Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Rudolph? Je feestkleren.
Die heb ik al honderd jaar niet aangehad.
Moeder wil dat je ze past. Ze moet ze misschien verstellen.
Denkt ze dat ik ben aangekomen? Met wat wij eten?
Pas ze gewoon.
Ik haat mijn verjaardag en ik trek ze niet aan.
Niet bewegen.
Welkom. - Tante. Wat bent u...
Dik. Ontken het maar niet. En waar is onze jarige job?
Rudie. Rudie?
Hij is z'n kleren aan het passen. - Die staan hem zo goed.
Et voilà. Prachtig.
Dank u, meneer.
Rudie.
Rudie? - Tante.
Ik schrik me dood. - Bent u niet al...
Rudolph, bied je excuses aan. - Wat nou weer? Ze riep me toch?
Rudolph, kom even mee.
Ben jij buiten geweest? - Ja, maar niet ver.
Daar gaat het niet om. - Ja, vader.
Dit kinderachtige gedoe moet stoppen. Je bent overmorgen jarig.
En dan word ik voor de 300e keer 13. Het is dodelijk saai.
Kom op, laten we lol trappen.
Ik heb beloofd dat ik moeder zou helpen.
Ik maak me zorgen om oom en tante. - Zal ik ze tegemoet vliegen?
Vader wil niet dat je de grafkelder verlaat.
Van hem mogen we helemaal niks. - Wat?
Ze komen helemaal uit Duitsland. Arme tante Wulftrud en oom Gernot.
Gernot. Jij moet weten waar hij ligt. - Waarom ik?
Omdat jij de sleutel als laatste hebt gebruikt.
Wanneer was dat dan? - Kun je je dan echt niets herinneren?
Wat moet ik me herinneren?
De sleutel. We komen hier niet uit zonder sleutel.
De duisternis nam bezit van het bos. Geen levende ziel te bekennen.
Het knagende gevoel van angst werd groter.
Een vreselijk voorgevoel dat vampiers...
Tony. - Ik lees alleen maar.
Ik kan me geen betere zoon wensen. - En ik me geen betere vader.
Maar vanaf nu mondje dicht.
We willen het V-woord niet meer horen.
Wil je soms dat m'n hoofd ontploft? - Ik geloof het niet.
Over vijf kilometer rechts afslaan.
Wat zocht ik ook alweer? - De sleutel, domoor.
Hier gaat het niet mee lukken. De sleutel is verdwenen.
We zullen door het riool moeten. We hebben geen andere keuze.
Daar is het walgelijk. - De ratten vinden het niet erg.
Vampiers. - Hallo.
Mam, pap. Vampiers.
Genoeg, Tony. Kappen nu.
Maar ze vliegen daar. Kijk dan zelf.
Je weet dat dat vampiergedoe onzin is, toch? Het zijn sprookjes.
Als jij het zegt. - Dat zeggen wij allebei.
Pap.
Ik kan niet remmen.
Pas op voor die boom.
Blijf rechtdoor rijden.
O, lekker dan.
Ze horen op de weg te blijven. - Wat moeten ze op onze begraafplaats?
Als ze voor ons kwamen, hebben ze pech. Wij gaan naar Transsylvanië.
TRANSSYLVAANSE MACHINERIE
Maney. Wakker worden. Kom uit je nest. Ik heb mijn truck nodig.
Eindelijk. Ik kom voor mijn truck.
Midden in de nacht? - De nacht is mijn domein.
Kom, schiet op.
Ik heb 48 uur gewerkt. Ik moet ook een keer slapen.
Ik betaal je niet om te slapen. - Over betalen gesproken...
Jongen, toch.
Maney. Ik zat eraan te denken om jou mee te nemen.
Ik, op jacht met jou? Dat is mijn grote droom. Ik wacht al...
Ja, vertel me dat later maar.
Laat eerst mijn nieuwe lamp zien. Daarna moeten we op pad.
Ze zwermen. Ze zijn in jaren niet meer zo actief geweest.
Schiet op. Het licht.
Schitterend.
Ik weet niet wat voor effect het heeft. - Daar komen we snel genoeg achter.
Hij is nog steeds 13. - Hij is oud genoeg.
Ik ben al eeuwen 13. - Jullie gaan niet naar buiten zonder mij.
Niet nu de hele clan hier is.
Dat is precies ons punt. Iedereen is hier.
Vader wil dat we ons verstoppen.
Ik wil niet dat jullie eindigen met een staak door je hart.
Hebben jullie weer deze discussie? - Het spijt me, moeder.
Waar ga jij heen? Ik verban je, hoor. Dan mag je lekker uitrazen in Siberië.
Ik meen het. - Lieverd.
Zeg nou niet dat het een fase is. Puberteit, of hoe dat ook heet.
Ik wil met je mee. - Echt?
Ja, om lol te trappen.
Ik heb het gehad. Ik ga niet naar buiten om lol te trappen.
Wil je een echte vampier worden?
Word dan eerst eens volwassen, broertje.
Wat is dit nu weer voor radar? - Ik noem het de Infra-Dood.
Die naam bevalt me wel. - Je weet niet hoe blij ik daarvan word.
Ja ja, gevoelens. Laat zien hoe hij werkt.
Wat betekent dat? - Dat er ondoden in de buurt zijn.
Ondoden. Ik wist het.
Stil. Wacht, wacht wacht, wacht.
Gregory, nee.
De lamp.
Hij doet 't. Hij doet 't.
