Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Vertaling: slootje
Kijk naar mij.
Wat is er? -Niet te ver, niet te veel schilderij?
We zullen zien, maar we zien je goed.
Prima, zo.
Oké, voer maar uit.
Dat was super, hè? -Ja, heel goed.
Zullen we kijken? Haal de fotograaf erbij.
Die jurk is prachtig. De collectie is geweldig. De kleuren zijn...
En de make-up is cool.
Het geel van de jurk past alleen niet bij de kleuren van het schilderij.
Dat kan ik later wel veranderen.
Dat kan niet. -Het is een samenspel.
Verander de kleuren van het schilderij. -Goed idee.
Ja, geweldig. -Dat is het.
EEN NIEUWE TOEKOMST
Bedankt voor uw komst. We hebben dit lang voorbereid met...
Marilyne Ménard, de genealoog en mijn medewerker Jocelyne Jean-Baptiste.
Zoals u weet, bent u allen nakomelingen van een vrouw, geboren in 1873,
Adèle Meunier, geboren Vermillard.
Marilyne heeft twee jaar onderzoek gedaan om uw familieband in beeld te brengen.
Het woord is aan u. -Bedankt.
Adèle Meunier had drie kinderen van wie u nakomelingen bent.
U komt daarom uit drie verschillende takken.
Daar is het. Dit is uw hele familie.
Nu zullen verschijnen... Daar is het.
We hebben de overleden personen grijs gemaakt en in kleur ziet u...
iedereen van uw familie die nog leeft en misschien hier is.
We hebben dit onderzoek gedaan omdat de gemeente...
het huis en aangrenzend land van Adèle Meunier wil kopen.
Ik geef daarom het woord aan M. Duquesne, hoofd economische ontwikkeling.
Concreet willen we het bestaande commerciële gebied vergroten...
om er een aantrekkelijk Europees centrum van te maken.
Er komt natuurlijk een parkeerplaats met 3.000 plekken. Zelfs...
een eco-parkeerplaats, precies op het terrein van het huis van uw familie.
Het huis lijkt sinds 1944 afgesloten te zijn.
Het kan alleen worden geopend met de erfgenamen erbij.
U kiest vier afgevaardigden...
om straks met de bevoegde instantie het huis te openen.
Jij moet afgevaardigde zijn. Jawel, je moet je erbij zijn.
Bedankt.
Bedankt.
Bedankt...
Graag gedaan.
Dames en heren, geeft u toestemming om de deur te openen?
Ja, doe maar.
Prachtig, al die foto's.
Niet dan? -Jawel.
Dat is de hele geschiedenis van uw familie.
Wat is dit voor een schilderij?
Ik weet het niet, maar...
het is heel mooi.
Ik weet niet wat dat is.
Het is wel ontroerend.
We stammen namelijk van al deze mensen af.
Ik keek naar deze.
Zij hier zou mijn grootmoeder kunnen zijn.
En als ik het goed heb begrepen, is dat Adèle Meunier waarover u sprak, ja?
Dat kan heel goed Adèle Meunier zijn met haar drie kinderen.
Ophélie. -Mijn overgrootmoeder.
François en de baby kan Louis zijn.
Ophélie is je overgrootmoeder? Vreemd, dat is vrij ver weg.
Ophélie is de zus van mijn overopa Louis.
Is jouw oma dan in Algerije gaan wonen?
Mijn moeder. -Je moeder? Aha,
mijn moeder had het over een oudtante met een Algerijn.
Ze had al twee kinderen voor ze naar Algerije ging.
Ze ontmoette mijn vader, Mohamed, en daaruit ben ik geboren.
Dat maakt het duidelijker.
Gaat het wel? -Ja, nee, sorry, ik...
heb gisteren 15 uur gewerkt. Ik ben een beetje... Ik ga daar even zitten.
Hebt u de kalender van 1944 gezien?
De dagen zijn doorgekrast tot 4 september.
Ze zijn misschien slachtoffer geworden van bombardementen.
De stad werd in twee dagen volledig verwoest.
Stel u eens voor.
Ga je weg? -Ja.
Waarom zeg je dat pas vandaag?
Ik wist dat het moeilijk voor je is, maar...
het is ook moeilijk voor mij.
Eerder vertellen zou erger zijn.
Dan zou je me dwingen te blijven. -Ja, blijf.
Je kan niet zomaar weggaan. -Jawel, ik wil naar Parijs, Gaspard.
Ik moet weten wie mijn moeder is. -Het is gevaarlijk om alleen te gaan.
Ik zal je schrijven. -Maar je kunt niet schrijven.
Ik vind wel iemand.
Zo denk je aan mij.
Het zal de reis niet overleven.
Hier.
Wees niet boos.
Ik heb geen familie hier en ik merk...
dat ik niet kan opgroeien als ik mijn moeder niet ken.
Vertrouw me.
Natuurlijk vertrouw ik op je.
Alles goed?
We vertrekken zo. Ik wacht daar op je. -Ik kom eraan.
Zullen we een rondje doen?
Wat is een rondje? -Dat we iets over onszelf vertellen.
We zijn familie, maar kennen elkaar niet.
Dat is toch raar? -Inderdaad.
Jij, bijvoorbeeld. Wat doe jij, Seb?
Ik creëer digitale medium.
"A".
Hoezo, "a"? -Media.
Ja, een "a". Digitale media.
Want ik hoop dat je er niet maar één gemaakt hebt.
En wat doe jij?
Ik ben ingenieur op vervoersgebied.
Ik heb Innovatie & Disruptie aan de CNAM gestudeerd.
Nu werk ik aan disruptieve projecten voor een dochter van de SNCF.
Wat is disruptief?
Ontwikkeling gaat op twee manieren.
Evolutionair, stap voor stap of juist door een trendbreuk, een verstoring.
Aan welke kant sta jij? -Ik geloof in trendbreuken.
Qua technologie dan.
Je zegt technologie want je gaat scheiden?
Ja, althans... Het ligt wat ingewikkelder.
Jou hoef ik het niet te vragen.
Je bent docent Frans.
Zeker weten. Op de universiteit.
Als hoogleraar ben je tegenwoordig ook communitymanager.
Ik breng mijn leven door met reageren.
Zijn het niet de ouders dan wel de studenten of andere docenten.
De regering moet stoppen met ons uit te persen.
Nationaal onderwijs snappen ze niet. De minister verandert constant.
Het wordt steeds erger. Maar ik klaag niet, ik hou van mijn vak.
Ik wil werken met studenten, niet met ministers. Er verandert dus niets.
Nou, als niemand het vraagt: ik ben imker.
Imker? -Ja, ja...
Wat goed. Ik bedoel: het is nodig.
Ja, bij het ontbijt. -Imker is te beperkt.
Natuurlijk maak ik honing en zorg ik voor de bijen.
Maar vooral ben ik activist voor de NBU.
NBU? -Ja, de nationale bijenunie.
We vechten veel tegen het kapitaal. In feite tegen alle shit.
Genetische modificatie, pesticiden, al die troep.
