een boer ging eens zaaien.
Daarbij vielen er enige zaden op het pad.
Simon Petrus is onder de indruk van Jezus en Diens preken.
Hij is anders dan de Schriftgeleerden en het religieuze gezag.
Petrus wordt aangetrokken tot deze nieuwe, charismatische figuur.
Spreekt U altijd in raadselen, Heer? M'n hoofd tolt.
Te veel wijn, vriend. -Ik heb amper iets op.
Ik vrees dat ik altijd twee stappen zal achterlopen.
Petrus is een lastige leerling. Hij stelt ontzettend veel vragen.
Hij kreeg geen standaard onderricht.
Maar Jezus zag een vonkje passie in Petrus...
en dat had Hij nodig van Z'n volgelingen.
In Marcus zijn Simon Petrus en Jezus eens onderweg.
Ze discussi�ren over Jezus' identiteit.
Jezus draait Zich om en vraagt Z'n discipelen wie Hij volgens hen is.
Wie is de Mensenzoon?
Wat denk jij? Wie ben Ik volgens jou?
U bent de Messias. De Zoon van de levende God.
Gezegend ben jij, Simon, zoon van Johannes.
Ik zeg je dat jij nu Petrus, de rots bent.
En op die rots zal Ik M'n kerk bouwen.
Jezus geeft Simon een Aramese bijnaam: Kefas.
Kefas betekent rots, of rotsachtig.
De symboliek hiervan is significant:
Petrus wordt nu de hoeksteen van de christelijke beweging.
Petrus die Jezus' rechterhand wordt, is een verrassende keus.
Hij is immers slechts visser.
Er is geen bewijs dat hij gecultiveerd is.
Er is geen bewijs dat hij meerdere talen beheerste.
Volgens de overlevering van Papias sprak en preekte hij in het Aramees.
Marcus vertaalde dit in het Grieks.
Maar Jezus moet iemand kiezen die het karakter heeft...
de gotspe en de moed, om een volgeling van Hem te zijn...
ook al kan dit z'n leven kosten.
Ik was niet langer Simon van Galilea, maar Petrus, de rots.
Rennen. -Hierlangs.
Ik stond aan Z'n zijde.
Lopen.
Mensen die lachten en Hem bespuwden.
Ik ving klappen en stenen voor Hem op.
Hij heeft hem genezen.
Ik was erbij toen ze gingen luisteren.
Dus toen Hij weer naar Jeruzalem wilde, maakte ik me zorgen.
Jeruzalem
Naar alle waarschijnlijkheid betraden Jezus en Petrus Jeruzalem...
tussen 30 en 33 n.Chr., tijdens het lentefeest Pesach.
Dat is de viering van Gods belofte en het hoogtepunt van het Exodusverhaal.
Dit feest draait hierom dat God het volk van slavernij bevrijdt...
en van onderworpenheid aan een vreemde macht.
En wie zijn er de baas in Judea? De Romeinen.
Het is zeer gevaarlijk om daar te vertoeven.
Hosanna in de hoogste hemelen.
Jezus' boodschap is gevaarlijk.
Maar Jeruzalem is voor Jezus de enige plek waar Hij naartoe kan.
Het is het politieke en religieuze centrum van het Joodse leven.
De symboliek van Jezus Die op een ezel Jeruzalem binnenrijdt...
mag niet verloren gaan.
Dit is niet zomaar iemand die op een ezel rijdt.
Dit is een heropvoering van de Joodse kroning van de koning van Isra�l.
Jij juicht onze nieuwe koning niet toe.
Gezegend is het hiernamaals.
Petrus ziet 'n Messias als iemand die de machthebber van de troon stoot...
in dit geval de Romeinen, en die opnieuw een Joods rijk vestigt.
Zelfs Petrus besefte toen de dreiging en het gevaar die Jezus opwekte.
Ze gaan naar de tempel. Stuur er versterkingen naartoe.
Dit is alles waarop we hebben gewacht:
De vervulling van het goddelijke lot, het begin van het nieuwe koninkrijk.
