Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Georgie wordt boer als hij groot is. Hij gaat buffels hoeden.
Alle buffels zijn dood. Mijn vader heeft ze allemaal gedood.
Niet allemaal. Maar Georgie wordt dus boer.
Ik word soldaat, dan mag ik de hele tijd schieten.
Ik zal wild zijn.
Ik ga in het vrouwenleger. Ik zal meer schieten want ik ben ouder.
Niet. Jij bent een meisje.
Meisjes vechten net zo goed als jongens.
Kijk eens.
Als ik soldaat ben, pak ik mijn geweer...
Vrouwen krijgen geen geweer. -En dan doe ik zo: Boem.
Je hebt hem vermoord, Selma. Je hebt hem dood gemaakt.
Dat bedoelde ik niet zo. Ik wilde je niet doden, eekhoorntje.
Ik deed maar alsof.
Het is maar een eekhoorn. Zij zijn stout.
Maar hij deed niets stouts.
Hij zat alleen maar te eten. Als ik een steen opraap...
raak ik bijna nooit mijn doel. -Hallo.
Jij bent Selma en jij bent Arnold. -Dat weten wij ook wel.
Je huilt, Selma. Het is niet goed als kinderen huilen.
Het is nog erger als volwassenen huilen. Jij huilt ook.
Laat me je knuffelen. -Nee.
Dan maak ik een bloemenkrans voor je. -Ingeborg.
Ga weer aan het werk.
Dag.
Ik mag haar niet. En d'r pa ook niet. Ik mag hem vooral niet.
Laten we bij de rivier gaan spelen.
Ik heb geen zin meer om te spelen. Ik wil naar huis.
Je mag wel met Shadrack spelen.
Daar is de redacteur.
Dag, kinderen. Spring erin, dan breng ik jullie thuis.
Ik eet bij Selma. Tante Bruna maakt pannenkoeken.
Met jam? -Nee, honing.
We hebben Ingeborg Jensen net gezien.
Ze wil mij altijd knuffelen. -Ingeborg knuffelt alle kinderen.
Omdat ze van ze houdt. -Ik ben niet klein. Ik ben vijf jaar.
Pardon. Dat was ik vergeten.
Volgens mama is Ingeborg niet in orde.
Ze is gek. Gek in haar hoofd. Omdat haar vader haar altijd slaat.
Hij slaat Mrs Jensen ook. -Mrs Jensen is momenteel erg ziek.
Dus hij zal haar niet slaan. En Ingeborg is niet gek.
Ze is alleen niet zo slim als wij.
Arnold wist niet dat Ingeborg niet goed was, totdat ik het hem vertelde.
Iemand heeft het jou ook vast verteld, Selma.
Ja, ik denk het wel. -Ja. Zie je nou wel.
Wie is dat?
Dag. Mag ik u een lift aanbieden? -Nee bedankt. Ik loop graag.
U bent hier nieuw, niet waar? -Ja.
Ik ben Nels Halverson, redacteur van de 'The Spectator'.
Een vreemde is hier al nieuws. -Dag, Mr Halverson.
Ik ben Viola Johnson, de nieuwe juf.
Hier is ��n van uw leerlingen, Selma Jacobson.
Dag, Selma. -Ik ben vijf jaar.
Dit is Arnold Hansen. Selma's neefje. -Dag, Arnold.
Moet u ergens heen, of wandelt u alleen?
Ik ben op weg naar de Faraassens en de Jensens.
Dat is een hele wandeling. Laat mij u brengen.
Is er nog wel plek? -Natuurlijk. Stap in.
Sta eens op, Arnold.
U vindt het vast niet erg de kleine man op schoot te nemen?
Dit is balen.
Een persoonlijk verhaal doet een artikel altijd goed.
Waar komt onze juf vandaan? -Milwaukee.
Of zoiets als: Toen ze gevraagd werd hoe Fuller Junction haar beviel...
Maar Fuller bevalt Ms Johnson niet, en je citeert niet wat ze zegt.
Het is onder andere vreselijk klein. -Een diamant is ook klein.
Wat heb je in Milwaukee wat je in Fuller niet hebt?
Milwaukee is een stad. Concerten, lezingen, kiosken.
Het leven zal nooit saai worden. -Waarom bent u hierheen gekomen?
Ik moest wel. Het was niet mijn keuze. Ik studeer voor mijn PhD.
Daarvoor moet je 'n jaar les geven. Mijn ouders zijn Noors...
en toen de universiteit ontdekte dat ik de taal sprak, was ik al onderweg.
Aan het einde van het jaar, ga ik terug.
Noors? Dan hebben we wat gemeen. -Waarom is iedereen hier Noors?
De meesten komen uit Noorwegen. Net als de ouders van Ms Johnson.
Waarom komen ze dan hierheen?
Omdat Wisconsin groene heuvels, dennenbomen...
meren en rivieren heeft. Het doet ze denken aan hun thuis.
Het zijn niet langer Noren. Het zijn Amerikanen.
Papa noemt mij 'jenta-mi'. Dat is Noors. Het betekent: mijn meisje.
Papa roept mij alleen maar.
Hier moet u zijn, Ms Johnson.
Ik zou u graag dingen laten zien die u in Milwaukee niet zult vinden.
Ik heb veel vrije tijd, Mr Halverson. Ik neem uw uitnodiging graag aan.
Hier is het. De Faraassens wonen in het eerste huis links.
Bedankt. -Ik moet nog 'n aantal stops maken...
ik kan u naar de Jensens brengen. Het is aan de overkant van de Faraassens
Dat aanbod neem ik ook aan. -Dan zet ik nu de kinderen af. Dag.
Iedereen uitstappen die pannenkoeken wilt eten.
Bedankt, redacteur. -Graag gedaan.
We zijn thuis, ma. -Bel en was jullie handen.
Laat mij bellen, want ik ben te gast. -Maar jij mag altijd al bellen.
Omdat ik altijd te gast ben. -Ok�.
Dat is voldoende. Kom.
Ik pomp eerst voor jou.
Dat is te hard. -Sorry.
Nu moet jij voor mij pompen.
Ook je gezicht, Selma.
Maar ik heb niets aangeraakt met m'n gezicht.
Dag, papa. -Dag, jenta-mi.
We eten pannenkoeken met honing. -Daar ben je toch gek op?
Papa...
Eekhoorns zijn stout, toch? -Ik weet niet of ze zo stout zijn.
Maar ze eten toch de oogst op, en bestelen de boeren, toch?
