Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Shit.
Pas op. U bereikt een drassig gebied.
De route wordt opnieuw berekend.
Sorry, ik heb drank gemorst.
Keer om, alstublieft.
Geen zorgen, ik regel het morgen.
Keer om...
Hou vol, Marcus.
Dat is Hector. Die moet nog steeds mee als...
Maïssa, dit is ernstig.
Vroeger nam hij altijd z'n pillen in als ik dat zei.
Maar nu is hij eigenwijs.
Ik zeg het elke dag, maar hij luistert niet meer.
Hij wordt groot. -Vertel mij wat.
We mogen niet klagen. Wie had ooit gedacht...
Dat hebben we aan God te danken. En aan u, dokter.
Vooral aan hemzelf.
Weet u wat hij gisteren zei?
Als ik doodga, heb ik tenminste geen pijn meer.
Hij moet z'n vechtlust terugkrijgen.
Daarvoor heeft hij ons nodig, en z'n medicijnen.
We zullen hem weer laten lachen. Hè, knul?
GEBASEERD OP EEN WAARGEBEURD VERHAAL
De kaart wordt geweigerd.
Het is maar 6,50. -Het spijt me.
Probeer deze eens.
Heb jij m'n kaarten geblokkeerd? -We praten in het ziekenhuis.
Ik heb geen geld en geen auto. -Je mobiel wordt ook geblokkeerd.
Wat? Waarom?
Schiet wel op, ik moet zo opereren. -Wacht.
Dr. Reinhard? -In eigen persoon.
U mag zich uitkleden.
Wie bent u? -Dat is z'n zoon.
Je mag hier niet roken.
Hoe is het met de familie, Clarisse? -Prima.
En met u? -Helemaal prima.
Wacht nog even. -Ik moet naar de Spoed.
Niet zo snel. -Ik heb aan atletiek gedaan.
Ik ook. Een tomatensoepje? -Ik ga niet met u naar bed.
Pardon?
Ik ben bot als ik moe ben. En ik ben heel moe.
Je ziet er goed uit. Het nachtleven doet je goed.
Werk vooral niet te hard.
Pap, ik ga naar die clubs om te netwerken. Daar zitten de vips.
Vips... -Je wilt het niet snappen.
Nee, dat klopt.
Ik ga je voorstellen aan een echte vip.
Zie je dat jochie?
Hij is twaalf. Hij heet Marcus.
Hij heeft een aangeboren hartafwijking, een misvorming van de wervelkolom...
en slechte nieren. Ik zal je de rest besparen.
En dus?
En dus heeft hij altijd pijn.
Bij het ademen, lopen, slikken, plassen.
Is er iets aan te doen? -Het is te behandelen, niet te genezen.
Hij leeft in geleende tijd.
Overdag is hij hier of in een revalidatiecentrum.
's Avonds is hij thuis bij z'n moeder. Hij gaat nooit uit.
Dat is z'n leven.
Waarom vertel je me dit?
Hij was altijd een vechter, maar geeft het nu op. Dat wordt z'n dood.
Iemand moet hem helpen nieuwe ervaringen op te doen.
Zoals elk kind van die leeftijd. Een fulltime baan.
Zal ik eens rondvragen? -Hoeft niet.
Ik weet al iemand.
Dit is niks voor mij. Wat kan ik hem nou leren?
Ik heb mezelf beloofd hem lang in leven te houden.
En die belofte moet ik inlossen?
En als ik nee zeg?
Dan stop ik je toelage. Je vertrekt, levert de sleutels in...
en vergeet m'n telefoonnummer.
Dus zeg het maar. -Is dit een grap?
Is dit een grap?
Sinds wanneer zit jij op Instagram? -Fout antwoord.
AAN ADÈLE EN 16 ANDEREN
AL PLANNEN VOOR VANAVOND?
Hallo, ben jij Thomas? -Ja.
Astrid Garceau, de directrice. Kom je mee?
Je kent zulke instellingen vast wel. -Ja, min of meer.
De meeste kinderen zijn hier alleen overdag, en gaan 's avonds naar huis.
Zoals Marcus. -Weet hij dat ik kom?
Ja, z'n moeder heeft het hem verteld. Geen idee wat hij ervan vindt.
Degenen die zijn overleden.
We steken elke dag kaarsjes voor ze aan.
Marcus? Dit is Thomas.
De zoon van dr. Reinhard. -Hoi.
Hallo.
Ik ga weer.
Dat is Hector.
Ik repareer z'n sjaaltje.
Ik wilde het later doen, maar jij kwam maar niet.
Marion.
Het is gewoon epilepsie. -Ik ben het, Benjamin.
Ik moet plassen.
REVALIDATIECENTRUM VOOR KINDEREN
Nummer twee?
Nummer één is plassen. -O, oké.
Goeie manier om het ijs te breken.
Meneer heeft z'n eigen ambulance.
Sjiek, zeg. -Hallo.
