Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
María.
María.
María.
Het is bijna zes uur. Ik moet vertrekken.
Heb je al veel vriendinnen gehad?
Een paar.
Veel.
Wat maakt dat uit?
En jij?
Nee, een paar.
Je had je gezicht moeten zien.
Hallo, Rosa.
Wie is dat? - Ramon, of Ramiro. Ik weet het niet.
Hallo, Rosa. Hoe gaat het?
Waarom was je niet op het feestje? - Ik kon niet, ik moest werken.
Hoeveel kost deze?
Als mijn bazen er niet zijn, zet ik muziek op.
Dan klinkt de muziek door het hele huis.
Gaan ze vaak weg? - Nee, niet zo.
Soms, maar het huis is zo groot dat ik meestal alleen ben.
Behandelen ze je goed? - Ja, ik mag niet klagen.
Iedereen heeft zijn tekortkomingen.
Ken je hen?
Ik haat hen, ze roepen me altijd na. - Wat roepen ze dan?
Het was een heel speciale dag.
Goedenavond, mevrouw. - Goedenavond, Rosa.
Wie is die jongen?
José María.
Je bent hier om te werken. Je bent hier niet in je eigen land.
Wie is daar? - Ik ben het, kom je naar buiten?
Nee, kom jij maar binnen.
Mag ik binnen?
Fijn dat ik binnen mocht komen.
Hoe laat komen ze terug?
Overmorgen, ze zijn op reis.
Wat een grote keuken.
De keuken is groter dan mijn kamer.
Daar zijn we met zes en er is geen plaats meer over.
Hier is plaats te veel. Er zijn kamers die niemand gebruikt.
Daar is mijn kamer ook.
Boven slapen mijn bazen.
Er zijn drie verdiepingen, een zolder en zelfs een speelkamer.
Wat is hier? Kom, we gaan kijken.
Liever niet, dat zullen ze niet leuk vinden.
We gaan op verkenning.
We zullen niets breken. Kom.
We moeten voorzichtig zijn, als ze dit te weten komen...
Vind je het een goede cd? - Een heel goede.
Wil je iets eten? Het is bijna klaar.
Je bent het mooiste wat me ooit is overkomen.
José María, er zijn mensen geweest.
Je hebt een van de buren geslagen. Klopt dat?
Ja.
Ja, wat?
Ja, ik heb hem geslagen.
En je geeft het nog toe ook.
Hij had mijn vriendin beledigd. - Die meid die met iedereen in bed duikt?
Wat heb je toch? Zie je niet dat je hier niets waard bent?
Of wil je dat ik de politie bel?
Wat zei je over mijn vriendin?
Nu ben je zelfs niet meer beleefd. Vechten en geen respect tonen.
Je bent hier niet in jouw dorp.
Wegwezen hier. Ik wil je niet meer zien, je bent ontslagen.
Dat zou ik wel willen.
Samen naar zee gaan lijkt me leuk.
Ik ga mijn werk in de bouw opgeven.
Waarom?
Ik ben hier niet gekomen om hetzelfde behandeld te worden.
Maar heb je al ander werk?
Nee, nog niet.
Dus?
Wat is er, María?
Laat je werk niet zomaar vallen. Het is voor iedereen moeilijk.
Ik heb ook moeilijke momenten gehad.
Wat is er?
Laat mij maar opendoen.
Je kan er niets van, geef me de sleutel.
Ze zijn terug.
Weet je wel wat voor figuur we geslagen hebben?
Verdorie. Zie je nu wel, met dat geroep is de sleutel gebroken.
Rosa.
Waar blijft dat meisje? Ik ga achterom.
Ze zouden pas morgen terugkomen. - Rustig blijven.
Ik ga weg via de achterzijde.
Tot snel.
Rosa.
Rosa. - Ik kom al.
Waar bleef je zo lang?
Sorry dokter, ik was in slaap gevallen voor de tv.
Sjongejonge. En die borden dan?
We zijn drie dagen weg en je wacht tot het laatste moment.
Straks komt er ongedierte op af. - Ik ruim het direct op, dokter.
Oké. Heeft er iemand gebeld? - Nee, er is niets gebeurd.
Goedenavond, mevrouw. Hoe was het in Engeland?
Ik weet het niet, we zijn enkel in Londen geweest.
