Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Balen, we zijn zeven minuten te laat.
We zijn drie keer cadeautjes wezen kopen.
Haal ze maar te voorschijn. Alsjeblieft, die zijn van jou.
Wat doet dat daar in de cabine? - We moeten toch kerstcadeaus kopen?
Er mag geen enkel pakje mee in de cabine.
Daarom heb ik er ook drie.
Kijk, dit zijn de mijne.
Kerst of geen kerst, je mag geen spullen in de cabine vervoeren.
Het komt door al die passagiers. We konden niks meer achterin kwijt.
Ik heb een idee. Hou eens vast. Even een stukje mistletoe.
Wat doe je daar bij de dames-wc?
Joyce en Edna zitten binnen. Als ze naar buiten komen, hebben we beet.
Stelletje viespeuken. Laat die meisjes toch met rust.
En hoe komt dat haakje daar? - Dat hebben ze er zelf in geschroefd.
Hou eens vast.
Daar komen ze.
Pas op, meiden.
Laat ze nou los.
Alleen voor personeel, staat er. - Wij zijn personeel.
Kijk nou Jack, we hebben een retourtje uitgedraaid.
Nou, vooruit dan maar.
Waar slaat dit nu op? - Hij had toch een retourtje?
Jullie zijn vreselijk.
Tot kijk dan maar. - En een fijne kerst.
Misschien tot in de kroeg. - Dat ding gaat er meteen af.
Inspecteur, stond u hier op mij te wachten?
Fijne kerstdagen.
Heel fijn. Kom, geef me er nog eentje.
Straks sta je daar met oud en nieuw nog.
Wat giechelt ze nou? - Misschien kriebelt die snor.
Die van hem of die van haar?
Daar knapt een mens van op. Nog een fijne kerst.
Ik ben het zat. Al dat geklef, die mistletoe, al die pakjes...
Jullie gaan op rapport. - Doe nou niet zo flauw.
Het is toch maar één keer per jaar kerstavond?
Dat kan wel wezen, maar ik heb dienst.
Geef me eens een kusje.
Eerlijk is eerlijk. Wij hebben volgend jaar op kerstochtend dienst.
Ik zit hier morgenochtend, terwijl er nauwelijks bussen rijden.
Theekransje voor de jongens? - Blijf af, die is voor m'n moeder.
Een handbeschilderde theepot met drupvrije tuit.
Heel mooi. Weet je wat je voor je neefje had moeten kopen?
Een bus met afstandsbediening. Kijk, deze is voor mijn neefje.
Rijdt ie ook echt? - Tuurlijk.
Er zit ook miniatuurpersoneel bij. Kijk, een klein inspecteurtje.
Schattig, hè? - Hij lijkt sprekend op jou.
Met diezelfde naad, waar ze z'n hoofd hebben vastgeplakt.
Hoe werkt het nou? - Je zet 'm gewoon neer...
één druk op de knop en hij gaat vooruit.
Dat zat erin. Jij weet nooit waar je heen moet.
Dat was de verkeerde knop. - Stop eens even bij die halte.
Dat zou voor het eerst zijn.
Het hendeltje is eraf gevallen.
Ik zet de inspecteur erbij. - Dan stop ik wel.
Dit moet wel een spelletje zijn. - Let op, ik stop bij de halte.
Dat deed je expres. Arm inspecteurtje.
Dat zijn weer vijf bonuspunten.
Ik probeer het al jaren in het echt.
Laat mij maar eens. - Ik ben de chauffeur.
Ik ben aan de beurt. - Het is mijn bus.
Er staan daar vijftig bussen, mooi niet dat je daarin wilt rijden.
Maakt niet uit. - Ik mag.
Het is mijn bus. - Haal 'm dan van mijn bureau af.
Sodeju, kan het nog kinderachtiger?
Oké, je mag wel even. Alsjeblieft.
Eén minuutje. Hou jij het even bij.