We beseffen niet dat als het zo doorgaat, er geen bijen overblijven.
Niets. -Pardon, mijn vriendin belt.
Ze is net terug uit Dubai. Hallo? -Bijen zijn buitengewoon...
Ja, Seb, waar ben je? -In de trein.
Capu Elisa en ik gaan vanavond het begin van het einde van de modeweek vieren.
Wil je mee? -Zou ik graag willen.
Gaaf, het wordt te gek. Ik ben heel blij. Kusjes.
Ze kunnen andere bijen de stand van de zon en de afstand doorgeven.
Hun dans is bijzonder, maar mooi om te zien, hoe ze hun vleugels bewegen.
De veranderingen in ritme en...
Vandaag de dag gaat alles zo snel. Niet dan?
Jullie jonge mensen nemen zelfs niet de tijd om te leven.
Dat is toch zo.
Dan weer dit, dan weer dat.
De jeugd zoals jij is niet meer als voorheen.
Wij moesten dingen zeggen. Zomaar.
Om beleefdheden uit te wisselen.
Ik weet het niet.
Dag, mevrouw, hoe gaat het met uw schapen?
Heel goed, dank u. En u?
Zullen we de taken verdelen?
En de anderen op de hoogte houden?
Ik kan de projectontwikkelaar bellen.
Het is raar dat ze geen bedrag noemen en op verkoop aandringen.
Vind ik ook raar. Ik ga de schilderijen en zo natrekken.
Voor alle zekerheid: moeten we het huis verkopen?
Nee, maar verdelen in 30 stukken is nogal ingewikkeld.
Zeker. -Ik moet weg.
We spreken elkaar in de groep. -Tot ziens...
Groetjes, hè?
Hallo.
Hallo...
Gaat u naar Parijs? -Ja.
Ooit al eens geweest?
Nee. -Wij ook niet.
Wij komen uit Le Havre. En u?
Ik kom uit Saint-Jean-Brunval. -Dat is niet zo ver.
Ik heet Lucien. Hij is Anatole.
We gaan werken in Parijs. -Dat ben ik.
Wat gaat u doen?
Ik ga mijn moeder zoeken.
Mijn oma heeft me opgevoed en daarna is ze gestorven.
Daarom heb ik besloten om mijn moeder te gaan zoeken.
In ieder geval om haar dat te vertellen.
Hoelang hebt u uw moeder niet gezien?
Twintig jaar.
En zei u niet dat u 21 bent?
Ja, ik ben 21.
Goed, Anatole is kunstenaar. -Schilder.
En...
Ik ben fotograaf. -Omdat hij niet kan tekenen.
Onzin, ik kan heel goed tekenen.
Niet waar. -Dat zegt hij omdat hij schilder is.
Hij begrijpt niet dat schilderen binnenkort niet meer bestaat.
Logisch, het is niet meer nodig.
Niet meer nodig.
Het blijft altijd bestaan, geloof je niet?
Het verdwijnt, dat weet iedereen. -Schilderen is voor arbeiders,
fotografie voor luilakken.
Waarom zijn jullie uit Le Havre weggegaan?
Parijs is het centrum.
We kennen iemand daar. -Een belangrijk iemand voor ons.
We vinden zeker werk.
Bijna zeker. We hebben het erover gehad. Heb je hem lang niet gezien?
Hij is mijn oom. -Heb je hem lang niet gezien?
Maar hij is mijn oom. -Maar heb je hem lang niet gezien?
Ik ken hem niet.
Je kent hem niet, je weet het niet, wat is dit?
Ik wed dat hij werk voor ons heeft.
Voor een drankje? -Typisch fotografen,
alleen drank telt. -Oké...
Valentina, uitstekend, zoals gewoonlijk.
Maïmouna, sterk verbeterd, heel goed. -Dank u.
Malone, ik snap niet wat je zegt,
wat ik moet doen. -Hoezo?
Ik weet niet wie Jean Valjean is. -Echt waar, weet u dat niet?
Ik weet niet wie hij is. -Maar ik ook niet.
Noem gewoon een bedrag. -Sorry, mevrouw, ik weet niet wie u bent.
Ik vertegenwoordig de 100 erfgenamen.
Het lijkt me legitiem om te weten over welk bedrag we praten. Begrijpt u?
Luister, als u zo'n toon aanslaat,
kunnen we ook besluiten om het huis en de grond te houden.
Alles goed? -Ja.
Kon je me horen? -Een beetje.
Céline, alles goed?
Wat een lul, die vent.
Als vrouw mag ik niet over geld praten. Wij zijn dom.
Ze ziet er gestrest uit. -Nee, Celine is aardig.
Ze is de zakenvrouw. Haar hersenen zijn extralarge.
Ook irritant. Aardig, maar irritant.
Of irritant, maar aardig.
Kijk naar de foto's.
Aan het einde zie je het huis.
Zie je het? Mooi, hè? -Prachtig.
Weet je wat ze ermee willen doen?
Ze willen er een supermarkt van maken.
Met een parkeerplaats. Maar dat is kletskoek.
Weer een Europees project, daar, verdorie.
De burgemeester denkt dat we zijn betrokkenheid niet zien.
Hij greenwasht alles. Hij zegt:
het is superduurzaam, want er zijn zonnepanelen. Ze denken dat we gek zijn.
Ik moet je zeggen dat mama heel trots is op wat je voor de familie doet.
Dat doet me plezier.
Ik ontdek zoveel dingen. Over mij, over ons, over onze familie.
Omdat mijn vrouwen werken. Zie je dat?
Ik heb jullie gemist, hè.
Mijn schatjes, mijn bijtjes.
Ik heb jullie erg gemist. Zeg eens: wij ook.
Kom maar, bijtjes. Niet naar Roubillon gaan. Daar is Roundup.
Wakker worden. Kom kijken.
Wat is er? -Kom.
Wij logeren boven café Rat Mor in Montmartre.
Hij zei dat er nog plek was, dus...
Als je ooit nodig hebt... -Hij heeft een punt.
Dat is aardig, maar er is weinig kans dat...
O ja? -Louis, bagage.
Tot ziens...
Weet je welke kant op?
Hoe gaat het?
Je bent niets veranderd.
Dat kan je wel zeggen.
Ik weet dat ik veel ben veranderd.
Ik kan mezelf nog niet restaureren zoals schilderijen.
Die is goed.
Ik wist dat je hier zou staan. -Je kent mijn liefde voor Baudelaire.
Zullen we daar zitten? En hoe gaat het met jou?
Ik ga bijna met pensioen. -Nu al?
Ik heb berekend dat ik in die 40 jaar ongeveer 5000 studenten gehad heb.
Ik weet niet of ik hen iets heb geleerd. -Zeker wel.
Je hebt mij veel geleerd.
Mijn interesse in kunstgeschiedenis komt door jou, niemand anders.
Ik weet het niet. Maar dat heb ik gedaan.
Gaat het goed met je dochters?
Stel je voor, ze zijn nu ouder dan 30. -30...
Maar ik zie ze nauwelijks meer. En jouw zoon?
