Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Nog 30 seconden.
En nog steeds 0-1 voor de Belgen. Donovan naar Kuiper.
Is dit de kans voor Holland om gelijk te maken?
Dolf Vega. Wat een prachtige beweging. En weer Vega.
Speel die bal naar Donovan. -Verdorie.
Donovan stond vrij voor open doel.
Dat was de kans op de voor Nederland zo belangrijke gelijkmaker.
Het Nederlandse team tot 1 7 jaar...
...verliest in Duitsland in het stadion van Spiers...
...waar Dolf Vega de laatste kans op de halve finale verprutste.
Wat deed je nou? -Waar heb je 't over?
Je zag me. Ik stond vrij.
Ik dacht... -Dat is al de derde keer, ego�st.
We hadden ze kunnen hebben, maar jij moest de held uithangen.
Waarom praat ik eigenlijk tegen je?
Ze bijt heus niet.
Hallo, Dolf.
Je zoon is er.
De prote�ne-gegevens en...
De katalysator stuurt 't afbraakproces. -Als je dat kunt onderdrukken...
Dan kun je de afbraak stopzetten.
Hallo, Dolf. Sorry dat ik niet bij de wedstrijd kon zijn.
Is niet erg. Ik had je ook niet verwacht.
Ik was 't wel van plan. Alleen... We hebben 'n doorbraak, denk ik.
Eerst deze scannen en daarna de volgende.
Dit is zo gebeurd.
Hoe kun je de omzetting be�nvloeden? -Dat weten we nog niet, maar...
...we kunnen het DNA van de aap met ��n dosis stabiliseren voor 24 uur.
Twee dagen geleden stuurden we hem terug met ��n pil.
We zien nu dus gauw of die pillen 48 uur werken.
Kun jij de volgende trip voorbereiden?
VERZENDEN
ACTIVEREN
Hoe heb je gespeeld? -Locatie-co�rdinaten?
Zijn al geprogrammeerd.
Stuur 'm 200 jaar terug voor 48 uur.
DATUM OP BESTEMMING
TERUGKEER NA: 48 UUR
Wat is 't wachtwoord ook weer? -1507 1212.
Je bent net zo vergeetachtig als ik. -Nee hoor.
Ik vergeet dingen over je werk, jij over mijn leven.
Was 't zo erg? -Nog erger.
We hebben verloren. Door mij. -Je bent te streng voor jezelf.
Geloof me. -Het is een teamsport.
Dat zeggen ze. Maar ik weet niet of ik nog in 't team zit.
Het is maar 'n spelletje. -Mam.
Aan de Hollandse droom op de Europese Juniorencup...
...kwam 'n einde toen ze vandaag in Duitsland met 1-0 van Belgi� verloren.
Zo te horen door 'n verspeelde kans in de laatste minuut.
Over vier jaar krijgt Holland weer 'n kans.
Het Nederlandse team kan de wedstrijd niet overspelen.
Voor een nabeschouwing gaan we naar het stadion in Spiers. Jack?
Wil je ook omelet? -Ik heb geen trek.
VOETBALSTADION SPIERS
Ik ben wat vergeten in m'n moeders lab.
TERUGKEER NA: 12 UUR
De computers worden opgestart. -Ik heb dr. Vega niet gezien.
DATUM OP BESTEMMING:
ONVOLLEDIGE GEGEVENS
Wat doe je daar?
Naar de materie-transmitter. Code Rood.
Ik ga naar Spiers...
...naar het voetbalstadion, naar het junioren-kampioenschap.
Laat maar. Ik vind 't wel.
Bertho, verberg hem.
Het is maar 'n dwaas.
We moeten weg. Hij zal terugkomen.
Hij zal terugkomen. Met anderen. -Ik moet...
Alleen dwazen en vrome mannen nemen de pelgrimsroute...
Jenne.
Jij lijkt me niet erg vroom. We gaan.
De pelgrimsroute?
De Romeinse weg.
Ga je met ons mee? -Nee. Ik moet hier vanavond zijn.
We moeten gaan, Jenne. -Wat je wilt.
Wacht.
