Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Doe je 't netjes, Charlie. - Ik hoor dat we storm krijgen.
Zijn alle bussen binnen? - Ja, ik doe de laatste inspectie.
Waarom branden die lichten nog?
Butler is ze natuurlijk vergeten. Hij had zeker haast.
Hoor eens, je zou vanavond met me uitgaan.
Dat wilde ik ook, maar het is al laat. We kunnen nergens meer terecht.
Kunnen we niet naar jouw huis?
Ma kijkt tv en dan moeten wij haar gezelschap houden.
Laten we naar jouw huis gaan. - Dan gaan ze naar ons zitten kijken.
Bedenk jij dan iets.
We kunnen naar het park gaan.
In dit weer? Ik heb het al zo koud.
Kruip er dan maar lekker bij.
Straks is z'n accu leeg.
Wat sta je daar bij die bus te doen?
O, ik dacht even dat je onze spullen stond te bevuilen.
Doe niet zo raar. Ik heb 'r niet aangeraakt.
Ik bedoel de bus. Je dienst is allang afgelopen.
Straks word je met de andere rommel mee opgeveegd.
Nog meer? Draaien jullie soms een speciale nachtdienst?
Wat 'n troep.
We willen niet dat ongedierte zich voortplant.
Dat is niet erg netjes. - M'n hele mascara is doorgelopen.
Help me eens even. - Ik loop met je mee.
Wat stelt dit voor? Dit is een busremise, geen konijnenhok.
We wilden stappen met die meiden, maar het is te laat geworden.
Hier kan je niet blijven. - En de wachtruimte?
Die is alleen voor mensen die echt wachten.
Wij wachten al 'n halfuur.
Over één minuut moeten jullie weg zijn. Ik heb nog meer te doen.
Zeur. Dan brengen we ze maar thuis.
Jammer dat het niet morgenavond is.
Arthur gaat het weekend met ma en Olive op de motor naar tante Maud.
Dan heb ik het rijk alleen. - Had dat eerder gezegd.
Dan nemen we ze morgenavond mee. - Ja, denk je dat ze dat willen?
Die van mij wilde vanavond al.
Sue, Edna, kunnen jullie morgenavond?
Kom op, weg hier met die meiden.
Zeg, mogen we ze thuis brengen met die bus?
Goeiemorgen. Is alles geregeld voor vanavond?
Stil nou, ze zijn er nog. - Is er iets mis?
Nee, ma is op zoek naar warme kleren.
Ik ga de meiden vragen voor vanavond.
Zorg jij dat je familie ophoepelt.
Dat zal me een avondje worden. - Ja, daarom neem ik ook marmelade.
Voor de energie. - Jack, kopje thee?
Nee, dank u, ik moet nog wat dingetjes regelen.
Ben je klaar voor de reis?
Nee, ik denk niet dat we gaan.
Waarom niet? - Arthur krijgt de motor niet aan de gang.
Ik help hem wel, dan loopt ie zo. - Wat ben je toch een schat.
En dan te bedenken dat je het hele weekend hier alleen zit.
Ik krijg 'm wel aan de praat, maak je geen zorgen.
Wat is er met dat ding, Arthur?
Hij start niet. Ik kap ermee, we gaan niet weg.
Overdrijf niet zo. Hij is gewoon koud.
Jij weet niet hoe je dat ding moet starten. Laat mij maar.
De choke staat niet goed. Je laat 'm verzuipen.
Ik zal 'm eens even aantrappen.
Even flink trappen.
Start hem dan.
Ik ga door tot ik erbij neerval.
Hij loopt als 'n zonnetje. Nou kunnen jullie weg.
Ik denk dat jij het hele weekend wel in bed ligt.
Met een beetje geluk.
Laten we maar gaan kijken of ze klaar zijn.
Ik zei toch dat ik 't kon?
Ma, de motor loopt.
Je hebt je toch niet te veel ingespannen?
Gelukkig maar, want ik vind dat we beter niet kunnen gaan.