Kom op, wegwezen hier. - Hij doet 't.
Wat doe je nu? - Hij brandt echt.
Wat dacht je dan? Het is jouw uitvinding.
Wat doe je hier? - Ik ben je gevolgd.
Ik dacht dat het mis zou gaan. En ik had gelijk.
Stomkop.
Ze vliegen terug naar hun schuilplaats. En daar krijgen ze bezoek.
Pap doet alles voor je. Jij wilde deze enge kasteeltour doen.
Hij zei ja, niet ik. - Weet ik.
Het zou leuk moeten zijn. Jij neemt dat vampiergedoe te serieus.
Tien minuten geleden had ik je gelijk gegeven. Maar nu ik...
Geen gemaar. We beginnen ons zorgen te maken.
Mam. Kijk.
We dachten al geluiden te horen.
We waren weer even bang voor vamp...
Vampiers.
We heten u van harte welkom. U bent vast de familie Thompson uit Amerika.
U heeft de oprit gemist. - Ik was even afgeleid.
Drie nachten in een echt bed. Ik kan niet wachten.
Je bent vast dood-moe. - Gekkie.
Fijn dat u een kamer heeft voor ons. Het zal wel druk zijn.
Nee, dat valt wel mee. De gasten komen en gaan.
Onze bed & breakfast is hier om de hoek.
Jullie nieuwe huis, ver van huis. - Een kasteel.
Pap, moet je zien. Allemaal knoflook. - Waarschijnlijk koken ze graag.
Jij hangt je eten toch ook niet om je nek?
Nu moeten we hier de trap op.
Voor de slapieslaap-kamer van de jongeman.
Jij slaapt toch wel? - Tuurlijk. Elke nacht.
Zie je?
Na u. Ik volg jullie.
Kun jij hun spiegelbeeld zien?
Je staat in de weg. - Ik? Jij.
Ga weg. - Waar kijken jullie naar?
Nergens.
Er zat een vlek. Beetje spuug en hij is weer schoon.
Dan kun je beter je spiegelbeeld zien.
Krijgen jullie vaak gasten zonder spiegelbeeld?
Wat is er gebeurd? Laat me kijken. - Moeder, toe.
Wie heeft dit gedaan? - Geen idee.
Hij is toch naar buiten gegaan. Was het Rookery? Is hij je gevolgd?
Je moet gaan liggen. Rusten.
Het was Rookery, maar niet alleen. - We verkeren in groot gevaar.
We moeten weten of Rookery ons gevolgd is. Dat moet jij uitzoeken.
Dit wordt me het verjaardagje wel.
Vampier-bestendige staalnetten.
Jij bent niet de enige uitvinder.
Maar ze kunnen de moeren losdraaien. - Heb je ze goed bekeken?
Dit is geen alledaagse moer. Dit is mijn speciale moer.
En er is maar één sleutel die past. Mijn speciale sleutel.
Speciaal? - Dat net is onbreekbaar.
Welnee. Ik kan het bewijzen.
Mijn net, mijn moeren. Niet uit te ontsnappen.
Wie durft?
Rookery is buiten. Hij sluit ons in.
Heb jij hem naar buiten gestuurd? - We moeten ontsnappen.
We vluchten door het labyrint. - Dat is vervloekt.
Dat is een oude legende.
Rookery is hier. Het labyrint is daar. Wat is erger?
We hebben hier geen tijd voor. - Ik leid ons hier weg, op mijn manier.
Kom, Gregory. - Dat gaat niet.
Ik ben te zwak om te vliegen. - Ik laat je niet achter.
Ik hou me schuil. Ik red me wel. - Ik blijf bij Gregory.
Nee, je bent dapperder dan ik dacht. De clan heeft je nodig. Ga met ze mee.
Laat alles achter, we moeten ontsnappen. Kom, allemaal.
De volgende keer dat je weer zoiets stoms van plan bent, neem je mij mee.
Volg mij. We moeten weg, nu.
Alsjeblieft.
Trek het net dicht.
De anderen zitten gevangen. - De bruten. We moeten de clan redden.
Teruggaan is zelfmoord. - Maar ze zitten vast.
We laten ze daar niet lang zitten, dat beloof ik.
We worden onthaald met 21 saluutschoten.
Wacht. - Wat is dit voor feest?
Het verkeerde soort. - Vampierjagers.
Kom mee, alsjeblieft. - Maar we zijn er net.
Kunnen we bij jullie schuilen?
In Duitsland? - We hebben geen keus.
Verschroei ze. Verdelg ze.
Pas op, het licht is dodelijk. - We moeten ontsnappen.
Hou ze tegen. Verbrand ze.
Laat mij maar.
Gaat het met je?
Wat is dit? Proberen ze te ontsnappen?
Dat vliegtuig van jou, vliegt dat nog steeds?
Het is een oudje, maar ik ken de piloot die het kan besturen.
Ik heb een turbo ingebouwd en de motor opgevoerd. Je kunt altijd op me...
Klep dicht, we moeten vampiers vangen.
Dat vliegtuig volgt ons. Anna, neem het over.
Grijp die kleine bloedzuiger.
Het is Rookery. - Wat moeten we doen?
We maken een scherpe bocht naar links.
Links.
Ze spelen een spelletje met ons.
Pak de uv-lamp uit de truck. Ik voeg nieuwe regels toe.
Nu naar rechts.
Rechts.
Waar blijft die domkop toch met mijn lamp?
We vermalen ze met de propellers.