Ik heb er nooit eentje zien stelen. Maar ze moeten ook eten.
Maar ik vind het niet erg als een eekhoorn wat eten bij me haalt.
Wat is er dan, jenta-mi?
Ik heb een eekhoorn vermoord. -Ze pakte een steen, en doodde hem.
Dat wilde je toch niet, Selma.
Het gaat er niet om wat je intentie is, maar wat je doet.
Er is al voldoende verdriet dus laten we niet rouwen om iets onbelangrijks.
Ik heb iets in de schuur, wat jullie wel leuk zullen vinden.
Een cadeau. -Voor mij?
Het is iets nieuws.
Is dat echt mijn eigen kalf? -Helemaal van jou.
Mag ik er ook voor zorgen? -Dat zal wel moeten.
Ik ben zo gelukkig. -Het is goed gelukkig te zijn.
Denk je dat het kalf geboren werd toen ik de eekhoorn doodde?
Waarschijnlijk wel, jenta-mi.
Hoe wordt dat kalf ooit droog als zij blijft likken?
Kom, Selma.
Pannenkoeken, Arnold.
Ze is zeker nat.
Dat is een te grote hap, Arnold. -Oom Martinius neemt grote happen.
Hij heeft ook een grote mond.
Mag ik vanavond m'n kalf voeden? -Je moet een paar dagen wachten.
Dan leren we het uit een emmer eten.
Het is fijn 'n eigen kalf te hebben.
Mijn kalf zou groter zijn dan de jouwe.
Maar ik heb geen kalf. -Selma ook niet echt.
Papa zei van wel.
Het blijft grappig dat ik maar geen kalf krijg.
Ze doen net alsof het haar kalf is. -Papa zei niet dat we deden alsof.
Het was echt van mij. -Alles op de boerderij is van jou.
Van jou en van ons. De kleding die ons warm houdt...
het eten. Het kan niet van een van ons zijn. Net zo min als de zon.
Of deze vliegen.
Dat is wat je vader bedoelde, toch?
Ja, maar ik zei wel dat hij van haar was.
Misschien heeft mama gelijk, Selma.
We moeten 't zien zoals zij het zegt, en niet zoals ik het heb gezegd.
Je kunt niet afpakken, wat je haar hebt gegeven.
Misschien is wel goed. Je vader heeft gelijk.
Ze moet ergens voor leren zorgen. Net als 'n volwassene.
Hoe weet het kalf van wie hij is?
Nog meer pannenkoeken? -Nee bedankt. Ik ga 'n dutje doen.
Daarna ga ik in de stad zout halen.
Misschien stop ik bij Bjornson om zijn schuur te bekijken.
Wil je mee, jenta-mi? -Ja, mag Arnold ook mee?
Ik ga naar huis. Ik vang ratten...
en ik moet mijn val bekijken. Pa geeft me twee cent per rat.
Bjornsons schuur is ratvrij.
O, Bjornsons schuur. Jullie mannen praten maar over Bjornsons schuur...
maar Mrs Bjornson wil al tien jaar een binnentoilet.
Je kunt niet alles hebben. -Nee.
Maar zij zou willen dat ze een koe was.
Je zou met je neus in de lucht lopen, als we een nieuwe schuur hadden.
Tot hier in de schulden. Schiet op. Ik wil opruimen.
En haal niets in je hoofd over schuren.
Het zou wel fijn zijn om een nieuwe schuur te hebben.
Dat waren lekkere pannenkoeken, Bruna.
Weet u, tante Bruna... -Wat is er, Arnold?
Je zet de val zo, en dan komt de rat snuffelen en boem.
Dan is hij dood.
Dag, Selma. -Dag, Arnold.
Het geeft niet dat je groter bent, dan de anderen kinderen.
Wij zijn de grootste. We zijn samen. -Dat kan ik niet.
Kom, Ingeborg. Laten we hier gaan zitten.
Wil je niet naar school?
Ik heb problemen omdat ik niet in orde ben. U wilt me niet.
Natuurlijk wel. Kom zitten.
Wat zou je graag willen doen?
Soms zie ik dingen. 'S morgen vroeg voordat iemand nog op is.
Weet u wat ik zie, Ms Johnson? -Zeg het eens.
Kleuren. Grote gelen, zo uit mijn raam.
Voordat hij op is. Ze komen naar beneden als wolken.
Ze smelten. Dan komen de blauwe, en de andere kleuren...
met cadeautjes in hun handen. En ze zijn allemaal voor mij.
Als je naar school komt, geef ik je papier en verf.
Dan kun je alles wat je ziet schilderen.
Zou je dat willen? -Verf?
Ja, en je mag ermee schilderen met een kwast.
Dat kan ik niet. Ik zou niet weten hoe.
Maar je kan het leren.
Misschien.
Misschien kan ik dat wel.
Ja, ik kan het leren.
We doen het, Ingeborg. Je zal schitterende schilderijen maken.
Wie maakt al die herrie?
Wie ben jij? -Ms Johnson, de nieuwe juf.
Ik sprak Ingeborg over haar werk. -Schoolwerk?
Ze gaat niet naar school. Ze is gek. En u ook door met haar te praten.
En ik heb haar nodig. -Maar ze wil naar school.
Nee, dat wil ik niet.
Verdwijn en kom niet terug. -Er is een wet in Wisconsin...
Ik ken mijn rechten. Verdwijn.
Dit was een voorbeeld van het buitenleven en het bevalt me niet.
Er zijn genoeg Jensens in dit dorpje als je goed kijkt.
Oefening baart kunst. Het is vast een schok dat het niet perfect is.
Daar is het.
Dat is nog eens een schuur.
Dag, Martinius. Dag, Selma.
We gaan zout halen en stoppen even om naar je schuur te kijken.
Ja, natuurlijk. Kom binnen.
Het is fijn om een grote schuur te hebben als je oud bent.
En om het te kunnen betalen.
Het is moeilijk te geloven dat iemand zo veel geluk kan hebben.
Het is tot op de laatste plank betaald.
Dat is geen geluk. U heeft er hard voor gewerkt.
Iedereen werkt hard. Kom, we gaan naar binnen.
De geur van nieuw hout, is de lekkerste geur op aarde.
Ja, het is een fijne geur. Daardoor denk ik aan thuis.
Als ik nieuw hout ruik, voel ik me weer een jongen.
Bent u lang 'n jongen geweest? -Niet lang genoeg, kleine Selma.
