Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
DE HAVEN VAN CORK DECEMBER 1796
Goed, mannen. Naar beneden.
De laatste mannelijke gevangenen zijn aan boord. Samen zijn het er 144.
En 48 vrouwen. Een deel komt nog.
Is de arts er al? - Nee, maar z'n schip is binnengevaren.
Hij, en een officier, zouden hier snel moeten zijn.
Hier zijn de regels hoe er met de gevangenen moet worden omgegaan.
Zoek geregeld naar wapens en inspecteer hun beenijzers.
Wie z'n benen probeert te bevrijden, krijgt 72 zweepslagen.
En u, Mr Ricketts, bepaalt welke straf ze aankunnen, en niet de arts.
Dit is een koopvaarder. De gevangenen, de wacht en de arts...
zijn gewoon deel van de lading.
Maar wel een lastige lading.
Een heer en een officier komen aan boord.
Welkom, dokter. Luitenant Burne. - Augustus Beyer.
Soldaat? - Deze kant op, meneer.
Vaandrig Partridge? - Nee, Maurice Greville.
Partridge kon op het laatste moment niet.
Ik heb z'n overtocht gekocht.
En een fraaie uitrusting aangeschaft.
Een opzichtig cadeau van m'n toegewijde moeder.
Purcell toont u uw hut. Drinkt u daarna iets met me in de kajuit?
Heel vriendelijk van u.
Ik ben blij met uw komst aan boord, Greville.
De kapitein en de stuurman zijn nogal nors.
Onze mannen zijn rijp en groen.
Voor New South Wales moet je nemen wat je kunt krijgen.
Dat kan ik me voorstellen.
Maar u bent erg enthousiast, Greville.
Hoezo dat, meneer?
Het New South Wales Corps is geen populair regiment.
Toch wilt u de overtocht maken en komt u naar Ierland.
U hebt zich moeite getroost.
Het kwam me goed uit.
We hebben allemaal zo onze redenen.
Meneer.
Natuurlijk, Greville.
Nog een beetje? - Nee, dank u.
De vrouwelijke gevangenen komen aan boord.
Verwacht niet te veel van die vrouwen.
Ze worden mooier naarmate de reis vordert.
Vooruit, oma.
Vijf naar de gevangenis voor en eentje naar achteren.
Jij.
Dat waren de laatsten: 44 vrouwen.
Wie ben jij?
Mary Mulvane.
Dat is jouw plek.
Daar achterin.
Waar kom je vandaan?
Rathcurragh.
Welke gevangenis?
Cork.
Geef dat terug. - Geef terug, Jenny.
Door die grijpgrage klauwen zit je hier. Weg, jij.
Ik ben hier de baas. En ik wil geen problemen.
Jenny is een simpele ziel, dat ziet een kind.
Toch wil ik m'n spullen terug. - Echt?
We hebben hier een echte dame.
Hier zijn we van verwaandheid niet gediend.
Als we niet goed genoeg zijn...
regel dan een officiersbed, net als die meid die voor je was.
Ik wilde niemand beledigen.
Ik wil m'n spullen. Die heb ik van m'n moeder.
Huilebalk.
Hier mag je niet huilen.
In een half jaar gesnik hebben we geen zin.
En jij ook niet, Jenny. - Nee, Polly.
Is dat het laatste hout?
Het duurt nog een hele tijd voordat we te eten krijgen.
Kapitein Dennott? Ik kom me voorstellen: dokter Augustus Beyer.
Dokter.
U hebt een prachtig schip, kapitein. Ik verheug me op de reis.
Dit is m'n derde reis naar New South Wales.
Ik zat op de Scarborough en de Boddington.
Dit wordt een heel andere reis.
Artsen zijn soms bemoeials.
Ik wil me nergens mee bemoeien. Ik ken m'n positie.
Dan is ertussen ons geen discussie.
U houdt de gevangenen in leven, ik houd ze onder de duim.
Het is dood tij. - Maak het schip klaar voor vertrek.
Neemt u me niet kwalijk, dokter Bates.