Hak, hak, hak.
Omhoog.
Ik leid ze wel af. Jullie vluchten.
Het is te gevaarlijk. - Ik ben een vampier, geen angsthaas.
Achtervolg hem.
Pak hem. Laat hem niet ontsnappen. Optrekken.
Gernot, de sleutel.
Ik zei toch dat ik hem kwijt ben? Waar kan hij nou...
Waar zat ik toch met mijn hoofd?
Kom erin. Jij ook, lieverd.
De afstandsbediening ontvouwt je parachute. Je hoeft niets te doen.
Stel je voor dat je deze reistas bent.
Het gaat zo.
Heb je hem gecontroleerd?
Zeker. Maar ik kijk nog wel een keer. Jouw veiligheid staat voorop.
Ik kom je redden.
Ik heb je, veilig in mijn armen. Wat een goed gevoel.
Waar is de afstandsbediening? - Vergeten. Ik trek wel aan het touwtje.
Waar wacht je nog op?
Ik kan er net niet bij. - We hebben niet veel tijd meer.
Bijna.
Bijna is niet goed genoeg.
Je elleboog zit in de weg. - Trek aan het touwtje.
Wou je me om zeep helpen? - Ik heb je gered. Ik voel...
Genoeg met die gevoelens van je. - We hebben bezoek.
Jij smerige kleine bloedzuiger.
Jij lelijke kleine vampier-snotneus.
Krijg nou wat. - O nee, de zon.
Waarom heb ik nou de enige kamer zonder knoflook?
Hoi.
Stom antiek ding.
Wou je me nog ergens anders mee aanvallen?
Ik wil je niet aanvallen.
Jouw soort maakt al eeuwenlang jacht op ons.
Mijn soort? Ik ben een jongetje uit San Diego.
Probeer niet te ontsnappen. Dan stuur je een leger stervelingen achter me aan.
Waarom? Je hebt me helemaal niets gedaan.
Nog niet. - Ik ben zelfs dol op vampiers.
En dat moet ik geloven? Ik weet wat je van plan bent. Ik ben gewaarschuwd.
Ik ben niet bang voor jou. Echt niet.
Jij bent niet bang?
Wie hou ik voor de gek? Ik doe het in m'n broek.
Dit is voor mij ook een enge nacht. Dat heb ik niet gezegd.
Te laat. - Ik ken totaal geen angst.
Kom op. Je kwam hier vast niet om vakantie te vieren.
Niets. - Ik zal nog een keer kloppen.
Hallo? Mr Tony Thompson?
Alles goed?
Het gaat prima.
We komen altijd even kijken. - Of onze gasten wel slapen.
Want 's nachts slapen is beter dan... - Slapen overdag.
Ik sliep, totdat jullie me wakker maakten. Dus dan heeft het niet zo veel zin, toch?
Oké. Gute Nacht. - Van hetzelfde.
Hier. Doe deze maar om.
Knoflook? Zijn jullie bang voor vampiers of zo?
Je hebt me niet verraden. - Waarom zou ik?
Waren dat je ouders? - Zagen zij eruit als mijn ouders?
Jij bent een rare sterveling. Hoe heet je? - Tony Thompson.
Rudolph Sackville-Bagg. En ik ben ook 13.
Het klopt dus. Vampiers hebben geen spiegelbeeld.
Dat maakt haren kammen best pittig. - Jij bent echt cool.
Wat doet mijn temperatuur ertoe? - Nee, cool als in gruwelijk. Ziek.
Ik voel me prima. - Jij moet nog een hoop leren, vampiertje.
Een verrassingsaanval. Ik zal je trots maken.
Trots. Ja, mijn hart loopt over. Breng me gewoon dat vampierjong.
We hebben nog een appeltje met hem te schillen.
Vier, drie, twee, één. Start de motoren.
Jij verspilt mijn kostbare tijd. Ik had nu al...
Waar is de weg naar Transsylvanië?
Goedendag.
Heerlijk om familie op bezoek te hebben, zelfs onder deze barre omstandigheden.
De kisten voelen zo leeg aan.
Soms kun je ze horen zuchten van eenzaamheid.
Ja, hoor je dat? - Ik hoor helemaal niks.
Hij hoort het suizen in zijn oor. Komt door de ouderdom, lieve Anna.
Ik kan het ook horen. Ontroerend.
Rust zacht.
Ik moet naar een... - Doodskist.
Jij weet wel veel over vampiers, zeg. - Ik heb me ingelezen.
Niet veel hotelkamers hebben doodskisten.
Wel op de plekken waar ik logeer. - Wat dacht je hiervan?
Help me een handje.
Ik kan het haast niet geloven dat ik hier mag slapen.
Ik kan het ook haast niet geloven. Maar je moet me één ding beloven.
Geen kussengevechten?
Rustig maar. Ik heb dat rode spul al een hele tijd niet gehad.
Maar vampiers en bloed horen bij elkaar als... vampiers en bloed.
We houden ons gedeisd op last van mijn vader.
Houdt hij niet van bloed? - Hij wil dat we stervelingen mijden.
Dus je gaat me niet bijten?
We zullen zien.
Trusten, sterveling.
Slaap lekker... Vampier.
Tijd om op te staan.
Waar kijk je naar? - Je wordt groot, knul.
Ach, dat overkomt de beste.
Het is mooi weer. Dit kasteel is meteen een stuk minder eng.
Fijn gedroomd? - Beter dan fijn.
