Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hmong
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Downloaded From www.AllSubs.org
Eerste dag. Hong Kong Harbour, China.
Eindelijk is het dan zover. Binnen een uur vertrekken we naar Sydney.
5000 mijl open zee, tropische eilanden en avontuur.
Zodra papa wist dat hij die nieuwe baan kreeg, heeft hij ons voorbereid.
En nu wordt iedereen zenuwachtig.
Mama doet alsof er niks aan de hand is, en papa lacht niet, zoals anders.
Heb jij Shane al gezien? - Todd is hem aan het zoeken.
We gaan nu echt vertrekken.
Kijk, van Sheldon. Een vijfgangen- diner en een fles Dom Perignon.
Zo raken we meteen de koers kwijt. - Bedankt, Shel.
Je was een geweldige klant, Jack. - Cynthia.
Ik heb je toch over haar verteld?
Moet ik vluchten? - Dat lukt niet meer.
Heb je het bij je?
Geladen en wel. - Hopelijk is het niet nodig.
Vast niet, maar het is toch een veilig idee.
Moeten jullie echt op dit bootje wonen? Je bent wel erg wreed, Jack.
Dan kan ze niet bij me weglopen.
Cynthia, dit is Sheldon.
Aangenaam. - Insgelijks.
Van hem hebben we de boot gekocht.
Hoe lang gaat dit tochtje duren? - 3 tot 5 weken. Het antwoord wisselt.
Dat is afhankelijk van de wind. - Geef mij maar een vliegtuig, hoor.
Dit is goedkoper dan vliegen en je kunt de boot daarginds met winst verkopen.
Bovendien mag Jack een maand kapitein Cook spelen.
Is die niet vermoord door inboorlingen? - Ja, maar dat is lang geleden.
Nou, goede reis dan maar, beste vrienden.
Jack, ik verwacht een uitgebreid verslag als je er bent.
Het was me een genoegen. - Mij ook.
Anna, een fijne reis.
Hij beseft vast nog niet dat hij weg van me is.
Gevonden? - Nee. Zonder hem is het lekker ruim.
Wat ben je toch een schatje.
Daar komt hij aan.
Shane, we gaan vertrekken.
Bah, wat smerig.
H� Shane, ruk je lippen los en kom aan boord.
Tot kijk. Ik stuur je wel een koalabeertje.
Wat zal ik dat afhaaleten missen. - Ik ook.
Je moeder kookt heerlijk. - Vandaar al dat kant-en-klaarvoer.
Moet je eens kijken.
Schitterend, zeg. Dan besef je weer hoe nietig je bent.
Vind ik ook, mam. - Doe niet zo bot.
Ik meen het.
Lust je dat niet meer? Een klein hapje.
Wat reageerde hij vreemd op Cynthia. - Die blik... Ik zou gevlucht zijn.
Dat mag ik hopen, ja.
Dat heb ik lang niet gezien.
Ik vind het hier heerlijk. Waar was ik nou zo bang voor?
Het wordt nog fijner. - Goed idee. En de kinderen?
Die heb ik overboord gegooid. - Perfect.
De vijfde dag. Het waait harder en de zee ziet er heel anders uit.
Mama voelt zich niet lekker. Ze zit binnen.
Er is zelfs een inktvis aan dek beland. Shane heeft hem als ontbijt op.
Todd heeft zijn hand opengehaald aan de vin van een vliegende vis.
In het begin zagen we veel schepen. Nu niets meer.
Dolfijnen. Wat zijn ze mooi.
Ze komen voor jou, Liz. - Ze draaien rond.
Gaat het een beetje?
Ik wil dood. Ik wil alleen maar dood. - Heb je wel pilletjes ingenomen?
Het halve potje. Ik braak ze steeds uit. - Hier is soep. Je moet echt wat eten.
Ga alsjeblieft weg. Laat me met rust.
Lieverd, als je aan dek komt, voel je je vast snel wat beter.
Ga nou maar weg. Ga weg.
Moet je zien hoe snel ze gaan. - Ze houden ons in de gaten.
Ze zijn hartstikke dichtbij.
Gaan we lekker? - Acht knopen, koers 160.
Je doet het prima.
Moet je die daar eens kijken. - Er zit een vis aan de lijn.
Ze hebben beet. Kom mee. - Een grote, zo te zien.
We moeten vaart minderen. Hengel omhoog, Todd.
Goed, kapitein Ahab. Het is een haai.
Het is een haai. - Een makreelhaai.
Ga naar beneden. Shane, neem het roer.
Hij probeert te duiken. - Haal in, Slome.
Hou de hengel omhoog. Dadelijk schiet hij onder de boot.