Beyer.
Laat de reis beginnen, Mr Ricketts.
Trossen los. Maak alle zeilen los.
Klim in de mast.
Maak de schoten vast.
Dat was het dan. Ierland zien we nooit meer terug.
Aanvaard het maar: we komen nooit meer terug.
Een half jaar zitten we opgesloten...
en als we dat overleven, zitten we de rest van ons leven in New South Wales.
Spreek voor jezelf.
Ik kom terug.
Breng het beddengoed aan dek.
Haast u zich maar niet voor hen, mevrouw.
Jij. Kom hier.
Ja, jij. Kom hier.
Hoe heet jij?
Mary Mulvane.
Dat is alles.
Mary Mulvane?
Naar boven.
Kom mee.
Het heeft je weinig tijd gekost om je zaakjes te regelen.
Ze heeft haar spullen laten liggen. - Geef hier.
Naar binnen.
Dat is alles, soldaat. - Goed, meneer.
Je hoeft niet bang te zijn, Mary.
Ik ben niet bang. - Mooi.
Ga zitten.
Natuurlijk ben je bang. Gekooid als een dier, omringd door vijanden.
Maar ik ben je vijand niet en van mij heb je nikste vrezen. Ofwel soms?
Waarom laat u me komen, Mr Greville?
Hoe weet je m'n naam?
Die kist...
Ik had nooit gedacht dat je zou kunnen lezen.
Dan ben je nog beter gezelschap dan ik had durven hopen.
Laat u me nu alstublieft gaan. - Dat zou heel dom zijn.
Snap je dan niet dat ik je m'n vriendschap aanbied?
En comfort, voor zover mogelijk op het schip.
En bescherming.
Laat me gaan, alstublieft.
Wil je dan terug naar dat hok beneden?
Om je dagen en nachten te slijten met die stinkende wijven?
Wacht.
Naar beneden ermee.
Ben je soms iets vergeten?
Waar zijn m'n spullen?
Wat moet je met die vodden als er een officier voor je zorgt?
Waar zijn ze? - Ga toch terug naar boven.
Ik ga niet naar boven.
Ik heb er nooit om gevraagd.
En ik wilde het ook niet.
Zie je dat dan niet?
Wat is er dan gebeurd?
Hij wilde dat ik...
bij hem bleef.
Maar ik ben teruggekomen.
Heeft hij je pijn gedaan?
Wat zei hij dan?
Niks. Maar hij maakte me bang.
Wat is er met m'n spullen gebeurd? - Die vinden we morgenochtend wel.
Wees maar niet bang.
Houd daar eens mee op. Anderen moeten dat nog gebruiken.
Lekker warm in de zon.
We gaan naar 't zuiden, het wordt zomer.
Daar had ik nog niet aan gedacht.
Het is vreemd, maar straks is het winter in Ierland...
en wij hebben het warmer dan we het ooit hebben gehad.
Zonder parasol. Daar gaat m'n teint. - Ik heb nooit een parasol gezien.
Alleen de verwaande dames in Dublin doen aan die onzin.
M'n dochter zei dat ze een dame had gezien met een chique hoed op 'n stok.
Wat is er met je dochter gebeurd? - Die is bij m'n zus. M'n zoon ook.
Die zijn tenminste samen.
Goed, mannen. Keten ze aan de reling.
Mr Ricketts, dat beenijzer van die man.
Wat is er aan de hand? - Diepe kerven, sir.
Welke straf staat er op een poging zich te bevrijden?
72 zweepslagen. Als hij dat aankan. - En kan hij dat, Mr Ricketts?
Hij heeft een huid als een stier. - Goed dan.
Laat de straf uitvoeren.
Nee, ik smeek het u. Ik weet niet hoe die kerven daar komen.
Ik smeek het u.
Kan de wacht naar het halfdek? - Wacht, naar het halfdek. Meteen.
Klaar, sir. - Beginnen maar.
Dokter... Ik verzoek u dringend om meteen aan dek te gaan.
Hoe durft u m'n hut binnen te stormen?