Wel goed, hij woont nu in Lyon.
Ik ben hier dus alleen.
Maar dat geeft me tijd voor mijn boek.
Schrijf je een boek? -Een boekje...
om de meesterwerken beter te begrijpen.
Geef ze de tijd, niet te veel tegelijk, alleen tegenover het canvas.
Zich af te vragen: waarom trekt de één me aan en de ander niet?
Zijn er meer mensen? Nee, maar toch. Toegankelijk proberen te zijn.
Het is een idee van de academie...
Ik ben de tijd helemaal vergeten. Laat me dat schilderij zien.
Zo...
Het is zeker impressionistisch.
Vóór de oorlog zijn de impressionisten weinig gekopieerd.
Het beste is om het te laten zien aan Dounia,
een goede vriendin die curator in Museum de l'Arbre is.
Museum de l'Arbre?
Laten we samen gaan. Dat zou leuk zijn.
Ik heb je hartjes en kusjes gestuurd.
Je begrijpt toch wel, Leslie...
Opa, wat is er? -Stoor ik je?
Ja, wat is er? -Blijf je hier lunchen.
Ja, ik lunch hier. Ik kom hierna naar je toe.
Doe je de deur dicht?
Die hartjes hebben weinig zin als je ver weg bent.
Voor mij hebben hartjes wel zin.
We zien elkaar nooit. Als het eindelijk kan,
laat je me zitten en stuur je hartjes. -Ik vind dat belangrijk.
Ik vind het vervelend.
Problemen met Leslie?
Heb je die zangeres nog gezien die hier laatst was.
Waarom vraag je dat, opa?
Ik had de indruk dat je haar leuk vond.
Onzin. -Helemaal niet.
Jawel.
Jij vindt haar leuk. -Dat is waar.
En ze kan mooi zingen.
Wat is er?
Niets, ik vroeg me af of je bij je opa woont?
Ja, ik woon bij hem.
Vind je dat raar? -Helemaal niet, alleen opvallend.
Ja, ik begrijp het.
Maar hij heeft me zo'n beetje opgevoed.
Ik vind het moeilijk om bij hem weg te gaan.
Snap je? -Ja, hij lijkt me ook aardig.
Hij is aardig, ja. -Niet dan?
Ja, hij is oké.
We gaan naar beneden. -Daar?
Ga je gang.
Nogmaals...
Langzaam en heel langzaam je armen optillen.
Heel langzaam, perfect. Nog een beetje. Zo ja.
Langzaam, ga je gang. Nogmaals, dat is perfect.
Bij de pijl kan je omdraaien.
Stop. Nog een beetje, stop.
Nog meer.
Nog meer.
Nog meer.
Perfect. Die slaat af. Loop verder over het fietspad.
Weet je het zeker? -Het wordt geweldig.
Armen omhoog. Kom maar, vooruit. Perfect.
Is het niet teveel mij?
Dat zou goed werken.
Maar ik neem ook wat Parijs mee.
Zeg maar, jij en Parijs.
Is het oude Parijs niet te cliché?
Parijs is Parijs. Het is oud, het is cliché, maar...
met jou ervoor is het iets minder cliché.
Jij ontclichét het helemaal.
Ik ontcliché. Dan proberen we het maar. -Als je er klaar voor bent.
Ja? -Woont Mr. Gosset hier?
Ja, dat is hier.
Mme Odette Vermillard machtigde me 20 jaar geleden...
om iedere maand 100 frank te sturen.
Ik heb alleen uw adres om mijn moeder te vinden.
Zij brengt me het geld elke eerste van de maand.
Maar...
hebt u haar nooit gezien? -Nooit.
Goed...
U hebt zelfs haar adres niet. -Die heb ik niet. Ik hoopte dat u die had.
Nee, die heb ik niet.
Ik weet wel waar ze werkt.
Ja?
Klopt het dat Odette Vermillard hier werkt?
Zet uw spullen daar neer.
Volg mij.
Wacht hier.
U wilt Odette zien? Waarom?
Ik wil alleen met haar praten.
Goed, kom.
Kom.
Wilt u hier wachten?
Goedendag...
Goedendag.
Mevrouw, Yvonne zei dat u me wilde zien.
Ja.
Is dat de kolonel?
Vlug, ik heb een klant en wil hem niet laten wachten.
Zeg me waarom u me wilde zien?
Mr. Gosset zei dat ik u hier kon vinden.
Adèle?
Ja, mevrouw.
Geef ons even, Eugien.
Noem me geen mevrouw, hè?
Ik ben je moeder, noem me mama.
Zoals u wilt...
Ik was bij Mr. Gosset.
Hij zei dat ik u kon bezoeken op de plek van...
Dus ben ik gekomen...
Waarom bent u nooit gekomen? -Je mag me tutoyeren.
Waarom ben je nooit gekomen om me te zien?
Kom, mevrouw.
Ik wilde dat je dit alles niet zag.
Ik wilde niet dat je het wist.
Welnu, Odette, wat doe je? Kom je? -Ik kom eraan.
Wacht hier op me.
Ik kom zo terug. Ik ga het regelen.
Ah, daar ben je. Toch nog.
Pardon, vandaag gaat niet lukken.
O nee? -Het spijt me.
Hoezo niet?
Laat je de kolonel wachten? -Ik heb een afspraak.
Dat weten we, kolonel. Een moment. -Echt.
Nee, Odette.
Laat me lachen.
Kleuren van liefde.
De meeting met de familie is begonnen. -Ik kom eraan.
Kom je? -Ja.
Schiet op, je gaat alles missen.
We willen dit schilderij aan museum de l'Arbre voorleggen.
Mijn vriendin van museum d'Orsay en ik denken dat het impressionistisch is.
Ik heb de projectontwikkelaar gesproken om de waarde van...
van het huis te achterhalen. Maar wil hij me niets vertellen.
Dit mooie huis verkopen, met ons verleden erin, voor een supermarkt, doet me pijn.
Wie is hij? -Bestaat onze toekomst uit overal beton?
Willen we parkeerplaatsen bouwen voor onze kinderen?
Ik woon op het platteland. Ik wil mijn auto kunnen parkeren.
Meneer, u hebt een filter. -Ik weet het.
Ik kan het niet weg krijgen.
Het is van mijn dochtertje, ik krijg het niet weg.
Ga naar instellingen. -Ja, daar staat chat meeting.
Is het daarom? -Dat heeft er niets mee te maken.
Ga naar filter en voorkeuren. -Mij stoort vooral de manier waarop.
Mee eens. -We moeten toch naar het huis om dit...
schilderij en de rest te achterhalen.
Mijn kleinzoon zei dat er veel dingen van onze familie liggen.
Daarom moeten we alles inventariseren.
Als dat schilderij iets waard is, kan er meer zijn.
Als het iets oplevert, doen. -Er waren toch ook oude foto's?
Het is weg. -Mooi zo.
Oude foto's zijn meestal niets waard.
Daarom zou een paar dagen daar ideaal zijn.
Wat vinden jullie?