Wat is er toch? - Todd heeft een haai gevangen.
Hou vol, Todd. Hou de lijn strak.
Het is maar een vis. Hou vol, laat hem niet naar voren zwemmen.
Wat is er? - De lijn zit vast.
Als hij die lostrekt, gaat de motor eraan.
Zo'n beest moet je niet vangen. - Hij breekt hem af.
Ik maak hem af. - Hoe wil hij dat doen?
Met mama's gehaktschotel. - Dat is niet leuk, Shane.
Hij is er nog steeds. - Allemaal achteruit, jongens.
Achteruit. - Hoe kom je aan dat ding?
Dat heeft Sheldon geregeld. Oren dicht.
Wat is er?
Geen idee. - Laat mij maar even.
Ik wil geen wapens bij de kinderen. - We zijn geen kleuters.
De slagpin is afgebroken. - Geef maar.
Hij heeft zich losgerukt. - Pech gehad, broertje.
Je mag nog van geluk spreken.
Hoe is het met de schroef? - Wel goed.
Ons eerste avontuur.
Gaat het wel?
Waarom heb je dat pistool? - Als voorzorgsmaatregel.
Voor dit soort dingen. - Ik haat ze.
Daarom heb ik het niet verteld. Trouwens, dat ding werkte niet eens.
Wakker worden.
Ik hoop dat je een goede reden hebt. - Daar is een schip.
Echt? Vol lekkere meiden, hoop ik. - Het komt recht op ons af. Roep papa.
Wat is er aan de hand? - Ze negeren mijn lichtsignalen.
Draai naar bakboord. Shane, naar het zeil.
Hebben ze geseind of zo? - Nee, niks.
Het komt recht op ons af.
Misschien is het de kustwacht of zo. - Nee, die hebben ze hier niet.
Shane, haal het pistool.
Wat kan dat nou zijn? - Geen idee.
Wat is er? - Dat schip volgt ons.
Terug naar de oorspronkelijke koers.
Strijk de zeilen en blijf daar liggen. Doe wat we zeggen. Strijk de zeilen.
Doe wat hij zegt. - Ik strijk het zeil.
Probeer hulp op te roepen. Anna, de motor.
Doe nou maar wat ik zeg. - Ik ben bang, mama.
Waarom melden ze zich niet? - Geen idee.
Doe wat jullie wordt opgedragen. Jullie zijn gewaarschuwd.
Sheldon? Wij zijn het, Jack en Anna. - Als je gehoorzaamt, gebeurt er niks.
Ik geloof er niks van. Hij liegt.
Laat ons met rust. Ik waarschuw je.
Jack, doe niet zo dom. We pakken jullie boot toch wel af.
Je krijgt het rubberbootje.
Pa, ik heb contact. - Geef door waar we zitten.
Jack, ik waarschuw je. - Doe wat ik zeg.
Dit is de Albatros, We worden aangevallen door piraten.
Ga weg of ik schiet, Sheldon.
Kijk eens aan, het pistooltje. - Pistooltje, zei je?
Start de motor. Vlug. - Hou hem tegen.
Vooruit, doorvaren.
Kom op, mannen. Zorg dat ze niet ontsnappen.
Ga achter ze aan. Schiet nou toch op.
De lichten. Doe de lichten uit.
We hadden ze moeten afknallen.
Ze ontsnappen. Schiet op.
Schiet op, we raken ze kwijt.
Jack, wat ben je toch sluw.
Alles goed? - Nee, Shane zijn hoofd.
Er is niks aan de hand. - Laat eens kijken.
Er is wel iets aan de hand. Het bloedt.
Doe die lamp uit.
Daarginds.
Ik zag een lichtje.
Ik zie niks.
Zet de motor eens af.
Vlug, de motor moet uit.
Waarom doen ze dat nou, mama? - Het komt wel goed, lieverd.
Je had moeten doen wat hij zei.
Ze hadden ons nooit laten leven. Als we ze aangeven, zijn ze er geweest.
Neem Shane mee naar beneden, met de zaklamp.
Ik denk dat we ze kwijt zijn.
Iets meer naar stuurboord.
Start de motor maar weer.
Die kant op.
Ze varen weg. - Hoe die koers aan. Ik ga naar beneden.
Hoe is het met hem? - Het is een klein sneetje.
Hoe voel je je? - Maf, met die vinger in mijn wond.
Zijn ze er nog? Waarom doet hij zoiets? - Ik wou dat ik het wist.
Jullie blijven hier, goed?
Hij is al schoon.
Zijn ze er nog? - Nee, maar ik hoor daar iets.
Een zacht gerommel.
Naar bakboord. - Wat is het dan?
De branding. Strijk het grootzeil.