Een man krijgt 72 zweepslagen. - Mij is niks gevraagd.
Natuurlijk niet. Ricketts heeft ons instructies laten zien...
dat hij en niet u beslist of een man zo'n straf aankan.
Dat zal hem niet glad zitten.
55, 56...
Dokter...
Neemt u de taak over om de zweepslagen te tellen.
64, 65...
68, 69...
70.
71...
72. - De straf is uitgevoerd.
Dank u. Breng de volgende groep aan dek.
Kom op, actie.
Wilde je ons verlaten?
En zonder m'n permissie?
Mr Ricketts, haal de stok.
Die brutaliteit zet ik je betaald.
Die man is gestoord. Volstrekt gestoord.
Besef je dat we in de handen van een gek zijn?
Ik kan u niet volgen.
Dat gestoorde meisje wilde overboord springen.
Hij ranselt haar af met een stok.
72 zweepslagen, vanwege krassen op een beenijzer.
Maar als hij vrouwen zo behandelt... - Schokkend.
Kunnen wij er iets aan doen?
Dokter Beyer wel, maar kijk wat hij doet. - Precies.
We moeten er maar het beste van maken.
Ze slaapt nog. Maar haar voorhoofd voelt erg warm.
De dokter wil niet komen.
Die is ladderzat.
Ik zou wel zwaar ziek moeten zijn voordat ik hem aan m'n bed zou willen.
En zelfs dan zou ik twijfelen.
Dan moeten we het zelf maar regelen.
De dokter wil niet komen.
Misschien is dat maar beter. Hij kan nog geen rat villen.
Zeggen ze dat zo in County Cork? Dat hoor je niet in Tiernan's Lane.
Woonde je daar? - Voor m'n man overleed. Het was klein.
Mary Mulvane?
Naar boven. Meteen.
Dat is alles, soldaat.
Ik heb je laten halen om m'n hut schoon te maken. Maar dat kan wachten.
Ga zitten.
Wil je iets eten?
De vrouwen waren vast kwaad over wat er is gebeurd.
Dat dat meisje Blake werd afgeranseld.
Het zou fijn zijn als dat nooit meer zou gebeuren.
Maar het gebeurt vast nog 's.
Je snapte misschien niet wat m'n bescherming betekende.
Maar nu zie je de waarde er vast wel van in.
Ik kan je fulltime in dienst nemen. Schoonmaken, wassen, naaien...
Dan ontloop je toekomstige wreedheden.
En als wederdienst...
vraag ik alleen maar gezelschap. Dankbaarheid.
Wat zeg je daarvan?
Ik ben niet te trots om dienstmeid te zijn, maar ik ben geen hoer.
Dat vraagt ook niemand van je.
Als je klaar bent met de hut, ga je terug naar waar je hoort.
Soldaat...
Houd het meisje dat m'n hut schoonmaakt in de gaten.
En accepteer geen onzin van haar.
En zorg ervoor dat de hut netjes is.
Als je vertrekt.
Natuurlijk, sir.
Wat moet je van me? - Niks aan de hand, pop.
Niks aan de hand.
Ik moet de hut schoonmaken. - Daar is nog tijd genoeg voor.
We kunnen eerst een beetje lol maken.
Blijf uit m'n buurt.
Waarom zo'n haast? - Laat me erin.
Wat is er gebeurd?
Hij viel me aan. Ik zei dat hij uit m'n buurt moest blijven.
Wie was het dan?
Kom terug.
Hiervoor zul je boeten. Je zult de dag dat je bent geboren nog berouwen.
Ik laat je huid van je rug geselen.
Hoe gaat het met het slachtoffer van de steekpartij?
Wat bedoelt u? - Greville maakt een grapje.
Een steekpartij is niet grappig.
Een soldaat raakte gewond aan z'n hand.
Een schrammetje. - Wie heeft dat gedaan?
Een van de vrouwen... - Ze moet gestraft worden.
Met alle respect... Ik geloof haar versie van de gebeurtenissen.
Ze werd lastiggevallen door een van mijn mannen.
