Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
JUNI 1946 REPUBLIEK
HET RODE LEGER STALIN
REPUBLIEK
DE KONING UMBERTO
LANG LEVE DE DEMOCRATIE
Marco, wat doe je daar? Kom.
Kom, spring erop. -Kom.
Heb je je pijn gedaan? Jij studeert architectuur.
Ik ook. Het vijfde jaar. -Geluksvogel. Ben je een socialist?
Ja, natuurlijk. Jij ook? -Nee. Ik ben voor de monarchie.
Wat jammer... -Kom, we lopen weg.
Het is niet onze beurt. Waarom hebben we vanavond stroom?
Ik weet het niet. -Wat eten we?
Erwtensoep. -Met erwten?
Is het klaar? Ik heb honger.
Wat? -Papa is in de andere kamer.
Is hij erg boos? Kom op, mam. We moeten allemaal wakker worden.
De monarchie is iets wat niet meer kan werken nu.
Het is iets ouds. Het moest zo eindigen.
Het kon niet... Goedenavond, papa.
Als ik dat mag zeggen, ik ben het niet met je eens.
Hier, lees.
'Voor wie het aanbelangt: ik, generaal Amedeo Floris...
...neem na de resultaten van het referendum ontslag uit het leger...
...omdat ik weiger de Republiek te dienen.'
Wat vind je ervan?
Goed.
Wat is er gebeurd? -Ze hebben het probleem opgelost.
Waarom ga je om met iemand die pasta eet in de namiddag?
Hij had honger. -Ga niet meer met hem om.
Nee, mam. Dat kan ik niet. Het spijt me. -Ik ben het zat dat hij hier komt.
Breng hem hier niet meer. -Waarom?
Ik kan hem niet uitstaan. -Gewoon omdat hij andere ideeën heeft.
En dan? -Misschien heeft hij gelijk.
Nu zijn subversieve mensen ook de baas in mijn huis.
Ik heb het gehad met dit land.
Weet je, mijn vader... In deze periode...
Wat een lekker brood. Waar koop je het?
Carla, mijn pantoffels.
Mijn pantoffels. Niemand geeft om mij.
Misschien kan ik beter gaan.
Ik neem dit.
Ja, het is beter. Veel beter.
Ik kan de appel ook meenemen.
Vergezel je me naar de faculteit? -Misschien.
Het is ja of nee.
Wat is je vader aardig. Wanneer vertrekt hij?
Geef hier. -Bedankt.
Dus jij bent iemand die helpt.
Ik wou dat mijn man hier was geweest.
Hij zou blij zijn te zien hoe ze gekleed is.
Een weduwe?
De vrouw van een fascist. Haar man is in Zuid-Amerika.
Ik ben klaar.
Ja. Kom, help me.
Trouw en ik zal jou helpen. -Dat had je niet moeten doen.
Ik doe het graag, mevrouw. -Heel erg bedankt.
Geen zorgen, we gaan die kant op. -Veel plezier.
Denk nog eens over die kwestie. -Ik heb er al over nagedacht.
Dus je accepteert het. -Nee, dat kan ik niet.
Ziet u, edelachtbare. Ik heb een ander plan. Ik kom.
Als architect gespecialiseerd in stadsplanning...
...wil ik een ander soort werk doen. Ja, in de auto.
Controle en planning in het algemeen.
Daarom moet ik onafhankelijk zijn. -Maar betaalt dat goed?
Nee, maar ik doe het graag.
Geef hier. Geef hier.
Dat is te zwaar voor je.
Een vrouw die koffers draagt. -Hopelijk krijg je een zoon.
Nee, we willen geen kinderen.
Ik heb medelijden met haar. Wij nemen nooit een meid.
Je denkt en praat als Marco. -Wat aardig dat je dat zegt.
Marco wordt nooit wakker 's ochtends. Hij slaapt als een marmot.
Hij draagt nooit een onderhemd. In Sardinië is het koud.
Het is juli. -Zorg goed voor hem. Dag.
Natuurlijk. Snel, anders missen we de trein.
We zijn in vijf minuten bij het station.
Dag. -Kom, ik moet met je praten.
Zorg goed voor haar. Ze is net als ik, heel gepassioneerd.
Mannen maken daar misbruik van. Wees zacht.
Ik doe mijn best. -De thermosfles.
Echte koffie. Geen zorgen. Tot ziens.
Wees zacht. Weet je moeder niet dat we al seks hebben gehad?