Je ziet er goed uit voor een ziek kind.
Jij ziet er slecht uit voor een gezonde vent.
Woon je bij je ouders?
Bij m'n vader. -Niet bij je moeder?
Nee. -Waar woont zij dan?
Ze is overleden.
Lang geleden?
Toen ik zo oud was als jij.
Rijdt hij altijd zo langzaam? -Ja.
Sorry, kan het wat sneller? -Nee.
Zet anders de sirene aan. -Verboden.
Dat joch moet plassen.
Er is een pistool. -Een pistool? Hè?
Een urinepistool.
Gangsta.
En ik hoef niet te plassen.
Als jullie dan allemaal niks willen, ruilen we van plek. Hup.
Maak me maar wakker als we er zijn.
Bedankt. -Graag gedaan.
Wat is er? -Woon je hier?
Het is een puinhoop, zeg ik je.
Tja.
Nee, dat past niet. De lift is vol.
Neem de trap maar. Bedankt, pardon.
Wat heeft die nou? -Rouvier, onze bovenbuurman.
Hij denkt dat ik doe alsof, om een uitkering te krijgen.
Nu gaat ie de lift blokkeren. -Dat meen je niet.
Zie je? -Wat een lul.
Eén euro. -Wat?
M'n moeder en ik doen een euro in een pot voor elke vloek.
Verdomme, zeg. -Twee euro.
Twee euro. Weet je wat?
Hier, en hier. Een voorschot voor vandaag.
Ik ga de lift halen. -Ik mag niet alleen blijven.
Ik ben zo terug. -Het mag niet.
Het heeft z'n voordelen om gehandicapt te zijn.
Maak mij niet aan het lachen. Nu moet ik wel plassen.
Hoe bedoel je? -Ik moet plassen.
Niks ervan. We kennen elkaar nog maar net.
Heb je ervaring met kinderen?
Ik was er zelf een, en nog steeds. 25 jaar ervaring.
Mam, mag hij blijven eten?
Nee, dat is heel aardig, maar...
Ik heb een afspraak met financiers vanavond, sorry.
Marcus, dit was om kennis te maken.
Maar je kunt vragen of Thomas vaker wil langskomen.
Zeker.
Ja.
Tot morgen. 's Zaterdags heb ik geen school.
Super. Om drie uur?
Zo laat? Ik sta om zeven uur op.
Om zeven uur? -Ja.
's Ochtends?
Juist.
Nou, om twaalf uur dan?
Kwart voor twaalf?
Elf uur?
Om elf uur.
Het is de Winamax onder de AI. De deal is nog niet rond, maar...
We krijgen het vast gezellig.
Ontbijtje?
Ik heb al ontbeten, met je vader.
Maar...
Had hij het nog over mij?
Nee. Hij ging ervandoor om te golfen.
Golfen? Hoe laat is het dan? -Half twaalf, twaalf uur.
O nee, shit. -Wat is er?
Het is twaalf uur, verdomme. Twaalf uur.
Shit. -Moet ik een briefje schrijven?
Meneer, we zijn er.
We zijn er.
De zuurstoffles mag niet kwijtraken.
Nooit. Hou 'm altijd bij je.
Goed. -Zelfs op de wc.
Tablets, TV en videogames: een half uur per dag.
Een half uur. -Maximaal.
Geen snoep, geen suiker, geen koekjes.
En geen fastfood. Hij heeft diabetes.
Heeft ie dat ook nog? -Ja.
Niet sporten, geen inspanningen, niet meeroken.
Vermijd heftige emoties en maak 'm niet overstuur.
Dat is het zo'n beetje. -Wat mag er nog wel?
Alle andere dingen.
Praten, lezen, naar muziek luisteren, een korte wandeling maken.
Juist. Die 'andere dingen'.
Theater. Hij kent alleen de voorstellingen van school.
Kirikou.
Waarom Kirikou? -Juist.
GUIGNOL DE MUSICAL
Ik ben twaalf, geen vier. -Ik vond dit super toen ik zo oud was.
't is Guignol, 't is Guignol hij geeft de politie een pak slaag.
Meneer is een fan. We verkopen de cd.
De cd? Geweldig.
Een geweldig idee.
Het hoeft niet. -Vooruit.
Léa, pak even een cd.
M'n nichtje is hier op vakantie. -Zeg eens wat, Marcus.
Dank je wel.
Kennen wij elkaar niet? Dan heb ik het zeker gedroomd.
Wil je een kleurboek?
Mij best.
Een kleurboek. -Een mok?
Kat in 't bakkie. -Doe normaal.
Je had haar nummer moeten vragen. Het is heel simpel met meisjes.
Nee maar. -Manon. Hoe is het?
Aan het oppassen?
Dit is m'n broertje. Dat is te zien, hè?
Zeker. Vond je de voorstelling leuk?
Hij niet zo, maar ik vond het heel cool.
Een selfie met Guignol?
Nou, dag. -Tot kijk.