Sorry, ik was in slaap gevallen. Wat is er gebeurd?
Mijn man was onuitstaanbaar, hij heeft ruzie met onze schoonzoon.
Niet te geloven hoe makkelijk ze hun huwelijk beëindigen. En jij steunt hen.
Ze durven opnieuw gelukkig te zijn Wat denk jij, Rosa?
Gaat mevrouw Marimar scheiden?
Jij vertelt ook alles. Vind jij dat niet erg?
Het maakt me niets uit, als het mevrouw maar gelukkig maakt.
Ik ga slapen. Slaap je in onze kamer?
Ik weet het niet. Ik zal wel zien.
Is alles goed hier? - Ja, hoor. Ik ging de hond eten geven.
Sorry voor het gedrag van mijn man. Je weet hoe hij is.
Maakt u zich maar geen zorgen.
Wil je thee voor ons zetten, alsjeblieft?
Ik zal de uwe apart maken. - Ja, dank je wel.
Het komt er zo aan.
We werken van hier tot aan dat punt. Dan maken we die lijn tot daarachter.
Tot aan het einde daar. - Perfect. Heel goed.
Oké, tot morgen.
Wat doe jij hier?
Heb je me niet begrepen? Ik wil je hier niet meer zien.
Hallo. Heeft u José María gezien? - Nee, hij is niet komen opdagen.
Is hij niet gekomen? - Nee, hij wordt gezocht.
Draai de kraan maar dicht.
Ik zie hem bijna nooit. Bent u familie van hem?
Ik ben naar hem op zoek, ik krijg nog geld van hem.
Doe open, alsjeblieft.
Dit is zijn bed. Zeg hem maar dat zijn bed weer te huur is.
Dit is niet de eerste keer dat uw vriend iemand iets aandoet. Hij is gevaarlijk.
Rosa, waar woont hij? Wat is zijn telefoonnummer?
Ik weet ook niet waar hij is. Hij deelt een kamer met andere migranten.
Maar daar weten ze niets van hem. Hij heeft geen gsm, hij is pas net hier.
Hij zou zoiets nooit doen.
Weet je wat het betekent om te liegen tegen de politie?
We willen jouw papieren zien. Ik hoop dat alles in orde is.
Wij zouden nooit een illegale migrant aannemen.
Wanneer heb je hem voor het laatst gezien?
Ik weet het niet meer. - Weet je dat niet?
Eergisteren. 's Avonds.
Je hebt hem toch niet mee hierheen genomen? Een moordenaar.
Mevrouw, dat zou ik nooit doen. Ik ben even met hem weggeweest.
Vroeg of laat neem hij contact met u op.
Ik ken hem amper.
Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik ben heel teleurgesteld.
Vind je dat ze weg moet?
Praat niet over haar alsof ze onzichtbaar is, Edmundo.
Wij moeten haar niet straffen voor iets wat haar vriend gedaan heeft.
Ik ben alleen bang dat hij terugkomt. - Nee, hij gaat vast terug naar z'n land.
Rosa, weet je dat mijn moeder het huis wil verkopen?
Maar papa wil er niet over praten.
Eigenlijk is het huis van haar, of van mijn overgrootvader.
Het zal niet makkelijk zijn om zo'n huis te verkopen.
Het is sowieso absurd. De economie staat op instorten. Dat is een feit.
Ik zou zeggen dat een huis de enige zekerheid is die we hebben.
Als ik mijn vader was. Want ik kan het geld wel gebruiken.
Hoewel, hij ook. Met alles wat er gebeurd is.
Wil je een borrel?
Nee, bedankt.
Waarom niet? - Ik ben aan het werk.
Maar je bent hier met mij. Mijn ouders zullen niets zeggen.
Wil je iets te gaan drinken als je vrij bent?
Zou je nee zeggen?
Is er nog iemand hier?
Wat raar.
Is daar iemand?
Je hebt geen antwoord gegeven. - Waarop?
Zou je nee zeggen?
Meneer Álvaro, alstublieft. Ik heb een vriend.
Ik heb ook een vriendin, of ik had er één. Ik herinner het me niet.
Rosa?
Goedenavond, mevrouw. - Goedenavond, Rosa.
Is er iets, meisje? - Nee. Ik heb boodschappen gedaan.