Dag. -Dag.
Ciao, Marco. -Tot ziens.
Lang leve Pius XII.
Dit niet.
Hier, dit is het. Dat gebouw in de Via Appia. Kijk.
Hoe kwamen ze aan die vergunning?
De vergunning was voor één bouwlaag, de rest is illegaal.
Dit zijn vier verdiepingen. -En drie onder de grond.
Hebben ze gegraven? -Nee, ze gebruikten de catacomben.
We moeten de documenten meteen naar het stadhuis brengen.
Het kan ze niets schelen.
Ze moeten het sowieso begrijpen.
Hallo? Jij bent het, schat.
Waarom belde je me? -Wil je straks kip eten?
Heb ik dat al gezegd? Sorry.
Geen zorgen, ik kom op tijd. Wacht even.
Mam, kip is prima. Jij zorgt voor alles, oké?
Zo hou je een man voor de gek, hè.
Tot vanmiddag.
Wat zijn de twee dieven aan het doen? -Er kwam maar één collega.
Incroci is ziek. -Je hebt de domme.
Marco doet de groeten. -Bedankt.
Ik heb een verrassing voor je. Ik vertel het je wel als ik je zie.
Niet aan de telefoon.
Dag.
Ja. Dag, schat.
En het gebak? -Ik heb het niet meegebracht.
Wie betaalt het bier van gisteren? -Timperi, heb je ontslag genomen?
Ja.
Waarom vertrek je? -Ik moet mijn gezin onderhouden.
60.000 lire per maand is niet genoeg.
Met een freelance baan verdien ik meer geld.
Je krijgt voldoening van dit werk. Dat is zeker waar.
Je kunt geen ontslag nemen om meer te verdienen.
Zeg je geen woord? Ben je het met Timperi eens?
Nee. -We mogen niet opgeven.
Hij heeft twee kinderen.
Dan moet je geen kinderen hebben.
Het is ook beter voor vrouwen. Dan kunnen ze werken en zelfstandig zijn.
De relatie met de man is ook anders.
Het blijven wittebroodsdagen, alsof je een concubine hebt.
Ben je niet getrouwd? -Niet in praktische zin.
Schat.
Lieverd.
Schat, ik ben thuis. -Het eten is klaar.
Ben je laat teruggekomen?
Ja, maar ik had toch tijd om kip te maken.
Wat fijn.
Vraag je me niet naar de verrassing?
Wat is het? Dit is een stoofpot met aardappels.
Dat kan niet...
Dat vind je niet lekker. -Wat? Het is fijn.
Het is gebeurd omdat...
Heb je er rozemarijn in gedaan?
Inderdaad. -Mijn zoon. Eindelijk.
Wat heb je me blij gemaakt.
Angela. -Wat gebeurt er?
Dat is Efidia's nicht. Nu Paola zwanger is, heb je hulp nodig.
Ze zal hier wonen en voor het huishouden zorgen.
Kinderen zijn een zegen. Je zult wel zien.
Paola, blijf niet rechtstaan. Dan word je moe.
Wat zei Marco? Hij is zo blij.
Marco, gefeliciteerd.
Ik kom ook naar beneden.
Wat is er? Ben je niet blij? -Ja, ja... Nee.
Ik weet het niet. Misschien. -Het is ja of nee.
Daar gaat het niet om.
Maak je geen zorgen, schat. Ik hou te veel van mijn werk.
We zullen nooit slaaf zijn van onze kinderen.
Ja, maar we hadden beter langer gewacht.
Weet je het zeker?
Als je ouders ook hadden gewacht, zat je nu in de zesde klas.
Heb je het al gehad over het probleem van de naam?
Ik wou dat alle problemen zo waren.
Wat mooi. Kijk naar je vader.
Ze lijkt niet op mij. -Ze is stevig.
Ongelooflijk. Ze lijkt zo op mijn man.
Als je mee wilt, ik breng je kleindochter naar haar moeder.
Het is deze.
Laat eens zien. Wat schattig.
Kijk naar papa.
Wat doe je, gekkie? Dat is je dochter. Ze is veel mooier. Kom.
Jammer...
Ik hou nu al van haar.
Ze lijkt op m'n man. We moeten haar zijn naam geven: Gabriella.
Ik vind Amedea een veel betere naam.
Ze is een Weegschaal, zoals de zoon van koning Umberto.
Ze is zo mooi.
Hallo, Paola.
Hoeveel weegt ze? -3 kilo 200 gram.