Het was toch simpel met meisjes? -Hou op.
Wie was dat? -Een zangeres van kinderliedjes.
Sukkel, wie is dat?
Een meisje dat niet zal huilen op m'n begrafenis.
Kom op.
Gaaf, gast.
Wat gaan we doen? -Waar heb je zin in?
We kunnen een boswandeling maken, over brede lanen.
Brede lanen? -Ja.
Op naar de Champs-Élysées.
Zuurstof.
Zuurstof. -O, shit.
Hebbes.
Kom mee.
Mag ik vragen wat ik maar wil? -Ja, maar het is net als met Kerst.
Je krijgt nooit alles.
Hoe duur mogen de spullen zijn?
M'n vader heeft toch geen tijd om z'n geld uit te geven.
Hij zal ons dankbaar zijn.
'Een nieuwe mobiel', prima. 'Nieuwe sneakers', oké.
'Een shirtje van PSG'? Ben je fan?
Ik vind ze goed. -Maar ben je een echte fan?
Ja. -Echt waar?
Ja.
Zeg 'Hup, OM'. Vooruit.
Hup, OM.
Vooruit. -Nooit.
'Optreden met een nummer van Goldman, Berger of Balavoine.'
Luister je daarnaar? -Ja, met m'n moeder.
Je bent een opdondertje van vijftig.
'De zee zien.' Oké.
'Slapen in een vijfsterrenhotel.' -Wilt u betalen?
Hij zit z'n laatste wensen op te schrijven. Nog even?
Pardon, natuurlijk. -Dank u.
'Mama weer gelukkig zien.'
'Verliefd worden'. Dat wordt moeilijk.
'Tongzoenen met een meisje'.
Hou op. -Heb je nog nooit gezoend?
Nee.
Dan bof je dat je mij hebt, maatje. Kom.
Hoezo een abonnement voor twee jaar? -Dan is de mobiel gratis.
Dan ben ik er misschien niet meer. -Dan neem ik 'm over.
Zeg nou waar we naartoe gaan. -Vertrouw me maar.
Dit slaat nergens op. Echt, ik zweer...
Hou op, vertrouw me nou maar.
Je wou toch een PSG-shirtje? -Ja, hoezo?
Dank je wel. Moet je zien.
Je lijkt op hem, ik zweer het.
Kom mee. -Wacht.
Kom nou, Marcus. -De nieuwe shirtjes.
We doen even een quiz.
Wie is nummer 7?
Mbappé. Dat staat op de rug.
Nummer 10?
Neymar. Ben je blind?
Dat klopt niet, er staat geen Neymar.
Niet huilen. Ga hem maar liever passen.
Kijk.
Bedankt, goed werk. -Graag gedaan.
Marcus Neymar.
En dan nu Marcus Vogel.
Omhoog. -Wacht.
Optrekken.
Naar rechts. Een, twee, drie.
Kijk, ik vlieg.
Dit is zo gaaf.
Leuk?
Marcus, wat is er? Geef antwoord.
Zuurstof. -Shit, de fles.
Shit, waar is die? Niet wegzakken, ik ben zo terug.
Verdomme.
Bent u zijn verzorger? -Ja.
De tas stond bij de kleedhokjes.
Je boft dat ik arts ben. Hij had dood kunnen gaan.
Komt het goed met 'm? -Ja.
Ja toch, knul?
Het is een te grote verantwoordelijkheid. Ik ben geen arts.
Waarom ben je er dan aan begonnen?
Misschien wilde ik zien of ik het kon. Maar binnen twee dagen gaat het al mis.
Ik zal niks tegen mama zeggen over die zuurstof.
Daar gaat het niet om.
Ik kan m'n eigen luxe leventje niet eens aan.
Hoe kan ik dan een gehandicapte verzorgen?
Het spijt me.
Het is voor je eigen bestwil.
Loop nou niet zo te mokken.
Ik ga mee. Dat moet. -Er moet nu niks meer.
Geef m'n zuurstof hier. Geef hier.
Joh, we hebben toch elkaars nummer?
Welkom...
in mijn sprookjesrijk.
Mooi, zeg.
Dat mag ik toch wel zeggen? -Stil, m'n vader is thuis.
Het lukt niet.
Laat mij maar, jij bent dronken.
Dit is niet de goede sleutel. -Jawel.
Kom mee.
Pap.
Ben ik high, of is dat een auto in het zwembad?
Nee, er is daar niks.
Mooi, daar is ie. Ik krijg de deur niet open.
Ik heb de sloten laten vervangen.
Ik wist van niks. -Dat klopt.
Doe je de deur even open?
Daar staat een tas met schone kleren en een tandenborstel.
Wacht, meen je dat nou?
We hadden een afspraak.
Maar je geeft er weer meteen de brui aan.
Hij ging bijna dood, door mij. Pap.
Geen coole papa.
Jouw huis?
Ik woon nog thuis, en ik heb een proefexamen.