Mevrouw Marimar heeft gebeld. Ze zou vanavond terugbellen.
Hallo, mama. - Jongen. Ik wist niet dat je hier was.
Waar is je auto? - Verkocht.
Echt? En wat ga je nu doen? - Lopen, net als de andere stervelingen.
Wil je dat ik je wat geld leen? - Mama.
Je vader zal je niet meer helpen. - Dat zou ik hem ook niet vragen.
Hier, heb je al gegeten? - Ja.
Rosa, wil je thee voor me zetten? Hier wordt niet meer gedronken.
Nooit meer of alleen als ik er ben?
Rosa.
Rosa, voor mij hetzelfde.
Meisje, is deze cd van jou? - Ja, mevrouw.
Ik hou van dit liedje. Is het erg als we hem nog eens luisteren?
Nee, mevrouw. Het spijt me dat ik de cd-speler gebruikt heb.
Dat is niet erg, meisje.
Ja? Ik roep haar even.
Rosa, het is voor jou. - Ik neem op in de keuken, mevrouw.
Ik ga weer, mama. Ik moet weg. - Maar jongen, je bent er net.
Ik heb mijn kleren aan Rosa gegeven om te wassen.
Wil je dat ik je ergens heen breng? - Nee, dat is niet nodig, mama.
Heb je gepraat met Marimar? - Nee, waarom?
Gaat ze eindelijk scheiden?
Met de familie Torres?
Is Rosa er?
Familie Torres.
Hallo?
María?
We gaan vertrekken.
Ik kom eraan, ik haal snel mijn spullen.
Heb je het aan je ouders verteld? - Nee, dat ben ik ook niet van plan.
Laat je leven niet ruïneren, Rosa Wees niet dom.
Je bent nog op tijd.
Wat zullen je bazen zeggen als ze het te weten komen?
Wat wil je doen? Naar Colombia gaan, het kind achterlaten en terugkomen?
Of is er een optie die ik niet zie? Je kan moeilijk werken met je kind hier.
Heb je dat spaargeld nog?
Je hebt geen keuze. Je bent vrij donderdag.
Ik zal met je meegaan en dan is het allemaal opgelost.
Familie Torres.
Hallo?
Rosa? - Ja, met wie spreek ik? Ik hoor u niet.
Ik ben het. - Wie?
José María.
María? - Ja, Rosa, ik ben het.
Hoe is het met je, mijn Rosa?
Ik wil me verontschuldigen dat ik zomaar verdwenen ben...
en dat ik je niet eerder gebeld heb.
Ik wilde bellen, maar ik wist niet hoe. - Is het waar wat ze zeggen?
Wat zeggen ze?
Dat je iemand hebt vermoord.
Ja, dat is waar...
maar het was een ongeluk.
Waarom heb je me dat niet verteld?
Ik weet het niet.
Dacht je dat ik je niet zou begrijpen? Want ik begrijp het nu nog niet.
Ik wilde je niet in gevaar brengen.
Toen ze me ondervroegen, besef-te ik dat ik je niet ken.
We hadden zoiets moois, María. - Dat hebben we nog altijd.
Rosa, ik wil mijn leven delen met jou.
Hebben ze je opgesloten? - Nee.
Waar ben je? - Dat kan ik niet zeggen.
Nog niet.
Je bent heel ver, maar ik voel je dichterbij dan ooit.
Ik ben zo bang.
Ik hou van je, dus ik ben niet bang.
Ik moet weten of je op me zult wachten.
Ja.
Ik hou van je. - Ik ook van jou.
Heel goed, jongen. Heb je een wens gedaan?
Wensen is niet genoeg om te krijgen wat je wil. Hè, papa?
Mama, de taart ziet er super uit.
Rosa, alsjeblieft.
Bedankt.
Je moeder vertelde me dat je je auto verkocht hebt.
Ja, dat klopt.
Ga je dan nu je schulden terugbetalen? - Nee, ik ga het geld herinvesteren.
Ik wil je iets voorstellen, papa.
Het heeft veel mogelijkheden en een klein risico.
Net als de vorige keren, zeker? Ik wil het niet weten.
Alsjeblieft, Edmundo. - Ik heb nog liever dat hij niet werkt.
Elke keer als je een handeltje start, kost je me meer.
Ik betaal je liever voor niets.