Maar alles veranderde zo snel.
Tijdens het laatste avondmaal...
is Petrus niet meer zo geestdriftig als voorheen.
Langzaam bekruipt een dreiging hem en de overige discipelen.
Laat Mij maar even. -Gaat U nu m'n voeten wassen?
Dat moet U nooit doen.
Petrus gruwelt ervan dat Jezus hun voeten wast.
Hij is hun leider en zoiets zou een slaaf doen.
Geen dienaar is groter dan z'n meester.
En geen boodschapper is groter dan hij die hem stuurde.
Als Jezus hun voeten wast...
zegt Hij dat Hij niet is gekomen als militaire koning...
maar als iemand die zal lijden.
Die rol van dienaar speelt Hij bij Z'n discipelen.
Dit is M'n lichaam.
Het wordt voor jullie gegeven.
Doe dit ter nagedachtenis aan Mij.
Pak het aan en eet het op.
Als Jezus naar Jeruzalem gaat, weet Hij dat Z'n dood aanstaande is.
Dit is het bloed van M'n verbond, dat uit velen is gestroomd.
Het breken van brood en drinken van wijn...
vertegenwoordigt Christus' lichaam en bloed.
Het laatste avondmaal vormt de oorsprong van de eucharistie...
of de heilige communie, voor christenen.
Petrus hoort de Messias praten over de dood...
maar hij heeft Z'n macht al aanschouwd.
Hij is in de war. Hoe kan dit, en hoe kan dit een revolutie zijn?
Petrus snapt het niet helemaal.
Vraag eens wat Hij bedoelt.
Het is die avond moeilijk om Hem aan te horen.
Waarom moeten we eten en drinken ter nagedachtenis aan Hem?
Het idee bezorgt me koude rillingen.
Petrus had niet verwacht dat Jezus 'n zo sterke beweging zou oprichten...
dat deze Z'n dood zou worden.
Hij had niet verwacht dat de Romeinen zich zo bedreigd zouden voelen...
dat Hij moest worden gekruisigd.
Ik heb voor jou gebeden, opdat je geloof je niet zal teleurstellen.
Heer, ik ga met U tot in het gevang en de dood.
Voorwaar, ik zeg je dat je nog deze nacht...
nog voordat de haan kraait, Mij driemaal zult verloochenen.
Ik zou Jezus nooit verloochenen.
Ik zou Hem verdedigen tot de dood, met zwaard, woord en daad.
Petrus geloofde echt dat hij trouw zou zijn, maar het liep anders.
Hof van Gethsemane
Na het laatste avondmaal verlaat Jezus de veilige muren van Jeruzalem.
Hij gaat bidden in de Hof van Gethsemane.
Petrus volgt Hem.
Jezus is rusteloos. Ik maak me zorgen.
Z'n woorden hadden me verward en de autoriteiten zouden alert zijn.
Maar Hij hield voet bij stuk.
De vroege Joden waren niet op zoek naar een gekruisigde Messias.
Er is literatuur, zoals de Psalmen van Salomo...
waar een militaristische messiasfiguur in voorkomt...
die het land zal heroveren. Jezus was heel anders.
M'n ziel wordt overweldigd door smart, tot de dood aan toe.
Blijf hier.
Hou de wacht.
Natuurlijk, Meester.
Jezus laat Petrus de wacht houden en wakker blijven met Hem.
Jezus ziet wat er gaat gebeuren.
De ophanden zijnde lijdensweg en de dood traumatiseren Hem.
Petrus wil niet meedelen in Jezus' leed.
Die momenten van lijden doen hem huiveren.
Hij kan het niet verdragen om z'n leider te zien twijfelen en lijden.
Ik geloofde niet dat God Z'n Zoon kon laten lijden.
Ja, we zouden worden gered.
Waarom kon ik me zelfs niet aan 'n simpele belofte houden?
Ik sloeg geen acht op Z'n voorspellingen.
Simon, slaap je? Kun je nog geen uur de wacht houden?