Hoe groot. -Mevrouw is nog mooier.
Je moet veel geleden hebben, mijn arme zoon.
Nee, niet veel.
Goedemorgen, iedereen. Mevrouw, laat je collega's het werk doen.
Je werkt te veel.
Als je dat behoudt, neemt de weg het hele bos in beslag.
Ik vond het zo. Het was al gebeurd.
Zonder het bos te vernietigen, had de weg veel minder gekost.
Maar dan had hij niet die stukken grond bereikt...
...die interessant zijn voor wie het project goedkeurde.
Waar heb je het over? Dit land is van het Vat...
Vaticaan.
En als we dit gebouw bouwen, maken we onze handen ook vuil.
Het is wat het is. Als wij het niet deden, hadden ze iemand anders gevonden.
Altijd dezelfde excuses. Het is te moeilijk tegenwoordig om te werken.
Dit gaat niet over het gebouw. Sommige ideeën en oplossingen...
...moeten altijd verdedigd worden, alsof ze ons kind zijn...
Mijn god. Het kind.
Goeiedag. -Mevrouw de architect.
Goeiedag. -Goeiedag.
Rustig. De lunch komt eraan.
Ik kom eraan. Hoorde je je broer niet huilen?
Waar was je? Je had Angela kunnen bellen.
We hebben de werkers geholpen. -Wat hebben ze met je gedaan?
Je hebt gelijk, ze lieten je alleen.
Camillo, leg die hamer terug.
Ik vergat...
Mijn kleine Giacomo zal zijn eten krijgen.
Angela, waarom interesseren de presidentiële verkiezingen je?
Erna is er een muziekshow.
Luister.
Giacomo's fopspeen is bij mama. Zeg dat ze hem naar beneden laat zakken.
Hoe gaat het? Schiet op.
Ja, ik doe het meteen.
Mevrouw Carla.
Kun je Giacomo's fopspeen laten zakken?
Een voor mij ook.
Hé, kleine.
Bedankt.
Hoor je dat? Papa komt eraan.
Goedemiddag. Wil je wat? -Bedankt.
Kom, je stoort ze hier.
Wat heb je daar? -Hij wilde een stuk.
Dat moet je nooit vragen. Het is onbeleefd.
Waarom vraag je het als je het niet opeet?
Wat doe jij daar? -Ik ben gevallen. Ik sta weer op.
Goed.
Dag, Paola. -Zo vroeg? Je ging naar de kleermaker.
Ja, maar ik herinnerde me...
...dat ik de cheque niet had die je me gisteren gaf.
Je bent ze kwijt. -Misschien.
Het is ja of nee. -Misschien zit ze in het andere pak.
Of hier. Het was een blanco cheque.
Als ze gevonden wordt, kunnen ze een miljoen invullen.
We hebben maar 300.000 lire. -Ja, dat is beter.
Wat? -Het zou beter zijn meer te hebben...
...maar in dit geval...
Waar kan ik ze vinden in deze rommel?
Ghita, sta op. Kom op.
Kijk of je het slabbetje kunt vinden. -Ja.
Geef de werkers wijn. -Wat is dit?
Dit is de laatste prijslijst van de Fiat.
Een Fiat 1400 zou perfect zijn voor ons. Hij kost 1.300.000 lire.
Maar we hebben maar 300.000. -Mijn moeder zou ons geld lenen.
Zo kunnen we hem kopen. Ga je akkoord, liefste?
Nee, ik begrijp het niet.
Sorry, maar ik wil geen schulden, zelfs niet bij je moeder.
Dus je wilt het niet. -Nee.
Heb je het slabbetje gevonden? -Nee.
Ik ga niet meer naar het werk. Je kunt naar de kapper gaan.
Zou ik het kort laten knippen?
Wat is dat papier in je mond? Je eet de cheque toch niet op?
Ja. Dat zou je beter staan.
Waarom ga je niet terug naar je werk? -Met dat alles...
Met alles wat er te doen is in dit huis...
In elke modern gezin gaan kinderen naar de opvang en vrouwen werken.
Je bent niet de eerste die werkt.
Je wilt geen katholieke school. -Laten we een Montessori zoeken.
De enige is dicht bij het centrum. Hoe breng ik ze daarheen?
Neem de auto.
Fijn. Mag ik die auto kopen? -Nee, een kleinere.
Tweedehands.
Op afbetaling. -Zonder stoelen...