Waar gaan jullie naartoe? -Niet ver. Naar de kruistocht.
De kruistocht.
Wat voor dag is 't?
De dag. Wat is 't vandaag?
Sint-Christoffeldag.
Waar kom je vandaan? -Uit Rotterdam. In Holland.
Ben je van adel? -Absoluut niet. Ik ben Dolf.
Ook in Holland moet Sint Christoffel op de 15de dag van juli zijn.
15-07-1212.
Shit, ik zit in de dertiende eeuw.
Shit?
Waar kijk je naar?
Nergens naar. Je was echt cool met die slinger.
Ben je schoenmaker? -Ik zit nog op school.
Wat studeer je? -Geen geografie of de Heilige Schrift.
Astronomie? -Scheikunde? Wiskunde?
Het menselijk lichaam? -Een beetje...
Niet te geloven. Is dit echt? -Hij wilde de wedstrijd overspelen.
Waar is hij naartoe? Waarheen?
Naar de dertiende eeuw.
Naar de dertiende eeuw? Gebruikt jouw zoon mijn toestel daarvoor?
Alles moet worden stilgelegd. -Ik ga hem achterna.
Wat? -Ik ga 'm halen.
Je weet dat dat niet kan. Het risico is te groot. Voor Dolf.
We moeten wachten. Twaalf uur duurt niet zo lang.
Het leger der Onschuldigen.
De Kinderkruistocht. Geleid door Nicolaas van Keulen.
Een kinderkruistocht? Zijn de ridders op?
God wil geen geweld. Daarom zijn de andere kruistochten mislukt.
God heeft Nicolaas geroepen om een kruistocht te leiden naar Jeruzalem.
De gebeden van de kinderen zullen de Heilige Stad redden.
Nicolaas was nog 'n herdersjongen toen hij begon te preken.
En nu...
Opzij.
Op je knie�n. Knielen.
Knielen.
Doe wat ik je zeg. Kniel.
Op je knie�n, jongen. Op je knie�n.
Opzij. Vooruit.
Op je knie�n.
Wordt het Leger der Onschuldigen zo door 't volk van Spiers behandeld?
Jullie willen onze kinderen meenemen en ons eten stelen.
We marcheren zonder wapens om de Heer te dienen.
Onze poorten blijven gesloten.
En we schieten als jullie op 20 stappen van de muur komen.
Heren van Spiers, terg onze Heer niet.
20 stappen.
Bogen gereed.
Schieten.
Ik zei: 20 stappen.
Wat God met Mozes deed...
...zal Hij ook met ons doen.
Hier die vis. Jij.
Kom terug.
Geef m'n mand terug. Geef terug.
Waarom ga jij mee?
M'n vader gaf me aan 'n boer toen ik 13 was. Hij had al drie dochters.
Gaf hij je aan 'n boer? -Als z'n vrouw.
Maar hij was een gewelddadige man. Ik liep weg.
Nu doe ik boete. -Door Nicolaas te volgen?
Eenmaal daar zullen onze gebeden vrede brengen over de Heilige Stad.
Hoe kunnen we God meer behagen?
Hou vast, Bertho.
Nee. Je weet dat ik dat eng vind.
Ik haat vissen.
Maar hoe komen jullie daar?
In Jeruzalem.
Lopend.
Lopend?
Geloof je niet? -Hij heeft spinnenwebben in z'n hoofd.
Niemand loopt zomaar naar Jeruzalem. -Wij wel.
Nicolaas leidt ons naar de zee. En de zee zal voor hem wijken.
Hopelijk kunnen jullie zwemmen. -De zee viel droog voor Mozes.
Dat gebeurt vast niet nog 'n keer. -Godslastering.
Nieuweling. Twijfel je aan het woord van Nicolaas?
Twijfel je aan 't woord van God die 't Nicolaas beloofde.
Ketter, brand.
Ketter, brand.
H�, rustig toch. -Ketter, brand.
Hij is maar 'n dwaas. -Help.
Carolus. -Help.
De stroom is te sterk.
Hij haalt 't nooit. Hij zal ook sterven.