Word nou niet boos op hem. Hij is vandaag jarig.
Jij bent de verliezer.
Jij hebt te weinig ondernemingszin. - Zeg jij maar niets.
Je bent veel te terughoudend, je durft geen risico te nemen.
Wie niet waagt, die niet wint. Ik ben niet zoals jij.
Er zijn verschillende manieren om dingen te regelen.
Jij hoeft me niets te vertellen over hoe ik dingen moet regelen.
Als ik de auto wil verkopen, dan doe ik dat. Het was nog een koopje ook.
Ik wil me verontschuldigen voor wat ik laatst deed.
Echt?
Zie je dat ik niet de boze wolf ben?
Maar u bent wel een gevaar als u drinkt.
Dus we zijn weer vrienden?
Ik voel me niet goed, excuseer.
Alstublieft, meneer Álvaro. Nee.
Rosa.
Rosa?
Rosa, ben je daar?
Ja mevrouw, ik kom eraan. - Is Alvaro al weg?
Ik denk van wel.
Zonder gedag te zeggen?
Rosa, ik kan iets niet vinden.
Rosa, ik kan de...
Is alles goed, meisje? - Ja. Mijn excuses, mevrouw.
Ik was even boven, want ik voelde me misselijk.
Rustig maar, maak je geen zorgen. Heb je de... de... gezien?
Meneer Álvaro heeft de fles meegenomen.
Maar ik denk dat er nog een andere is.
Rosa. Ik ben het, Viviana.
Elena, heb je de afstandsbediening gezien?
Alles goed, Rosa? - Ja.
We moeten gaan, Want het ziekenhuis is ver.
Wat is er?
Gisteren bloedde ik. - Veel?
Kom, we gaan. Dan kunnen ze direct naar je kijken.
Zou er iets met de baby zijn? Maak je geen zorgen, Rosa.
Op dit moment draait het om jou. Kom, we gaan.
Met de familie Torres. Met wie spreek ik?
Het is voor mij, mevrouw.
Rosa, kunnen we praten?
Het komt nu niet gelegen, kunnen we later praten?
Vandaag is toch je vrije dag?
Ja, het is mijn vrije dag. Maar ik moet naar de dokter.
Wat ga je daar doen? Is er iets mis?
Nee, niets.
Ik moet je veel vertellen.
Maar kun je straks terugbellen?
Nee, ik kan straks niet. Ik kan alleen nu praten.
María...
Ik moet gaan. - Is het José María?
Rosa, niet ophangen. Alsjeblieft.
Ik moet vertrekken. - Rosa, alsjeblieft.
Ik hou van je, María.
Ik moet nu weg. Bel me straks, alsjeblieft.
Rosa, sinds wanneer heb je weer contact met hem?
Laten we gaan.
Weet je wie de vader is?
Ja.
Weet je het zeker?
Alstublieft, mevrouw. Ik praat er liever niet over.
Wat denk jij?
Wat wil je dat ik denk? Ze zet ons met de rug tegen de muur.
Ik vind dit zaakje maar niets. - Wij hebben niets te vinden, Edmundo.
Het gaat erover dat wij en/oor kunnen zorgen...
dat dit kind een andere toekomst krijgt.
We hebben niet de leeftijd om een kind op te voeden.
Met alle respect, dokter, maar ik ga dit kindje opvoeden.
Ik vind het niets, maar als jij gelukkig bent met een kind in huis.
Het lijkt erop dat we je gaan helpen. Gefeliciteerd, meisje.
Dank u.
Rosa, je moet boven rattengif strooien. Ik hoor ze elke nacht.
Ik heb helemaal geen zin om te gaan dineren.
Rosa?
Rosa?
Ja.
Hoe gaat het met je? Ik wil me verontschuldigen voor vanmorgen.
María, zoiets doe je niet. Je hangt niet zomaar op.
Ik had een belangrijke afspraak... - Wat was er dan?
Je zei me dat je me wat dingen moest vertellen.
Ik ben zwanger. Daarom moest ik naar de dokter.
En is alles goed? - Ja, gelukkig.
Ik heb de baby gezien. Hij bewoog al heel erg.
Ik heb ook het hartje gehoord, het was fantastisch.
Je wordt vader, María.
En ik voel me zo alleen op dit moment. - Nee, je bent niet alleen.