Zo moeten we niemand iets vragen. -We kunnen een lift vragen.
Ik heb het gevonden. -Wat een opluchting.
Het slabbetje, niet de cheque. Die ben ik kwijt.
Ik zal de bank vragen de cheque nietig te verklaren.
Angela, heb je een cheque gevonden?
Ze weet niet eens wat dat is.
Heb je een lang stuk papier gezien...
...blauw, met veel kleine cijfers...
Ik heb honger. -Ik ook. Ga maar.
Geef die hoed terug en leg die hamer weg.
Hij is al geïnd. -De hele 300.000?
7.800. -Waarom zo weinig?
Heel goed, Gronchi is links. -Je zult zien.
Mijn kleine ster is zo flink. Goed gedaan.
Kom mee. -Zie je dat?
Kom maar bij papa.
Een glijbaan en een schommel. Het is veel beter dan thuis zijn.
Hier. Jij houdt Giacomo vast.
Zet dat kind neer, nu.
Maar hij kan niet lopen. -Precies.
Hoe heb jij leren lopen? -Ik weet het niet meer.
Het is lang geleden.
Ik zal het je zeggen. Je hebt het geleerd al lopen.
En je kind zal dat ook doen.
Stop.
Als hij op de grond ligt, ben je bezorgd. Als hij in je armen ligt, is het goed.
Zo vervul je je egoïsme.
Hoe oud is hij? -Tien maanden.
Ik geef hem borstvoeding. Arm kind. -Stop daarmee.
Noem hem geen 'arm kind'. Jullie zijn meelijwekkend.
Jullie behandelen je kinderen als honden, of nog erger.
Jij, meneer. Als je gaat wandelen met je kinderen...
Nooit. -Ik wist het.
Je hebt vast al eens een man een hond zien uitlaten.
Ja. -Ik ook.
Dat is een begin.
Als de hond stopt, stopt de man ook.
En hij wacht. Maar als hij rondloopt met z'n zoon...
...als het kind vertraagt, dwingt hij het verder te gaan.
Het is elke keer een schok voor het kind, een trauma.
Dat is waar.
Hier, je zoon zal gauw leren lopen, net als jij en ik.
Zoals wij, hoop ik. -Laat ze doen, dat is beter.
Kom.
Hier zijn kinderen vrij. Gecontroleerd, maar vrij.
Vrijheid betekent geen chaos. Maar regels, gewoontes...
...die ze zelf creëren en die niet opgelegd worden door hun ouders.
MAMA, HELP ME HET ZELF TE DOEN
Onze methode werkt het best in de gezinsomgeving.
Aangezien mijn vrouw ook werkt... -Nee.
Als je je kinderen bij de meid achterlaat...
...of bij hun grootouders, neem ik ze niet.
En dan? -Je kunt niet werken en ze opvoeden.
Het moederschap is de moeilijkste taak.
Met de energie van een moeder kunnen we een stad verlichten.
Wat zeg je ervan?
Luister, ik... Wat moet ik zeggen? Ik weet het niet, ik...
We kunnen een stad niet zonder energie zetten.
Paola. Natalino, je laat me alleen.
De kamers zijn niet goed. Ze zijn net een gevangenis voor de kinderen.
De schakelaars moeten allemaal naar beneden.
En de deurknoppen, zodat ze het licht kunnen aandoen en deuren openen.
Ze mogen doen wat ze willen. Stop, nu.
Geen sleutels. Je kent de Montessori-methode.
Nee. -Elke dichte deur is een trauma.
Maar... -Die is van jou.
Als ik de deurknoppen verplaats, is dat moeilijk voor de volwassenen.
Zet ze nog lager, zodat onze meid ze ook kan gebruiken.
Stop met die trompet. Alsjeblieft, lieverd.
Geef die hoed terug. -Nee, bedankt.
Dit is mijn hoed. -Sorry.
Maak een mooie kostenraming en geef ze aan mijn vrouw.
Ja. Er is nog de andere rekening...
Voor het werk dat al gedaan is. -Ja, geef maar.
Bedek m'n vrouw d'r studio met plastic. -Plastic in een studio?
Dat wordt de speelkamer.
Sorry als ik je liet wachten. -Nee.
Je hebt het net gedaan... -Het zijn kinderen.
En je hand? -Ze is van hout, schat.
Je snapt het niet, maar ik vertel het toch. Ik ben anarchist.
Hebben die een houten hand?
Alleen zij die zo dom zijn een bom te laten ontploffen in hun hand.