Dan sterft hij tenminste als 'n dapper mens.
Toon wat respect. -Hij is dood.
Kun je me horen?
Wat doet hij?
Hou daarmee op.
Ophouden.
Hij zuigt z'n ziel eruit.
Laat dat. Blijf van 'm af, Thiess.
Dat wordt 'n mooi litteken. -Precies wat ik altijd al wilde.
Wat is dat? -Een horloge.
Het geeft de tijd aan. -Wat geeft het?
Ik moet terug naar die weg.
Na 't ochtendgebed. -Nee, nu.
Weet je hoe het er 's nachts aan toegaat op de weg?
Pas goed op de ezel. Zij mogen 'm niet opeten.
Hier is 't ergens.
Waar is 't? -Wat?
Ik zie ze niet.
Waar is 't?
Waarom is 't zo donker? -Wordt het in Holland niet donker?.
Waar is 't? Ik zie ze niet.
Ik heb jullie gewaarschuwd.
Ik waarschuwde jullie bij de poort van Spiers, maar jullie luisterden niet.
Ik zei jullie onze Heer niet te tergen.
En nu voelen jullie Zijn toorn.
Waar kwam dat licht vandaan?
Mijn huis. -Hoe?
Ik hoor hier niet te zijn. -Hoe weet je dat?
Misschien stuurde God dat noodweer om je hier te houden.
God heeft me niet gestuurd. Geloof me.
Niemand kent Gods wil.
Jullie weigerden Gods kinderen en nu voelen jullie Zijn toorn.
Wees dankbaar dat jullie ook Zijn erbarmen hebben gezien.
Zorg voor onze kinderen.
H�, kom terug.
Geef terug.
Wat is dit? -Kip.
Is dit kip?
Lekker.
Hebben jullie geen kip in Holland?
Die smaakt naar plastic.
Plastic.
Het is moeilijk uit te leggen.
Thiess, kappen.
Kappen.
Blijf je hier echt?
M'n enige kans om thuis te komen.
Laat je keel niet doorsnijden en pas op voor de wolven.
Wolven?
Als je toch met ons mee wilt, neem dan deze weg.
We lopen niet erg snel.
Mary, de aap is onderzocht.
Die reparaties moeten sneller. -Er is weinig tijd.
Als alles weer werkt, ga ik de cilinders programmeren.
En ik wil documenten uit 't 13de eeuwse Duitsland.
Hij zal heel erg opvallen. -Luister.
Ik weet dat dit geen goed moment is om het te zeggen.
Die aap is dood.
De pillen zijn blijkbaar niet sterk genoeg.
Hoeveel pillen heeft Dolf meegenomen?
Ongeveer 80. -Bijna genoeg voor drie maanden.
Ja, maar als we hem niet op tijd vinden, gaat hij dood, h�?
Kappen.
Daar kun je niks aan doen. Doorlopen.
Iedereen...
Nee, nog niet. Het is bijna klaar.
Weet ik. Iedereen heeft honger. Maar het is nog niet klaar.
Ik zeg 't wel...
Toe. Alsjeblieft. Blijf van 't eten af.
Ophouden.
Tuig.
Die kinderen zijn uitgehongerd. Ze halen Jeruzalem niet.
Misschien zelfs volgende week niet. -Pas op je woorden.
Ik ga met de leiding praten. Nicolaas. En die priester.
Ze luisteren niet naar 't gewone volk.
Jij mag niet naar binnen.
Ik ben Rudolf Vega.
Zoon van de hertog van Rotterdam.
Gewone mensen buigen voor mij.
Buigen dus.
Buigen.
Dit is de tent van Nicolaas.
Goedenavond. Ik ben Rudolf Vega. -Wacht tot er tegen je gesproken is.
Spreek. -Ik ben Rudolf Vega...
...zoon van de hertog van Rotterdam.
Eet met ons, Rudolf van Rotterdam.
Wie zijn dat?
Ze hebben honger. Heer Nicolaas...
...ik heb me gister bij uw kruistocht gevoegd en wat ik zie is niet goed.
Hoe durf je.