Waarom niet? - Het is te koud voor Olive.
Onzin, het wordt een heerlijk ritje.
Nee, ik krijg er winterhanden van.
Daar krijg je toch geen winterhanden? - Welnee, het komt van de wind.
Smeer dan wat van die zalf op je gezicht.
Ik heb winterhanden, geen wintergezicht.
Daar kijk ik van op.
Als je zo vervelend doet, ga ik helemaal niet.
Je móet gaan. Nou ja, je móet natuurlijk niet.
Maar jullie gaan nooit op reis. Zie 't als een tweede huwelijksreis.
Goed, nou ga ik helemaal niet.
Plaag haar toch niet zo.
Je weet toch hoe het gaat bij tante Maud?
Ik slaap boven met ma en Arthur beneden op 'n stretcher.
Ma zal best beneden willen slapen en dan kan jij met Arthur in één bed.
O ja, natuurlijk.
Ellendige bemoeial.
Schiet nou 's op.
Morgen, Arthur. - Ik vertrouw die roestplek niet.
Waar dan? - Hierzo.
Dat stelt niks voor. - Ik ben er klaar voor.
Jij hebt je goed ingepakt. - Wat moet dat nou voorstellen?
Weet je wel hoe koud 't is. - Daar heb jij geen last van.
Ik heb alles dubbel. - Dat weet ik al jaren.
Dit is een warme kruik tegen de kou.
Dat meen je toch zeker niet? - Denk je soms dat ik zo dik ben?
Als je het echt weten wilt, ja.
Kijk maar.
Belachelijk. Je bent net een kangoeroe met haarjong.
Als ze ooit jonkies krijgt, zien ze er zo uit.
Dan ga ik wel niet. - Doe toch niet zo raar.
Stop hem er maar lekker in.
Ik ga mooi niet op die motor met dat ding in m'n rug.
Probeer het nou even. - Oké dan. Stap maar op, snoes.
Nee, dat werkt niet. Het voelt als een grote kwab in m'n rug.
De kruik zit er nog niet tussen.
Je hield me zeker voor de gek.
Stop 'm er maar in.
Ga maar zitten. - Zo is het beter.
Dat is lekker stevig. Die zou je daar altijd moeten dragen.
Nou ga ik echt niet mee. - Ik heb ook geen zin meer.
Gaan we nou nog of niet? - En of jullie gaan.
Wat is dat voor troep? - Voor tante Maud.
Een lekkere kip en een mooie plant.
Stap maar in, dan zet ik het bij je op schoot.
Het gaat niet zo makkelijk. Nou m'n andere been nog.
Hier heb je de plant. Ik zal de deur dichtdoen.
Doe maar dicht. Stan, denk je dat ie heel overkomt?
Nou kan het dak niet meer dicht.
Laat hem eens een beetje zakken. Mooi, doe maar dicht.
Open dat ding.
Nou is ie helemaal kapot.
Je hield 'm te ver naar buiten. - Het dak moest toch dicht.
Die kan meteen in de vuilnisbak. - Geef maar hier.
Gelukkig hebben we de kip nog.
Kijk eens, hier is je kip.
Tante Maud is dol op m'n kip. Ze zegt altijd dat 't zo bijzonder smaakt.
Dat geldt zeker voor die. - Kunnen we nou eindelijk vertrekken?
De telefoon. Ik pak 'm wel even. - Onzin, ga nou maar. Veel plezier.
Stan, met Jack.
Ik heb 't de dames gevraagd en ze komen vanavond. Toch, meiden?
Jack, is Suzie daar ook? - Ja, ik geef haar even.
Hoi, Stan, ik verheug me zo op vanavond.
Niet te veel energie verspillen vandaag.
Maak je maar geen zorgen. - Hier is een kusje voor je.
Dat klonk lekker.
Ik zie je vanavond. Goed? - Ik hoop dat je in de stemming bent.
Ik ben nu al in de stemming.
Ik heb 't je nog gezegd. - Jemig.