Wat betekent 'anarchist'? -Vraag het aan mama.
Kom binnen. -Bedankt.
Hij komt het bedrag geven van de cheque die we verloren hadden.
Hij vond ze, vulde ze in en inde ze.
Waarom 7.800 lire? -Dat is mijn huur.
Ik wilde het teruggeven, maar ik had het geld niet.
Laat dan maar. Het maakt niet uit.
Ik betaal altijd mijn schulden.
Pardon. Bedankt.
Dit is mijn ontbijt.
Ik kan nooit 8.000 lire vinden. Dus als het mogelijk is...
...wil ik het teruggeven door wat spullen te geven.
Het zijn goeie spullen. Ik draag dezelfde sokken.
Hier.
Ik draag alleen donkere sokken. -En ik hou van kleur.
Korte sokken zijn hygiënischer. Je moet ze dragen.
Dingen voor vrouwen?
Nee, ik verkoop niks voor vrouwen. -Dat is jammer.
Ben je een kameraad? Vreemd.
En jij, mevrouw? -Nee.
Hier is er hout, maar daarboven zit vlees.
Die kinderen zitten vol leven. Waar ga je heen?
Zij zorgt voor mijn spullen. Tot ziens.
Deze rekening? -Geef ze aan mijn vrouw. Tot ziens.
Je man zei dat ik... -Welke maat heeft hij?
Nu we in vertrouwen praten, kan ik mezelf voorstellen.
Ik ben Romeo Giavardi. -147.000 lire.
Neem 130.000 lire. Kom op. Het is tien procent korting.
Kom op, het is de gewoonte. Ze betaalt cash. Afgesproken.
Maak je je op?
Wat doe je?
Ik was op zoek naar dat architectuurblad dat je gisteren vroeg.
Bewaar je het hier in de speelkamer?
Het doet er niet toe. Ik heb ze toch niet meer nodig.
Maar ik heb ze nodig. -Ja?
Ja.
Ik zou ook iets moeten hebben over de snelwegen.
Ik las het op kantoor en toen kocht ik het.
Ik was het vergeten, maar je vindt het vast interessant.
Nee, schat. Hier.
Als je het leest, kunnen we erover praten.
Nee, Marco. Niet nu...
De kinderen moeten plassen. -Ik ga douchen.
Wat zeg je ervan?
Nou... -Het is ja of nee.
Wat dwaas. Vanochtend belde Incroci me.
Hij zegt dat...
...de man die ze aannamen...
...zo dom is dat hij hier zou moeten komen en ik weer moet komen werken.
Je hebt geluk dat je ervan af bent. Ik heb zoveel problemen.
Waarom? Wat is er gebeurd?
Wat kan het jou schelen? Alles komt goed.
Waar is de zeep? Ergens, maar niet in de badkamer.
Ik zag de kinderen er bellen mee maken.
Ja, maar waar?
Heeft hij koorts? Wrijf hem in met jodiumtinctuur.
Wie is er ziek? Giorgio of Sandro? O, Claudio.
Ik spreek je morgen. Bedankt, je bent een schat.
Tot morgen. -Wie was het?
Ik weet het niet, ik vroeg het niet. -Waarom bel je een vreemde?
Hij werkt voor de wekdienst. Hij is heel aardig.
Hij is een weduwnaar met zeven zonen en een dochter. Acht kinderen.
En jij noemt hem 'een schat'. -Ik weet niet hoe hij heet.
De wekker gaat om halfzeven, zodat ik om 7 u Angela kan bellen.
Wacht. -Wat?
Ik wil het licht uitdoen. -Laat maar.
Wat maakt het je uit? -Ik schaam me.
Waarvoor? -Laat mij dat doen.
Klopt het dat veel mannen aan iemand anders denken tijdens de seks?
Ja, mijn liefste... Nee, dat doe ik niet.
Dat is beter.
Dat zou erg zijn. Ik heb liever dat je met iemand anders vrijt...
...en aan mij denkt... -Iemand die nog mooier is dan jij...
Ik heb nooit iemand ontmoet...
Wie kan het zijn? Laten we niet opnemen.
Waar is hij? Hier.
Zeg dat we druk bezig zijn.
Hallo? Ja.
Fijn. Het is de man van de telefoonmaatschappij. Zijn zoon is beter.
Daar ben ik blij om. -Mijn man wil je naam weten.
Bedankt. Morgen om halfzeven. Hij heet Stefano.