Wat is er? - We zitten op een rif.
Kom op, in het rubberbootje. - Mijn computer.
Hou je stevig vast.
Kom mee, we moeten voorbij dat rif.
Kijk uit.
Ik heb je vast. Ik ben bij je. - Waar is Todd?
Hier ben ik. Hier.
H� broertje. We dachten dat je verpletterd was.
Bij elkaar blijven.
H�, kijk eens.
Hij is nog helemaal heel. - Staat je goed, Liz.
Kijk eens, een stuk van de reling.
Het hele schip ligt in duigen.
Kijk eens wat ik heb gevonden. - Wat goed van je. Dank je wel.
Zouden hier haaien zitten? - Die komen niet op het rif.
Jongens, ik heb het rubberbootje gevonden.
Ik zag hem eerst niet eens. - We halen hem omhoog.
Die dingen konden toch niet zinken? - Hij zal wel gescheurd zijn.
Kijk, hier zit een gat. - Zit het reparatiesetje er nog bij?
Wacht even.
Hebbes.
We moeten hier weg. - Is dat niet veel te ver?
Hier kunnen we niet blijven.
Wat hoor ik toch? - Het lijkt wel een aap.
Het is hartstikke exotisch.
De boot moet onder de bomen. - Tot uw orders, kapitein.
Verwacht je ze nu hier? - Je weet maar nooit.
Jij wist er van, h�? Vandaar dat pistool. - Het is puur uit voorzorg.
Je wist van die piraten, maar je hebt tegen ons gelogen.
Hoe kon je ons dit aandoen? Het is niet te geloven.
Denk je dat die piraten hier komen? - Nee, maar we moeten opletten.
Het komt allemaal wel goed. Geloof me maar.
Pas maar op voor de apen.
Kijk eens.
Hallo, ventjes. Hoe gaat het ermee?
Ze hebben in ieder geval een goede smaak.
Er zitten apen. - Die wil ik zien.
Denk erom, het zijn wilde dieren.
Blijf jij bij je moeder, dan ga ik met Todd rondkijken.
Gaat het wel?
Hou je ogen goed open.
Zouden ze ons gaan zoeken als we niet in Australi� aankomen?
Ze vinden ons vast wel. - Het is te ver. Ze vinden ons nooit.
Bedankt voor je optimisme. Fijn.
Ik zeg gewoon waar het op staat. - Je maakt ons alleen maar bang.
Hoe is het water? - Het smaakt best goed.
Kijk rond of je iets eetbaars ziet. - Ook dieren, bedoel je?
Alles wat we maar kunnen vangen. Kom, eens kijken wat er nog meer is.
Hij zit nu daar.
Nee, daar. Kijk maar.
Hij zit bij mijn voeten.
Ik heb hem.
Ga nou niet in de zon staan.
Het zijn een soort kreeftjes. Hadden we nu maar boter.
Misschien vinden we nog wel een koe.
Ja, hij brandt. - Petje af, mam.
Tijd om te barbecuen. Heb je al trek?
Dat is een groter eiland, zo te zien. - Heb je enig idee waar we zijn?
Voor de kust van Borneo.
Ze hebben vuur gestookt.
Ze voelen toch echt niks, h�? - Ze zijn allang dood, Liz.
Deze beweegt nog. - Dat is een reflex.
Jakkes, hij gilt. - Nee, dat is de lucht die ontsnapt.
Als dit achter de rug is, word ik vegetari�r.
Hoe kon ik zo stom zijn. - Wat doe je nou?
Dat heeft nu geen zin meer. - De piraten.
Maak dat ding onklaar.
Het water in.
Wees niet bang, Anna. Het gaat me niet om jou en de kinderen.
Ik wil alleen mijn boot terug.
Volgens mij zijn ze die kant op.
Mam, daar komt een krokodil aan.
Kom, eruit.
Daar zijn ze. Daarginds.
Ik wil ze levend hebben.
Ik wil alleen mijn boot terug, Anna. - Die is gezonken. Er is niks van over.
Schieten.
Schiet hem neer.
Je kunt nu gerust gaan slapen.
Het komt wel goed. Doe je ogen maar dicht.
Ik ben het maar.
Zijn ze echt weg? - Ja, ik heb ze heel lang nagekeken.
Waar zijn de jongens? - Die staan nog steeds op de uitkijk.
Hoe is het met haar? - Ze is doodop.
Zouden ze nog terugkomen? - Voorlopig niet.
Hij is nogal zwaar gewond.
En hoe is het met jou?
Wat stom van me, van dat vuurtje. - Nee, dit is allemaal mijn schuld.
Ik wilde het zelf net zo graag als jij.