Ze pakte dat mes uit zelfverdediging. Hij sneed in z'n hand.
Elke vrouw had dat gedaan.
Kennelijk moet ik u eraan herinneren dat ik de kapitein van dit schip ben.
Morgen gaat ze aan de schandpaal.
Ik zal dit gesprek in m'n journaal moeten vermelden.
Vertel de overheid wat u wilt. Ik handel zoals dat me het beste lijkt.
Ze moet twee uur lang aan de schandpaal.
Houd vol. Dit zal niet straffeloos blijven.
RIO DE JANEIRO FEBRUARI 1797
Alle schrijvers die vanaf zee bij Rio aankwamen, waren opgetogen.
Maar over de hitte hoor je niemand. - Warm is het zeker.
Maar de haven heeft ook z'n goede kanten.
Dat heb ik u eerder horen zeggen, dokter. En ik vroeg me al af waarom.
Handel, Mr Greville.
Daarmee kun je in New South Wales goed verdienen.
U verrast me, dokter.
Tabak, koffie, suiker. Daarvan is er nooit genoeg.
Maar rum is het beste van allemaal.
Dat kost in Rio niet veel, maar in New South Wales is het goud waard.
Ze gebruiken het zelfs als geld. - Fascinerend.
Wat dacht u waar onze kapitein nu mee bezig is?
Die zorgt dat hij binnenloopt.
Die hoeven niet allemaal gevuld worden. - We kunnen er een paar missen.
Er kunnen er 20 weg. - Dan komen we zo'n 5000 liter te kort.
Zo is het.
De gevangenen overleven wel op een liter of drie per dag.
Over twee maanden komen we aan. - Of het duurt langer.
We hebben het water nodig. - Ik heb deze ruimte nodig.
Voor mijn goederen. Deze reis is net als alle andere:
Een commerciële onderneming.
We verlaten de haven. Open zee tot aan New South Wales.
Als we het halen.
Als we dit schip straks niet overnemen...
dan blijven we de rest van ons leven slaven. Wil je dat soms?
Geef ze wat sinaasappels. - Doe ik.
Wie wil er een sinaasappel?
Maak er nou geen ruzie om.
Bent u hun leidster? We hebben uw hulp nodig.
We nemen straks de macht over. - Ben je gek?
We doen dekens om jurken en gooien die overboord.
We slaan alarm, ze komen in actie, en dan slaan we toe.
Elke wacht gaat overboord voordat hij weet dat er gebeurt.
We veroveren de wapenkamer.
We hebben alleen wat kleding nodig.
Jullie roepen rampspoed over jezelf af.
Is er iets erger dan wat ons te wachten staat?
Doe de kleding tussen het beddengoed.
Kom eens terug met die sinaasappels. - Ik kom eraan.
Als we zover zijn, gooi ik 'n duit in jullie hok.
Goed, meiden. Zo is het genoeg.
Wat doen we nu? - Niks.
Als we verstandig zijn. - Ze rekenen op ons.
Naar de kaapstaander, naar het voorzeil.
Laat het voorzeil zakken.
Het duurt nog twee maanden voordat we in New South Wales zijn.
Als we geluk hebben.
Op een dodenwake zingen ze nog vrolijker.
Ze hebben het net zo erg als wij. - Dat zou je ook niet denken.
Ze zijn erg overtuigend.
We hebben hier beneden meer water nodig.
Houd op met dat lawaai. - Pas als we meer water krijgen.
Drie liter hebben jullie gehad. - We horen vijf liter te krijgen.
Ik vraag of ze het doorgeven aan de kapitein.
Eet je eten op.
Kool, erwten, pap. Zout vlees waar ik m'n schoenen mee kan lappen.
Maak het eens op.
Het wordt nog m'n ondergang.
Voel je je wel goed?
Ja, goed. - Je zegt zo weinig.
Ze krijgt haast geen kans. - Houd je klep toch 's.
Die man die ons aansprak aan dek... - Brannon?
We hebben niks gehoord. - Nog niet.