Wat een mooie naam.
Wacht, Giacomo lag bloot en zweette veel.
We doen toch niet hetzelfde met Giacomo, hè?
We waren er zo zeker van... -Nee, schat. Geen zorgen.
Maak je geen zorgen.
Ik zit vast.
Ja, schat.
Wat doe je? -Ik kan niet slapen.
Ga naar bed. -Nee, ga jij naar bed.
We moeten iets doen. -Tel schapen.
Ja, maar het waren er maar een paar. Mijn schapen zijn op.
Maak mama dan wakker. Je hebt mij gewekt. Je kunt haar ook wekken.
Ik zorg wel voor haar, mama.
Waarom kan een kind op dit uur wakker zijn?
En waarom kan ze rondlopen op het terras, waar het zo vochtig is?
Wil je alleen zijn of een gesprek voeren?
Een gesprek.
Hoe gaat het op school? -Zozo.
Vandaag heeft een pakriet in mijn vinger gebeten. Het doet hier pijn.
Het is parkiet, niet pakriet.
Parrekiet. -Het is parkiet.
Pakriet.
Paola, waar...
Waar is mijn zeep? De vloeibare.
Ze is in de wc gevallen. -Ze hebben ze uitgegoten.
Oma en opa gaven me dit, maar ik vind het niet leuk.
Ze schildert en is erg goed. -Waarom vind je het niet leuk?
Het is te figuratief. -Wat doen die parkieten daar?
Het is een cadeau van Romeo.
Volstonden katten niet?
Hoe meer dieren we hebben, hoe beter.
Toen Camillo een varken zag, vroeg hij of het een roze hond was.
Daarom heb ik deze meegebracht. -Goed zo, opa.
Als kinderen levende dieren zien, leren ze hun namen.
Is dit een nijlpaard? -Nee, het is een vogeltje.
Mama, Marco. Kom naar buiten. Het eten is klaar.
Kinderen, ga jullie handen wassen.
Gooi geen zeep in de wc.
Eet je vis met een mes?
Hij leeft.
Ik kom wel rond.
Medium rare, voor mij. Alsjeblieft.
Bedankt.
Het is beter niet te trouwen.
Nee, mama. -Ze moeten het alleen doen.
Het is hun geweldige Montessori.
We willen ze niet opvoeden zoals wij opgevoed zijn.
Natuurlijk. Wij hebben alles verkeerd gedaan.
Ik wil wijn. -Zeg het tegen mama.
Water dan.
Waarom doet ze dat?
Nu is het jouw beurt. Eens kijken.
Geen salade voor jou vandaag.
Ik was vergeten te zeggen dat Camillo diarree heeft...
...en Stalin eruit gezet is. -Hij is al drie jaar dood.
Anders zouden ze het niet proberen.
Chroestjstsjov heeft negen uur lang kwaad gesproken over Stalin.
Wie is Stalin?
Een communist. -Een crimineel.
Mama. Heb je gezien hoe groot Camillo is?
De communisten zijn de... -Wij zijn socialisten.
Dat is hetzelfde. -Nee. Mama, alsjeblieft.
Ik respecteer je ideeën, doe jij hetzelfde.
Lieverd, probeer... -Laten we niet opnieuw beginnen.
Als we alleen zijn, ben je het met me eens en als er bezoek is...
Ze mogen hun mening hebben. -Ja, maar in stilte.
Zonder onze kinderen conservatieve idealen te suggereren.
Recht voor hun neus. -Ze moeten alles horen.
Ja, dat was ik vergeten. Hun Montessori.
Waar is papa heen?
Arme papa. We moeten voorzichtiger zijn.
Ik kom.
Dag, schat.
Zie je dat? Wat een puinhoop. -Wat ga je doen?
Ik weet het niet. -Wat is er gebeurd?
Ik heb me bezeerd. Waarom heb je de kinderen niet meegenomen?
Ik wilde je alleen zien. Ik wil met je praten.
Laten we wandelen. -Wat is er gebeurd?
Nee, maak je geen zorgen.
We hebben niet veel geld, maar daar gaat het niet om.
Dat is toch in orde.
Je hebt me weer zwanger gemaakt.
Zwanger?
Opnieuw...
Dan is het een complot. Het is oplichterij.
Had het niet veilig moeten zijn met die Zwitserse pillen?
Ik laat je dokter ze allemaal opeten.
Ik heb ze niet genomen.
Als seks vooraf gepland wordt, wordt het smerig, fout.