Waken en bidden? De geest wil wel, maar het vlees is zwak.
Het spijt me, Heer. -Petrus zakt voor de proef.
Hij valt in slaap wanneer Jezus hem nodig heeft.
Het is ook niet de laatste keer dat hij zal falen.
De autoriteiten sturen een gewapende groep die Jezus moet arresteren.
Judas?
Judas verraadt Jezus.
Arresteer hem. -Verrader.
Doe je zwaard weg, want hij die het trekt, zal erdoor sterven.
Petrus snijdt een oor af en overal zit bloed.
Maar Jezus geneest de man die Hem wil arresteren.
Ik dacht dat ik mezelf bewees, dat ik loyaal was.
Deze man kwam Jezus arresteren, Die niet vocht...
maar Z'n vijand genas en Zich overgaf. Ik snapte het niet.
Jezus leerde hem een geweldloze revolutionair te zijn.
Pak ze allemaal op.
M'n hoofd slaat op hol. Judas heeft Jezus verraden. Alles gaat zo snel.
E�n ding wist ik zeker: Ik was niet zoals Judas.
Als Jezus wordt opgepakt...
volgt Petrus Hem naar het huis van de hogepriester Kajafas.
Hij wil zien wat er met Hem gaat gebeuren.
Het betreden van Kajafas' binnenhof is levensgevaarlijk.
Als Petrus wordt herkend, kan ook hij worden opgepakt.
Ik voelde een angst zoals ik nog nooit had gevoeld.
Petrus begeeft zich op gevaarlijk terrein...
want hij is hondstrouw aan Jezus.
Hij is een alles-of-niets-discipel.
Maar de dingen waartoe wij uit zelfbescherming in staat zijn...
zijn buitengewoon.
Mensen herkennen Petrus en zeggen: Hoor jij niet bij Jezus van Nazareth?
Hij hoorde bij hem. -Ik ken Hem niet.
Dan zegt iemand anders dit ook.
Jij bent ook een van hen. -Welnee.
Driemaal ontkent Petrus dat hij Jezus kent.
Hij hoorde ook bij hem, want hij is Galilee�r.
Waar heb je het over?
Op het moment van de derde ontkenning kraait de haan.
Daarmee komt Jezus' voorspelling bij het laatste avondmaal uit.
Hij heeft precies gedaan wat hij nooit zou doen:
Jezus verloochenen en in de steek laten.
Hun ogen vinden elkaar en Jezus kijkt in Petrus' ziel.
Het is het laatste moment waarop Petrus Jezus levend ziet.
Jezus is ter dood veroordeeld. Hij zal worden gekruisigd...
wegens het leiden van een opstand tegen de Romeinen.
300 jaar lang, totdat keizer Constantijn kruisigen verbiedt...
worden criminelen, revolutionairen en slaven vaak zo ge�xecuteerd.
Kom, we lopen gevaar. We moeten ons verschuilen.
Als de leider van een opstand wordt gekruisigd...
spoort het Romeinse Rijk ook de volgelingen op.
Petrus moet onderduiken...
want hij is aangesloten bij een vijand van het Romeinse gezag.
Was ik zo slecht als Judas?
Waarom heb ik Hem verloochend? Uit angst? Uit lafheid?
Alles wat ik van mezelf vond, klopt niet.
We mogen meevoelen met Petrus en z'n verloochening.
Hij heeft Jezus verloochend, maar enkel omdat hij doodsbang was.
Die verloochening vormt een zeer menselijk moment.
Iedereen schiet weleens tekort omdat hij bang is.
Het overkomt Petrus op dat moment.
We wachtten. We deden niets, terwijl Jezus leed.
Doorlopen.
Niet kijken.
Maria?
Hij is dood.
Jeruzalem drie dagen na de kruisiging
Na enige dagen is Maria Magdalena de eerste die de verrezen Heer ziet.
Die dagen waren een waas. Toen kwam Maria terug met haar nieuws.
Hij is uit de dood herrezen. Ik heb de Heer gezien.