Ten noorden van ons is nog een eiland. Misschien kunnen we een boot maken.
Duurt dat niet lang? - Het ligt eraan wat we vinden.
En als daar ook niks is? - Er komt heus wel een keer iemand.
We moeten alleen goed opletten.
Alles goed? - Ja, hoor.
Gaan jullie maar slapen. Ik hou de wacht.
Zijn ze echt weg? - Ja, wees maar niet bang.
Wakker worden.
Ik zag daar een rooie. - Een meisje?
Wat is er? - Shane heeft een meisje gezien.
Met mijn plank. - Wat voor meisje?
Met rood haar. Weet ik veel.
Het is toch geen grapje, hoop ik? - Ik heb hem hier niet neergezet.
Een van jullie, soms? - Ik niet.
Hij is heus niet zo aangespoeld.
Misschien die apen van gisteren. - Lieverd, die doen zoiets niet.
Zie je sporen in het zand? - Alleen die van ons.
Wat gaan we nu doen? - We bouwen eerst een huis...
en daarna een boot. - Een boot? Waarmee?
We vinden wel iets.
Laten we bij het rif gaan kijken, met mijn plank.
Je blijft bij ons, Jack. - Dan ga ik met Todd.
Mama heeft gelijk. - Doe me een lol.
Ik ben een levende legende op dit ding.
Dat was ver roeien. - Veel te ver.
Laten we daar beginnen.
Ik vind het hier best eng. - Het is gewoon een avontuur.
Vonden we maar iets te eten.
Ik zie steeds die rooie voor me. - Die zijn hier niet eens.
Fantaseer jij dan nooit?
Ja, dat ik enig kind ben en een geweldig leven heb.
H�, dat lijkt wel een stuk van de boot. Zie je dat?
De hele boeg. - Hoe diep is het daar?
Geen idee, maar dat weet ik zo.
Wat is het? - Je gaat uit je dak.
Het kastje met al ons eten. Echt waar, kijk zelf maar.
Hoe diep is het daar? - Een meter of vier.
De halve boot is weg. Heel maf. - Je hebt het hele geval.
Geef me de zwemvliezen maar, dan ga ik nog een keer.
Wat doe je nou? - Adem diep in, dan laat ik je iets zien.
Ik schrok me rot. - Diep inademen.
Ik heb er eentje.
Nu is hij ontsnapt.
Daar is hij weer.
Wat is er, lieverd? - Ik heb me bezeerd.
Laat eens kijken. - Gaat het wel?
Ik zie je wel op het strand.
Ik kom niet terug zonder zo'n vogel.
Zou hij er eentje vangen? - Dat mag ik wel hopen.
Dat doet pijn, mama. - Nee, zit nou stil.
Het is maar een klein doorntje.
Hou je voet stil.
Hebbes. Je ziet hem amper.
Het leven in de wildernis is hard. - Mij een beetje te hard.
Is alles goed met je?
Heb je een vogel? - Iets anders was me voor.
Hoezo, wat is er gebeurd?
Een kat kreeg hem te pakken. - Een kat? Die grote vogel?
Nou ja, hij hield me tegen. - Wat voor kat?
Het leek me een panter. - Dus er zitten panters op dit eiland?
In ieder geval eentje.
Ach ja, piraten, krokodillen en monsters met rood haar.
Waarom ook geen panter? Of een paar dinosaurussen.
Dinosaurussen? Maar... - Het was maar een grapje.
H�, landrotten.
Kom eens kijken.
Jeetje, wat een spullen. - De zee neemt, en wij nemen terug.
Mijn mutsen. - En je huiswerk.
Hoe kom je aan al die spullen? - We zijn naar het wrak gedoken.
Heb je de boot gevonden? - Ja, en moet je kijken.
Is dat een schat of niet?
Het zat in de romp. Sheldon wilde het zeker het land uit smokkelen.
Daarom wil hij de boot terug. - Die komt nog wel een keer.
Hij weet dat de boot gezonken is.
Dan denk ik dat ik de Rolex maar neem.
En deze staat jou vast prachtig, mam.
Schitterend.
Mag ik deze?
Nee, we geven alles thuis terug aan de eigenaars.
Het is vast nep.
We hebben je koffer en je tandenborstel.
Het is maar een tandenborstel, hoor.
Ze is nog van streek door die panter. - Pardon? Een panter?
Die papa is tegengekomen.
Dat vlees uit blik zo lekker kan zijn. Ik bied 50.000 voor een tweede blik.
We moeten het bewaren. - Heerlijk.
Ik schrijf de fabrikant een brief als we hier weg zijn.
Het brengt wel ongeluk, maar vooruit.