Rudolf bedoelt dat ze gebrek aan eten hebben.
Ja. En als Nicolaas 2000 kinderen naar Jeruzalem wil brengen...
8000.
Acht.
Ik heb God gevraagd ons te voeden.
Nou, dan heeft Hij niet geluisterd.
God heeft me in 'n droom voor jou gewaarschuwd. Een vreemdeling...
...in vreemde kleren...
...die de kruistocht wil vernietigen... -Stil.
Hij heeft me uit de Rijn gered.
Ik ben Carolus. Ik ben de zoon van de koning van Pommeren...
Ik dank m'n leven aan jou. Wat zou jij ons laten doen?
Maak groepen. Kinderen die jagen, of vissen...
...of zieken verzorgen, of slaap- plaatsen zoeken. Handel als 'n team.
Wat mankeert er aan dit kamp? -Het is nat en onbeschermd.
De kinderen worden verkouden. Morgen hebben ze koorts.
Rudolf heeft gelijk.
Vooraan merk je het niet, maar achteraan zijn de kinderen ziek.
Op deze manier komen er maar 100 kinderen in Jeruzalem aan, heer.
Hoe meer kinderen de zee bereiken... -Des te beter dat is voor Jeruzalem.
Misschien is hij niet de vreemdeling uit m'n dromen.
Misschien heeft God je gestuurd om voor de kinderen te zorgen.
Beste Nicolaas, wil je alsjeblieft Rudolf van Rotterdam aanvaarden...
...als jonker van deze Heilige Kruistocht?
Dit is zinloos.
Met 8000 kinderen over de Alpen trekken.
Naar Jeruzalem lopen. -Twijfel jij dan aan alles?
Dit is land en dat is zee. We zijn nu hier.
Dit is Genua en dat is Jeruzalem.
Jeruzalem ligt in 't oosten, Genua in 't westen. Waarom naar Genua?
Het is de verkeerde kant op.
Je tekening bewijst niets.
De engel Gabri�l zei Nicolaas dat er in Genua een wonder zou gebeuren.
Geloof je in wonderen?
Je hebt met je adem een jongen z'n leven teruggegeven...
...en er luisterden twaalf edelen naar je alsof jij deze kruistocht leidt.
Jij bent voor mij een wonder.
Die Vick mag me niet. -Je bent bij mij...
Vick...
Ik heb niet voor niets een mes bij me.
Sorry dat ik stoor.
Vader Anselmus wil je spreken in de tent van de edelen.
Ik moet je de weg wijzen.
Hoeveel zieltjes erbij vandaag? -Bijna 100. Los van die uit Spiers.
Giften?
Vier ossen, vijf schapen, twee wagens en wat ketels.
Mooi. De Heer zegent ons vandaag.
Laten we hopen dat men zo vrijgevig blijft, want we moeten nog ver.
Jonker Rudolf.
Als jonker van de kruistocht mag je bij ons in de tent slapen.
Isabella heeft een plek voor je.
Ze kan je helpen je thuis te voelen.
Vind je je bed prettig zo?
Geweldig. Perfect.
Denkt U dat die jongen echt 'n edelman is?
Kinderen die onderweg sterven worden door niemand gezegend.
Als die jongen ze gezond en in leven houdt...
...dan is hij 'n dienaar van de Heer.
Maar de kinderen met wie hij omgaat... -Is hij nu bij ze?
Het is erg aardig dat U zo veel moeite voor me doet.
Maar ik ben meer van nut als ik bij de kinderen ben.
Wat je wilt, jonker Rudolf.
Ik heb 'n wonder voor je.
Doe weg.
Het is maar een troubadour in een doosje.
Het is niets... -Doe weg.
Het is geen tovenarij of zo. In Rotterdam...
Sorry.
Rustig maar. -Alsjeblieft.
Ik ben hier om boete te doen, Rudolf van Rotterdam.
Denk je dat als we... -Mary.
Ja, Jacob. -Het bestuur is net weg.
Ik moet je een jaar met verlof sturen.
Met onmiddellijke ingang. -Dat kun je niet doen, Jacob.