Willen ze onze kleding nog, denk je?
Hij leek me niet iemand die het zomaar opgeeft. Ofwel soms?
Maar 36 mijl op onze eerste dag.
Met deze wind kunnen we geen knoop sneller.
Dat weet ik wel, Mr Ricketts.
Aan deze kant van de veertigste lengtegraad vinden we geen wind.
We moeten maatregelen nemen.
Het waterrantsoen van de gevangenen gaat naar twee liter.
Nauwelijks genoeg om een baby in te baden.
Wij twaalven moeten daar de hele dag mee doen.
Vreemd om te bedenken dat we de regen en mist vervloekten.
En het water dat plassen vormde in de bodem.
En een natte zoom bij je voeten. En je schoenen die volliepen met water.
Water dat langs je rug liep.
Wat ik nu niet zou geven om de koude regen te voelen...
Op m'n gezicht.
Na een halve dag verlang je alweer naar de zon.
Je hebt zo weer een loopneus, denk daar eens aan.
Een duitje. Kijk zelf.
Geef eens hier.
Wat moeten we doen? - We hebben geen keuze.
Pardon, kapitein.
Deze gevangene heeft belangrijke informatie over een muiterij.
Alle soldaten te wapen. Sluit alle gevangenen op.
Gooi zeildoek over de roosters. En geef ze geen water meer.
Kom naar voren.
Vertel over die muiterij.
Terug naar binnen met ze. Doe de deur op slot.
Namen. Je geeft me de naam van elke man.
Of ik gesel de huid van je rug.
Vooruit.
Degene die erachter zit. De leider. Dat is Jim Brannon.
James Brannon krijgt achthonderd zweepslagen.
Begin met de straf.
Richard Stapleton, 800 zweepslagen.
John Burke, 600 zweepslagen.
John Kyle, 300. Thomas Butterly, 300.
James Brady, 300. John Tully, 300.
Francis Cox, 300. Edward Fitzpatrick, 300.
Patrick Haye, 300.
Dokter Beyer.
Wat is er? - Een van de gevangenen is stervende.
Ik kan niks voor hem doen. Laat hem maar sterven.
Ik heb net m'n journaal bijgewerkt.
Het aantal zweepslagen, in 3 dagen, was 8468.
Drie mannen dood en minstens nog drie stervende.
Beschuldigt u mij? - Ik moet alle gebeurtenissen noteren.
Ik neem aan dat u hebt opgeschreven dat ik geen zieke wilde helpen.
Dat zal ik opschrijven.
U hebt het makkelijk. U schrijft iets op, terwijl ik m'n leven waag in dat hok.
Omdat u zich zo'n zorgen maakt over de gezondheid van die bende...
gaat u er zelf maar eens heen.
En als u niet terugkomt...
dan noteer ik dat wel in uw journaal.
We hebben hier echt nog wat water nodig.
Je hebt je rantsoen gehad. - Er is niks meer.
Wiens schuld is dat? - Is 't mijn schuld dat ze koorts hebben?
Is het mijn schuld dat we in dit verstikkende hok zitten?
Ik kan er niks aan doen.
Anderhalve liter per dag. Dat hebben zij besloten, en dat krijg je.
Toe, Mr Bates. Een klein emmertje water maar.
Dat missen ze niet.
Je mist mij als ik word gegeseld en sterf, zoals die anderen.
Houd op met je gezeur.
Blijf nou maar liggen.
Het gaat best. Je maakt drukte om niks. - Weet je het zeker?
Ik heb de rest van het water voor je.
170 mijl, een mooie afstand voor een dag.
Ik denk dat we te veel van haar vragen.
We maken langzaam water.
Is de lading veilig? - Ja, hoor.
Maar de gevangenen zijn allemaal ziek.
Vandaag overlijdt er nog eentje. - Dat is het probleem van de dokter.
Nog nadere orders, wat betreft het waterrantsoen?
Geen nadere orders.
Polly, ik heb aan Brannon liggen denken.
We kunnen niks... - Aan wat hij zei.