De bordenmaker kwam langs. Een man uit Kenosha.
Ik wilde altijd al naamplaatjes voor elke koe. Nu heb ik ze.
Dit moet veel geld gekost hebben. -Alles wat ik had. 50 jaar.
Maar ik heb mijn schuur gekregen.
Daar is de koningin. De echte kampioen.
Ze is goed.
Jeetje, ze lijkt dikker dan rechter Henderson.
Dat is zeker zo. -Ze zal kalveren in de lente.
O ja? Wie is het mannetje? -Hannibal uit Wells Springs.
Dan krijg je een veel betere koe dan Wisconsin Queen.
Wellicht.
Toch vind ik het naar om hier een betere koe dan de Queen te hebben.
Ik begrijp wel wat je bedoelt.
Wil je een nieuwe schuur, pap? -Dat wil iedereen wel.
Dan zal ik ervoor bidden. -Dat is goed.
Dan moet je wel veel bidden, jenta-mi.
Wat is nou nog ��n schuur voor God?
Mama, waarom wil je niet dat papa een nieuwe schuur krijgt?
Dat zou ik wel willen. Ik wil alles dat je vader gelukkig maakt.
Maar dat is niet makkelijk. Het kan veel energie kosten van een man.
Maar waarom zeg je dan altijd dat je het liever niet hebt?
Wat je mensen wenst, en wat mensen hebben...
zijn twee verschillende dingen.
Pap is nu in de schuur, maar hij zou eigenlijk hier moeten rusten.
In de oude schuur werkt hij harder dan hij zou moeten.
Om een nieuwe te kunnen betalen, zou hij nooit meer rust hebben.
Hij zou oud worden, en 's nachts dromen van zijn schulden.
Het is beter om niets te hebben, dan het te hebben en bang te zijn.
Ooit als je ouder bent...
Het is je papa, niet waar?
Zo, dat is voor elkaar. -Ga hier anders zitten.
Nee, hier is prima.
Heb je ooit zoveel sterren gezien?
Pap, leven er mensen op de sterren?
Als jij dat wilt wel. -Hoezo?
Niemand kan met zekerheid zeggen dat 't niet zo is.
Zouden de mensen op de sterren gratis schuren hebben?
Natuurlijk, Jenta-mi.
Daarboven heeft iedere man een grote, rode schuur...
en een mooie kudde koeien. Dat krijg je bij je geboortebewijs.
Je moet over vijf minuten naar bed. Ik sla je dekens al vast terug.
Ok�. Daarom noemen ze het de Melkweg, niet waar?
Vanzelfsprekend.
Zie je 'het steelpannetje'?
Het stroomt bijna over met melk.
Ga je naar de vergadering vanavond? -Nee, vanavond niet.
Ik dacht: ik haal je even op. -Bedankt.
Goedenavond. -Goedenavond.
Waarom ga je niet, pap?
Ik weet het niet. Op zo'n avond, met veel mensen om me heen...
voel ik me vaak eenzaam.
Kun je eenzaam zijn met mensen om je heen?
Soms.
Ben je nu eenzaam?
Nee. -Maar ik ben ook een mens.
Nee, Jenta-mi. Jij bent mijn dochter.
Wanneer is het mijn beurt?
Ik heb ze gekregen. Je krijgt ze over 'n tijdje.
Dat zeg je al de hele middag.
Ik moet het toch leren, voor ik het jou kan leren?
Ik kan het mezelf wel leren. -Niet, dan val je.
Oom Martinius zei dat ik ook een keer mocht.
Maar hij heeft ze net aan mij gegeven.
Je bent een groot varken. -Niet waar.
Je bent een groot varken, en je knoeit.
Ik was van plan je aan de beurt te laten, maar nu niet meer.
Ik wil, groot varken.
Ik wil nu. Laat mij nu. -Kinderen, wat is er aan de hand?
Ik mag niet rolschaatsen. -Hij noemt me een vies varken...
en hij zei dat ik knoeide. -Geef die rolschaatsen aan Arnold.
Ok�. Klikspaan. Waarom ga je niet naar huis?
Wat ik wil rolschaatsen. Anders dan zeg ik het tante Bruna.
Dan sla ik je in je gezicht. -Hier ga ik.
Tante Bruna.
Wat is er, Arnold? -Ik mag niet schaatsen van Selma.
Weet je dat zeker? -Ja, dat weet ik zeker.
Martinius, ik wil je spreken. -Jij blijft hier.
Selma laat Arnold niet met haar schaatsen spelen. Ze weigert het.
Waarom geef je haar dan geen pak slaag?
Dat is jouw taak, vind ik. -Dat kan ik niet.
Mijn hand is te groot. Ik doe haar pijn.
Jij kunt dat beter. -Jij gaf haar de schaatsen.
En ik ben druk met het bereiden van het eten.
Waarom mag hij niet een keer schaatsen?
Hij mocht van me, maar hij noemde me een vies, knoeiend varken.
Heb je dat gezegd? -Nee, oom Martinius.
Weet je dat zeker? -Ik zweer het.
Leugenaar.
Geef hem de schaatsen, Jenta-mi.
Nee. -Anders moet je naar bed zonder eten.
Ik neem mijn schaatsen mee, en ga slapen zonder te eten.
Geef hier die schaatsen. -Je zei dat als ik naar bed ging...
dat ik ze niet hoefde te geven.
Je hoeft hem niet aan de beurt te laten. Je geeft hem de rolschaatsen.
Hier. Dit zijn jouw schaatsen. Selma geeft ze aan jou. Toch, Selma?
Ja. -Dat is je straf van jouw ego�sme.
Ga nu naar je kamer, en ga slapen.
Ze is zeker ego�stisch. -Ga naar huis, Arnold.
Wat is er? -Mag ik je geen nachtkus geven?
Ga terug naar bed.
Waar ga je heen? -Naar de schuur.
Op dit uur?
Ik pak de badkuip. Ik neem een bad.
Eerst eet je niet, en nu ga je in bad.
Je wilt alleen zijn, h�? -Zoiets.
Ik zal het water opzetten.
Je mag de nieuwe zeep pakken.
Ik weet niet wie hier de baby is. Jij of Selma.
Ik wilde dit niet vertellen... -Wat bedoel je?
Niets. Het circus is vanavond in de stad.
Mrs Faraassens zei me dat ze bij Loberg's stoppen voor hooi.
Hoe laat? -Vier uur 's nachts.
Bedankt, Bruna. -Bedank mij niet.