Wat heb jij nou weer? - M'n kruik is opengebarsten.
Hou toch op. Stap maar uit, ma. Het feest gaat niet door.
Altijd als ik eens een pleziertje heb, komt er een kink in de kabel.
Ik weet hoe je je voelt.
Dit moet ook uit, het is kletsnat. - Wat vervelend nou.
Ik heb dat ding zo gerepareerd.
Niet kijken.
Liever niet. We hebben al genoeg ellende gehad.
Dat hemd moet ook uit. Het is drijfnat en dat is niet goed voor je
Goed zo. - Leg dat eens op de tafel.
Het is kletsnat. - Wring het dan uit.
Ik ben helemaal rood door dat hete water.
Arthur, kijk nu eens. - Mag ik bedanken?
Dat trekt wel weer weg. - Al dat gedoe om niks.
Als 't niet wegtrekt, kan ik nooit meer een bikini aan.
Daar mogen we dan wel dankbaar om zijn.
Naarling. Kijk, rooie vlekken op m'n benen.
Je benen zijn dus normaal. - Hou toch op.
Dat is niet aardig. Het is heel pijnlijk.
Ze heeft echt 'n gevoelige buik. - Hier is 't het ergste.
Ik smeer er wel wat margarine op.
Dan glijdt haar onderbroek van haar gat.
Ik trek wel iets anders aan. We gaan nu toch niet meer.
Onzin. Natuurlijk gaan jullie wel.
Over een halfuur is die motor klaar. - Je kletst, hij is total loss.
Over een halfuur rijdt dat ding weer. Dan kunnen jullie gaan.
Laten we er dan even naar kijken. Kom mee.
Ga dan. - Dit is gewoon tijdverspilling.
Laten we eens kijken.
Net zei je nog dat het ding prima in orde was.
Eigenlijk valt het nog best mee.
De vork is een beetje krom. Als jij 'm optilt, trek ik hem recht.
Verdikkie.
Slimme zet van je. Zullen we een wens doen?
Grapjas. Geen probleem, ik laat het wel even lassen.
Op zaterdagochtend? - In de werkplaats van de remise.
Je hebt late dienst. Doe 't maandag. - Maar dan kunnen jullie niet weg.
Ik laat het gewoon even lassen en om twaalf uur rijdt dat ding weer.
Wat mankeert jou toch?
Al die moeite voor mijn motor. Verwacht je soms 'n bonus?
De beste bonus die je kan bedenken.
Koop een nieuwe voorvork. - Dat lukt nooit zo snel.
Ik vraag Joe wel of hij het even aan elkaar last.
Dan kunnen ze vertrekken. Anders zijn ze er vanavond ook nog.
Dan wordt 't niks.
Hoi, zijn jullie vrij? - Nee, nog één dienst.
Gaat 't nog door? - Tuurlijk.
We moeten wel eerst naar huis om iets luchtigs aan te trekken.
Kom nou maar, Edna.
Tot vanavond. - Reken maar.
Kom op, gauw dat ding laten lassen.
Het zal even moeten wachten. - Maar er is haast bij.
Ik heb het druk. Die bus moet straks weer rijden.
Anders doen jullie het zelf maar. Daar staan de spullen.
We kunnen niet lassen. Hoe werkt dat?
Trek die dingen aan. Ik heb weleens iemand zien lassen.
Laten we het nou maar even doen.
We hebben hier alles. De bril moet nog op.
Denk je dat 't lukt? - Tuurlijk.
Zet 'm in de bankschroef. - Wat? Ik zie niks.
O ja, nou zie ik het.
Nu pakje de tang. - Die heb ik hier, moment.
Hou dat andere stuk vast. - Wacht even, ik ben bezig.
Dat is nog best lastig. - Prima, nu goed vasthouden.
Voor de bakker. - Ik ben benieuwd.
Wat heb je nou gedaan, stommeling. Kijk dan, hij is hartstikke scheef.
Jij hield hem vast. - Ik zie niks in 't donker.
Dat zal wat worden vanavond.