Je mag niet meer in 't lab komen. -Dolf is daar nog.
Ik moet hem terughalen. -Het besluit is onherroepelijk.
Pluk jij die vogel maar.
Welkom, Vader.
Verhalen over Nicolaas' mars naar de zee gaan rond in 't land.
Ik ga mee om te kijken wat er te zien is.
Maria.
Is dat Jeruzalem? -Nog niet.
Dat is de stad Rottweil. -We moeten vandaag echt op jacht.
Niet hier. Niet zonder toestemming van de graaf.
We kunnen niet alle kinderen te eten geven.
We hebben nog niet eens geoogst.
En als iemand in mijn bossen een hert neerschiet...
...dan voer ik hem aan mijn honden.
Maar graaf, u moet gehoord hebben wat de mensen in Spiers is overkomen.
God zal ons niet met nog meer noodweer vervloeken.
Sta het leger van God niet in de weg.
Hij is alles en u bent maar een vlo in zijn vacht.
Een vlo?
Mij een vlo noemen, daar is veel moed voor nodig.
Ik nodig jou en je edelen uit om vanavond met ons te eten.
Maar meer doe ik niet.
Dat kunnen we niet aannemen. -Wel.
De kinderen hebben eten nodig. -Daarvoor heeft God jou gestuurd.
Doe je werk, jonker.
Aanvaard onze dank, edele heer.
U bent erg vrijgevig, maar elke gift voor de kinderen zou helpen.
Wilt u 't graan geven voor 't brood dat ik voor de ochtend kan bakken?
Tot zonsopgang, en geen tel langer.
Carolus.
Een troubadour in een doosje.
Zo uit Holland.
De enige in Rottweil.
Schrik niet.
Zoon, waar kom je echt vandaan? -Uit Holland.
Daar ben ik geweest. Er zijn daar geen troubadours in doosjes...
...en ook geen schoenmakers die zulke schoenen maken.
Ik heb veel rondgetrokken, maar ik heb nooit zoiets gezien.
Dus vraag ik je in alle vriendschap en omdat ik nieuwsgierig ben:
Waar kom je vandaan?
Vader...
...hebt u ooit God gezien? Met Hem gegeten? Met Hem gelachen?
Nee. Maar ik voel Zijn aanwezigheid. Ik weet dat Hij altijd bij me is.
Maar hebt u Hem ooit gezien?
Op sommige dingen moeten we vertrouwen.
Vertrouw erop dat ik uit Rotterdam kom.
Jenne, wakker worden.
Ik ben 't. De wonderman.
Heb je 't brood gezien?
De kinderen zijn ziek. Erg ziek.
Het is gewoon koorts.
Wij noemen het 'de scharlaken dood'.
We moeten de zieken afzonderen. Het is besmettelijk. Ze hebben bacillen.
Heel kleine beestjes. Zo klein dat...
Duivels. -Ja, duiveltjes.
We moeten de zieke kinderen afzonderen.
Dan kan de ziekte zich niet verspreiden.
Haal water.
Breng het lichaam weg.
Verbrand dat.
Het is besmet, verbrand het dus. Dood de duivels.
Dit is Nicolaas' tent. Wat is dit?
We zonderen ze af. Ze hebben warmte en rust nodig.
Er is geen tijd voor rust. Jeruzalem lijdt.
Jeruzalem kan wachten.
Je bent niet erg begaan met Jeruzalem.
Geloof je niet in onze opdracht?
Goed, laten we dan verder gaan. Leg de zieke kinderen in de wagens.
Kom snel. Het is Vader Anselmus.
Je moet hem helpen.
Is 't niet Gods wil dat hij ziek is? -Hij is de Vader van de kruistocht.
Jeruzalem wacht op ons. -Zonder hem halen we Jeruzalem niet.
Wil je dat we stoppen tot hij beter is?
Stoppen. -Allemaal stoppen.
Tot de ziekte onder controle is, slaan we hier ons kamp op.
Anselmus is ziek. -Echt waar? Hoe ziek?.
Erg ziek.
Ik heb hem maar 'n beetje gegeven.