Ik ga daar geen drie dagen heen. Ik moet werken.
Ik moet een shoot afmaken, twee clips monteren.
Waar heb je het over? De shooting en zo kan toch daarna?
Ik bel je, oké? Wat is er?
Het is de zangeres.
Krijg wat.
Dat is een goed teken.
Stoor ik. -Nee, helemaal niet.
Heb je kunnen kijken?
Ik heb je montage gezien en ik vond het te gek. Ik ben sprakeloos.
Oké, gaaf. Maar het is niet veel.
Ik heb het maar gedaan om een idee te krijgen.
Het is een andere stijl dan je me had laten zien.
Ik was niet mega overtuigd.
Ik doe eigenlijk veel simpele dingen.
En ik heb het gevoel dat ik een andere weg moet inslaan.
En met jou helpt omdat ik je liedje erg mooi vindt. Het raakt me.
Gaaf als ik je kan helpen.
Vond je de omgeving niet te cliché? -Helemaal niet.
Het is duidelijk, mooi, het is Parijs. -Mooi, mooi.
Drie dagen Normandië is niet veel.
Het gaat om de geschiedenis van de familie.
Het zou je moeten interesseren.
Ik kom eraan.
Ik heb een paard gekocht.
Etienne heeft een paard.
Wat zeg je? -Wist je van het paard van Etienne?
Hij heeft geen paard. -Wat zeg ik nou net? Nu wel.
Dag mevrouw, ik zoek twee jongens, Anatole en Lucien.
Ze zeiden dat ze een kamer boven dit café hadden.
De twee Noormannen? Ik zag ze weggaan, maar niet terugkomen.
Wacht daar, ze komen er langs.
Bedankt, mevrouw.
Georgette? Brood, alsjeblieft. -Komt eraan.
Goedemorgen...
Gisteravond aangekomen? -Ze vroeg naar jullie.
Had haar naar boven gestuurd.
Ze is meteen in slaap gevallen.
Alles goed?
Wat is er gebeurd? -Ja, wat is er gebeurd?
Heb je je moeder gevonden?
Ben je niet bij haar gebleven?
Ik kon daar niet overnachten.
Je kan hier slapen. -Natuurlijk kan dat.
Echt waar? Kan dat? Vinden jullie dat niet erg?
Je vraagt gieren niet of ze honger hebben.
Onzin. -Het is niet wat u denkt.
Laat ze toch. Het is ochtend. -In plaats van dom toekijken,
help me met de lunch.
Het meisje verblijft gratis, als jullie inkopen doen.
Ik heb aardappelen, melk en boter nodig. Ook bloem.
Waar? -Bij Titi. Direct naast Barbès.
Alstublieft.
Die kant op, door de velden is sneller.
Bedankt. -U ook.
Door die poort? Ja, die.
Het moet hier zijn.
Zet die daar maar neer. Ik ga de aardappelen halen.
Pakken jullie ondertussen de melk.
Daar in de schuur. -Oké.
Er is hier geen melk. -Wat doen we? Wachten?
Hij zei dat het hier was. -Waar dan?
Daarachter.
Waar dan?
Ja, natuurlijk...
Is het die kant op? -Geen idee.
Pardon, de weg naar Le Cours, alstublieft.
Die kant op. Na de groenten naar links.
Bedankt...
In Frankrijk zijn er geen oerbossen meer.
Dat houdt in? -Dat alles door de mens is aangeplant.
Al wat je ziet, al het groen, is door de mens geplant.
Inderdaad.
Ik zei dat omdat het moeilijk te definiëren is, wat natuur is.
Dat is zo.
Dames en heren, staat u mij toe de deur te openen?
We hebben niets besproken: hoe gaan we te werk?
Zullen we het systematisch doen? Ieder maakt van een deel...
een lijst met objecten en zet dat in zijn smartphone.
Ik heb een phone, maar die is niet erg smart.
Hierboven ligt schat op schat.
Zo hebben we een extra bed.
En we kunnen een laken ophangen.
Dan heb je wat rust.
Niet slecht.
Goed, is het klaar?
Anatole, kom hier.
Wat is er? -Kom hier.
Wie is dat? -Weet ik niet.
Geloof je echt wat je zei over schilderen?
Wat zei ik dan?
Dat het door de fotografie zal verdwijnen.
Ja, dat denk ik.
Waarom zouden mensen nog willen schilderen?
Kijk naar Anatole, hij weet dat fotografie bestaat,
maar lijkt van plan te blijven schilderen.
Ja, dat is waar.
Ik begrijp niet waarom.
Dit zijn de schetsen die ik in mijn schriftje bijhoud.
Maar hij tekent mooi.
Het is zeker mooi. Wacht...
Kijk hier eens naar.
Dit is een foto die ik gemaakt heb.
Kijk daar alle details. De dakpannen,
de reflecties in het water, de bomen.
Zie je hoe mooi dat is?
Geen schilder kan dat vandaag de dag. Zo nauwkeurig.
Het is toch raar. -Inderdaad.
Ik bedoel: we weten niet hoe mensen dit soort dingen bedenken.
Het principe van fotografie is in feite vrij eenvoudig.
Als je een appel schilt...
en je laat de helft in de zon liggen, wordt die helemaal bruin.
Maar als je de appel in het donker legt, blijft die wit.
Met een foto net zo.
Heel goed. U hebt stijl. Precies wat ik zoek.
We spreken morgenochtend af. Op de proef.
Tot morgen dan. -Tot morgen.
Bedankt.
Anatole?
Mag ik je iets vragen?
Wil je...?
Ik durf het niet te vragen. -Toe maar.
Jij kan toch schrijven?
Ja, zeker.
Ik mis je erg.
Je zei me lang geleden...
dat ik gemaakt ben om te leren schrijven.
Lieve Gaspard, ik denk aan je sinds mijn vertrek.
Ik weet niet of dat waar is, maar...
hier realiseer ik me hoe graag ik wil weten...
hoe dat moet.
Ik heb mijn moeder ontmoet. Ik weet niet hoe verder.
Ik wilde snel terug naar Normandië gaan, maar ik heb het gevoel...
dat er dingen zijn die ik in Parijs moet uitzoeken.
Klaar?
Adèle.
Het is in orde. Ik mag de bakkerij schilderen.
Nee... -Jawel.
Ongelooflijk.
Goed gedaan.
Hij heeft een fresco besteld. Modern, een impressie van de oogst.
Mensen op het land, heel realistisch.
Hij sprak over een mij onbekende techniek.
Dat leer je wel. -Dan kan je je maaltijden betalen.
Zo zie ik de kunstenaars graag. -Goed gedaan. Ik ben blij voor je.
Adèle.
Ja?
Ik moet mijn schriftje pakken. Mag het gordijn open?
Niet lang.
Wat is er? -Niets.
Waarom kijk je zo naar me?
Er is niets.
Het is voor mijn werk. -O ja?
Ik moet een meisje tekenen, maar ik heb zelden een naakt getekend.
Een naakt? Wat is dat?
Als je leert tekenen, poseren mensen naakt zodat je leert om een lichaam te maken.