Niet over vampiers? - Dat was zó gisteren.
Waarom ligt die kast hier? - Dat geeft niks. Ik doe alsof dit mijn...
Daar ben ik nog niet uit. Maar als ik het weet, wordt het supercool.
Je praat niet meer zo vaak over spelen en doen alsof. Het is fijn.
Maar nu gaan we beneden ontbijten. Kleed je even om.
Ben je wakker? - Wat denk je zelf?
Je maakt hartstikke veel herrie. - Sorry.
Ik kon toch niet slapen. Ik heb honger.
Wat doe je? Draai je de deur op slot? - Voor je eigen bestwil. Het is zonnig.
Liegbeest. Je maakt je zorgen om je nek.
We hebben braadworst. - Helemaal zelf gemaakt.
Hebben jullie ook cornflakes?
Ik heb nog nooit zulke lekkere braadworsten gezien.
Je ziet ze voor het eerst.
We hebben er nog meer, hoor. - In de keuken.
En als we nou vegetariërs waren?
Dan hadden we nu bij de koeien mogen grazen.
Dat is het.
Heeft u misschien aluminiumfolie? - Amulinium?
Voor de braadworsten?
Nee. Hou even vast.
Dank u.
Rudolph? - Wie dacht je dan? Graaf Dracula?
Ik ga je vrijlaten. Het ontbijt staat klaar.
Het is nog steeds ochtend. Staat er zongedroogde vampier op het menu?
Vertrouw me.
Nooit gedacht dat ik dit ooit zou zeggen, maar... Ja, ik vertrouw je.
Rechtdoor. Stukje naar links.
Voorzichtig. Rechts, rechts. Kijk uit waar je loopt. Kijk uit.
De trap af. Oké, voorzichtig.
Hierheen, Rudolph. Rustig. Links. Nee, andere links.
O nee, mijn ouders.
Stop.
Wat is dit? - Mijn nieuwe vriendje, Rudolph.
Hij woont hiernaast. - Er is geen 'hiernaast'.
Jawel, daar.
We wilden astronautje spelen. Met ruimtepakken.
Maar de amuli... Het zilverpapier was op.
We doen de moonwalk. Snap je?
Goeie. Grappig. - Leuk dat je een vriendje hebt.
Je bent maar één keer jong. Toch, Rudolph?
Laten we wat kijkgaten maken. - Nee, zo vermoord je 'm.
Geen zuurstof, kosmische stralen. We zijn op de maan, weet je nog?
Verse hamburgers. Dat wordt smullen geblazen.
Ogenblikje. Trek je niets aan van de stank. Of de vliegen.
Ik weet niet of ik dit kan. - Ik sta niet op het menu.
Ik heb mijn vader nooit gekend. - Ik probeer te slapen.
Weet je wat mijn moeder van mij vond? - Dat je te veel praatte?
Mijn obsessies, mijn uitvindingen... Ze dacht dat ik gestoord was.
Ik heb je uit het gekkenhuis geplukt. - Een kostschool. Dat is iets heel anders.
We werken 's nachts en we slapen overdag. Dus...
Het was anders dan ik had verwacht. - Ik slaap.
Wat mijn lamp met die vampier deed...
Jij bent nu een jager, Maney. Je went er vanzelf aan. Dus ga slapen.
Voordat ik je een mep verkoop.
Is het donker? - Het lijkt wel nacht.
Blijf staan. Dit kan even duren. - Ja, dat dacht jij.
Is dit wat het bloed met je doet?
Wat is er met je? - Wil je weten wat er is? Luister goed.
Ik word opgejaagd. Niet alleen ik, mijn hele familie.
Mijn ouders, zusje, oudoom en oudtante moeten zich nu ergens schuilhouden.
Voor hetzelfde geld zijn ze al dood. Vermoord door vampierjagers.
Stervelingen.
Kappen. - Mijn broer Gregory...
en de rest van mijn clan zitten gevangen.
Begraven in een grafkelder in Transsylvanië. Allemaal vanwege...
stervelingen zoals jij.
Kappen.
Ik jaag niet op jou. Dit is verre van cool.
Als jij en je familie in gevaar zijn, laat mij je dan helpen.
Jij hebt geen flauw idee in wat voor wereld ik leef. Je kunt niet helpen.
Jawel. We moeten alleen langs mijn ouders zien te komen.
Mijn probleem heeft niets met jou te maken.
Dat zeg je toch niet tegen een vriend?
Vriend? - Ja, vriend.
Klep dicht en slapen. Het wordt een lange nacht.
Waarom wil je zo vroeg naar bed? Dit is niets voor jou.
Laten we deze maar op zijn plek zetten. - Nee, niet doen.
Dat is mijn ruimteschip. Rudolph en ik zijn astronauten.
Ik mocht die Rudolph wel. Al was ie in folie gewikkeld.
Slaap lekker, Tony. - Welterusten, pap en mam.
We zien elkaar morgenochtend weer. - Vanzelfsprekend.
Rudolph, de zon is onder. Het is donker buiten.
Je kunt eruit komen.
Ik dacht dat je weg was. - Ik was bijna gegaan.
Als je nog wilt helpen, moet je nu meekomen.
Mijn clan rekent op me, op ons.
Frederick.
We krijgen dit ding met geen mogelijkheid open.
Luister dan toch. Ontsnappen via het labyrint is onze enige kans.
We vinden wel een uitweg. Dat beloof ik. - Rudolph.
Ik heb geen tijd meer te verliezen. Kunnen kinderen uit San Diego vliegen?