Het is ons kind. Ik zal er zijn voor je, ik zal een goede vader zijn.
Ik wou dat ik je kon geloven. - We vinden wel een manier.
We zullen samen een mooie familie vormen.
Ben jij dan niet bang?
Nee.
Ik word er juist sterker van.
We zijn er al.
Meisjes, pak allebei je eigen tas.
Mevrouw Marimar, leuk je te zien. Wat zijn de meisjes gegroeid.
Hallo, Rosa. - Hoe gaat het met je?
Ik heb je erg gemist.
Ik heb gehoord dat je jezelf in de problemen gewerkt hebt.
Ik moet er niets over zeggen, Want het zijn mijn zaken niet...
maar je gaat je leven vergooien.
Maar kop op, je bent een sterke vrouw en het zal een mooie ervaring zijn.
Esteban, je bent al een echte man geworden, ik kan het niet geloven.
Hallo, Rosa.
Is alles goed? Is er iets?
Nee, ik ben heel gevoelig voor verschillende geuren.
Er was een geur die me opviel.
Jullie hebben mij niet gezien.
Dat is typisch voor een zwangerschap. Ik had er ook last van.
Kijk, Rosa. Je moet dit nog even strijken, oké?
Waar is mijn zus?
Let erop dat je hier geen vouwen maakt. Dit moet zo.
Wat zoek je? - Is mijn zus hier?
Naar buiten, hier is niemand.
Alles goed, meneer Esteban? - Noem me niet meneer Esteban.
Waar ben je?
Wat is er?
Wie is de vader? - Mijn vriend.
En waar is die nu?
Dat weet ik niet.
Wauw.
Kijk, de badkamer. - En tandenborsteltjes.
En de trap.
Meisjes, wat zijn jullie aan het doen?
Rosa. Zijn jullie vergeten dat jullie allergisch zijn?
Kom, we gaan jullie wassen.
Rosa, het ligt hier vol stof. - Ik ga direct poetsen, mevrouw.
Esteban en de meisjes hebben stabiliteit nodig.
Met die scheiding zou het goed zijn om terug te komen.
Terugkomen hierheen? Naar huis? - Ja, waarom niet?
We kunnen het huis verdelen in etages, ieder krijgt zijn deel.
Álvaro kan hier huren en zo zijn hypotheek afbetalen.
Ik kan je aan werk helpen. Hier, maar daar niet.
Maar wat voor soort werk? Je hebt nooit iets met je studie gedaan.
Papa, ik vraag je niet om werk. Ik wil alleen dat je me wat leent.
Hallo.
Hoe is het? Je ziet er goed uit.
Proost. Ik ben heel blij dat de hele familie samen is, echt waar.
Mijn papa is er niet, oma.
En? Hetzelfde als altijd, niet?
Ik weet het niet. Ik denk dat het deze keer mijn schuld was.
Op een dag werd ik wakker en wist ik dat het niet meer kon blijven duren.
En er was natuurlijk iemand anders. - Logisch.
Ik wilde hem het leven zuur maken. - En is dat gelukt?
Je moest eens weten wat ik hem allemaal heb aangedaan.
Ik krijg dorst. Wil je een borrel?
Ik wel, maar er wordt toch niet meer gedronken?
Dat kan ik wel oplossen.
Ik wist niet dat je zwanger was.
Is het van mij? - Nee.
Mooi zo.
Ik dacht even dat...
Wat dacht je? - Niets. Dat het misschien van...
Hoe ver ben je al?
Hoeveel maanden ver ben je al? - Wat wil je weten?
Of ik al zwanger was toen je me verkrachtte?
Het is niet van jou.
Maak je geen zorgen.
Mevrouw.
Wat is er, meisje?
Álvaro?
Is hij dood of is hij dronken? - Hij is dood.
Álvaro. - Wat is er?
Álvaro, mijn zoon. Jongen. Roep je vader. Roep je vader.
Mama, laat hem eens kijken. - Mijn zoon, mijn jongen.
Laat papa eens naar hem kijken.
Marimar, help mij.
Mama, laat hem even kijken. Rustig, rustig.
Dat kan niet, zeg dat het niet waar is. Zeg me dat hij niet dood is.
Is hij dood?
Waarom doe je ons dit aan?
Het is niet zo. En zeg dat vooral niet tegen oma.