Misschien is er nog meer.
Ik wil je wat laten zien.
Hier.
In 1212 waren de inwoners van Rottweil getuige van 'n wonder.
Er werden 10.000 broden gebakken voor een kruistocht van 30.000 kinderen.
Ze werden gebakken door ��n jongen. In ��n nacht.
De zoon van de hertog van Rotterdam.
Maar Rotterdam bestond nog niet in 1212.
Geen doden vanmorgen. -En Anselmus?
Het gaat beter met 'm.
Waarvoor is dat? -Voor 'n spel dat we thuis spelen.
Mis je 't? Thuis?
Ik mis m'n moeder. -En je vader?
Hij is dood. Ja, ik mis hem ook.
Is Rotterdam echt groter dan Jeruzalem?
Neem je me mee daarheen als we terug zijn uit de Heilige Stad?
Graag.
Maar eerst moet ik ze leren voetballen.
Thiess, mag ik je fluit even lenen? -Als ik dat krijg.
Ik heb gewonnen. Hij is van mij. -Hij is niet van jou.
Je mag geen handen gebruiken. Je moet 'm in het doel trappen.
Waarom? Ik kan goed gooien. -Zo zijn de regels.
Ik haat regels.
Regels!
Kun je opschieten? Ik heb 't ijskoud. -Wil je 't liever zelf doen?
Terwijl jij 't zo geweldig kan?
Het teken van de Heilige Drie-eenheid.
Wat is er? -Hoe kom je daaraan?
Toen ik klein was heeft 'n grote hond in m'n vaders lab....
...m'n schouder opengescheurd. -Wat is er met de hond gebeurd?
Niets. Ik kon 'm niet meer vinden. -Een hond uit de hel.
God heeft je tegen hem beschermd.
Ik was erbij.
Het was 'n gewone hond.
Gaat 't wel?
Thaddeus...
...ben je weleens in Genua geweest?
Een keer. Een poos geleden.
Vind jij 't zinvol om naar Jeruzalem te reizen via Genua?
Veel dingen die Anselmus doet zijn raadselachtig.
Wolven. Ze hebben Thiess meegesleurd het bos in.
Waar wacht je op? Ga die kinderen helpen.
Laat je die kinderen aan de wolven over?.
Thiess? Waar ben je?
Wegwezen.
Vooruit.
Terug naar de hel. Wegwezen.
Hij is nu bij God.
Het is Gods wil.
Hoe kan dit Gods wil zijn? -Je twijfelde.
En daarom was je te laat.
Geef jezelf de schuld, niet God.
Laat je niet verbitteren door Thiess' dood.
Het was mijn schuld.
Ik kon me niet bewegen. Dat geluid van de wolven...
Zonder jou waren er nog veel meer gestorven.
Zonder mij waren misschien veel kinderen teruggegaan.
Dan zouden ze nooit Jeruzalem zien. -Zien ze ook niet. Snap dat toch.
Ik zie een zeurend, klagend jongetje dat niet op God vertrouwt.
Hou je evenwicht als je pareert.
Je was dood geweest.
Ik ben niet goed in verdedigen. Ik val liever aan.
Je bent goed als 't zwaard van hout is en tegen 'n vriend gebruikt wordt.
Klaar voor 't echte werk?.
Niet doen, Dolf.
Dat zou ik graag willen. -Ik hoopte al dat je dat zou zeggen.
Zet 'm op, Vick. -Kom op, Dolf.
Dit houdt nu op.
Ooit...
Dwaas.
Sneller. Die heuvel op.
Carlo. Naar m'n kamer. Onmiddellijk.
Wat? Dat is belachelijk. Zeg hem op te donderen.
Graaf Ludovico is hier de baas.
Wij moeten door 't bos. De prijs is 25 kinderen.
Laat de edelen hun goud afstaan. -Hij wil geen goud, maar 25 kinderen.
We moeten betalen. -We kunnen 'm geen 25 kinderen geven.
Dan doodt hij er meer en pakt er 50.
We moeten er duizenden beschermen. -Geeft hij ze te eten?