Proefexamen? Hoe oud ben je?
Zeventien. Nou ja, volgende week.
Meiden, met Charles. Spreek een boodschap in.
Wat doet u hier?
Sinds we het over tomatensoep hadden, had ik er zo'n trek in.
Vandaar. Even proeven.
Vijf maal fruit en groenten per dag, dat trek ik niet.
Dat trek ik echt niet.
Heb je misschien een pilletje tegen de misselijkheid?
Nee, maar wel iets veel beters.
Het is ijskoud. -Ja?
Het is te koud.
Het is koud.
Ik ga een klacht indienen.
Mag ik hier even slapen?
Ik ga buiten dood van de kou.
We behandelen hier geen dronken vaderskindjes.
De vriendelijkheid zelve. Sorry voor de overlast.
Jij ziet er ook moe uit.
Kom je erbij?
Dat zou fijn zijn. -Cool.
Ik schuif wel op.
Ik geef u een uur.
Is Charles er ook? -Charles?
Charles, de man die hier woont.
Charles.
Er is iemand voor je. -Ja?
Hoe is het? -Ik heb je de hele avond gebeld.
Ik zat in een sessie. Kom ook lekker brainstormen.
Mag ik je auto lenen? -Nee.
Niet m'n Alpine. -Eén dagje maar.
Goed dan. Hier. -Dank je.
Geef oom een kus.
Je bent een held.
Wees er zuinig op.
Als je je pillen niet neemt, ga je dood. Hoor je me?
Ik wil niet meer. -Gedraag je niet als een kleuter.
Genoeg. Ik ga niet elke keer de ambulance bellen.
Ik dacht...
Mag ik naar hem toe?
Laat me met rust, mam.
Je was toch bang dat ik dood zou gaan?
Bij nader inzien valt dat mee.
Bovendien is m'n leven zo cool zonder jou...
dat het bijna te leuk werd.
Dus ik dacht:
Misschien kunnen we doorgaan met het niet leuk te hebben? Als je wilt.
Jij bent echt een sukkel.
Valt dat te behandelen?
Plus deze twee. -Slik je die allemaal?
Ja, twee keer per dag.
En alles bij elkaar?
Zestien. -Echt waar?
Dat valt mee. -Je kent de bijwerkingen niet.
Het geeft vast een tof gevoel. -O ja?
Probeer dan maar.
Nog een? -Nog een.
Daar gaat ie weer.
Dat is zestien. Makkie.
Hij heeft alles ingenomen. -Hoe dan?
Hij heeft ze ook ingenomen, alle zestien.
Nou ja, zeg. Je bent gek. -Wist je dat nog niet?
Wie is dat? -Jean-Louis.
We gaan naar de kerk. -Jean-Louis?
Van de kerk. Hij valt op mama.
Hoe is hij? -Dat zie je zo.
Hallo, Marcus. Je ziet er goed uit.
Dan ben jij zeker Thomas? -Ja, dat klopt.
Ik heb over je gehoord. -Wat gaan jullie doen?
Een boswandeling maken.
Veel plezier, schat. Zullen we gaan?
Geen drukte. En elk half uur een berichtje met een foto.
Ik zweer het op zijn leven. -Ja, hoor.
Vergeet de foto's niet.
Shit. -Ik zei het toch?
Ik ben de pineut.
Dit heb ik elke dag. -Fijn om te horen.
De pijn komt in golven.
Waar gaan we heen?
Kom mee.
Hier.
Wat is dat? -Druk maar.
Nee, echt? -En jij vond mij een loser.
Hij is fantastisch.
Is hij van jou?
Niet echt, maar toch weer wel.
Niet gaan lachen.
En allemaal dankzij de bijstand, hè.
Dankzij al die uitkeringen kon ik 'm contant betalen.
En hij is ideaal voor drugsdealers. De politie houdt je niet bij.
Stap in.
Lang leve Frankrijk.
Wat doe je? -Jij mag.
Ik kan niet autorijden. -Des te leuker.
Rechts zit het gaspedaal. -Het gaspedaal.
Links zit de rem. Nee, allebei met dezelfde voet.
Dezelfde voet. -Snap je?
Als ik jou was, zou ik m'n gordel omdoen.
Eén voet. Wat doe je?
Niet twee voeten, niet je linkervoet.
Marcus, je rechtervoet.
Dezelfde voet, alsjeblieft.
Kijk eens aan. Ja, goed zo.
Gaat het? Vind je het leuk? -Ja.
Wil je iets harder proberen?
Ja, gaaf.
Wereldkampioenen.
Marcus, ga voor het gewin trap het gaspedaal dan in.
Vooruit, sneller.
Stop, Marcus. -Ik ga opstijgen.
Afremmen.
Remmen.
Dit is remmen. -Het spijt me.
Hoeft niet, je deed het super. Ik ging door het lint.
Hier trapt ze niet in. -Heus wel.
Daar gaan we. Een, twee, drie. Lachen.