Het verliest zijn poëzie.
Toen ik die pillen nam, schaamde ik me. Ik voelde me net een prostituee.
Zou je met een prostituee getrouwd willen zijn?
Zolang ze niet zwanger wordt.
Ik zeg niet wat je moet doen, maar ik wil dat je nadenkt.
Als we het amper redden met drie kinderen, hoe doen we het dan met vier?
Sinds wanneer maak je je zorgen of we het redden?
Je wilt alleen dat we niemand iets vragen.
Ik zal dit ook doen. Ik zal wel sparen.
Ik kan thuis bevallen, om geld te besparen.
Dat is het niet. Ik had het niet over geld.
Wacht. Toch nu ik zwanger ben.
Oké, maar loop.
Bedankt.
Luister... Er moet er nog een zijn.
Je kunt een kind niet weigeren. Luister niet naar hem.
Heb je ruzie gehad? -Nee, alles is in orde.
Marco maakt zich zorgen om mijn gezondheid.
De dokter zei ook... -Laat ze praten.
Ik ben er voor je. Ik zal je helpen.
Hoe ga je deze noemen? -Dag, generaal.
Tot ziens. -Hoera voor Zijne Majesteit.
Hé, deze trein kwam tien jaar te laat aan.
Heb je met koning Umberto gesproken?
Vond je het fijn? -Het was gewoon geldverspilling.
Papa, wat zei je?
Niets. -Wat heb je gedaan in Lissabon?
Lissabon is mooi. -Ja?
Het is mooi.
Nee, ik ga eerst. -Nee, ik.
Kinderen, wees stil. -Laat eens zien.
Laat eens zien. -Kinderen, alsjeblieft.
Hij is zo schattig.
Hou op.
Allemaal samen.
Papa.
Dit is ons kind. Wij tweeën wilden hem.
We moeten hem Amedeo noemen. Hij lijkt precies op jou.
Laat ze niet bij het leger gaan.
Tegenwoordig is het nutteloos.
Het is uit de mode.
De foto van de koning is weg.
Kom.
Neem de kinderen mee. Ga nu.
Niet zij, jij.
We gaan. Kom.
Kom, Millo. Doe je jas uit.
Heb je honger? Wil je iets eten?
Oma zal je iets lekkers geven.
Zorg goed voor hen, vooral voor hem.
Amedeo?
Nee, voor hem. Marco, je man.
Je weet dat je vader als een broer voor me was. Hij hielp me altijd.
Als je ooit hulp nodig hebt, weet je me te vinden.
Bedankt, Romeo.
Over een paar minuten zal de secretaris van de Romeinse Federatie...
...de verkiezingscampagne openen...
...en spreken over Rome, heilige en onsterfelijke plek van geloof en vrijheid.
Burgers van Rome...
Ga door.
Burgers van Rome, om de geschiedenis van Rome te verheerlijken...
...en z'n oude geest, stem op Scudo Crociato..
Om het aangezicht van Rome in steen te beitelen...
...tijdens een belangrijke periode in de westerse beschaving: stem op Crociato.
Om te voorkomen dat Kozakkenpaarden drinken op het Sint-Pietersplein...
...stem op Scudo Crociato.
Voor een toekomst van sereniteit, welzijn en vrijheid: Scudo Crociato.
Burgers van Rome...
...zo meteen opent de secretaris van de Romeinse Federatie...
...de verkiezingscampagne...
en spreekt hij over Rome, heilige en onsterfelijke plek van geloof en vrijheid.
Zo groeit de stad naar het zuiden.
In al die buurten zijn er enorme gebouwen.
Twaalf verdiepingen, penthouses en kelderappartementen.
Voor de oorlog kwamen we hier op vakantie...
...en nu wonen er 900 mensen per hectare.
In 20 jaar veranderden we Rome in een zee van beton.
Is het beter in de andere Europese hoofdsteden?
Ja, edelachtbare.
Het centrumlinkse akkoord is gisterochtend getekend.
Moro verklaarde dat aan het einde van de bijeenkomst.
Straks moeten onze kinderen 30 km met de metro naar het park.
En die werkt niet eens.
Het kost tijd. Kom op.
Het ministerie is nog steeds bezig met de aardbeving in Messina.
Ik respecteer de stadsplanners.
Maar vergeet niet dat we elke dag veel problemen oplossen.
Natuurlijk, en u lost ze zo op.
Dit is de hausse in de woningbouw.