Nee, ze worden slaven. -Dat waren ze v��r de kruistocht ook.
Allemaal knielen.
Kniel. Allemaal knielen.
Allemaal knielen. Laat zien dat we aan z'n eisen voldoen.
Blijf staan. -Allemaal knielen.
Nee. Laat me los.
Deed ik het fout door me te verzetten?
Onze manieren verschillen van de jouwe.
Soms heeft jouw manier geholpen, maar soms...
We moeten ze terughalen.
Een heidens kruis. Om de duivel te verjagen.
Zijn heidenen bang voor de duivel? -Iedereen is bang voor de duivel.
Vooruit. Opschieten.
Doorlopen.
Houtskool, mica...
Vogelpoep. -Heb je er goed over nagedacht?
God was de dapperen toch goed gezind?
Maar niet de dommen. -En de knapperts?
We hebben schapenbloed nodig, en veel vogelpoep.
Veel vogelpoep.
Een kom ezelspuug? -Een snufje paddenpoep?
Volgens mij zei hij iets over de tong van een klager.
Over drie dagen. In Genua. Zoals 't plan was.
Tot daar dan. Met Gods zegen.
Hoeveel hebben ze geboden? -Nog niet genoeg.
Ik spreek ze nog 'n keer in Genua.
Thaddeus, ik heb iets... -Ik zat op je te wachten.
Ik moet je iets laten zien.
Hoe kom je hieraan?
Een kind vond het. Ze dachten dat het vervloekt was en kwamen bij mij.
Wat is 't? -Zaten er pillen in?
Waar is 't gevonden?
Aan de oever van 'n meertje.
Lieve Dolf. Als je dit leest, heb je 'n ongelofelijk avontuur overleefd.
In 't lab hebben we een lastige situatie.
Lawrence heeft me ontslagen en er is maar ��n kans om je thuis te krijgen.
Vier dagen na Sint-Judas boven op de trap van de kerk in Genua.
Sta daar om twaalf uur.
Ik mis je meer dan ik kan schrijven. Liefs, mama.
PS: Elke capsule werkt nu 48 uur.
Rudolf, wat is er?.
Wat voor dag is 't vandaag? -Het feest van Sint-Judas. Hoezo?
Vader...
...ik moet je iets vreemds vertellen.
Zijn jullie zover?
Hoe noem je dit? -Buskruit.
De kooi staat achter die bewakers.
Jullie weten wat je moet doen. Ga nu.
Jenne...
Moge God jullie beschermen.
We komen de kinderen halen. Lucifer wil ze.
Rennen. Smeer 'm.
Snel. Doorlopen.
Maria. Zoek Maria.
We hebben ze allemaal, maar we kunnen Maria niet vinden.
Ik weet waar ze is. -Hierheen.
Rennen.
Kom op dan. Kom op, schoft.
Hij moet 't halen.
Als je jezelf niet gauw verzorgt, haal jij 't ook niet.
Je had me gewaarschuwd.
Je zei me 't niet te doen.
Zonder jou waren nu 40 kinderen slaven geweest.
Jij. Jij hebt 'm vermoord. Het is jouw schuld.
Hij is dood. -Niet doen, Nicolaas.
Waar ben je op uit? Waarom hij? Je hebt hem vermoord.
Ik smeekte je om Gods wil te aanvaarden.
Wilde God dat er 40 kinderen zouden wegteren als slaven van Ludovico?
Als jullie Gods wil navolgen, wil ik er niets mee te maken hebben.
Je liet Carolus in een val lopen en nu twijfel je aan Gods wil?
Werkelijk, je bent de dienaar van de duivel.
M'n beste Nicolaas, ik eis dat we jonker Rudolf berechten...
...wegens ketterij.
Zo zal het geschieden. Na Carolus' begrafenis berechten we hem.
Morgen bij zonsopgang, met Gods hulp...
...zal hij de zee splijten...
...en zullen wij lopen naar Jeruzalem.
Jeruzalem. Jeruzalem.
Doe het als 't donker is.
Er was alleen maar brood.
Maak hem los.