Lars Faraassen dacht eraan.
Wat is er?
Er gaat een circus door de stad. Je moet het zien.
Maar Jenta-mi, er is een circus. Leeuwen, tijgers en clowns...
mooie dames, olifanten. Ik breng je erheen.
Maar, pap... -Kom op, wakker worden.
We gaan naar het circus kijken.
We zijn op tijd. Ze zijn er nog niet. Goedemorgen, Peter.
Ze komen eraan.
Waar zijn de dieren, pap? -Ze komen eraan, Jenta-mi.
Er zijn alleen plaatjes. -De levende dieren zitten erin.
We zijn bij ze in de buurt, Jenta-mi.
Kom. We gaan iets verder de straat in. Dan zien we alles.
Jeetje, kijk nou.
Een olifant. Komt de olifant eruit?
Hij komt eruit, niet waar? -Dat weet ik niet, Jenta-mi.
Ik zal het aan de trainer vragen. Blijf hier staan.
Pardon. -Wat is er?
Ik heb mijn dochtertje meegenomen om het circus te zien rijden.
Is het mogelijk om de olifant los te laten?
Nee.
Ik begrijp dat het veel gevraagd is, maar mag ik u misschien betalen?
Heeft u een joetje? -Een wat?
Vijf knaken? -Ik wil u graag betalen.
Heeft u vijf dollar? -Vijf...
Een momentje.
Ik heb nooit veel contant geld bij me.
Doet u het ook voor vier dollar?
U heeft bijna een olifant gekocht, vriend.
Wat zei hij? -Hij laat graag de olifanten zien...
aan kleine meisjes. Kom maar.
Haal haar eruit, Slim. -Naar achteren.
Kijk nou, pap.
Kijk nou, zijn huid is te groot.
Wat een mooie olifant. -Dat is een leuke truc, h�?
Wil je een ritje maken op haar slurf? -Kan dat wel?
Natuurlijk. Ze doet de dames geen kwaad.
Laat haar d'r hoofd omlaag doen, Slim.
Wat dacht je ervan, Selma?
Hou je daar maar vast, dametje.
We laten haar weer zakken. -Goed.
Bedankt. Ontzettend bedankt. -Graag gedaan, dametje.
Zag je hoe ze me optilde? -Ja, vond je het leuk?
Je was erg dapper. -Jeetje, dat was leuk.
Het is een koude nacht. -Misschien zien we wel vorst.
Daarvoor is het te vroeg in het seizoen.
En trouwens, jij ligt al weer in bed voordat de zon op komt.
Mag ik je nu wel een nachtkus geven als ik naar bed ga?
Ja. -Het spijt me van vanmiddag, pap.
Soms voel ik me gemeen van binnen, net als wanneer jij je eenzaam voelt.
Ja, dat weet ik, Jenta-mi.
Dit is de mooiste zomer van mijn leven.
Er zullen er nog vele volgen.
En die zullen nog mooier zijn.
Dat is balen.
Marguerite Larsen, sta op.
Ja, Ms Johnson. -Wil je ons de grap vertellen?
Dan kunnen we allemaal lachen. -Moet dat echt?
We hadden het over wat Selma vertelde, op weg naar school.
Ga door, Marguerite. -We hadden het over Ingeborg Jensen.
En Selma zei: Is het niet fijn dat Ingeborg huwde en beviel...
op dezelfde dag.
Maar het was ook fijn. Dat zei mijn papa.
Er zijn veel grappige dingen in de wereld, waar je ook om mag lachen...
maar als je zag dat 'n hond werd overreden, en je hoorde het janken...
als het zich voortsleept naar huis. Dan zou je toch ook niet lachen?
Natuurlijk niet. Gewond raken is niet grappig.
Als mensen lijden, is dat ook niet grappig.
Ingeborg Jensen is mijn vriendin. Ze is alleen anders dan wij...
omdat ze beschadigd is. Ze heeft een beschadigde geest.
Daardoor maakt ze soms fouten.
Ze lijdt al genoeg onder deze fouten, zonder dat jullie haar uitlachen.
Ik vind dat Selma iets heel aardigs heeft gezegd.
Nu gaan we verder met 'Evangeline'. De vijfde regel.
Dit is balen.
Waarom boeren koeien?
Ze boeren niet, maar ze herkauwen hun voedsel.
Waarom dan? -Omdat ze twee magen hebben.
Waarom hebben ze twee magen?
Toen God de aarde schiep in zeven dagen...
Ik ben klaar om mijn kalf eten te geven.
Je bent laat. -Ik heb met Ms Johnson gepraat.
Ik vind Ms Johnson erg aardig. -Dat is fijn.
Hier, ga Elizabeth maar voeren. -Bedankt, pap.
Je had niet door het raam moeten spieken, Arnold.
Waarom niet? -Daarom.
Hier is je eten, Elizabeth. Grote meid.
Waarom mag ik niet naar school? -Omdat je nog te jong bent.
Waarom ben ik te jong? -Gewoon omdat het zo is.
Maar waarom? -Gewoon.
Ga naar huis, Arnold. -Waarom?
Omdat het bijna etenstijd is. -Ok�.
Balen. Ik wilde alleen maar weten waarom.
694 dollar. Dat is een beste aardappeloogst.
Zoveel?
Nog zo'n jaar en we zijn rijker dan rechter Henderson.
Hoeveel heb ik dan verdiend? -Ik zal eens kijken.
Je hebt 104 eenheden geplukt.
Dan kom je uit op vier dollar en zestien cent.
Echt waar? -Ja, plus 48 cent bonus.
Ik heb het uitgerekend, en het wordt precies 48 cent.
Jeetje, bedankt pap. -Wel heb ik ooit.
Ik zou wedden dat je een schuur zou bouwen van je laatste dollar.
Het is dat er momenteel weinig hout is, anders zou je al bezig zijn.
Hoe raad je het zo, Bruna. -Wat bedoel je?
Toen ik maandag in de stad was, heb ik met de houtzagerij gesproken.
Ze konden genoeg materiaal maken voor een koeienschuur...
met een machineschuurtje ernaast. Maak je nog maar geen zorgen.
Ik heb nog niemand gevonden die me het geld wil lenen.
Misschien vind ik iemand, als ik morgen naar de stad ga.
Wel heb ik ooit.
Ga je naar de stad voor de begrafenis?
Waarom moest Ingeborg ook dood gaan?
Was ze soms eenzaam zonder haar moeder?
Ja, dat was het. -Denk maar niet aan de begrafenis.