Ik kan niet eens autorijden.
Ik heb dat lopen nooit begrepen. Klaar om te vliegen?
Om eerlijk te zijn niet. - Kom op. Pak mijn hand.
Goed zo.
Hoe doe ik dit nou? - Ik hou je hand vast.
Ziek. - Ja, dit is geweldig, hè?
Nee, ik voel me echt ziek. Als in...
Hou dan op met draaien. - Ik weet niet hoe.
Gewoon zo.
Nu gaan we vliegen.
Ik kan dit niet.
Dan blijf je maar hier. Je bent toch maar een sterveling.
Mooi niet, vampier. Ik ga met je mee.
Mooi. Laten we beginnen met een kleine stap.
Geef me je hand. - Laat me niet vallen.
Zeg gewoon tegen jezelf dat je zweeft, als een blaadje op de wind.
En weer omhoog. - Dit noem ik geen zweven.
Ach, zweven is saai. - Ik verveelde me anders niet.
Oké. Dit gaat me lukken. Wat kan er nou misgaan?
Dat je te pletter valt. Geen smoesjes meer. We gaan vliegen.
Ik kan vliegen.
Hier kan ik wel aan wennen.
Ik kan vliegen. - Nooit aan getwijfeld. Vind je het cool?
Het allercoolst.
Kijk. Ze zijn in de buurt. - Het is die snotneus. Zeker weten.
De vampierjagers.
Maar wij zijn onschuldig. Wat zouden ze precies van ons willen?
Kijk.
De kleine Amerikaan. Heb je zijn spiegelbeeld niet gecontroleerd?
Dat had jij toch gedaan?
Ken je mij nog? De jongen die niet kan vliegen? Je liet me bijna vallen.
Het is Rookery, de vampierjager.
Het is voorbij. Jij moet terug.
Hou je mond. Ik ga helemaal nergens heen.
Ik moet mijn ouders zoeken. - En ik weet waar.
Natuurlijk, onze vampier-expert.
Jullie gaan toch graag naar begraafplaatsen en tombes?
Jullie stervelingen, met jullie vooroordelen.
Dat klopt inderdaad.
Jullie worden geteisterd door vampiers.
Mijn assistent en ik zijn gediplomeerde vampierjagers...
en wij bieden u onze diensten helemaal gratis aan.
Jullie mogen uit dank mijn laarzen kussen.
Zou u ze willen insmeren met knoflook? - Dat bedoelde ik figuurlijk.
Wij hebben er twee gezien. Ze vlogen. Jongens.
En een ervan logeert hier, met zijn ouders.
Ruik je dat?
De geur van ontbinding.
Sommigen herkennen wijn aan z'n boeket, anderen de geur van rozen.
Maar dit is mijn parfum, mijn Chanel No 5.
Ik ruik het van een kilometer afstand.
Eau de Vampire.
Daar verderop. Laten we gaan.
Ik ga alleen op onderzoek uit. - Nee, samen.
Ik kan je niet meenemen naar mijn ouders. Het spijt me.
Moeten we het hier nu weer over hebben?
Dit is gestoord.
Goed, dat zijn geen vampiers.
Maar ze waren op de begraafplaats. - Dan is dat onze volgende bestemming.
Ik wist dat je ons zou vinden. - Wat ben ik blij je weer te zien.
Hoe ben je binnen gekomen? - Let voortaan wat beter hierop.
Geef hier.
Rookery is ons op het spoor, maar ik heb een geheim wapen.
Dat zal wel gevaarlijk zijn. - Hij heeft mijn leven gered.
Hij?
Je dacht toch niet dat ik je liet zitten? Ga je mee naar mijn ouders?
Zeiden ze ja? - Ze zeiden geen nee.
Ik hoop dat ze al gegeten hebben.
Het is een grapje.
Ik snap 'm niet.
Vader, stop. Je doet nu echt niet cool. - Koel?
Dat is een uitdrukking. Het betekent... - Dat u nog gaver bent dan ik dacht.
Ach, door de eeuwen heen leert een vampier hoe hij...
Pas op, sterveling. Ik ben niet gevoelig voor vleierij.
O nee? - Is dit nietige joch jouw geheime wapen?
Hij heeft wel je zoon gered. - Tony Thompson, aangenaam.
Rudolph heeft het goed getroffen met zo'n mooie moeder.
Hoe maak je het?
Moeder. - Ik ben Anna, Rudolphs zusje.
Mij zou je zeker nooit mooi kunnen vinden, hè?
Je bent heel mooi. Echt waar.
Je bent jong, impulsief, dwaas. Dat zie ik door de vingers.
Maar we leveren ons niet over aan een sterveling.
Hij is mijn vriend. - Jij kunt van alles zijn voor mijn zoon.
Zijn ontbijt, een snack, zelfs zijn avondeten.
Maar je kunt nooit zijn vriend zijn.
Of je kiest hem, of je familie.
Het is het een of het ander. De keuze is aan jou.
Rudolph. Mijn jongen.
Ik had nooit gedacht dat we gered zouden worden door een sterveling.
En zeker niet zo'n knapperd als jij. - Ik weet niet... Ik heb... Dank je.
Ik weet wat je doet. - Laat me dan m'n gang gaan.
Tony, wakker worden.
Kijk haar niet aan. Ze wil je betoveren.
Je had me meteen toen ik je zag al betoverd.
10 meter, 50 meter. Hoe diep die grafkelder ook is, je kunt alles horen.