Is er een erger lot dan dat wat er voor ons ligt?
Hij had zich vergist, hè? - Nou en of. Moge hij in vrede rusten.
Niet alleen omdat hij is doodgegaan...
maar omdat we niet weten wat er voor ons ligt.
Maar we zijn tenminste van dit schip af.
Op het land.
Dan ademen we frisse lucht en zien we de hemel weer.
En zien we weer planten en bomen. - En we komen elke dag dichterbij.
Houd vol. Hen daarboven kan het niet schelen of we doodgaan.
Maar we blijven leven. - We halen het wel.
Dan hebben we gewonnen. En zij weten dat maar al te goed.
Straks lopen we met opgeheven hoofd het schip af.
Dat is meer dan zij kunnen zeggen.
Naar het dek met jullie beddengoed. Geen gezeur.
Opschieten een beetje. - Er zijn hier zieken.
Vaandrig Greville.
Voor de laatste keer: opschieten.
Wat is er? - De vrouwen zeggen dat ze ziek zijn.
Naar het dek met ze. Dan zullen we eens zien.
Het gaat wel. Pak je eigen spullen maar.
Opstaan, lui wijf. - Ik maak je af.
Niet doen, Polly.
Wat voor problemen?
Een aantal vrouwen wilde niet aan dek gaan.
Dat is gelogen. - Stil.
En toen heeft dit vervloekte viswijf me aangevallen.
O ja, Mr Greville?
Als een wild beest, meneer.
Dan moeten we haar temmen.
Ze hebben haar haar afgeknipt.
U wilde me spreken, kapitein?
Zoals u vast hebt gemerkt, dokter...
varen we langs de kust van New South Wales.
De Britania gaat morgen in Sydney Cove voor anker.
Morgen?
Vijftien mannelijke en één vrouwelijke gevangene zijn overleden.
Ja, meneer.
Zes van hen zijn overleden nadat ze zijn gegeseld.
Tegen uw mening kan ik niet op.
U hebt toezicht gehouden op hun bestraffing.
Het schip wordt na onze aankomst geïnspecteerd.
Neem maatregelen om de gevangenissen schoon te maken.
Dan heb ik een stel mannen nodig.
En flink wat azijn. En water.
U krijgt wat u nodig hebt.
Niet ruziën, meiden. De zieksten krijgen eerst water.
Ze doen of we beesten zijn. Maar we gedragen ons.
Wat hout, graag. - Hoor haar.
Als we morgen in Sydney Cove aankomen, piepje wel anders.
Hoezo? Ze is beter dan jullie. - In Sydney zien we wat ze waard is.
Ik zou maar nergens op rekenen, met die rattenkop.
Jullie worden allemaal op de markt opgesteld als vee.
En de mannen kunnen kiezen wie ze willen.
Je liegt.
Dat is niet waar. - O, nee?
Jullie zullen zien. Het is allemaal legaal.
Jullie worden bedienden. Maar iedereen weet hoe het echt is.
En jullie komen er nog wel achter.
Kom, weg uit deze stank.
Geloof jij ze? - Ik geloof inmiddels alles.
Ze geven ons aan elke man die ons maar wil.
En we worden gedwongen om met ze mee te gaan.
Je had niks beters moeten verwachten.
Vervloekt zijn ze.
Mr Bates, we willen hout voor het vuur. Laat ons niet in de kou zitten.
We hebben reden genoeg om medelijden met onszelf te hebben.
Maar we zijn hier. We hebben het gered.
En we geven het niet op. Nooit. Ofwel soms?
Nee, Polly. We geven het niet op.
Een half jaar hebben we in dit stinkhok gezeten.
Kijk wat ze ons hebben aangedaan.
Maar we laten ons niet kisten.
We hebben elkaar geholpen.
Dat was geweldig. - Maar straks scheiden onze wegen.
Polly, ik ben moe.
Geen wonder.
Vooruit, rust nog wat uit.
Ik ga wel terug.
Naar Ierland.
Naar huis.
Net als de Wide Ganzen.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.