Moet je kijken. Ik ben het nog niet verleerd.
Strakke bocht. - De Stirling Moss van de buschauffeurs.
We kunnen die dingen gebruiken om nieuwe chauffeurs in te werken.
Kijk nou wat je doet. Als ie kapot is, zwaait er wat.
Je kan me wat met je bus.
Moet je moeders theepotje nou zien.
Het is jouw schuld. - Ik zei toch dat je niet mocht?
De winkels zijn dicht, nu heeft ze geen cadeau.
Hij doet het nog best. - Hier kan ik niet mee aankomen.
Je zegt gewoon dat het modern is, zo'n pot met vijf gaten.
Vijf kopjes thee tegelijk.
Ik haat je, Butler. Haal die rommel hier weg.
Met inspecteur Blake.
Hoe ziek is ze dan? Moet ze de hele dag in bed blijven?
Niks aan te doen, we redden het wel.
Wat was dat allemaal? - Edna komt morgen niet, ze is ziek.
Jij bent de volgende op het rooster. Je kunt aan de bak.
Heeft ze wel een doktersverklaring? - Geen gezeur, het staat in je CAO.
Dat heb ik weer, dienst op kerstochtend.
Pech gehad. Weet je wie de chauffeur is? Haar man Charlie.
Ho even, het wordt nog veel mooier.
Charlie moet thuis blijven om voor de kinderen te zorgen.
Jij mag invallen.
Ik zie jullie morgenochtend om acht uur.
Het is niet eerlijk. - Mijn kerst kan niet meer stuk.
Arthur, kom nou toch. Je ontbijt staat te verpieteren.
Ik weet dat het kerst is, maar moet dat bij het ontbijt?
Het is acht uur, waarom moet ik zo vroeg op?
Stan moet zo naar z'n werk.
Fijne kerst. Veel plezier, ik zal in bed aan je denken.
Ik kom er zo bij, schat.
Ik kom er wel even bij zitten. Lekker ontbijten.
Doe niet zo bot op kerstochtend. - Ik sliep net zo lekker.
We moeten cadeautjes uitpakken. Stan moet zo weg.
Dat kan toch wel wat later? - We doen het altijd bij het ontbijt.
Het is een kersttraditie in dit gezin.
Net als de toespraken van de paus en de koningin.
Wacht toch maar tot de lunch, ik moet nu echt weg.
Ik ben ervoor opgestaan. Mag ik het mijne niet vast?
Zullen we maar? - Wel ja.
Wat ben je toch een kind. - Ze is nooit groot geworden.
Kijk eens aan. - Fijne kerstdagen.
Het is van Stan en mij samen, voor jullie allebei.
Eén cadeautje maar, voor ons allebei?
Het zal mij benieuwen.
Kijk Arthur, een elektrische deken. - Wat ontzettend nuttig.
Net wat we nodig hebben. Arthur zegt dat ik altijd zo kil ben in bed.
Had er eentje op je huwelijksreis meegenomen.
Toen hadden we 'm niet nodig. - Nee, jij had een kruik bij je.
Dat je dat nog weet. - Dat kreng lekte de eerste nacht al.
Niet echt een romantisch nachtje. - Nee, haar sokken waren doorweekt.
Hé, het is een eenpersoons. - Ja, dat leek ons het beste.
En we kwamen bonnetjes tekort voor een tweepersoons.
We leggen 'm overdwars, dan heb jij er ook wat aan.
Nee zeg, straks hebben we warme billen en koude voeten.
Dan kun je je voeten warmen aan elkaars warme billen.
We leggen onze voeten er wel op.
Hou toch op, dan smelt je zalf en dan worden je voeten gebraden.
Niet zo treiteren, Arthur.
Zo, de kalkoen is klaar. Ik moet 'm alleen nog dichtnaaien.
Help eens even. - Ik eet nog.
Ik kan het niet in m'n eentje, het is een kanjer. Zet 'm even overeind.