Ben je trots? - Dat zou ik niet zeggen.
Je kunt een vampier zelfs horen niezen. - Wil je weten wat ik hoor?
Klep dicht.
Ik wil je graag iets geven.
Hou het altijd bij je. Het brengt geluk. - Echt waar?
Je krijgt het toch van mij?
En als je hulp nodig hebt, gewoon fluiten.
Je weet toch wel hoe je moet fluiten?
Gewoon je lippen tuiten, en dan blazen.
Droeve duisternis, we worden aangevallen.
Ga je achter ze aan?
Dit zijn vampiers, geen konijntjes. Je loopt niet zomaar blind hun nest in.
We sturen ze eerst een kleine welkomstboodschap.
Anna, Rudolph. - Je bent terug. Je hebt dus gekozen.
Rookery heeft gekozen.
Kijk uit. Er moet een andere uitweg zijn. - Die is er. Het riool.
Zoek dekking.
Wegwezen.
Hier heb ik met Tony gevlogen. - Jullie hebben niet stilgezeten.
Ik ga Tony halen. Geen discussie. - En ik ga met hem mee.
Ik ga niet naar binnen. - Dat ga je zeker wel.
Het hek zit op slot.
En nu is het open.
Ik verwachtte jullie al. Sorry van jullie lampen. Schokkend, hè?
En er moet iemand opdraaien voor het dak.
Stel dat het gaat regenen. Er wonen hier mensen.
Nou ja, geen mensen, maar...
Mijn collega en ik twijfelen over jou. Vampier of niet?
Ik zat net van de duisternis te genieten.
Het kruis, gebruik het kruis.
Werkt het? - Is dat antiek? Dat kun je verkopen.
Het is geen vampier. - Klep dicht.
Knoflook? Bah.
Jij bent dus geen vampier. Je bent erger.
Een vampierhulpje, een verrader van de mensheid.
Als jij die mensheid bent, kies ik voor vampiers.
Daar is Tony. Ik moet hem bevrijden. - Hij is voor mij.
Hij doet het niet. En de Infra-Dood is ook stuk.
Allemaal zijn schuld. De jeugd heeft geen verantwoordelijkheidsgevoel.
Vastgebonden op het dak als een jachttrofee.
Tony.
Wat zei ik nou? Van mij.
Wat gebeurde er? - Hij zit onder de knoflook.
Daar zullen ze voor boeten.
We moeten naar Transsylvanië. Die vampierfan houdt ons alleen maar op.
Ik stel voor dat we...
Hé, jongens, ik wil heel graag in bad. - Klep dicht.
We hebben het over je toekomst. Ik zou me niet druk maken om je hygiëne.
Ik voel niet zoveel voor dat... Het is een kind, geen vampier.
Kijk eens wie er ineens engelenvleugeltjes heeft.
Dit was allemaal heel spannend voor je. Een raketje hier, een parachuutje daar.
Ik ben jouw speeltjes spuugzat. - Jongens.
Je bent nergens zonder mijn speeltjes. - Jongens, luister nou 's. Ik kan helpen.
Hoe? - Als lokaas.
Mijn vrienden willen me redden. Maar ze komen niet als ik naar knoflook ruik.
Dus jij wilt je vampiervriendjes opofferen?
Je laat me geen keus. - Je denkt weer als een sterveling.
Een zeer wijs besluit, jongen.
We zijn ze kwijt. - Ik had hem erbuiten moeten houden.
Dat was je toch niet gelukt. Hij is veel te dapper.
Jij bent gewoon verliefd.
Verliefd. Belachelijk.
Zal het water warm zijn? - IJskoud. Maar dat is juist leuk.
Je maakt me toch wel los? Jullie hebben niks aan me op de bodem van het meer.
Haal geen grapjes met ons uit. Ik zwem als een dolfijn.
Eén, twee, drie.
Wat is dat? Kom terug.
Ga hem halen. - Jij bent hier de dolfijn.
Ik heb gelogen. Ik kan niet zwemmen. - Wat doen we nu?
Geen idee. Dit misschien.
Het is ijskoud.
Wat? - Tony fluit naar me.
Wat gebeurt er?
Zijn ze hier teruggekomen?
Wat is er toch aan de hand? - De vampierjagers.
Ze zitten achter jullie zoon aan. - Want hij is een vampier.
Oké, even voor de duidelijkheid: Jullie muziek bezorgt me koppijn...
jullie braadworsten zijn walgelijk, en mijn zoon is geen vampier.
O nee? Waarom ligt hij dan 's nachts niet in zijn bed?
Dat ligt ie wel.
Wat is er mis met onze braadworst?
Tony?
Bob?
Zie je nou wel? Het is altijd de familie die er als laatste achter komt.
Pak je braadworst en...
Laat ook maar.
Je hebt het ijskoud. We gaan naar je kamer om droge kleren voor je te halen.
Nergens voor nodig.
O man, ik ben duizelig. - Maar droog.
Ik verspil geen seconde meer aan dat snotjong. Op naar Transsylvanië.
Ze gaan achter mijn broer en mijn clan aan. We moeten er eerder zijn.
Voor zonsopkomst. - We kunnen ze vast wel tegenhouden.
Pap en mam. - Wat?
Ze zijn vast bezorgd. Maar als ze me nu zien, mag ik nooit meer weg.
Zal ik ze overtuigen dat je mee moet?
Jij kunt heel overtuigend zijn.