Ziezo. 'Botanische lessen...
in het bos.' Verstuurd.
Pas op.
Je trapte er bijna in. -Gadver.
Wacht. Ik heb een idee.
Marcus, we maken jouw dromen waar. Maar nu laat jij mijn droom uitkomen.
Welke dan? -Deze.
Parkeren op een plek voor invaliden.
Wat fantastisch. -Ja, hoor.
Kijk eens aan.
Staat ie te spioneren?
Ja, zoals altijd. -Doe alsof je op de uitkijk staat.
Gedraag je verdacht. Doe het maar gewoon.
Wat doet ie?
Kom mee.
Daar is ie al.
Toe dan, dikzak. Ga je gang.
Maak onze dag goed. Juist, ja.
Nu al terug?
Wat is hier aan de hand?
Rouvier is erin getrapt.
Zeg maar niks, ik hoef het niet te weten.
Wat een grap. -Gaat het?
Marcus, onder de douche.
Ziezo.
Thomas.
Wil je blijven slapen?
Probeer je me te versieren? -Mafkees.
Mag hij hier logeren? -Als hij dat wil.
Natuurlijk wil hij dat.
Natuurlijk. -Zie je?
Welterusten, schat. -Welterusten.
Slaap lekker. -Welterusten.
Wat gaan we morgen doen?
Rustig, straks word ik weer misselijk.
Oké.
Moet ik echt hier slapen? -Ja.
Ik vertel je morgen wat we gaan doen.
Het is de laatste dag. Het meisje is er niet, alleen de tante.
Vraag haar waar ze is. -Vast op school.
Het is nog vakantie, tot maandag.
Juist, de versierder heeft het goed op een rijtje.
Toe, alsjeblieft.
Toe nou.
Alleen omdat ik je graag mag. Want zij...
Dank je wel.
En? -Ze was hier voor de vakantie.
Ze vertrekt morgen. -Morgen? En...
Ik weet wat je wilt. Ze gaan zo naar de film, en wij mogen mee.
Echt? -Er is wel een probleem.
De tante. -Hoezo?
Ze heeft een oogje op me. -Nou en?
Nou en? Heb je haar gezien?
Mama zegt altijd dat schoonheid van binnen zit.
Echt iets voor je moeder.
Hoe bedoel je? Vind je haar lelijk?
Ga je het doorvertellen? Laat dan maar.
Toe, gaan we mee naar de film? -Ik heb al ja gezegd.
Een nachtmerrie. Ik word zo wakker.
Geen rozen en handkussen. De tijd van Lodewijk XVI is voorbij.
Jij bent nooit verliefd geweest.
Ik heb ervaring met meisjes. -Huilen ze op je begrafenis?
Nou en, je bent toch dood.
Ik wil toch rozen geven. -Maar dan lijk je...
Gaat het? Marcus, gaat het wel?
Doe rustig en haal adem. -Wat?
Marcus, rustig aan.
Rozen. -Rustig ademen.
Blijf ademen. Wat is er?
Gaat het? Rustig aan, en blijf ademen.
Haal rustig adem. Kalm aan.
We gaan rozen kopen. Niet wegzakken.
Oké, ik zal niet wegzakken.
Dat gezicht van jou.
Wacht, deed je dat expres? Klootzak die je bent.
Meen je dit nou? -Laten we rozen gaan kopen.
Wat is er?
Ze is er. -Dat wil je toch?
Ik weet me geen raad.
Ik wil niet. -Hou je me voor de gek?
Ik zie er stom uit met die zuurstof. -Alleen dit is stom. Ziezo.
Maak gewoon een grapje om het ijs te breken. Oké, knapperd?
Een grapje.
Ken je Marcus nog? -Natuurlijk. Hoi, Marcus.
Gaat een man de wc in met een grote tas. Waarom?
Om een grote boodschap te doen. -Schattig, hè?
Kom, we gaan kaartjes kopen.
Ik durfde niet te komen. -Waarom niet?
Ik dacht dat je me stom zou vinden. Ik ben verlegen.
Waarom lach je? -Ik durfde ook niet.
Echt? Dat stelt me gerust.
Zullen we er even tussenuit knijpen? -Ja. Nee, ik bedoel...
Ik kan hem niet alleen laten.
Stouterd. Geen zin in een spelletje?
Jawel, dat wil ik best, maar...
Het is ingewikkeld met Marcus. Heel jammer, want ik had best...
ik zou best zin hebben om... Je weet wel.
Het was een slechte mop, hè? -Ja, waardeloos.
Bedankt, Thomas. -Tijd om gedag te zeggen.
Nu al? Kom toch bij ons eten. -Ja.
Toe? -Toch maar niet.
Het spijt me, maar ik moet hem naar huis brengen.
Het is nog zo vroeg.
Ik kreeg een berichtje van je moeder, er is iets. We moeten echt gaan.
Wat is er dan? -Dat leg ik zo wel uit.