Daar maken de volwassenen zich zorgen over, niet de kinderen.
S-E-L-M-A. Selma. -Mag ik nu een keer?
Wat is dat? -Dat is een grote leeuw.
Hij heet de tijger, en de tijger eet de wolf.
En de wolf eet de vos, en de vos eet het konijn.
Wat doet 't konijn? -Het konijn probeert te ontsnappen.
Dat is dan de domste.
Dat is de kerkklok.
Mijn mama zegt dat we ooit allemaal sterven.
Hoe luiden ze de klok zo langzaam?
De bel gaat zo, maar dan een stuk sneller.
Misschien gaat 't uit zichzelf langzamer als iemand dood is.
Het is een speciale truc.
Gaat de klok nog langzamer als er twee mensen dood zijn?
Ik weet het niet. Misschien een beetje.
Kijk.
Arme Ingeborg.
Waarom ging je niet, Nels? -Waarom ging jij niet?
Omdat ik om Ingeborg gaf.
Ik probeerde haar te helpen toen ze leefde.
Ik ga niet mee met de mensen die hun schuldgevoel af proberen te kopen...
door achter een stoet te lopen. -Daarom ben ik er ook niet.
Ben je het met me eens?
Nee, er is overal onnadenkendheid en wreedheid.
In zo'n klein stadje als Fuller is 't alleen snel gevonden.
Je weet waarom ze Ingeborg niet hielpen.
Maar ze was eenzaam, Nels. Ze hadden ten minste aardig kunnen zijn.
Of vraag ik dan te veel? -Ze begrepen haar niet.
Jij was goed voor Ingeborg.
Waarom ben je niet goed voor de mensen die haar niet begrepen?
Wanneer je tolerantie eist, waar trek je dan de grens voor jezelf?
Je bent nu ook tolerant met mij, niet waar?
Ik ben bevooroordeeld. Ik wil graag met je trouwen.
En hier wonen natuurlijk.
Ik wil jouw gevoelens niet kwetsen maar dan zeg je eigenlijk:
Ik wil je opsluiten.
Ik wil dat je met saaie mensen om gaat, voor de rest van je leven.
Ik wil je alle mogelijkheden van een ontwikkelde wereld ontnemen.
Ik dacht dat ik ermee zei: Laat me je gelukkig maken...
laten we dichtbij de natuur en de mensen wonen.
Grappig hoe dezelfde woorden anders kunnen klinken voor mensen.
Ja, dat is zo.
Zal je Fuller nooit verlaten, Nels? -Het kan iedere dag gebeuren.
Maar ik dacht... Zei je net niet...
Ik ga het leger in. -Maar je bent geweigerd.
E�n keer maar. Ik ga naar een specialist in Madison.
Hij denkt dat hij mijn voetbalrug kan helpen.
Er zitten veel mannen uit dit stadje in het leger.
Zij komen terug met idee�n. Die zal ik moeten snappen om tot nut te zijn.
Om ze te begrijpen, zal ik moeten delen in wat hun vormt.
Ga nou niet. Het spijt me.
Dat had ik niet moeten zeggen. -Dat geeft niet.
Toch gek: Jij wilt hier blijven, maar toch vertrek je.
Jij wilt dat ik hier wegga, maar je wilt ook dat ik blijf.
Gek, h�?
Kom maar naar buiten, als je klaar bent, Jenta-mi.
Hoeveel dagen is het nog tot Kerstmis?
Jeetje, Selma. E�n dag minder dan gisteren.
Mag ik de 'Sears'-catalogus meenemen?
Waarom? -Het is een geheim.
Alsjeblieft. -Dank je.
Ik zal je jas even dicht doen.
Weet je... -Wat?
Papa heeft zijn zakmes laatst gebroken.
Hij kan wel een nieuwe gebruiken. -Bedankt, mama.
Schiet nu maar op.
Nu gaan we Arnold halen.
Kom maar bij papa.
Doe dat maar om je heen, dan blijf je warm.
Stap maar uit, en ga maar naar de redacteur.
Waar ga jij heen? -Ik ga de room afleveren...
en over zaken praten. -Het gaat vast over kerstcadeaus.
Ik wil een elektrische trein. -Dat is dwaas.
Je hebt geen elektriciteit.
Als ik zo'n trein krijg, krijg ik volgend jaar misschien elektriciteit.
Kom naar Loberg's als jullie klaar zijn.
Ik geloof niet in de Kerstman. -Ik ook niet als ik geen trein krijg.
Hallo, kinderen. -Dag, redacteur.
Dag, Ms Johnson.
Wat brengt jullie hier op deze koude ochtend?
Ik kom cadeaus bestellen voor papa en mama. Het is een geheim.
Wilt u de bestelling opnemen? -Natuurlijk.
Ik ken u. -En ik ken jou.
Ik weet vast niet waar ik aan denk. -Waar denk je dan aan?
Niemand weet het, en ik zou het ook niet vertellen.
Hoezo?
Daar zullen ze van schrikken.
Ik wil deze voor mama. -11K.
En deze voor papa.
Dat is een erg goede keus. Laten we eens kijken...
Wil je deze met rozen of lelies? -Rozen.
Goed. E�n met rozen.
Hier is het geld. -Ik zal er zelf zorg voor dragen.
We waren net het kerstfeestprogramma aan het maken. Jij staat erop.
Ik heb 'n verhaal voor je geschreven.
Je mag het verhaal voorlezen tijdens het feest.
'S avonds in de kerk? -Absoluut.
Ik hoop niet dat ik te nerveus zal zijn. Mag ik het eerst lezen?
Natuurlijk. We gaan studeren tijdens de pauze dan ken je het uit je hoofd.
Ik doe het hiertussen. -Is het helemaal van mij?
Komt het verhaal in de krant, of zo? Mag ik het houden?
Zeker weten. Jij mag het houden. -Bedankt.
En ik dan? -We hebben dit voor jou, Arnold.
Helemaal van mij? -Helemaal.
Jeetje, u bent zeker rijker dan rechter Henderson?
We moeten gaan. We treffen papa bij Loberg's.
Dat is zeker veel geld. -Kom Arnold. Ontzettend bedankt.
Bedankt. -Graag gedaan.
Dat zijn de mooiere kanten van Fuller.
Dat was prachtig, kinderen.
En nu zal Selma Jacobson een kerstverhaal voorlezen.
Jeetje, ik ben bang. -Het komt wel goed. Kom op.