Is dat zo?
Dus jij hebt dat gedaan?
Dat moet als je leert tekenen. Maar ik heb het niet veel gedaan.
Zijn er meisjes die dat vrijwillig doen?
Er zijn veel meisjes die dat doen.
Ja, ja...
Wat is er?
Ik zie je glimmen.
Hoezo?
Ik weet waar dit heen gaat.
Waarheen dan?
Je wil het aan mij vragen, hè?
Ja, ik vroeg me af of je misschien voor mij wil poseren.
Ik naakt voor jou?
Het is handig, omdat we in dezelfde kamer wonen.
Wil je dat doen?
Als ik het doe,
moet je me leren lezen en schrijven. -Goed.
Alles goed?
Wat doen jullie?
Wat doen jullie?
We zijn net wakker.
Fotograaf?
Alsjeblieft. -Bedankt.
Waar zijn die andere twee?
Ik begrijp het niet, ze zeiden dat ze naar beneden gingen.
Dit is een Lancaster-Hanson instantograaf.
Het is erg praktisch. Je kan 'm makkelijk meenemen.
Weet je hoe hij werkt?
Ik werk er al lang mee.
Te gek.
Als jullie op de foto willen, dan...
dan kan dat. -Maar ja...
Trek je beste jurk aan en kies...
een mooie achtergrond. -Rose heeft mooie jurken.
Waarom zeg je dat?
Geen idee. -Als je iets krijgt om te wassen...
Niet doen, Violet.
Wat is er? -Niets.
Vertel op. -Er valt niets te vertellen.
Als ze een jurk krijgt om te reinigen die ze leuk vindt, trekt ze 'm 's avonds aan.
Niet waar. -O, hij ligt er niet.
Dat heb ik nooit gedaan.
Steel je jurken van klanten? -Nee.
Het is één of twee keer gebeurd.
Ik ben echt geen dief.
Ik ben heel goed... Het is waar. -Dat is zo.
Soms leen ik een jurk.
Ik let goed op. -Geef je ze terug?
Natuurlijk, ik was ze zelfs daarna.
Zeg maar wanneer jullie het willen doen.
Buig je knie een beetje.
Iets meer op je tenen.
Goed zo, draai iets naar het raam.
Je rechterhand iets hoger. Kin omhoog.
Heel goed. Niet bewegen.
Kijk me niet zo aan.
Ik moet naar je kijken als ik je teken.
Ja? -Nee...
Wat? -Wat is er?
Ik heb een schat gevonden. -O ja?
Een schat?
Is dat het? -Ja.
Kijk. -Is dat de schat?
Het zit vol documenten, foto's, brieven.
Maandag 13 mei 1895.
Lieve Adèle,
Het is meer dan een maand geleden dat...
je bent vertrokken.
Ik wil je zien.
Ik wil je veel vertellen, maar wacht op je.
Om alles te vertellen wat ik wil.
Maar dat vertel ik je als we samen zijn, als je terug bent.
Ik begrijp er niets van.
Wat wil je tegen haar zeggen?
Dat ik wil...
Wil dat... -Dat Marguerite bevallen is.
Zie je wel. Dat zal haar blij maken.
Ik wil ook zeggen dat Marguerite bevallen is en het kalf het goed maakt.
We hebben 'm Minot genoemd omdat jij van katten houdt.
Hopelijk heb je weinig zorgen in Parijs.
En dat...
je het net zo goed doet als Minot. -Net zo goed als Minot.
De tijd gaat traag zonder jou.
Dat is mooi. -Ja...
We wachten allemaal vol ongeduld.
Tot snel, Gaspard.
Tot snel, Gaspard.
Bedankt.
Dat is goed nieuws.
Wat schreven ze raar in die tijd. Afstandelijk, bescheiden, bijna onhandig.
Heel simpel. -De woordenschat was niet erg uitgebreid.
Maar wacht, was ze toen in Parijs?
Zo is het. -Ze was een maand geleden vertrokken.
Als ze al een maand weg was, dan zijn er zeker...
Zoek naar andere brieven.
Ik ben heel blij dat je teruggekomen bent.
Ik wist niet waar je was. Ik was bang je nooit meer te zien.
Dat is niet echt anders dan voorheen.
Jawel, dat is heel anders.
Nee, hoor.
Voor mij wel.
Echt heel anders.
Je geeft mij de schuld.
Inderdaad.
Natuurlijk geef ik jou de schuld.
Als ik kinderen heb, zou ik hen nooit...
opgeven en in de steek laten. -Ik heb je niet opgegeven.
Ik snap het.
Je bedoelt dat je geld hebt gestuurd?
Dat was mijn manier om je niet op te geven en aan je te denken.
Zo denk je niet aan mij.
Zo denk je niet echt aan mij.
Wat is er?
Dit is beter, hè?
Zo ben je meer een Parisienne.
Ik kon niet overweg met mijn moeder.
Maar ze was duidelijk aardig voor jou. En dat is goed.
Ze kon niet uitstaan wie ik was.
Toen je geboren werd, wilde zij niet dat ik model bleef.
Ze wilde je houden.
Me laten inzien dat ik van baan moest veranderen als ik je wilde zien.
Ze dacht dat alle modellen hoeren waren.
Maar dat is niet altijd zo.
En niet alle modellen worden wat ik geworden ben.
Ik vond het echt leuk.
Model zijn.
Kunstenaars ontmoeten.
Die reden is niet goed genoeg.
Je had kunnen proberen me weer te zien.
Ik weet dat je me gemist hebt.
Vergeef me.
Het is moeilijk uit te leggen, maar het was niet makkelijk.
Ik kon het mijn moeder niet uitleggen.
Heeft ze goed voor je gezorgd?
Hoe gaat het met haar?
Ze is net overleden.
Doe dat iets met je?
Dit lijkt wel een politieonderzoek.
Ja, vind ik ook.
Wel raar om in het leven van die mensen te spitten.
Die mensen zijn wel onze familie.
Ik heb het gevoel dat wij door dingen van hen te ontdekken...
ook iets van onszelf ontdekken.
Grappig, je zegt hetzelfde als mijn vader.
Hij belde me nooit, maar nu steeds. Waar we zijn, wat van de familie weten.
Gaat het wel?
Mijn leven is gewoon een beetje...
Kunnen wij iets doen?
Ik denk het niet.
Ik ga wel.
Nee, ik geloof...
dat liefde vandaag de dag opnieuw moet worden uitgevonden.
Ik heb deze uitspraak ergens gelezen, ik weet niet waar. Ik geloof in de trein.
Liefde is het leven opnieuw uitvinden.
En liefde opnieuw uitvinden...
is deze heruitvinding opnieuw uitvinden.
Een prachtige uitspraak.
Voor mij is de man-vrouwrelatie...
niet meer op dezelfde manier mogelijk.
U mag hier niet zijn, meneer.
Val dood, mevrouw. Niet te geloven, u denkt natuurlijk dat er iets gaande is.
Goed, hoor. Fijne dag.