Ik ben bij het graf geweest. Een man sprak me aan. Het was Jezus.
Ik moest het jullie gaan vertellen.
Je toont geen respect voor ons met je geraaskal.
We rouwen om Hem. Is dat niet erg genoeg?
Ik weet wat ik heb gezien. Ik heb Hem gesproken en ik geloof in Hem.
Ik kan dit niet meer aanhoren.
Petrus gelooft niet dat Maria Magdalena de Heer heeft gezien...
omdat vrouwen in het Joodse Palestina van de 1e eeuw...
als onbetrouwbare getuigen worden gezien.
Waarom was ik zo wreed en twijfelde ik aan haar?
Het kwam door de schaamte.
Ik was de weg kwijt.
Had ze de waarheid verteld, of hadden ze Z'n lichaam weggehaald?
Wat moest ik geloven?
Vanuit Joods standpunt horen er geen visioenen bij een wederopstanding.
Het gaat erom dat iemand weer een fysieke vorm aanneemt.
Maar het verhaal gaat verder.
Vrede zij met jullie.
Waarom piekeren jullie?
Waarom twijfelen jullie?
Kijk naar M'n handen en voeten. Ik ben het.
In de 1e eeuw was het niet ongebruikelijk...
dat je de geest zag van iemand die je kende en liefhad.
Toen Petrus de verrezen Jezus zag, wist hij dat hij iets ongekends zag.
Dit was geen hallucinatie of geestwezen.
Dit was een getransformeerd, aanbeden lichaam...
dat kon worden aangeraakt en dat afgesloten ruimten kon betreden.
Petrus moet diep ontzag hebben gevoeld.
Alles wat is geschreven over Mij, de Wet van Mozes...
de profeten en de psalmen, moet worden voltrokken.
In het christendom is niets zo belangrijk als Jezus' verrijzenis.
Kom bij me zitten.
Jezus overwint de dood en dus de zonden.
Z'n verrijzenis gaat over de belofte dat ook christenen...
op de dag des oordeels zullen verrijzen.
Bekering en vergiffenis van zonden zullen worden gepredikt.
Ik kon Hem niet aankijken. Ik vreesde teleurstelling te zullen zien.
Hij verscheen alleen die avond. Ik kon niet meer om vergiffenis vragen.
Ik ging terug naar Galilea, naar m'n vissersleven.
Petrus, de rots, had gefaald. Wat kon ik verder nog doen?
Petrus gaat weer vissen. Dat leven kent hij, het voelt vertrouwd.
Maar hij is niet meer degene die we eerder in het evangelie ontmoetten.
In de oudheid had men geen bankrekening of pensioen.
Je kon je bezittingen alleen veiligstellen door te blijven werken.
Zonder Jezus heeft Petrus niets.
Ik dacht dat ik m'n oude leven kon oppakken en alles kon vergeten.
Maar zo makkelijk was dat niet.
Petrus denkt dat alles voorbij is.
Hij heeft niet het gevoel dat de Messias...
z'n gewenste lot in vervulling heeft laten gaan.
Hij denkt zorgvuldig terug aan wat er is gebeurd.
Geen dienaar is groter dan z'n meester.
Dit is M'n lichaam.
Pak het aan en eet ervan.
Petrus moest een periode van twijfel doormaken.
Ging hij daardoor twijfelen aan Jezus?
Misschien ging hij vooral twijfelen aan zichzelf.
Hij moet vergiffenis krijgen...
voor de rol bij de kruisiging waarin hij heeft gefaald.
Het probleem is dat Petrus nog steeds worstelt...
met het feit dat hij Jezus heeft verloochend.
Judas heeft Hem verraden...
en Petrus heeft dat op een andere manier gedaan.
Ik kon het niet vergeten. Ik kon niet terugkeren als een ander mens.
Op een dag is Petrus aan het vissen en hij kijkt naar het strand.
Daar is de Heer.
Op dat moment verandert Petrus' leven compleet.
Jezus keert terug, in volle kracht en in volle glorie.