Het was belastingtijd in Palestina.
De mensen gingen naar het gemeentehuis om belasting te betalen.
Sommigen onder hen moesten naar Bethlehem, waaronder Jozef en Maria.
Zij woonden in Nazareth. Jozef leidde de ezel en Maria zat op de ezel.
Ze werden bezorgd omdat het donker werd, en Maria was zwanger.
Toen ze in Bethlehem aankwamen, gingen ze naar een hotel.
Maar de eigenaar zei: Het spijt me, maar we hebben geen kamers.
We zitten vol. Jullie zullen ergens anders heen moeten.'
Toen Jozef uitlegde dat hij dringend een kamer nodig had...
dacht de eigenaar even na en zei: 'Ga maar naar de schuur...
ik laat wel wat hooi in de kribbe leggen.'
Hij ging naar de schuur, op de heuvel voorbij Bethlehem.
Een herder lag daar te slapen, maar hij werd plotseling wakker.
Door het licht dat in zijn gezicht scheen.
Hij zag een ster hangen in de lucht die over Bethlehem scheen.
Op de heuvel rond hem, zag hij schapen als kleine bolletjes zilver.
En hij hoorde geluiden op de weg.
Toen hij opkeek, zag hij drie kamelen met ruiters richting Bethlehem gaan.
De mannen reden hun kamelen rechtstreeks richting het hotel
Ze stegen van hun paarden, en liepen naar de schuur.
Daar schenen de sterren het felst.
Daar vonden ze een man en een vrouw, en een kleine baby.
Ze gaven de baby cadeautjes.
De lucht was gevuld met zingende engelen.
'Vrede op aarde', zongen de engelen. De moeder hoorde het.
En Jozef hoorde 't ook. Op de heuvel hoorde de herder het ook.
En de bewoners van Bethlehem hoorden het ook.
En in Jeruzalem hoorde de koning het.
Toen werden Maria, Jozef, en de baby alleen gelaten.
Plots keek de moeder naar haar kleine baby...
en ze zei tegen Jozef: 'kijk, er zit 'n lichtkrans om zijn hoofd'.
'Het schijnt in het zachte maanlicht'.
Jozef keek en knikte met zijn hoofd. Toen keek hij naar Maria en zei:
'Er schijnt ook 'n lichtkrans om jouw hoofd'.
Toen hield de moeder haar baby stevig tegen zich aan.
Alsof ze ervoor vreesde.
Ze luisterden alle drie naar het gezang van de engelen.
Wat de hele wereld vulde.
En de baby huilde.
Prachtig. -Doe je ogen dicht.
Nu mag je ze weer open doen.
Dit is voor jou, pap.
Voor mij.
Wat zou dat nou zijn?
Dat is schitterend, h�?
Jeetje, Jenta-mi.
Wat een pracht ding.
Net zo scherp als rechter Henderson.
Vind je het echt mooi?
Dit is het mooiste mes dat ik ooit heb gehad.
Ik dacht niet dat ik ooit zo'n mooie zou hebben.
En dit is voor jou, mama. -Dit is veel te groot voor mij.
Nee, het is van jou. -Wat zou dit nou zijn?
Het zou toch niet... Daar is de doos veel te groot voor.
Nee, dat kan het ook niet zijn. -Maak het maar open.
Goed, dat doe ik.
Een lamp. O Selma, wat prachtig.
Het is een leeslampje, voor in de slaapkamer.
Die andere is goed voor de slaapkamer. Deze blijft hier.
Bedankt, lieverd. Pak nu deze maar. Nu is het weer jouw beurt.
Een pluche jas.
Trek hem maar aan.
Jippie, mama.
Dat zijn Pete en Kola en de rest. -En Arnold.
Bedankt. Die bewaar ik voor na het eten.
Er moet wijn gedronken worden op kerstochtend.
Maak het jezelf gemakkelijk. -Wat een mooie lamp.
En cider voor de kinderen.
U weet vast niet wat ik hier voor Selma heb?
Ik zou het niet kunnen raden. -Selma's rolschaatsen.
Arnold, dat is een erg aardig gebaar.
Ik moest het van mijn papa doen, dat is aardig van hem.
Dat is het zeker.
Ga nu maar. We geven het aan Selma als ik de wijn heb opgediend.
Hier is het al. Schenk zelf iets in.
Ook de kleine kinderen.
Hier, Selma en Arnold.
Dezelfde partij als vorig jaar? -Nee, wel wat beter.
Zalig kerstfeest.
En een gelukkig en voorspoedig nieuwjaar.
Dat zal het zeker worden. Ik heb nieuws.
Ik heb met de bank gepraat, en we moeten 'n nieuwe schuur plaatsen.
Wanneer? -Zodra de winter over is.
Dan proosten we op een zalig kerstfeest en een nieuwe schuur.
Met name de nieuwe schuur. We hebben al een zalige kerst.
Jeetje, papa. -Wat ga je met de oude schuur doen?
Ik gebruik het als opslagruimte. -Daar heb je nooit genoeg van.
En de schuld? Wat doen we daarmee? -Daar proosten we ook op.
Ik had het kunnen weten. Kom maar eens hier jongeman.
Maar juf...
Mag ik het terug na school? -Nee.
Ruim op. Ik neem je mee naar Aurora voor 'n diner en een show.
Aurora? Waarom daarheen rijden? -Ik heb toch geen benzine meer nodig.
Dan kan ik het beter vieren en alles opmaken.
Wat bedoel je daarmee? -Ik ben geen burger meer.
Ik heb de papieren gehaald, en ik heb twee weken verlof.
Kom op. Schiet op, wil je? -Wat ga je doen met de 'Spectator'?
Ik zal zolang moeten sluiten.
Maar als ik nou een vrouw had die het kon runnen tot mijn terugkomst.
Leg dat neer. -Laat me mijn spullen pakken.
De school is uit.
Het vriest.
De lente komt eraan.
Het is tijd om de juf te kussen. -Nels, niet hier.
Ik moet je iets vertellen. -Wat dan?
Ik vertrek zodra het schooljaar voorbij is.
Ik kan hier niet wonen, Nels. Het benauwt me, echt.
Ik wil zoveel dingen doen.
Dan hebben we twee dingen om te vieren.
We gaan beiden weg.
Lieten we je schrikken, Elizabeth? Dat wilden we niet, toch Arnold?
Ik wel. En we deden het ook. -Hij plaagt je maar.
Ik weet het al: pak je gerst. Dat maakt veel goed, h�?