Maar die communicatie... Ze heeft geen... Pardon...
Sorry, laat mij maar. -Het is het niet waard.
Mevrouw?
Geef hier. Ik schakel 'm uit.
In beslag genomen. Ik schakel dit mobieltje uit.
Je gaat je direct beter voelen. -Je hebt gelijk.
Sorry dat ik de sfeer verpest.
We zijn familie, toch?
Wees gerust, we hebben allemaal onze probleempjes.
Het komt door mijn man.
Ik dacht dat hij mijn man zou worden.
Maar ik viel weer op iemand die niet genoeg wilde om zich te binden.
Einde verhaal.
Als ik mag, één verloren... -...tien gevonden. Absoluut.
En bovendien, iemand als jij...
Je moet niet te veel treuren...
Zoek je liefde, ga naar Italië.
De "e" is iets platter, met zo'n lus is het een "l".
We hebben er één gevonden. -Dit moet de goede maat zijn.
Maar wees erg voorzichtig.
Mijn baas vermoordt me. -Dat beloof ik.
Ik ben altijd voorzichtig. -Hij is erg mooi.
Ben je er klaar voor?
Laat me u voorstellen: Anatole en Adèle.
Aangenaam...
Theoprastan, aangenaam.
Zo jongelui, bevalt het? -Waanzinnig.
Het landschap op de muur is erg mooi. -Ga zitten...
In Parijs vind je niets moderners. Iedereen is er.
Wanneer kunnen we uw werken zien? -Binnenkort in Montmartre.
Het is Sarah Bernhard.
Geef ze iets. Een zinnetje, één maar. Voor Parijs.
Zon.
Ik kom je voor het laatst zien.
Léopard, hoe gaat het? -Nog altijd een neus voor het goede adres.
Dat geldt ook voor jou.
Dit is mijn neef, Lucien. Ik vertelde net over jou.
Hij wil fotograaf worden. -Goedenavond.
Aangenaam, jongeman. Goede keus, kom me eens opzoeken.
De neven van mijn vrienden zijn bijna mijn neven.
U bent overal. -Dat kan ik ook van u zeggen.
Ja, ik kom eraan.
Dat is Félix, een vriend. En een groot fotograaf.
Ik weet niet of ik kan blijven.
Parijs is erg duur.
Zo te zien hebt u daar geen probleem mee.
Deze jurk is niet van mij.
Ik heb 'm van een vriendin geleend. -En kijk hoe mooi u bent.
Er zijn veel manieren om makkelijk geld te verdienen.
Wat bedoelt u? -Mensen zullen u...
moeiteloos prachtige jurken als deze willen geven.
Ik was net 20 toen je geboren werd.
Ik was nog model. Een rijke man zou voor ons zorgen.
Dat deed hij, maar slechts een paar maanden.
Toen wilde hij dat ik je aan mama gaf.
Hij heeft me nog een paar jaar onderhouden.
En daarna de deur gewezen.
Toen wilde ik je weer zien.
Maar mama wilde dat niet.
Ik moest dus kiezen.
Ik koos ervoor om niet naar Normandië terug te gaan.
Ik wilde leven. Vrij zijn.
En zeker niet naar mama luisteren.
En wie is mijn vader?
Ik had toen twee geliefden. Een schilder en een fotograaf.
De fotograaf was al heel bekend.
De schilder was niet bekend, maar hij had iets...
bijzonders.
Ik vond hem leuk.
Ik voelde dat hij talent had.
Wie was die fotograaf?
Félix Nadar.
Ken je hem? -Natuurlijk.
Dat is die man in het restaurant.
Hij vroeg of ik langskwam. -Hem?
Ik weet niet of ik hem weer durf te zien.
Je moet weten of hij je vader is.
Wilt u glimlachen, alstublieft?
Ja, ja, ja. Zo.
Opgelet, niet meer bewegen.
Niet bewegen.
Niet bewegen.
Niet bewegen.
Dat was het.
Klaar. U mag weer bewegen.
Help haar, Timothy. -Mevrouw?
Dank u. -Graag gedaan.
Dank u, M. Nadar. -Graag gedaan.
Het is snel klaar, over twee weken. -Ik kan niet wachten.
Tegenwoordig zijn familiefoto's saai.
Mensen poseren allemaal op dezelfde manier.
Logisch, het maakt niet meer uit. We maken constant foto's, er zijn selfies.
Voor één foto maak je er vijf. -Weet je wat ik gelezen heb?
We maken nu in twee minuten meer foto's dan in de hele 19e eeuw.
Iedere twee minuten?
Tegenwoordig is iedereen fotograaf. Iedereen kan mooie foto's maken.
Met een camera ben je nog geen goede fotograaf.
Wil je laten zien welk soort foto's je maakt?
Ik zal mijn insta laten zien. Er staat niet wat ik echt leuk vind.
Dat is niets.
Hier, dat vind ik leuk.
Dat begrijp ik.
Ja, die is goed.
Ik kan niet zeggen wat ik er goed aan vind...
Maar het heeft wat.
In Le Havre heb ik voor Firmin Kezer en Gustave Le Gray gewerkt.
Ik ken het werk van Gustave goed.
Heb je al met droge collodionplaten gewerkt?
Ik heb vooral met vochtige collodionplaten gewerkt.
Pardon, maar ik heb het gevoel dat ik u ken.
Heb ik u al eens gefotografeerd? -Dat was waarschijnlijk mijn moeder.
Ze vertelde me dat ze u goed kende. -En hoe heet ze?
Odette, natuurlijk.
Die heb ik goed gekend.
Tsja, het waren de jaren 70. Iedereen deed toen nogal raar.
Ik zal zien of ik iets kan vinden.
Die ken ik.
En u?
Mag ik u fotograferen?
Heel goed.
We gaan scherp stellen.
Niet bewegen.
Ze zijn gefotografeerd door Nadar. -Onvoorstelbaar.
Wat waren ze mooi.
Seb en ik denken dat zij de moeder van haar was.
Ongelooflijk. Misschien.
Zij ziet er jonger uit.
Deze foto's zijn echt mysterieus.
Je vraagt je af hoe hun leven was.
Dat doet me...
Daardoor dwaal ik erg af.
Heel ver.
Stel je toch eens voor, ik ga misschien voor Félix Nadar werken.
En? Denk je dat hij je vader is?
Ik weet het niet. Ik voelde in ieder geval niets bijzonders.
Ik kan me niet voorstellen dat hij het is.
Ik heb M. Nadar ontmoet.
En? -Hij herinnerde zich jou heel goed.
Maar ik weet het niet.
Ik voelde niets en hij ook niet, geloof ik.
En de schilder?
Wie was de schilder?
Dat is Calixte.
Hallo...
Hallo...
Hallo, ik ben Calixte, aangenaam.
En dit is Dounia.
We zaten samen op Ecole du Louvre. Zij is dé specialist van impressionisme.
Dit is Abdelkrim, mijn hoogleraar op de universiteit.
Maar dat niet alleen.
Mijn familie: Céline, -Aangenaam.