Kom, we gaan. Tot gauw.
Wat is er met mama?
Niks. Maar ik ga me niet aan tante overleveren zodat jij kunt zoenen.
Heb je tegen me gelogen? -Jij loog ook.
Eikel, je hebt alles verpest. -Rustig.
Dit kan goed uitpakken. Zag je hoe Léa zonet keek?
Je moet nog even hard to get spelen.
Dan maak je haar gek. Heb ik gelijk of niet?
Wat?
Blijf staan. -Nee, niet weer.
Ik ben zo terug.
Léa.
Voor jou.
Dank je wel.
Tot gauw. -Tot gauw.
Ik was ongerust. -Heb je het filmpje gekregen?
Jullie hebben het laat gemaakt. -Lang programma.
Bedtijd, schat. Morgenochtend heb je onderzoeken in het ziekenhuis.
Thomas heeft morgen nog een verrassing.
Ik kan het verzetten.
Hij heeft bloedonderzoeken en moet daarna rusten.
We kunnen het uitstellen.
Nee, je weet dat dat onverstandig is. -Ik wil niet, mam.
We hebben geen keus. -'We' krijgen geen prikken.
We moeten wel. -Hou op met dat 'we', verdomme.
Jij wordt niet steeds geprikt met naalden.
Jij zit niet in een ziekenhuis met kinderen die niet je vrienden zijn.
Ik zit elke avond bij jou. Ik ben het zat.
M'n leven is waardeloos. Ik heb geen leven.
Ik word nooit beter, en dat weet jij ook.
Dit is geen leven.
Marcus.
Kom eens. -Nee.
Nee.
Kom, liefje.
Ik kan er niet meer tegen, mam.
Je mag je vuist ontspannen.
Klaar. Alleen nog de prik voor de bloedarmoede.
Ik wil het niet.
Je voelt er niks van, heus.
Ik wil het niet. Dat zeg je altijd, maar het doet wel pijn.
Heus... -Hij heeft gelijk.
Het is dom om dat te zeggen. -Wacht, misschien moeten we...
Er is al 25 liter bloed afgenomen.
Hij is geen kleuter. Als hij zegt dat het pijn doet, doet het pijn.
Precies.
Geef dat eens.
Gaat u doktertje spelen? -Graag. Maar pas na deze prik.
Goed dan.
Prima. -Daar gaan we dan.
Dank je.
Ik sta hier niet voor in. -Prima.
Dit wordt de ergste prik van je leven. -Oké.
Opgepast, ik prik altijd mis.
Daar gaan we.
Vaarwel, Marcus.
Au. -Au? Ben je een watje?
Je hebt een goeie techniek. -O, gaan we tutoyeren?
Heb je niks gevoeld? -Nee.
Dit moet je aan experts overlaten. -Juist.
Vind je hem leuk?
Hij wil een vriendin. -Helemaal niet.
Niemand huilt op z'n begrafenis. -Dat verbaast me niks.
Zal er iemand om jou huilen?
Vast niet, nee.
Nou en, je bent toch dood.
Wat? -Niks.
Het goede nieuws is dat z'n bloedsuiker stabiel is.
Hij heeft verstandig gegeten, of iemand heeft daarop gelet.
Maar z'n creatinine is hoog, dat geeft nierproblemen.
Wat ga je doen? -Afwachten.
Meer niet?
Heb je een beter idee?
Nee, ik ben geen dokter. -Misschien vertrouwt ie je daarom.
Geen diabetes meer.
Mag hij om het te vieren bij ons logeren?
Alsjeblieft, mam.
Ik zorg dat ie z'n tanden poetst. -Dank je wel.
We zijn er.
Is dit jouw huis? -Inderdaad. Wat vind je?
Te gek, zeg. -Cool, hè?
Hier is het zwembad.
Hé, waar ga je heen? Kom hier. Daarheen. Juist.
Kom maar. Ga daar staan.
Hoe lang was je langste relatie?
Toen ik studeerde. Zes maanden. -Dat is niet lang.
Lang genoeg om de studie te verknallen. -Geneeskunde?
Ik vond er toch niks aan.
En twee dokters in de familie, wat heeft dat voor zin?
Heb je haar ten huwelijk gevraagd? -Nee, gekkie.
Ik wil wel met Léa trouwen. -Serieus?
Heb je het nummer van die tante nog? -Ik heb het vast wel ergens.
Je hoeft niet met je eerste liefde te trouwen.
Waarom niet?
Ik wil een normaal leven. Als ik oud mag worden...
wil ik een gezin, veel kinderen, een huis met een tuin. Een hond.
En misschien een konijn, al leven die niet lang.
Is dat je doel in het leven? -Ja.
Gast, ik dacht dat je vijftig was. Maar je lijkt wel tachtig.
Kom, je hebt morgen een belangrijke dag.
Jammer dat Léa me niet heeft zien zingen.
Marcus, ik moet je iets opbiechten.