Kom maar, Elizabeth. Alsjeblieft.
Kom maar. Zo ben je een grote meid.
Kom je gerst maar halen. Gerst is lekker.
Kom maar. Grote meid.
Ik ga een dezer dagen op haar leren rijden.
Ze zal je boven op het hooi gooien. Probeer dat maar eens.
Ik zei: Een dezer dagen, niet nu.
Wat gaan we nu doen? -We kunnen schooltje spelen?
Nee, jij bent altijd de juf.
Laten we 'bootje' spelen. -Maar we hebben geen boot.
We kunnen doen alsof de badkuip een boot is. We kunnen erin roeien.
Dat gaat niet. -Kom op. Laten we het proberen.
Ok�, maar het zal niet gaan. Dat weet ik.
Zie je? Het drijft.
Maar als we erin stappen, zinkt hij. Dat weet ik.
We hebben wat planken nodig om mee te roeien.
Stap jij eerst maar in.
Ik zei het je toch?
We kunnen ons zelf voortduwen.
Daar is Mr Faraassen.
Hallo Mr Faraassen. Wij spelen 'bootje'.
Je kunt niets anders met dit weer. Ik kan de tractor niet gebruiken.
We kunnen ontdekkingsreizigers zijn. Ik ben Lief Ericson.
En ik ben... Nee, ik ben Lief Ericson.
Maar jij bent een meisje.
Maar jij bent nog maar vijf, en ik ben zeven.
Het maakt niet uit hoe oud je bent, je blijft een meisje.
Maar jij bent niet oud. -Ik kan het leren.
Jij mag Lief Ericson zijn. -Ok�.
En nu gaan we peddelen. -Ok�.
Wil jij opnemen? Ik zit onder het beslag.
Ja, ik zal het zeggen.
Het was Kola. Ze wil dat Arnold naar huis komt.
Selma, waar ben je?
Ze zijn er niet. -Ze komen niet ver in de modder.
Misschien zijn ze bij de Faraassens. Ik bel ze wel even.
Verbind me door met 1-M-3, Emily.
Dag. Mr Faraassen? U spreekt met Martinius Jacobson.
Heeft u daar twee kinderen genaamd: Selma en Arnold?
In de badkuip? Ok�, bedankt.
Waarom schreeuw je zo?
De kinderen zijn gaan roeien in de badkuip.
Bel de mensen en laat ze naar de brug komen.
Laat ze de kuip pakken, voordat het onder gaat.
In zo'n ding. Wacht maar tot ik ze heb.
Ik zal zorgen dat hij een week niet kan zitten.
En?
Ze konden hier toch niet al voor jullie zijn?
Dat denk ik niet. We zijn gelijk gekomen.
Waarom heb je niet opgelet? -Ik wist het niet.
Ik wist het niet...
Het spijt me, Martinius. Het is niet jouw schuld. Net zo min als de mijne.
Kijk. Daar is het.
Het is leeg.
Daar zijn ze. Zie je ze?
Ik haal ze wel. -Hij pakt ze. Haast je.
Heb je de haak klaar, Joe? -Ok�.
Waarom heb je dat gedaan?
Hier is er nog een.
Dat zijn dertien nestjes. Niet veertien.
Ik doe het liever als ze 't gras maaien.
Dan vind je muizennestjes, met babymuisjes erin.
Wat gebeurt er met de spreeuwen als hun nest niet wordt verlegd?
Dan gaan ze allemaal dood. -De ganzen komen terug.
Net vliegtuigen, maar ze droppen geen bommen.
Het zijn aardige vliegtuigen. -Waarom droppen ze bommen?
Om slechte mensen te doden.
De redacteur dood slechte mensen Hij dood ze allemaal.
Hoe bedoel je? -Hij wordt een soldaat.
Niet waar, hij heeft een zwakke rug. -Jawel, mijn vader zei het.
We gaan terug naar de schuur, er is storm op komst.
Ik ben er eerder.
Weet je wat er met een vis zou gebeuren in al die regen?
Nee, wat dan? -Hij zou verdrinken.
Pap, redacteur wordt toch geen soldaat, h�? Arnold zegt van wel.
Jawel. -Raakt hij dan niet gewond?
Ze zullen hem niet verwonden. Hij is sneller dan rechter Henderson.
Nou?
Dan kun je niet weten. -Maar waarom gaat hij?
Omdat hij vindt dat ie dat moet doen. -Maar waarom?
Ik geloof niet in 'vrede op aarde' als redacteur gewond zal raken.
Luister eens, Jenta-mi.
Dit soort zaken zijn erg lastig uit te leggen.
Neem melk... Melk is toch goed, niet waar?
Het is goed voor kalfjes, kinderen, volwassenen, voor iedereen.
Dat is toch waar? -Ja.
Maar dat is nog geen reden dat we het voor niets krijgen.
We moeten er voor werken. Klinkt dat logisch?
Ja.
Hetzelfde geldt voor 'vrede op aarde'.
Het is goed voor allen, maar het is niet gratis. Je moet ervoor werken.
Soms komt iemand het van ons afpakken.
Dan moet je ervoor vechten. Want zo goed is het, Jenta-mi.
Ik denk dat Redacteur daarom gaat.
Begrijp je het nu beter?
Betekent dat dat ik er blij om moet zijn?
Nee.
Dan begrijp ik het, denk ik. -Fijn.
Het ziet ernaar uit dat ik je vanavond naar huis moet brengen.
Kijk eens hoe het naar beneden komt.
Weet je wat voor weer dit is? -Nee. Wat dan?
Hondenweer.
Kom er maar onder. Zo ja.
Heb je gemerkt dat je moeder altijd breidt als het onweert.
Jij...
Jij bent, pap.
Je hebt me klem gezet, Jenta-mi.
Vreselijk klem.
Je wordt te scherp voor mij.
Ik kan niet verder, geloof ik. -Natuurlijk wel. Die daar.
Natuurlijk. Bjornsons schuur staat in brand. Ze hebben hulp nodig.
O hemeltje, kijk nou. -Ik zet de wagen klaar.
Hier is je jas, Selma. Wij gaan er ook heen.
Het is te laat. Te laat om er nog iets aan te doen.
Zie je het omhoog vliegen? Al dat hooi dat brandt.
En paarden, en het vee.
Het regent niet meer, nu krijgen ze het niet meer geblust.
Waar is Bjornson? -In de schuur.
Hij is oud, we moeten hem eruit helpen.
Maak dat je wegkomt.