Tjonge, ik zie er niet uit. - Je ziet er prachtig uit.
Mam, ze zitten gewoon te slijmen. - Daar ben ik op dit moment blij mee.
Goed gedaan, jongens. Ik ben trots op jullie.
Huiswerk? - Een nieuw scheepsjournaal.
We zitten niet op een schip. - Maar wel op zee, in zekere zin.
Wat een logica.
Zal ik eens een flinke portie maken? - Ga je nu nog popcorn eten?
Nee, we kunnen de korrels beter zaaien.
Inderdaad. Zelfs de tomatenpitjes uit de saus.
Maar die zijn gekookt. - Zaden kunnen ijzersterk zijn.
Is de wc in de oost- of de westvleugel? - Zoek maar gewoon een boom uit.
Zullen we hem openmaken?
Laten we hem bewaren. - Nee, openmaken.
Weet je waar we nu zijn?
Thuis.
Het meisje met het rode haar.
Zag je dat? Wacht maar eens even.
Papa. - Wat is er aan de hand?
Een orang-oetang heeft Shane gevloerd. - Dat moet ik zien.
Ik waarschuw je: oprotten. - Is alles in orde?
Wat is er gebeurd? - Dat was Shane zijn rooie "vriendin".
Wat was dat nou?
Dit is een prima plek.
Daar bouwen we het huis. Liz, jouw kamer komt boven ons.
En jullie, jongens...
Aan de overkant van de rivier? - Wat gemeen.
Het is wel lekker rustig.
Juist leuk, man. Dan wonen we eindelijk op onszelf.
Fijn, dan zetten we de stereo lekker hard.
Waar bouwen we mee? - We gaan spullen zoeken.
Kom op. Liz, ik heb je notitieblok nodig.
Zoiets zou het worden. - Gaaf, zeg.
Hier een vlonder. - Om van te duiken.
En hier een dik touw. Dat wordt de hele dag zwieren en zwaaien.
Ok�, laat maar los.
Trek maar eens.
Ik zie je wel. Vergeet het maar, jongen.
Jij bent een aap en ik een mens. Sorry, maar je bent mijn type niet.
H� aapje, waar zit je nou?
Ga nou door. Het was prachtig.
H� aapje, spreek je Engels?
Alles kits?
Doe dat ding maar weg.
Gar�on,
Shane. Je weet wel, die film.
Hoe heet jij?
Wil je dat ik meega?
Waar gaan we heen?
Zet me neer, het bloed zakt naar mijn kop.
Waarom deed je dat? Wat mankeert jou?
Denk je dat hij blijft drijven? - Ik hoop het.
Lukt het? - Het gaat prima.
Ik ben uitgehongerd. - Ik heb mangotaart gemaakt.
Waar is Shane? - Die is gaan surfen.
Dit moet wel op. - We beginnen gewoon.
Hij eet zeker bij zijn orang-oetang.
Als je dat opeet, ga ik kotsen.
Hou eens op, zeg.
Ik versta er niks van. Als je me niet losmaakt, krijg je van de stok met pa.
Gar�on,
Ik ben geen ober.
H�, blijf van mijn lijf.
Die is hartstikke maf.
Hallo, makker.
Kom eens even hier. Wil je me een plezier doen?
Kom maar, jongen.
Luister eens, vriend. Jij mij losmaken?
Als je me losmaakt, neem ik je mee naar Californi�.
Heb ik iets verkeerd gedaan?
Hij is niet van zijn plank gevallen. - Zijn sporen lopen die kant op.
Hij zou zijn plank nooit zo laten liggen.
Hier is iets gebeurd, zo te zien.
Ik zie verschillende voetsporen. - Ze zijn te klein voor Shane.
Misschien van die aap.
Ga jij maar vast terug, de dames wachten op ons. Ik kom straks wel.
Hoe zou het zitten? - Geen idee.
Misschien is hij al thuis.
Ja jongen, ik weet hoe je je voelt.
Wat bezielt dat mens?
Jij?
Ja, dat bedoelde ik.
Mijn moeder...
en mijn vader zijn dood. Omgekomen bij een vliegtuigongeluk.
Dat dacht ik al.
Dat is mijn vader. Mon p�re,
Maak me maar gauw los, anders wordt hij kwaad.
Waar heb je het over?
Mag ik je eerst even iets vragen?
Je hebt me losgemaakt.
Wacht nou even.
Waar ben je gebleven?
Ik zie je wel, hoor.
Waarom mag ik weg? Is Shane nu braaf? Gentil gar�on?
Wil je dat ik in het water kom?
Waar ben jij nou mee bezig?
Wie is dat? Waar komt ze vandaan? - Ik ben ontvoerd.