Prima, nu is het zo gebeurd.
Arthur, heb jij trouwens nog last van die operatie?
Als jij je kop eens hield.
Ik moet weg, straks kom ik te laat.
M'n schoenen? - Bij de kachel.
We eten om twee uur, zorg je dat je niet te laat bent?
Ik heb tot half drie dienst. En daarna rijden er geen bussen meer.
Ik moet lopen, dat wordt wel half vier.
Wat jammer nou, dan krijg jij je eten koud opgediend.
Nee, met de kerst eten we samen. We wachten wel op hem.
Ik kan niet om vier uur eten. - Nee, dan heb je je ontbijt nog niet op.
Doe niet zo vervelend.
Ik wil m'n kalkoen in elk geval om twee uur.
Stan heeft er ook aan bijgedragen. - Net genoeg voor de vulling,.
Ik Weet al wat. Arthur kan je ophalen op de motorfiets.
Doe niet zo belachelijk. - Doe niet zo raar.
Hij heeft dienst, ik niet. - Waarom kan het niet zonder Stan?
Omdat ik het zeg. Praat niet met je mond vol.
Dan komt er nooit een woord uit. - Hou toch op.
Jij gaat hem ophalen. - Daar ben ik het helemaal niet mee...
Kijk toch uit met die naald.
Haal je vinger er dan ook uit. - Kop dicht.
Het is altijd hetzelfde liedje.
Met de kerst ga ik altijd met m'n vrienden naar de kroeg.
Nee, jij mag niet mee. Alleen m'n vrienden.
Fijne kerst. - Hou je kop.
Vrede op aarde, m'n neus.
Een beetje tempo, ik begin al honger te krijgen.
De bus was bijna leeg. - Kwestie van dienstverlening.
Niemand gaat met de kerst naar de begraafplaats.
Zelfs niet als hij dood is. - Kom op, m'n moeder zit te wachten.
Nou, kijk eens aan. Een handje kleingeld.
Ik zie dat die tuit er weer aan zit. - Ja, met speciale lijm.
Je ziet nauwelijks waar ie gebroken was.
Blakey, volgens mij heb je dat gaatje dichtgelijmd.
Nee toch? Hoe moet ik dat nou controleren?
Je moet er even doorheen blazen.
Straks verrek je wat. - Het zit inderdaad verstopt.
Dan moet je harder blazen. Ik zei toch dat het dicht zat?
Klinkt heel muzikaal.
Je kunt zo als eerste theepottist bij een orkest.
Kop dicht, het gaat al een beetje open.
Daar gaat ie weer. - Theepotmuziek, heel ont-roerend.
Vooruit, zet je naam en donder op. Het depot moet dicht.
Dat kan niet, m'n zwager komt me halen op de motor.
Hij is trouwens laat. - Dat zit in de familie.
Waar blijft Arthur nou. Hij had beloofd dat hij op tijd zou komen.
Straks verpietert die mooie kalkoen.
Daar is hij al. - Dan zet ik de kalkoen weer in de oven.
Hallo, mop. Je ziet er schitterend uit.
Sodeju, hij is dronken.
Even opzij, ma.
Geef me een dikke pakkerd.
Zo kan hij niet rijden. Wie moet Stan nu ophalen?
Ik heb er maar een paar op. - Een paar te veel, ja.
Hij kan niet rijden. Nu kan ik pas om vier uur eten.
Je bent mooi als je kwaad bent. - Hou toch je kop.
Ma, ik heb m'n voorlopig rijbewijs. Ik kan wel rijden.
Ach, natuurlijk.
Hou toch op, je hebt pas twee lessen gehad.
Ze heeft het al aardig onder de knie.
Ze is al negen jaar getrouwd en ze heeft het nog steeds niet onder de knie.
Vooruit, ma.
Weet je zeker dat je mee wilt? - Natuurlijk.
Ik wil een oogje in het zeil houden. Het eten staat op.