De eerste keer dat ik je kwam opzoeken...
deed ik dat omdat het moest.
Ik had er totaal geen zin in, ik baalde er gigantisch van.
Maar anders zou m'n vader me het huis uit zetten.
Ik speelde mee, uit eigenbelang.
Lullig.
Ja, maar ik heb nooit gezegd dat ik het uit vrije wil deed.
Ik heb nooit gezegd hoe het zat. Ik heb niet gelogen.
Maar het was lullig, ja.
Je verzint tenminste geen smoesjes. Maar je moet het wel goedmaken.
Want dat was echt heel lullig van je.
Je hebt gelijk. Het spijt me. -Dat is niet genoeg.
Je moet zeggen dat het heel lullig van je was...
en me om vergeving smeken.
Het was heel lullig van me. Wil je me vergeven?
Nu dreun je een lesje op. Je moet het zeggen met liefde in je hart.
Met liefde in m'n hart? -Ja.
Je wilt dat ik elke waardigheid verlies. -Klopt.
Het was lullig van me. Het spijt me heel erg.
Wil je me vergeven?
Ik vergeef je. -Kom.
Wacht.
Ik moet ook iets opbiechten.
Dacht je dat ik niet doorhad dat je niks om me gaf? Een gast als jij?
Ik ben ziek, maar ik ben niet gek.
Wat een onzin.
Wat gaan we doen? -Ik wil proberen het goed te maken.
Wacht, waar zijn we? -We zijn...
Hoe heet dit stadion? -Parc des Princes.
Niet. Echt? -Nou en of.
Supergaaf.
Momentje.
Wat is dat? -Ga zitten.
Hou je me voor de gek? -Wil je PSG zien spelen of niet?
In een rolstoel?
Dat is te gênant, dan ga ik liever niet.
Ik snap het. Wat jij wilt.
Dit gaat wel ver.
Invalide zijn heeft z'n voordelen. -Jij hebt het voordeel dat je er een kent.
Dat is waar.
Mooie plek, hè? -Super.
Doe niet zo dom, ga zitten.
Het is een wonder. -Een wonder?
Daar heb je Rouvier.
Ik weet wat, kom mee.
Bedankt, heel fijn.
Pas een beetje op.
Alles oké? -Ja, het gaat wel, bedankt.
Maar die knul is niet helemaal... -O, die is in topvorm. Echt.
Wat doe je met het Suikerfeest?
Het Suikerfeest. Ga je het lam slachten in de badkuip?
Ja, natuurlijk.
Weet je hoe je z'n keel doorsnijdt? M'n neef geeft er gratis les in.
Gefinancierd door de staat. -Ik doe het zo vaak.
Inshallah.
Leuke dag gehad? -We hebben heel veel gedaan.
Moet je horen.
In de lift...
met Rouvier...
Gaat het? -Ik heb dorst.
Is er vruchtensap? -In de koelkast.
Heeft ie z'n pillen ingenomen? -Ja, zoals altijd.
Marcus.
Hij moet zuurstof hebben. Shit, ik voel geen pols meer.
Leg hem op z'n zij.
Die zit op z'n plek. Deze kan eruit.
We zagen een interventriculaire flow, veroorzaakt door een gat in het septum.
Het septum is het schot tussen de twee hartkamers.
Daardoor pompt het hart te veel bloed rond.
Ik heb het gat gedicht.
Nu moeten we afwachten hoe de kleine Marcus hierop gaat reageren.
En bidden.
Hij heeft Hector niet bij zich.
Hector? -Z'n geluksbeertje.
Ik ga hem wel halen. Wat, 'ah'?
Dat beertje is niet onze grootste zorg.
O, jij bent zeker de enige die hem kan helpen?
Wij zijn zeker nietsnutten?
Dat zeg ik niet. -Maar je denkt het wel.
Wat weet je van Marcus?
Weet je wat hij voelt?
Dit is niet het juiste moment. -Dat is het voor jou nooit.
Je hebt nooit tijd, vroeger ook niet.
Heb je me ooit gevraagd hoe het op school was?
Je gaf alleen om je patiënten.
Mooi, al die tekeningen.
Heel mooi.
Er is er niet één van mij bij.
Waarom heb je er nooit een opgehangen? Zelfs thuis niet?
Weet je bij wie ik m'n hart uitstortte als hij er niet was?
Bij m'n beertje.
Sneu, hè?
Daarom ga ik nu Hector halen.
Omdat dat belangrijk voor hem is.
En voor mij.
Thomas.
Het spijt me.
Dokter, neem het hem niet kwalijk. -Niet kwalijk.
Hij is bang, dat is alles.
Dat is alles.
Hallo.
Hoe gaat het met je?
Ik weet niet. Ik vraag me af of ik iets fout heb gedaan.
Nee, het ligt niet aan jou.
Hij is niet zieker geworden door jullie uitstapjes. Integendeel.
Het is een wonder dat hij nog leeft.
Zullen we een hapje gaan eten? -In de kantine?