Ontvoerd? Door wie dan? - Dat meisje heeft me gepakt.
Noem je dat "ontvoeren"?
We hebben je verdorie sinds gisteren lopen zoeken.
Fran�oise, kom terug.
Ik begon haar net beter te leren kennen.
O ja? Kom dat water uit. We zijn zo ongerust geweest.
En ga nu niet nonchalant doen. Kom op.
Ze woont in dit vliegtuig.
Een oud legervliegtuig.
We doen je geen kwaad.
Mam, hoe zeg je dat in het Frans?
Wat is dat? - De vluchtgegevens.
Vertrek uit Jakarta op 18 juli 1986. - Is ze hier al tien jaar?
Wat is dat? - Het lijkt wel een soort graf.
Pa, niet aankomen. Dat is haar familie.
We moeten ze begraven. - Niet zonder haar instemming.
Dit is onnatuurlijk. - Ze communiceert nog met ze.
Shane, dat hoort gewoon niet zo. - Ik had je nooit de weg moeten wijzen.
Ik ben nu alleen. Kom maar te voorschijn.
Dat was de allereerste keer dat ik mijn broer serieus zag.
Nadat papa de lijken had begraven, negeerde hij ons.
Hij ging elke dag op pad om dat meisje te zoeken.
Volgens mama had hij een gebroken hart...
maar daar begrijp ik niets van. Hij kende haar amper.
Ik wil alleen maar met je praten.
Ik weet dat je hier bent.
Shane, gaat het wel?
Ik vond het zo rot voor hem.
Hij werd steeds treuriger. Iedereen maakte zich zorgen.
Hij wilde niet met ons praten. Tot dat ene moment aanbrak.
Toen werd alles anders.
Je bent teruggekomen.
Ik mis je zo, Shane.
Ik heb je nodig.
Ik heb je zo gemist.
Ik heb je nodig.
Mama, papa.
Ze is terug.
Dat kun je wel zeggen, ja.
Moet je die aap zien. Kom, we gaan erheen.
Hallo allemaal, dit is Fran�oise. - Aangenaam.
Dat kent ze niet, handen schudden. Toe maar.
Dat is de gewoonte. - Wat grappig.
Kijk die aap eens. Hij wil me ook een hand geven.
Wat lief, hij kan kusjes geven. - Zie je? Niks aan de hand.
Kom mee, Fran�oise. Welkom in ons huis.
Heerlijk, een nieuw gezicht.
En Fran�oise was zo leuk. Mama had er een dochter bij, ik een grote zus...
en Shane was weer de oude, maar dan aardiger.
Zelfs de aap, die we Rooie noemden, werd zeer geliefd.
Wil je een sigaar?
Fran�oise's verhalen waren ongelooflijk.
De wilde dieren had ze verjaagd met een zelfgemaakt bamboegeweer.
Op een of andere manier ging alles beter nu Fran er was.
Misschien omdat er nu drie jongens en drie meisjes waren.
Of misschien dachten we minder aan onszelf omdat we haar zoveel leerden.
Dat doe je heel goed. Vergeet de binnenkant niet, h�?
Als we klaar zijn, gaan we naar Fran en de jongens kijken.
Misschien wil Shane je wel leren surfen.
Dat is het nadeel van koken. Je moet alles ook weer afwassen.
Speel je straks mee? - Hij speelt vals.
Nu niet meer, dat heeft hij beloofd. Ja toch, Rooie?
Geef maar.
Heb je je broer gezien? - Die is aan het surfen.
We gaan naar mijn kamer.
Het is wel wat laat om te surfen. - Ze zitten niet voor de tv, dat is zeker.
Ze zullen toch niet... - Ik zou het ook doen.
Daar zijn ze al.
Moet je er niet met hem over praten? - Vanavond niet. Ga je mee naar bed?
Ik kom zo wel. - Laat me niet te lang wachten.
Hoe gaat het? - De golven waren perfect.
Helemaal te gek gaaf. - Gelukkig hebben jullie het naar je zin.
Wil je namens mij iets tegen haar zeggen?
Zeg maar tegen haar dat ik van haar hou.
Dat weet ze al. We houden allemaal van haar.
Ik hou van haar zoals een man van een vrouw houdt.
Dat zul je haar toch echt zelf moeten vertellen.
Wat ik haar eigenlijk zou willen vragen...
is of ze met me wil trouwen.
Daar ben je nog te jong voor.
Wat een onzin. Ik ben er helemaal aan toe.
Frannie is nog maar een kind. - Nou en? We houden van elkaar.
Ik heb het gehoord. - Wat zeg je ervan?
Je moeder heeft gelijk. Wacht er nog maar even mee.
Wachten?