Zo heb je er in elk geval niks aan. - Misschien als wichelroede.
Zet hem in de bankschroef, dan doe ik het over.
Hou 'm stil.
Wat dacht je daarvan? - Schitterend.
Maar er is één probleempje. Je hebt de tang vastgelast.
Jij zou hem toch recht houden.
Kan je dat nog niet eens? - Wie heeft er gelast?
Je hoeft mij niet de schuld te geven, jij deed het fout.
Ik ruik een brandlucht. - Je handschoen.
Je had bijna m'n vingers vastgelast.
Zeur niet. - Haal hem eraf.
Voor de bakker. Is 't niet mooi? - Ik zal eens even kijken.
Dat heb je mooi gedaan, Jack. Echt vakwerk.
En kaarsrecht. - Mooi toch?
Maar het is wel heet. Ik voel het door die handschoen heen.
Joe had 't niet beter gekund. - Ik ben trots op je.
Wat voeren jullie hier uit? - O, niks.
Weer aan het beunhazen? - Het stelt niks voor.
Bussen hebben geen voorvork. Jullie Waren aan het lassen.
Doet het pijn? Steekje hand dan in die brandemmer.
Ik zal dit melden. Beunhazen is hetzelfde als stelen.
Onzin. Wat hebben we dan gestolen? - Ja, vertel dat eens.
Hitte.
Maar je hebt de helft weer teruggepakt.
Ik slinger je mooi op rapport.
Zodra m'n hand beter is.
Dit kan je je baan kosten. Beunhazen is tegen de regels.
Inspecteur, jij hier? Kom je je fiets ophalen?
Je kunt hem eigenlijk wel meenemen.
Alles is gerepareerd. We hebben 'm ook gespoten en wat dingen vervangen.
Op kosten van de zaak natuurlijk.
Is dat niet aardig? Nieuwe onderdelen en gespoten.
Op kosten van de zaak.
Dat is anders. Ik moet hier vroeg zijn zodat de bussen op tijd uitrijden.
We hebben je föhn ook gerepareerd.
Is die soms voor je snor?
Die is van m'n moeder. - Heeft ze ook een snor?
Laten we eens even kijken. Het is niet zo heet meer.
Nou dat ding nog op de motor zodat Arthur op pad kan met de luitjes.
Dan is het huis voor ons en die lekkere meiden.
Denk maar aan ons als je 't kapsel van je moeder föhnt.
Ik haat je, Butler. Ik haat je.
Stap maar lekker in.
Een heel prettig weekend en tot maandag.
Blijf gerust nog een poosje langer.
De groeten.
Ik ben kapot. - Die klus duurde meer dan twee uur.
En dat allemaal voor een mokkeltje. - Trouwen is erger.
Ik vermoord 'm.
Ik vermoord 'm. Hij zei dat ie in orde was.
Bloed.
O, gelukkig, m'n kruik is weer opengebarsten.
Jack, laat die flessen niet vallen.
Dat is lekker spul. - Het zal er wel ingaan.
Geef eens 'n kusje. - Kun je niet even geduld hebben?
Kom maar binnen.
Ben jij daar, Stan?
Ze zijn thuis. - Hoe kan dat?
Ik zal eens gaan kijken.
Wat is er gebeurd? - Dat zal ik je vertellen.
Jullie kunnen niet lassen.
Je moet bij de drogist iets kalmerends halen voor Olive.
Het gaat niet goed zo. - En aspirine voor m'n hersenschudding.
En daarna mag je eten voor ons koken.
Ik heb niks gegeten. We hebben uren gelopen en m'n voeten doen pijn.
Ik zal eerst de deur even dichtdoen.
Het gaat niet door. Ik kan 't niet helpen.
De motor heeft 't begeven en nu moet ik de hele avond voor ze zorgen.
Het is net lijn 16.
Je rijdt maar in het rond zonder ooit het eindpunt te bereiken.
Vertaling: Hoek & Sonépouse Ondertiteling BV
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.