Nee, geen diepvriesmaaltijd.
Ergens waar het wat... Je snapt me wel. -Je bedoelt een afspraakje?
Precies, ja.
Je gebruikt een ziek kind om een date te krijgen. Je hebt geen principes.
Geen enkele. Maar hij is het er vast mee eens.
Ja?
Weet je wat? Ik vraag het hem wel.
Ja.
SLAPEN IN EEN VIJFSTERRENHOTEL
MAMA GELUKKIG ZIEN
VERLIEFD WORDEN TONGZOENEN
Hier.
Gaat het? -Jawel, dank je.
Ik had je die dag van school moeten halen.
Zodat je nog afscheid kon nemen van je moeder.
Ik dacht dat het loos alarm was. Ik weet niet.
Het is niet jouw schuld.
Je kon het niet weten.
Die keer had ik het moeten weten.
Marcus is weer wakker.
Kom.
Het is heel goed gegaan.
Het enige is dat je nog drie weken tegen mij moet aankijken.
En daarna zul je met die andere rare snuiter moeten revalideren.
Maar het goede nieuws is...
dat je op je verjaardag weer op de been bent. Dat is mijn cadeau.
Je hoeft niet te praten, schatje.
Bedankt.
Je bent lelijk.
Jij ook.
Wakker worden.
Drie weken fysiotherapie. Ik ben erbij, en al je vrienden ook.
Karim is erbij.
En wie nog meer?
Iedereen.
Rustig aan, goed zo.
Het gaat prima. Geen zorgen, ik ben erbij.
Goed gedaan, Marcus.
Perfect.
Een glimlachje voor je moeder. Hup, Usain Bolt.
Gaat het? Niks bezeerd?
Een kleine stap voor de mens, een grote stap voor de mensheid.
Goed zo.
Daar ga je. Naar het dak van de wereld.
Goed gedaan.
Perfect.
Echt? -Reken maar.
Heb je hem laten maken? -Nou en of.
Wat gaan we doen? -De lijst afwerken.
Mama.
Schatje.
Hou op, jongens. Neem het ze niet kwalijk, meneer.
Zijn ze altijd zo?
Mam. Niet te geloven.
'Lieve Marcus, ik ben trots op je.
Gefeliciteerd met je 13e verjaardag, morgen. Henri.'
Wie is Henri? -M'n vader. Papa.
En?
Ik wist niet dat dit bestond.
Gefeliciteerd met je verjaardag. -Dank je.
Nooit gedacht dat ik de 13 zou halen. -Pas maar op.
Het leven wordt slechter met de jaren. Het is tijd.
Gefeliciteerd, mam.
Maar ik ben niet jarig.
Zonder jou zou ik geen 13 zijn. Het is 8 uur 27.
8 uur 27.
Dertien jaar geleden, om 8 uur 27...
hield ik jou voor het eerst in m'n armen.
En een uur later werd je naar de OK gebracht.
Wat is er, mam?
Niks, ik ben gewoon gelukkig.
Moet je daarvan huilen?
Omdat ik zo zielsgelukkig ben.
Mam. -Daar gaan we.
Gefeliciteerd, lieverd.
'Mama gelukkig maken' is gelukt.
Wat moet er nu nog?
'Verliefd worden'. Het moeilijkste, voor mij althans.
Met Léa heb ik m'n kans verprutst.
Door jou. -Geen hand vol, maar een land vol.
Kijk om je heen.
Die, bijvoorbeeld.
Ze lijkt op haar. -Van achteren.
Maar het is Léa niet.
Ze lijkt er wel sprekend op.
Wacht, ze is het wel.
Het is Léa echt. -Volgens mij ook.
Ze wacht op je. -Hoe heb je dat geregeld?
Via tante.
Zomaar? -Hoe bedoel je?
Ging ze hier meteen mee akkoord...
zonder dat ze iets terug wilde? -Nee, dat niet.
Ho even.
Nee, het is niet wat je denkt.
Ik ben ontroerd.
Het ontroert me dat je zoveel van me houdt, dat je zelfs met haar...
Genoeg. Ga maar gauw.
Als ze me nou niet wil, wat doen we dan?
Ik word gek van dat 'wat gaan we doen?'
Stop ermee, en ook met dat 'wij'. Je moet jezelf redden.
Vooruit. -Nee, laat maar.
Die kant op. -Vergeet het maar.
Verdorie, Marcus. Meekomen.
Kom hier.
Bedankt.
Dank je wel.
Ga nou maar.
Zuurstof.
Het college anatomie van negen uur?
Eerste verdieping, grote zaal. Het is cum tempore.
Sorry? -Om kwart over negen.
Spreken jullie hier Latijn?
Bedankt.
Begin je nu pas met geneeskunde?
Ja.
Tegen de tijd dat je specialist bent, kun je met pensioen.
Dat lijkt me een prima plan.
Vertaling: Iyuno-SDI Group
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.