Waarop? Er verandert hier toch niks? In LA zou ik ook met haar trouwen.
We moeten toch aan jullie toekomst denken.
Hoezo? - We blijven hier niet voorgoed.
Misschien komen we hier wel nooit weg.
Mensen trouwen steeds jonger. - Niet in mijn omgeving.
Daar zijn we nu niet meer. - Zo kan ie wel weer.
Jullie zijn te jong voor zo'n beslissing. - Nee, we zijn volwassen genoeg.
Jullie hebben het te druk met je eigen wereldje om dat te zien.
Ik hou van haar en zij houdt van mij.
We bouwen zelf wel een huis. We beginnen ons eigen leven.
Kom terug.
Laat je ze zomaar gaan? - Ik kan nu weinig doen.
Misschien komen ze niet terug. - Waar kunnen ze nou naartoe?
Ze mogen toch best trouwen?
Maar ze houden van elkaar. - Dan kunnen ze ook best wachten.
Ik word niet zo jong verliefd. Het is me al die toestanden niet waard.
Kijk eens, iets lekkers.
O jee, hij is nog steeds van slag. Ze hadden hem mee moeten nemen.
Hij is zo verdrietig. - Geen hem maar een koekje.
Kijk eens.
Maak je maar geen zorgen. Papa en mama vinden ze wel.
Alles komt weer helemaal goed.
Die rotaap.
Wat hoor ik nou? - Schoten.
Wat is er aan de hand? - Ze hebben Todd gepakt.
Piraten. - Stil maar.
Bij het botenhuis. - Wacht hier.
Wat is er aan de hand? - Ze hebben Todd meegenomen.
Ze wonen op het grote eiland. - Hoe weet je dat?
Ze komen hier wel eens jagen. Ik heb ze een paar keer gehoord.
J'entends parler, - Ze heeft ze horen praten.
Jack, waar is Todd? - We gaan hem halen.
Haal je surfplank en flink wat touw.
Wat ben je van plan? - Ik ga Todd terughalen.
Ze zijn met te veel. - Misschien lukt het ongemerkt.
Het is veel te gevaarlijk. - Wat moet ik dan?
Hem daar achterlaten?
Zo had ik mijn moeder nog nooit gezien. Ze verloor haar levenslust.
Haar angst sloeg op mij over.
Todd was weg, misschien zelfs wel dood.
We vroegen God om zijn terugkeer en om kracht voor mijn vader en Shane.
Gaat het nog?
Verdrietig. - Ze zit te bidden.
Dat doet ze als ze bang is, of als ze denkt...
Er komt iemand aan.
Blijf daar.
Wat is er nou?
Het is Rooie. - Hij heeft een gezinnetje.
Ik geloof dat hij gewond is.
Kijk dat kleintje eens.
Hij bloedt. - Een schotwond.
Ik geloof dat het wel meevalt. Kom, naar binnen.
O mama, wat een schatje. Kom maar kleintje, ik zorg wel voor je.
Dat blijft voorlopig wel zitten. - Wat zijn ze lief, h�?
Net een mens.
Ze vindt je aardig.
Zo wil ze je bedanken.
Voor het eerst besefte ik dat dieren ook dankbaarheid en liefde voelen.
Dat besef bracht ons dichter bij elkaar.
We waren een gezin, afhankelijk van elkaar om te overleven.
Zou hij aan boord zijn? - Vast wel.
We moeten eerst een boot hebben.
De sleutels zitten erin.
Over 20 minuten ga je hiermee het water op. Ik ga Todd zoeken.
Als ik niet terug ben, ga je alleen. - Dat doe ik niet.
Maak het nou niet nog erger.
Het komt wel goed.
Ik kom heus wel terug.
Dat is je geraden.
Gaat het een beetje, Gerlos?
Ja ja, alles kits hier.
Die is echt ver weg, zeg.
Ik dacht even dat ik droomde. - Waar is Todd?
Todd? Die goeie, ouwe Todd. Hij heeft me alles verteld over mijn schat.
Waar is hij, vroeg ik. - Dat doe je goed, voor zo'n huisvader.
Maar je maakt het niet af. - Ik zal heel duidelijk zijn:
Mijn leven is me niks waard zonder mijn zoon. Dus als jij wilt blijven leven...
breng je me nu naar hem toe.
Meteen.
Zoals je wilt, Jack.
Is alles goed met je?
Kom mee, we gaan. - Dat kind kan niks hebben, Jack.
Kom mee, zei ik.
Gerlos, wat ben je toch aan het doen?
Ik verplaats de boot gewoon even.
Jongens, we hebben bezoek. - Wie is dat?
Dat joch van het eiland.