...Guy en Seb. -Aangenaam...
Hallo, aangenaam...
Willen jullie mij volgen?
Dit is een prachtige verzameling Jeanne Boudin.
Een voorloper. -Kijk, wat mooi.
Voor het schilderen deed ze wat moest...
Sinds de uitvinding van metalen tubes... -Hé, Abdel.
Wat is er? -Moet je ons niet iets vertellen?
Er valt niets te vertellen.
Kom op... -Ze was een heel goede studente.
Ik twijfelde door de foto, maar het is duidelijk...
van een impressionist. -Het is inderdaad opvallend.
Het is niet van een amateur. Zeker uit de tijd van het impressionisme.
Dit hing ook in het huis.
Weet u wat het zou kunnen zijn?
Het canvas lijkt uit dezelfde tijd.
Aan de andere kant is de stijl veel moderner.
Of het is gewoon een schets van iets. Moeilijk te zeggen.
Ik kan voor u verdere analyses uitvoeren.
Met röntgen en microfluorescentie krijgen we meer tastbare gegevens.
Nu we toch hier zijn,
moet ik jullie een mythische plek in de kunstgeschiedenis laten zien.
Hier dus, op de Southamptonkade, destijds de Grand Quai,
stond hotel de l'Amirauté,
ongeveer daar. In dat hotel schilderde Monet wat wordt beschouwd als...
het eerste impressionistische schilderij,
Impression soleil levant.
Kijk.
Door dit werk en door onbegrip...
bedacht de kunstcriticus uit die tijd, Louis Leroy, de naam impressionisme.
Het is wel een beetje veranderd, hè? Met die...
Ik weet niet hoe, maar ik wil jullie al lang iets zeggen.
Ik heb een beetje Ayahuasca bij me. -Wat is dat?
Weten jullie niet wat dat is?
Jawel. -Ik weet het niet.
Ik weet niet of jullie erin geloven, maar ik wel.
Het is een plant van de sjamanen waardoor je met je voorouders kan communiceren.
Het zou te gek zijn als dat kon.
Heel leuk hoor, maar ik geloof niet in de sjamanistische riten.
Ayahuasca werkt ook als je het niet gelooft.
Klopt. Ik wil het wel proberen. -Maar is het niet erg gevaarlijk?
Zoals elke mystieke ervaring gevaarlijk is.
We weten niet waar we heen gaan, of we terugkomen. Het is een ervaring.
Genoeg, bedankt.
Vooralsnog voel ik niets.
Bij mij gaat 't ook.
Heel vreemd. Alsof het door een kind geschilderd is.
Of een schilderij dat nog niet af is. -Verschrikkelijk.
Misschien kunnen uw ogen het nog niet begrijpen?
Het kan een nieuwe manier van kijken zijn.
Opgelet, bent u er klaar voor? -Dat is Félix Tadar.
Niet meer bewegen. -Berthe Morisot.
Pissaro, Degas, Sisley, Cézanne, Renoir.
Niet bewegen. -Claude Monet.
Niet bewegen.
Ze maken een foto.
Zo, u mag weer bewegen. Heel goed.
Bent u Adèle? -Nee, ik ben Odette.
Adèle is mijn dochter.
Odette? Wat doe je hier?
Ik was benieuwd naar je schilderijen.
Ik wilde haar ook aan jou laten zien.
Kom, volg mij.
Wat probeert dit canvas te zeggen? -Dat is de vraag.
Dat is Impression soleil levant. Het eerste impressionistische schilderij.
Impressionistisch?
Mooi woord.
Doe het iets met je?
Natuurlijk.
Ik ben de bloem van de muren, het enige goede van april.
Je hoeft alleen maar weg te gaan zodat er niets overblijft.
Schitterend... Ik ben een groot fan.
En u bent? -Ik ben een bewonderaar, pardon.
Mag ik u om uw adres vragen?
Ik zou u graag een bundel willen sturen.
Een bundel, graag.
Ken je die nog? -Ja, die weet ik nog.
Heb je het bewaard?
Natuurlijk.
Wat voor jou zo belangrijk leek, is belangrijk voor mij geworden.
Hoe heet ze?
Wil je Victor Hugo ontmoeten?
Nee, toch? -Jawel, Victor Hugo, kijk.
Kom met me mee, kom.
Raak me niet aan.
Je moet je schilderijen wel afmaken voordat je ze ophangt.
Wie neem je in de maling? Wat bazel je nou?
Rustig, Calixte. -Lul.
Weet u wie ik ben?
Kan me niet schelen.
Dat is de koning...
Gaat het?
Gaat het? -Seb...?
Wij zijn het.
Gaat het?
Gaat het? -Ja, dat was raar.
Werkte het bij jou?
Bij mij niet.
Bij mij super goed. Je werd verleid door Victor Hugo.
Dat verandert mijn plannen.
Het werkte in elk geval voor één iemand.
Ik was super ver weg.
Gaat het? -Waar is Calixte?
Blijkbaar ben ik niet de enige.
Kom hier.
Gaat het met Calixte? -Ze huilt nog steeds, maar het gaat.
Ze is kapot van 26 uur slapen.
Ze roept steeds dat ze de koning geslagen heeft.
De koning? -Ik begreep niet alles.
Maar het komt wel goed.
Dat spul is krachtig.
Gaat het, Seb?
Ik denk dat zij Odette is.
Zij is de moeder van Adèle.
Het is dus andersom.
Gaat het?
Ja, alles is prima.
Ik verloor mijn ouders toen ik vijf was. Ze stierven bij een auto-ongeluk.
Mijn grootouders hebben me opgevoed.
Ik heb meer met mijn opa.
Voor hem is het erg belangrijk dat ik mee deed.
Terwijl ik er eerlijk gezegd niets mee te maken wilde hebben.
Maar door deze mensen en jullie...
heb ik het gevoel mijn familie te ontdekken.
Een echte familie.
Normaal ben ik voorzichtig met zo'n ontdekking.
Ik wil maximale zekerheid.
Dus vergeef me mijn gebrek aan enthousiasme.
Maar goed, ik heb de resultaten van de eerste analyses.
Ik kan u mededelen dat uw schilderij een schilderij van Claude Monet is.
Van Claude Monet?
Voor u extatisch wordt: het moet nog worden bevestigd...
door andere experts.
Maar als de informatie wordt bevestigd,
is dit een schilderij van onschatbare waarde.
Als u zegt: van onschatbare waarde,
aan welk bedrag denkt u dan ongeveer?
Dan bedoel ik dat een schatting moeilijk is.
Maar een indicatie?
Dat wil ik weten. -Alstublieft, nee.
Met de foto's van Nadar die u liet zien, roept dat veel vragen op...
over het leven van je voorouders. Het is erg schokkend.
Plus dat uit de analyses blijkt dat het schilderij uit 1870 komt,
maar dit stuk canvas uit 1890.
Wat schilder je?
De geboorte van een nieuwe dag.
De zon is niet rood.
Niet meer, maar dat was hij wel.
Bij de opkomst, slechts een moment...
dat hij dat was, niet lang geleden.