Nou, gooi de boel maar dicht. - Zo is ie goed.
Wil jij 'm even starten? - Natuurlijk, liefste.
Kijk eens aan. - Klim maar achterop.
Ik geef gas, maar hij doet niks. - Hij staat nog in z'n vrij, schattebout.
Kop dicht, ik kan het zelf ook wel.
Jeetje, wat is hij laat. - Hij ligt vast even te pitten.
O nee, daar komt hij al.
Hoeveel heeft hij er op?
Kijk die L. Olive rijdt. - Dat kan ze toch wel?
Jawel, maar ze kan niet stoppen.
Pas op, Stan.
Gaat het wel, Blakey? - Wat gebeurt daarbinnen?
Nu is moeders theepot stuk.
Dat is nog niks, moet je die bus zien.
Olive, ontzettende oen.
Stom stuk ongeluk, kijk dan waar je rijdt.
Gaat het wel? - Jawel.
Waarom laat je haar nou rijden? - Hij kwam dronken thuis.
Kunnen we weg? Het eten staat nog op, straks is de kalkoen zo droog.
Hij is los, ma. - Kunnen we nu dan weg?
Dat kunnen we mooi schudden. - Kwestie van uitdeuken en uitlijnen.
Kon er maar even iemand wat water in de pan gieten.
Kunnen we iemand bellen om het gas af te zetten?
Wat leuter je nou? De deur zit toch op slot?
Kunnen we nou nog niet weg? - Over tien minuten ben je thuis.
Gelukkig maar. - Zal ik terugrijden?
Zeg ik het of zeg jij het? - We komen echt heelhuids thuis.
Zeg dat niet te hard.
Ga achter je moeder zitten en hou je mond.
Kom maar achterin. - Vooruit, het eten staat op.
Vooruit, schiet eens op. - Doe dat ding maar naar beneden.
Haar kop zit in de weg. - Hak 'm er dan maar af.
Ga jij maar achterop, Jack. Ik rij wel.
Pardon? - Ik rij. Jij maakt toch brokken.
Zeur niet. Ik ben hartstikke nuchter. - Hup, opstappen.
Wat is er gebeurd, Blakey?
M'n fiets is stuk. Nu moet ik naar huis lopen.
Sorry, we zitten vol. Maar toch een prettige kerst.
Nu heb ik de toespraak van de koningin ook nog gemist.
Oké, daar gaat ie. - Help eens even mee.
Nou, ik ruik niks. - Hoe zou 't met het eten zijn?
Het verbrandt in elk geval niet. Even de oven uit zetten.
Niet uitglijden, ma. - Wat is dit allemaal?
Is dit schuim?
Nee, de piepers zijn overgekookt.
Natuurlijk is het schuim. - Uit de wasmachine?
Hou je kop, achterlijk mens.
Goede avond, samen. Ik heb hier maar even de wacht gehouden.
Wat is dit allemaal?
Uw huis had wel kunnen afbranden terwijl u lekker de hort op was.
Er kwam rook uit het raam. De brandweer is erbij gehaald.
Door welke debiel? - Door mij, meneer.
Heel net van u.
Er zijn mensen die moeten werken. We kunnen niet allemaal feestvieren.
Als u het niet erg vindt, ga ik ervandoor.
M'n dienst zit erop, het eten staat klaar.
Ik geloof dat uw kalkoen nog steeds in de oven staat.
Rustig aan, ik zal eens even kijken. - Haal 'm eruit.
Ik kan de oven niet eens vinden.
Volgens mij hebben we geluk gehad.
M'n mooie kalkoen, helemaal gekrompen.
Het is jouw schuld, zuiplap.
Jouw zus heeft de motor in die bus geparkeerd.
Stan, wat moeten we nou?
Wat jank je nou? Jij zeurt toch altijd om een witte kerst?
Vertaling: Hoek & Sonépouse Ondertiteling BV
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.