Wil je mijn hondje aaien? - Hij houdt vast van honden.
Noem je dat een hond?
Achteruit, makker. - Je bent een leuk joch. Rustig.
Je schiet hem toch niet in zijn gezicht?
Maar jou wel in je voet.
Niet schieten.
Niet meer schieten.
Doe nu maar wat hij zegt, jongens.
Rustig aan.
Stap in de boot. Die boot in, zei ik.
Kom, we gaan.
Ze komen te dichtbij.
Ze komen te dichtbij, zei ik.
Hou afstand. - We moeten hier weg.
Ga staan. Ga staan, zeg ik toch.
Dat kun je niet maken, man. Kom op.
Haal hem uit het water. Schiet op.
Daar komt een boot.
Laat mij eens kijken.
Zijn ze het?
Ja, ze zijn het. Allemaal.
Is alles goed met iedereen? - Papa, ik heb je zo gemist.
Het is je gelukt. Ongelooflijk.
Wat is hier gebeurd?
Zijn poot is geraakt. En dat is zijn gezin.
Sheldon komt zeker terug. - Kunnen we ons niet...
Deze keer niet. We zullen moeten vechten, dat is onze enige kans.
Nu heb ik je te pakken, Jack.
Nu gaan we afrekenen.
Daar komen ze. - We moeten gaan.
Vooruit, snel.
Ok�, je weet wat je moet doen, lieverd.
Breng ze maar naar de boot en bereid je voor. Sterkte.
Bonne chance, - Ik hou van jullie.
Neem ze te grazen, mannen.
Is er iets te zien? - Niks.
Zijn jullie zover?
Denk erom, ze deinzen nergens voor terug. Pak ze gerust aan.
Ik zie jullie boven wel.
Geef me gauw stiekem een biertje. - Pak het zelf maar.
Zouden ze ze vinden? - Als die ouwe zijn poot het houdt.
Jack, piraten. - Vooruit, grijp haar.
Daar zijn ze. Ga maar. - Ik ben bang.
Je kunt het wel. Toe maar.
Kom op. Wegwezen, vooruit.
10.000 dollar voor degene die ze pakt.
E�n voor ��n. Shane, jij gaat die kant op. Todd, jij komt achter mij aan.
Pardon, is de kapitein er ook? - Die is...
H�, jij hoort hier helemaal...
Wat moet dat, misselijk klein...
Je moet gewoon slaan.
Die kant op. Todd, bind hem vast.
Het is uit met de pret.
En nou opgehoepeld.
Kijk uit, pap.
Terug naar de boot. Allemaal naar de boot toe.
Welkom, sukkel. Ik ruk je kop eraf.
Springen.
Je breekt mijn nek.
Toe nou jongens, laat me los. - Laat hem maar los.
Geef hem een ram.
Hij heeft een pistool.
Schieten.
Gaat het wel? - Ik voel er niks van.
Hij is er dwars doorheen gegaan. Je redt het wel.
Gaat het, Shane? - Het komt wel weer goed.
Ze komen terug. - Ik zie het. Het pistool, Todd.
Je kunt hier mee overweg, h�? Licht het anker.
We komen hier doorheen.
Vlug, ze volgens ons nog.
Zouden ze het wel redden? - Natuurlijk. Stap in.
Duw hem van de kant af.
Daar komen ze.
Wat doen ze nou? - Verstop je nu maar.
Kom eruit.
H�, wat doe jij daar?
Vlug, klim in de boot. - Je hebt me blind gemaakt, rotwijf.
Duw hem weg. Duwen.
Neem ze te grazen.
Jij neemt het roer.
Hou deze koers aan.
Hoe is het met jou? - Daar komen ze aan.
Blijf zitten.
Pak ze dan.
Bukken.
Laat ze met rust.
Laat ze toch met rust.
Vaar er maar overheen.
Ik zit vast.
Breek die plank dan. - Doe het zelf.
Haal me hier weg.
We moeten springen. Kom op, springen.
We hebben ze, pap.
Zet de motor af.
Papa.
Is alles goed met jullie? - Ja, hoor.
Lieve hemel, Shane. - Het gaat best.
Ik was nog nooit zo blij en zo opgelucht geweest.
Na 182 dagen in die primitieve omgeving...
zijn we weer veilig onderweg naar Australi�.
De apen moeten van papa terug als de piraten gearresteerd zijn...
maar tot die tijd zijn we nog samen.
Vreemd genoeg mis ik het eenvoudige leven op het eiland al een beetje.
Het was er zo mooi. Het leven was er fijn.
Een leven vol liefde en steun voor elkaar, zoals God het bedoeld heeft.
Downloaded From www.AllSubs.org
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.