Je moet zijn ouders overtuigen, niet Tony.
Anna, toe, luister dan. Laten we dit één keer doen zonder ruzie.
Het gaat niet alleen om de ouders van Tony, maar ook om de onze.
Ze moeten weten waar we heen gaan, weten dat we veilig zijn.
Laat de ouders maar aan mij over, maar volgende keer mag ik de held uithangen.
Wees niet bang. Ik moet jullie spreken.
Mag ik binnen komen zweven? Alstublieft.
Ik zal me even voorstellen. Mijn naam is Anna Sackville-Bagg.
Ik ken jullie zoon. We hebben een bijzondere band.
Je lijkt me heel bijzonder.
Tony is een goede jongen. Hij heeft mijn broer Rudolph gered.
Een hele goede... - Jongen.
Tony vliegt naar Transsylvanië met Rudolph.
Vliegen? - Transsylvanië?
Dat is geen tripje dat je zonder je ouders wilt maken.
We worden achtervolgd.
Het is jouw koe. - Wat bedoel je, mijn koe?
Je bezit wat je bijt.
Goed, kom maar mee. Volgende halte Transsylvanië.
Dat zijn Tony's ouders. Ik rij met ze mee.
Jij wilde je zoon verstoten. Wil je soms je dochter ook kwijt?
Frederick, toe. - Denk aan de clan.
De zon komt bijna op. - Precies, ja.
Zij hebben hun eigen tombe op wielen.
Het is hier pikdonker. En als we wakker worden, zijn we er al.
Ga, Frederick. Ik hoop dat het niet te laat is.
Wij blijven hier en houden een oogje in het zeil.
Ik heb de sleutel, lieverd. - Het ga jullie goed.
Vaarwel, mijn bloedjes.
Dit zijn mijn ouders. Mijn vader Frederick Sackville-Bagg en mijn moeder Freda.
Wat leuk u te ontmoeten, Mr Sackville-Bagg.
Hoe maakt u het? Mijn naam is...
Dottie Thompson.
Wat heb je met ze gedaan? - Niets.
Bedankt voor jullie 'tombe-op-wielen'.
Ik zal hem even laten zien. Hij is nogal klein.
Het kan ons niet klein genoeg.
Het was maar een mini-spreukje.
We vliegen sneller dan de auto's. We komen veel eerder aan dan Rookery.
De zon komt op. We gaan het niet redden.
De zon is jouw probleem, niet het mijne.
Het is ons gelukt. We zijn er.
We zijn weer terug waar we begonnen. We lopen in rondjes.
Daarom heet het een labyrint. De weg vinden is niet eenvoudig.
We moeten het blijven proberen.
Blijf hier en probeer wat te slapen, dan ga ik verder.
Bezet.
Ik stel mijn familie teleur. - Hoelang ben je al 13?
300 jaar. - Gedraag je dan niet als een kleuter.
We zijn al een heel eind. Hoe kom ik bij de grafkelder?
Volg de weg. Kan niet missen. Het is de plek vol dode mensen.
Ik begin eraan te wennen.
Rookery heeft de ingang afgesloten met een net.
Dat gaat alleen open met zijn moersleutel.
Een stuk gereedschap, bedoel je. Ga ik regelen. Jij moet uit de zon.
Jij ook.
Ik zie je vanavond. Wees voorzichtig.
Boeren. Die horen niet op de weg. - We moesten linksaf.
Corrigeer me niet. Zeg niet hoe je je voelt.
Wat je ook wilt doen, doe het niet.
Dus ik moet hier zitten en bevelen van jou opvolgen?
Je bent een genie.
Hallo, wat is de weg naar Transsylvanië?
Daar is mijn sluiproute.
Ik hoop maar dat je het doet.
Onbreekbaar. Ik wil weleens zien welke vampier hierdoorheen komt.
Liever niet.
Kun je al iets horen?
Ze zitten hier beneden. Het zijn er tientallen. Snel, naar de werkplaats.
Hebben we alles gedaan? - Nee, straks is het met hen gedaan.
Het lijken me aardige mensen, maar volgens mij zijn het vampiers.
Ach, niemand is perfect.
Je bent een goede wekker.
Jij gaat met de helikopter, en neem die bom mee waar je zo trots op bent.
Ik heb niet veel nodig. Mijn kruisboog, mijn knoflookgeweer, mijn trouwe...
Mijn moersleutel. Ze hebben mijn moersleutel gestolen.
Ik zie je bij de grafkelder. Met de bom.
Gregory. Ik ben het, Tony. De vriend van Rudolph. Tony.
Gregory. Kun je me horen?
Kan iemand me horen?
Wat ben jij een behulpzame knaap.
Kom jij altijd op het verkeerde moment? - Voor jou, niet voor mij.
Onze kleine vriend helpt ons bij ons werk.
Maar dan kan ik alsnog een pijl door zijn hart jagen.
Maar eerst nog een piepklein vraagje. Hoe kom je aan mijn moersleutel?
Hij is er bijzonder aan gehecht.
We hebben allemaal onze eigenaardigheden.
Ze liggen diep verborgen in de donkere krochten van ons brein.
Sommigen hebben meer eigenaardigheden dan anderen.
Het is eigenlijk wel schattig dat een verdorven schurk...
Zo is het genoeg. Hoe kom je eraan?
Nu ik merk hoeveel hij voor je betekent, zie ik z'n schoonheid en veelzijdigheid.