Hij was voor mij gekomen en ik voelde me vrij...
alsof de ketenen in m'n geest eindelijk loskwamen.
In Johannes praten Jezus en Petrus met elkaar.
Jezus geeft hem een directe opdracht.
Hij vraagt hem drie dingen:
Simon, zoon van Johannes, heb je Mij meer lief dan hen?
Heer, U weet toch dat ik U liefheb.
Die vraag stelt Hij hem opnieuw.
Voer M'n lammeren.
Heb je Mij lief? -Weer zegt Petrus: Ja, Heer.
Zorg voor M'n schapen.
Simon, zoon van Johannes...
heb je Mij lief?
Hij zegt: Spreek het uit...
want dat kon je niet toen Ik werd gearresteerd.
'Je kon het niet zeggen toen onze ogen elkaar vonden. Zeg het dan nu.'
Heer, U weet alles. U weet dat ik U liefheb.
Voer M'n schapen.
Met dat 'Voer M'n lammeren, zorg voor M'n schapen, voer M'n schapen'...
een drievoudige herbenoeming, net als de drievoudige verloochening...
wordt Petrus weer aangesteld als de leider van de discipelen.
Toen wist ik dat ik alles zou aankunnen wat Jezus me opdroeg.
Ik had 'n tweede kans gekregen.
Jezus' Grote Opdracht, zoals het heet...
is een soort oerknalmoment voor het christendom.
Op dat moment begint het christendom.
Jezus vertelt Z'n discipelen dat ze het Woord moeten verspreiden.
Mij is alle macht gegeven, in de hemel en op aarde.
Maak daarom alle volken tot Mijn leerlingen...
door hen te dopen in de Naam van de Vader, en de Zoon...
en de Heilige Geest.
Dit is de eerste zendingszet in de religieuze historie.
Voor het eerst zegt iemand: Ga massaal mensen werven.
Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.
Ik kende Jezus als m'n leermeester, als m'n vriend...
en als de Zoon Gods.
Door Hem ben ik gerehabiliteerd en heb ik m'n doel hervonden.
We zien Petrus als een herboren mens. Eindelijk begrijpt hij het.
Hij is opgeleefd...
en is zelfverzekerder en klaar om vooruit te gaan.
Dat doet hij dan ook.
Petrus begreep dat hij mensen ertoe moest bekeren Jezus te volgen...
en wel in het hele rijk.
Het christendom verspreidt zich snel.
Binnen tien jaar na Jezus' dood zijn er zo'n 10.000 christenen.
Tweehonderd jaar na Z'n dood zijn er bijna een miljoen christenen.
Het is uitgegroeid van groepje op het platteland van Palestina...
tot een beweging in de grootste steden.
Driehonderd jaar na Jezus' dood...
bekeert de Romeinse keizer Constantijn zich tot het christendom.
Petrus gaat naar Rome, vestigt daar de eerste rooms-katholieke kerk...
en wordt de eerste paus. Maar of dit historisch correct is?
In Paulus' brief aan de Romeinen, eind jaren 50 n.Chr...
zijn er al veel volgelingen van Jezus in Rome, maar van Petrus geen spoor.
Desondanks is de St Pieterskerk in Rome nog altijd naar hem vernoemd.
Als je hem betreedt, in Vaticaanstad...
zie je de woorden die Jezus tot hem richt.
Ze staan rond de onderkant van de koepel vermeld.
Jij bent nu Petrus, de rots.
Op deze rots zal Ik M'n kerk bouwen.
Petrus' verhaal eindigt, aldus de overlevering...
met z'n kruisiging in Rome, ondersteboven.
Hij vond dat hij het niet waard was...
om net zo te worden gekruisigd als z'n Heer.
Petrus' verhaal is het verhaal van ons allemaal.
We maken fouten, we hebben gebreken.
Maar net als Petrus kunnen we vergiffenis krijgen en opkrabbelen.
Ik ben Petrus, de rots, en ik zal Zijn kerk bouwen.
Vertaling: Ren� van Vliet
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.