Het is raar hoe ze reflecteren als je kijkt.
Het lijkt op een dans. Alsof ze zo doen...
Hoe zei je dat ze deden?
Dat werkt behoorlijk goed.
Zo is het goed.
Het is v-e-a-u.
Aha... -Ze komt er wel.
Wie is dat? -Hallo.
En? Alles goed?
Dit is mijn moeder.
Dag, mevrouw. -Dag, jongens.
Lucien en Anatole.
Mag ik gaan zitten? -Zullen we een beetje naar achter gaan.
Ik wilde je iets geven voor je weggaat.
Wat is dat?
Van de schilder over wie ik je vertelde.
Ik wil graag dat jij het hebt. Voor mij is het verbonden aan je geboorte.
Je verkiest de snorremans.
Niet dan? -Jawel, maar ik...
weet het niet. Volgens mij doet hij aardig vanwege mijn uiterlijk.
Nou en?
Dat is niet zijn schuld. Mooi zijn is geen ziekte.
Nee, maar... Ik weet het niet.
Ik wil niet alleen maar mooi zijn.
Vind je hem leuk?
Ja, ik vind hem leuk, maar...
Maar wat?
Ik weet niet of het goed is...
Wat denk je? Geloof je...
Ik ben niet de juiste persoon voor advies.
Jawel, zeg wat je denkt.
Pak wat je pakken kan. Wees ondeugend.
Misschien heb je daarna spijt.
Beter spijt van iets dat je gedaan hebt, dan van wat je niet gedaan hebt.
Heb je spijt dat je mij gemaakt hebt?
Juist niet.
Helemaal geen spijt.
Kijk naar de lens.
En niet bewegen.
Daar gaat ie.
Niet bewegen.
Niet bewegen.
Klaar, je mag bewegen.
Dit is de eerste keer dat ik op de foto ga.
Ik vind het vreemd.
Prachtig...
Bijna een foto. -Maar in kleur.
Kom kijken. -Is het verlicht?
Brandt het niet?
Te gek.
Wat mooi.
Wat mooi.
Niet te geloven.
Voor je het weet zijn op een dag alle straten van Parijs zo verlicht.
Met elektriciteit.
Je moet niet dromen.
Je moet wel dromen.
Kijk die weg. -Waar?
Welke weg is dat? -Het is de Weg van de Toekomst.
Je hebt gelijk.
Morgen ga ik daarheen.
Avenue de L'Opéra. -O ja? Waarom?
M. Nadar laat ons daar een cinematograaf zien.
Wat is dat?
Ik heb het niet zo goed begrepen, maar zoiets als bewegende foto's.
Wat moeten we daarmee?
Zullen we gaan?
En?
Het is gericht aan Adèle Meunier.
En ondertekend door een zekere Anatole. -Eén van haar geliefden.
12 april 1916.
Lieve Adèle, ik denk ook vaak aan jou.
Fijn dat je nu kunt lezen en schrijven. En mijn lessen niet nutteloos waren.
Ik had de indruk dat ik een slechte leraar was.
Wetende dat je lerares bent geworden, vervult me met vreugde.
Ik ben net opgeroepen voor Verdun. Geen idee wat ik daar moet.
Ik hoop dat ik tijd heb om te tekenen.
Hou je haaks. Ik hoop tot heel snel.
Ik hoop tot heel snel.
Ik ben zo terug.
Laat eens kijken.
Bedankt.
Hoe zal de familie reageren dat we een Monet geërfd hebben?
Het is tenslotte goed nieuws.
Ik probeer iedereen te overtuigen.
Monet is van iedereen, niet alleen van onze familie.
Veel succes dan maar. -Waarom zeg je dat?
Denk je dat mensen niet willen omdat ze in het geld geïnteresseerd zijn?
Ik denk van niet.
Ik hoop dat we elkaar snel weer zien.
Dat hoop ik ook.
Als jullie vrijdag kunnen, er is een feestje voor mijn pensioen.
Ga je met pensioen? -Waar is het?
Op mijn universiteit. -Geweldig, ik kan vrijdag.
Ik kan komen filmen, als je wilt. -Filmen?
Ik weet niet of het interessant is. -Als herinnering.
Heel graag. Dan zien we elkaar vrijdag.
Tot vrijdag. -Leuk.
Heb je haast?
Ik heb een redelijk drukke dag, maar...
En wat ga jij doen? -Niets.
Helemaal niets? -Niets.
Zullen we een kop koffie drinken?
Zal ik je helpen?
Ik ken een cafeetje, daar. Het is niet slecht.
Of er niet veel te filmen viel?
Dit had ik niet verwacht.
Dat is nou onze familie.
We hebben de puzzel gelegd van wat we gemeen hebben.
De vraag die vandaag voorligt, is: wat gaan we met dit schilderij doen.
Wij vieren dachten: doneren aan de overheid.
Ben je gek? Onze Monet aan de overheid geven? Weet je hoeveel een Monet waard is?
Weet je wat een Marguerite kost? Cadeautjes geven we met kerst.
Het is van onschatbare waarde.
De overheid rekent constant. Ze pakken alles van ons af.
Familie is een zegen. Kijk nou toch eens.
Opa, ik wilde je...
bedanken.
Maar waarom? -Bedanken omdat...
dit alles me goed gedaan heeft.
Ik weet nu beter wat ik wil doen. -Nog beter.
Waardoor komt dat?
Omdat ik altijd vooruit keek en terug te kijken je goed doet.
Pardon, ik ben op zoek naar M. Monet.
Ik zal hem waarschuwen. Kom maar binnen.
Kom maar.
Goedendag.
Wilde je me spreken?
Heeft Odette je dit gegeven?
Ja, meneer.
Ik wist zeker dat ik je ooit weer zou zien.
Het leven gaat snel. Ik schilder.
En toen heb ik...
deze tuin gemaakt om te kunnen schilderen.
Ik heb veel gereisd. Ik heb mensen, steden, landschappen geschilderd,
maar nu wil ik hier blijven, thuis, in mijn tuin.
Reizen doe ik nu hier.
Heb jij gereisd?
Alleen naar Parijs.
En wat heeft dat je gebracht?
Ik heb mijn moeder ontmoet.
En ik heb geleerd te schrijven. Althans, begonnen met.
En ik heb ook mensen ontmoet.
Dat is niet slecht.
Ik zou hiermee iets willen doen.
Ik weet nog niet wat.
Wil je bij mij blijven logeren?
Een paar dagen?
Ja.
Ik zou graag je portret schilderen.
Mag ik u een vraag stellen?
Hield u van mijn moeder?
Ja.
Maar u wilde niet bij haar blijven?
Ben je ooit verliefd geweest?
Ja.
En heb je nooit naar een ander verlangd?
Jawel.
Ga weer in de houding zitten.
Waarom moest ik hier komen?
Ben je teruggekomen?
Ja.
Vertaling: slootje
DELEN VAN DEZE FILM OVER BEKENDE PERSONEN ZIJN AANGEPAST OF VERZONNEN
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.