Dit begint een gewoonte te worden. Jij werkt je in de nesten...
en ik kom je redden. - Ik? Hoe zit het dan met jou?
Daar heb je vrienden voor.
Doet het pijn?
Ja, dat krijg je als je een moersleutel naar je hoofd krijgt geslingerd.
Help me dat net te openen. Maar niet te wijd. Ze mogen niet weer ontsnappen.
Gaan we naar binnen? - Nee, we sluiten ze op in hun tombe...
en laten ze rotten om na te denken over de macht van Rookery.
Mensen die over zichzelf praten in de derde persoon zijn megaloma...
Ben je nu een psychiater?
Kom me helpen.
Ze gaan de grafkelder opblazen.
Vergeet je niet iets?
Jij blijft hier.
Kun je ze niet betoveren, net als Anna? - Dat is een meidending.
Het is een vampierding. Probeer het.
Bij de duistere kracht die in mij huist onderwerp ik jullie aan mijn wil.
Dat dacht ik niet. Ik voel niets. Behalve moordlust dan.
Ik zei toch dat het een meidending was?
Kunnen we onderhandelen? - Ja, laten we onderhandelen.
Klep dicht.
Onderhandelen? Je mag toekijken hoe ik de grafkelder voorgoed afsluit.
En jij, vampierknaap, kruipt door dat gat en voegt je bij de rest van je familie.
Alsjeblieft, ik... - De bom gaat af over 30 seconden.
Nou, knaap, erin of eruit? - Niet doen. We redden je familie wel.
Jullie kunnen jezelf niet eens redden. - We moeten weg vanwege de schokgolf.
Kom, jongens.
Een weg naar buiten. We zijn vrij.
Wacht, misschien is het een val. Ik ga kijken.
Neem me niet kwalijk, heren.
Gregory?
Je bent door het labyrint gekomen. - Met moeite. Al die gangen...
Dit is geen vampier. - Het is mijn vriend. Daar gaat het om.
Een sterveling. - Tony Thompson, op en top sterveling.
Hij nam het in zijn eentje op tegen Rookery. Hij heeft mijn leven gered.
Kom op, Gregory. Schud hem de hand. Hij is cool.
Gregory Sackville-Bagg. Maar wat heeft je temperatuur ermee te maken?
Jij hebt nog een hoop te leren, grote broer.
En wie is dit? - Rudolphs vriendinnetje.
Dat is nou lol trappen. Ik weet het, jij vindt 't niks.
Het ziet er niet verkeerd uit. Ik ga de anderen halen.
Kijk, zonder handen.
Opstaan. Vlug, haal de helikopter.
Ik voel me niet zo goed.
De helikopter. En knijp er niet stiekem tussenuit...
want ik achtervolg je tot het eind van de wereld.
Wat moeten we doen om van hem af te komen?
Ik kom eraan.
O, kom op.
Hebbes.
Tony. - Op een vliegende koe?
Hij probeert mijn zoon te vermoorden. - Onze zoons.
Hoe komen jullie hier? - We zijn vampiers.
Best.
Vampiers of niet, niemand doet onze kinderen wat aan.
Pak aan. - Kom op. Buiten bereik.
Maney, ik heb luchtsteun nodig. Kun je me horen?
Klaar, richten...
Gadver, dat stinkt.
Ik heb een date. - Een date?
Je lijkt wel een ridder op zijn edele ros. - Technisch gezien is het een koe, dus...
Schiet op, we moeten de clan redden. - Hoeft niet meer. Gregory heeft ze al...
Ik ben er klaar voor.
Jij ruikt walgelijk.
Ik weet dat ik stink. Maar 't enige wat ik nodig heb, is een douche.
Jij hebt een psychiater nodig. Tot ziens.
Geen sprake van. Wacht, kom terug.
Kom terug, jij. Ik praat tegen je. Kom terug, zeg ik je.
Je hebt geprobeerd mijn zoon te vermoorden.
Het spijt me echt vreselijk. Dat het me niet gelukt is om dat mormel te pletten.
Kom maar op. Mano a mano.
Met genoegen.
Sorry, pap. Ik weet zeker dat je hem verslagen had.
Ik...
Bravo. Dat was heel dapper.
Ja, goed gedaan. Nu zal ik deze klus klaren en de clan redden.
Daar is al voor gezorgd.
Wisten jullie dat mijn jongste zoon vandaag jarig is?
En jullie zoon heeft hem een prachtig geschenk gegeven.
Zijn vriendschap.
Wauw. Ik bedoel, wauw.
Bob, gaat het goed met je? - Hij vindt het te gek.
Mam, pap. Wat vinden jullie?
Je nieuwe vrienden zijn geweldig. Ook al zijn het...
Vampiers?
Europeanen.
Het is Gregory met de anderen.
Gregory. - Vader.
Van harte gefeliciteerd. - Lang zal je leven.
Je hebt je familie gered. - Ik? Nee, jij.
Wij. Stervelingen en vampiers samen. Dat biedt hoop, voor vele dingen.
Wat is er? Dit is jouw feestje. - Hij haat z'n verjaardag.
Dat is het niet. Voor je het weet komt de zon weer op.
Zonsopkomst. - En we hebben een nieuw huis nodig.
Mr Tony Thompson. - Wat heb jij hier nou te zoeken?
Jullie zijn een bed & braadworst, toch?
Wij zijn een bed... - En breakfast.
Niet zo boos. Ik heb wat gasten bij me.
Hallo. - Het is die kleine...
Vampier. - En z'n familie.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.