Want die is al heel erg droevig.
Wat is er zo slecht aan? Je sterft, je verrot en je verdwijnt.
Oom Álvaro heeft ons dat verteld. - Hij praatte met ons over de dood.
Lieve hemel.
Rosa.
Eindelijk, María. Ik heb je heel erg gemist.
Ik jou ook.
Je moest eens weten wat er allemaal gebeurd is.
Weet je nog dat ik vertelde over de zoon van mijn bazen?
Hij is gisteren gestorven Ik heb hem gevonden.
Waarom vind je dat zo erg? Had hij je niet een keer lastiggevallen?
Laten we zo niet beginnen, María.
Ik vertel je iets vreselijks en jij wordt jaloers.
Denk je dat ik het leuk vind als ze mij lastigvallen?
Ik weet het niet.
Rosa... - Waarom zeg je dat dan?
Ik weet het niet.
Wacht even.
Mama is haar bril vergeten.
Opa is razend. Hij wilde bellen, maar allebei de lijnen zijn bezet.
Over enkele dagen mogen jullie weer naar binnen.
Maar pas op met die zwangerschap. - Is het heel giftig?
Ik ben niet zo voor vergif, maar het is nodig.
Hoe is het met ons kindje? - Het beweegt veel.
Wat vind je van Gonzalo? - Ik weet het niet, mevrouw.
Mijn neefje heet Gonzalo en dat is niet echt een braaf kind.
Ik vind Gonzalo heel mooi. Zo wilden we Alvaro noemen.
Weet je nog?
Maar ik vond Álvaro ook altijd mooi. - Ja, het is een mooie naam.
Álvaro dan? Of vind je dat raar?
Weet u wat ik mooi vind?
José María.
José María?
José María.
Kom binnen, begin maar boven.
Mevrouw.
Mevrouw.
Alles komt goed, meisje. Rustig. We zijn al weg.
Ga maar zitten.
Rustig, rustig. Ja, zo.
Heel goed. We zijn onderweg.
Zal ik je helpen?
Ik wil dat het kindje van Rosa de wieg van Álvaro krijgt.
Dat was een heel mooie wieg.
Hij is nog steeds mooi.
Met de familie Torres.
Rosa? - María?
Rosa, eindelijk.
María, ik ben zo blij je stem te horen.
Hoe gaat het met je, mijn Rosa?
Hoe is het met ons kindje? - Hij heeft jouw ogen.
En hij heet José María.
Ik wil dat je hem ziet.
Baby José...
María? Is alles goed met je?
Het gaat heel slecht, Rosa.
Ik ben heel ziek.
Rook je veel?
Nee, ik ben gestopt. - Gestopt?
Al een tijdje.
Heb ik je dat niet verteld? - Nee, dat wist ik niet.
Ik wil me verontschuldigen, Rosa.
Ik heb alles verknald.
Waarom? Wat is er?
Ik weet niets over jou, Rosa.
Ik weet je achternaam niet.
Ik weet...
Ik weet niet eens wanneer je jarig bent. - Wat maakt dat uit?
Ik heb je nooit naar je plannen gevraagd.
Ik weet zelfs niet of je plannen hebt.
María?
Ik wil je zien, Rosa.
Ik zit boven.
María.
Hoe lang ben je hier al?
Al die tijd al.
Waarom heb je me dat nooit verteld?
Ik hou van je, Rosa.
Laat me hem zien. Ik wil hem zien.
Je hebt hele hoge koorts. Het gaat heel slecht met je, María.
Het maakt niet uit.
Wat maakt niet uit? - Niets maakt iets uit.
Alleen dit.
Eindelijk, Rosa.
Eindelijk.
María.
María.
María.
Als jij weg zal zijn
zal ik omringd worden door schaduw
als jij weg zal zijn
blijf ik alleen achter met de pijn
ik zal aan de liefde terugdenken
die we samen beleefden
als jij weg zal zijn, mijn liefste
zal ik omringd zijn
door schaduw
in de schemering
van onze slaapkamer
Wanneer jij mij op een warme middag
overal streelde
zullen mijn handen
je overal zoeken
zal mijn mond je zoeken
ik zal de lucht ademen
met een geur van rozen
als jij weg zal zijn, mijn liefste
zal ik omringd worden door schaduw
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.