Probeer je te ontsnappen?
Nee.
Want ik moet je doden als je probeert te ontsnappen.
Maar ze zeiden niet hoe snel ik je moest doden.
Ik heb hier lang op gewacht, dus ga ik genieten.
Stop.
Jij komt straks aan de beurt.
Wil je die?
Wat spijt me dat nou.
Wat is Anselmus van plan?
Wat zijn dat? Waar zijn die prijzen voor...
Daar kom je gauw genoeg achter. -De straf voor poging tot moord.
Wat is dat, Carolus? -De dood.
Zagen we niet dat Vick Dolf wilde doden?
Daar leek het wel op.
Heer, Uw leger is gekomen.
Help ons alstublieft.
Help ons nu.
Laat de zee wijken.
Kniel. Kniel en bid.
Heer...
...verhoor onze gebeden.
Laat onze smeekbede tot U komen.
Kijk.
Hij heeft schepen gestuurd.
God heeft ons schepen gestuurd.
Hij heeft Nicolaas' gebeden verhoord. Hij laat ons de weg zien. Jeruzalem.
Dat zijn geen schepen van God. Vader Anselmus liegt tegen jullie.
Dat zijn geen schepen van God. Dat zijn schepen van slavendrijvers.
Moeten we naar een godslasteraar luisteren?
De duivel stuurt hem om de kruistocht te laten mislukken.
Heeft iemand Rudolf ooit ter communie zien gaan? Iemand?
Jij, Rudolf van Rotterdam, jij bent een goddeloos mens.
Ik heb gezien dat Rudolf de Heer en de kruistocht diende met daden...
...en niet alleen met woorden.
Toen de scharlaken dood heerste, wie redde ze toen?
Wie zorgde toen voor ze?
Wie voedde ze? En toen Ludovico ze had gepakt...
...wie waagde toen z'n leven voor ze?
God sprak tegen Nicolaas...
...niet tegen Dolf.
Vick vertelde ons over de slavenschepen.
Anselmus heeft jullie als vee aan de mannen op die schepen verkocht.
Ze brengen jullie naar de Afrikaanse kust en verkopen jullie als vlees.
Jullie dromen over Jeruzalem zullen vervliegen.
Die kinderen zijn vanaf hun geboorte al slaven.
Schooiers, dakloos, hongerig, nog erger.
Offer er een paar op voor onze reis naar Jeruzalem. Gods wil...
Nicolaas... -...en glorierijk.
...wie heeft gehandeld zoals Jezus zou doen?
Rudolf of Anselmus? Vraag het aan God.
Ik weet dat Hij je zal zeggen Rudolf te vertrouwen.
Hij heeft het teken van de Heilige Drie-eenheid.
Grijp hem. -Nee.
Je moet nu echt gaan.
Nicolaas...
...als ik m'n huis terug wil zien, dan moet ik nu gaan.
Alleen jij beslist over de weg die je neemt.
Mijn weg voert me samen met deze kinderen naar Jeruzalem.
Vaarwel.
Dit brengt geluk. -Je moet nu echt gaan.
Ik zal voor haar zorgen.
Mevrouw, de toegang is u ontzegd. -Toe nou Driss, je kent me toch?
Ik bel even.
Geen kinderen van de kruistocht. -We moeten erin.
Dr. Vega.
Opzij.
OPHALEN
Jenne, waar ben je?
Vooruit. Rennen.
Waar is Jenne? -Rustig maar.
Kan ik haar nog halen? -Ik kan ze niet lang meer tegenhouden.
Het kan nog wel een keer, maar ze moet op precies dezelfde plek staan.
Dat zal niet lukken.
Mam, ik kan haar niet achterlaten.
Ik ga haar halen.
VERZENDEN
Ik kan ze niet veel langer tegenhouden.
Begrijp je wat voor risico je neemt?
Ik haal je op vanuit 't midden van het Colosseum in Rome over...
Drie weken. We kunnen daar over drie weken zijn.
Op de 21ste.
Zet 'm op. Ga nu.
Mam?
Ik hou van je. -Ik ook van jou.
Succes.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.