Geef me je pistool. Heb je kogels?
Wegwezen.
Het is vreselijk zonde.
Wat is dat, mam? -Ze schieten op het vee.
Hebben jullie helemaal geen verzekering?
Nee. Bjorn zou het regelen...
maar de verzekeringsagent kon geen hooi toestaan op de loft.
Niemand vertelde hem waar hij zijn hooi op mocht slaan.
Nu is alles weg.
Schuur, vee, het hooi. Alles.
Het kleine ding is flauwgevallen.
Leg haar maar op mijn schoot.
Dat was het.
Het komt wel goed met haar. Ze slaapt.
Jij moet ook gaan slapen.
Ik heb net 21 rasechte Jerseys gedood.
Daarop kan ik niet slapen. -Je deed wat het beste was.
Voel je je al beter, Martinius? -Ja.
Ik heb nagedacht.
Als de oorlog voorbij is, en de situatie verbetert.
Dan wil ik het huis opknappen.
Waterleiding erin. De badkamer opknappen.
Misschien zelf wel elektriciteit.
Deze lampen zijn niet zo goed voor Selma's ogen.
Jij kan ook wel een nieuw fornuis gebruiken.
Zo een die op gas werkt.
Hoe denk je aan het geld te komen?
Dat hebben we.
Maar dat heb je nodig voor de nieuwe schuur.
Ik ga geen schuur bouwen. -Ik dacht dat je er op gebrand was?
Ja, dat is zo.
Iedere man wil een nieuwe schuur, als je in zijn hart kijkt.
Dat is dwaas.
Dat weet ik zo net nog niet.
Misschien als een man zo graag een schuur wilt als jij...
dan zou hij er ook een moeten hebben. -Nee.
Niet als de prijs te hoog is.
Ik heb jou.
Ik heb Selma.
Als ik een schuur zou hebben, dan blijft er niets te wensen over.
Ik weet het niet, Bruna. Misschien is het goed ergens naar te verlangen.
Iets dat hij nooit zal krijgen.
Om zo scherp te blijven. En te zorgen voor de dingen die hij wel heeft.
Kijk mij nou.
Ik weet niet hoe jij erover denkt, maar ik ga naar bed.
Nou, wie wacht er nu op wie?
Alsjeblieft, Elizabeth. Kom maar, mooie meid.
Goed zo. Je bent een brave meid.
Kom maar. Hier, mooie meid.
Jij bent een brave meid.
Hooi is niet gratis, je moet ervoor werken.
Dit zal je leuk vinden, Elizabeth.
Ik hou ook van jou, Elizabeth.
Ik kom eraan, papa.
We gaan naar de kerk.
Dag, Elizabeth.
Hij zal zijn licht schijnen, en iedereen zegenen. Amen.
Dat is de dienst voor vandaag.
Maar er moet nog iets ter sprake worden gebracht.
Ik zal onze vriend, Nels Halverson, vragen erover te vertellen.
Dit gaat over Mr Bjornson. -Alsof ik dat niet weet.
De meesten weten dat mijn vader 37 jaar geleden de Spectator oprichtte.
Gelukkig hebben we nooit een uitgave gemist.
Maar volgende week zal dat record aangetast worden.
Ik zal hier niet zijn.
Ik heb hier een kopie van de eerste editie.
Gepubliceerd in de herfst van 1907. De jaar van de Paniek.
Hierin benadrukt hij het belang van oogst en producten.
Zodat niemand in de gemeenschap te kort zal komen.
Ik zou graag het laatste deel van dit artikel voorlezen.
'We zijn allen onderdeel van het land waarop we wonen.
De aarde is hier. En het water, en het zonlicht en het werk...
om het voort te brengen.
Het enige dat grond kwaadaardig kan maken, zijn de bewoners.
Als we delen in tijden van nood met die die noodlijdend zijn...
dan kunnen we trots ons hoofd tillen naar de prinsen van de aarde...
dan kunnen we met trots zeggen: Dit is goede grond...
en de bewoners leven zonder angst.'
Jullie weten wat er gebeurd is met onze vriend Bjorn Bjornson.
Alles is hem ontnomen.
Hij heeft onze hulp nodig.
Pap, waar is Mr Bjornson? -Hij schaamt zich.
Hij is een erg trotse man.
Iedereen geeft munten.
Kijk dan. Het is niets.
Redacteur. -Ja, Selma.
Als we geen geld kunnen geven, mogen we dan iets anders geven?
Alles wat je wilt.
Dan geef ik mijn negen maanden oude kalf.
Het is een rasechte Jersey. Ik heb de papieren.
Martinius Jacobson, mag je dochter dit geschenk geven?
Het is haar kalf. Ze mag ermee doen wat ze wenst.
Als ze zegt dat ze het weggeeft, dan is dat zo.
Redacteur, ik geef twee varkens. -Bedankt, Pete.
Ik geef een koe.
Twee ton aan hooi.
Ik geef de helft van mijn voer.
Hou het bij. Als ��n schaap over de dam is...
We zouden graag twee kalfjes schenken.
Vijf ton hooi. -Een koe. Drie jaar oud.
Dertig eenheden aan ma�s. -Ik geef ��n kalf.
Vijf ton aan hooi. -Honderd eenheden haver.
Ik geef mijn geit. Zijn naam is Henry.
Elf koeien. Zes kalfjes. Vijftien eenheden voer en 26 ton hooi.
Denk je dat het schoolbestuur mijn ontslag zou willen herzien?
Als de redenen goed genoeg zijn wel.
Het zal lastig zijn om hen uit te leggen...
dat ik verliefd ben geworden op het hele stadje.
Ik ben bang dat ze dat niet zouden begrijpen.
Maar als je nu verliefd zou zijn op ��n persoon...
dat zou reden genoeg kunnen zijn.
Als het waar zou zijn. -Het is waar, Nels.
Het is al een tijdje de waarheid.
Maar pas vanmorgen begreep ik waarom.
Nou, het ziet ernaar uit dat we zullen blijven publiceren.
Ja, ik kom eraan. -Haast je.
Balen.
We zijn allemaal trots op Ms Jacobson.
Net zo trots als u. -Ja.
Bedankt.
Pap? Voel je je nog steeds eenzaam?
Nee. -Ook niet met alle mensen?
Nee, Jenta-mi.
De bomen staan in bloei. -De boswilg ook.
Het gras groeit.
Ik groei ook.
Ja, Jenta-mi. We groeien allemaal.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.