Het lijkt een kerkhof, een levenslange straf.
En we praten hier nog steeds over de stadsplanner.
We doen al 15 jaar bijeenkomsten, commissies en congressen.
We schrijven artikels, verklaringen, notificaties.
Al 15 jaar werken we en denken we dat we alles kunnen veranderen.
En plots besef je dat de enigen die iets hebben gedaan...
...deze roekeloze mensen zijn. Dat is zo erg.
Ze zaagden bomen om en vulden alles.
Ze deden te veel. Begrijp je dat, Paola?
Lees het nog eens.
Ja, ik zei 'orando'. -Goed. Maar wie?
Als dat niet zijn naam is, wie is hij dan?
Waarom heb je 'Orlando' geschreven? -Wie is Orando?
Wat doe ze? -Doen.
Orlando... -Orando, niet Orlando.
Bedankt. -Doe dit aan.
Hoeveel is twee maal drie? -Zes.
De kat zal het fuweel verpesten.
Het is fluweel. -Pak aan.
Protzak. -Het is ro...
Broers moeten dat niet zeggen. Dat is niet geschikt.
Maak die vlag... -Geef hier.
Ik heb rood nodig om een mooie vlag te maken.
Ik weet niet. Kijk eens in je agenda. Ik kom terug.
Je hebt straks zwemles. Schiet op.
Sorry, zei je iets? -Je komt en gaat.
Amedeo, ben je verdrietig?
Ik ben niet verdrietig. Mijn ogen huilen.
Dit is de eerste keer dat er een tand is uitgevallen.
Als je een tand verliest, geeft papa je 500 lire.
Vier kinderen, dat komt op vier tanden per maand.
Kom, speel met papa.
Laten we de val van je eerste tand vieren.
Het paard van de trotse man draait rond en rond.
Het paard van het kind loopt heel rustig, loopt heel rustig.
Het paard van de jongen draaft en draaft.
Als de koning erop springt, dan galoppeert het.
Maar dan laat hij het marcheren en gooit het hem op de grond.
Nog een keer.
Het paard van de trotse man draait rond en rond.
Het paard van het kind loopt heel rustig, heel rustig.
Het paard van de jongen... -Sta op.
Kom hier en oma leert je er nog een.
Je moeder luistert altijd naar onze gesprekken.
Ooit ga ik naakt op het terras staan.
Waarom niet? Wat is er?
Ik weet niet, ik ruik iets.
Het stinkt. -Ga kijken.
Waar is mijn telefoonboek? -Hij heeft me geen 500 lire gegeven.
Waarom heb je het haar verteld? -Kom binnen.
Je kunt hem die 500 lire geven.
Mama. -Wie is daar?
Het moet Bonaria zijn, de nieuwe meid uit Sardinië.
Dat was het. Je koffer zit vast vol kaas. -Ja, meneer.
Kom binnen.
Wees niet bang. Dit is je nieuw thuis.
Ga wat rusten. We praten later wel.
Breng haar naar haar kamer.
Kun je lezen? Nee? Het maakt niet uit. Je leert het wel.
We gaan ook proberen het probleem van je jurk en je haar op te lossen.
Je bent helemaal niet lelijk. -Paola.
Probeer met haar niet te doen wat je met Angela deed.
Je knapt haar op, laat haar studeren en zoekt werk voor haar.
Je hele leven een dienstmeid zijn? -Ik breng mijn leven door in een kantoor.
Ik schrijf artikels die niemand leest. -Ja, je hebt gelijk.
Wat doen jullie? Hou op.
Ze storen me totaal niet.
Hoe was je dag vandaag?
Goed of slecht?
Hoe kan ik weten of hij goed of slecht was?
Zo simpel is het niet. Het duurt lang om het te vertellen.
Een mens probeert het te begrijpen, ik...
Morgen ga ik met Ghita's leraar Latijn praten.
Je moeder en Peppina maakten weer ruzie.
Amedeo is altijd verdrietig.
Alsof hij weet dat we hem niet wilden.
We zijn allebei moe.
Ongelooflijk. Ik werd verliefd op mijn professor literatuur.
Toen hij me liet zakken, probeerde ik zelfmoord te plegen.
Ik sprong in de rivier. Een soldaat heeft me gered.
Ik heb eens een man gered die verdronk.
Ik ben met hem naar bed geweest. -Ik niet, ik heb hem alleen gered.
Je bent geweldig.
Zie je wat ik zei? Ze bouwen overal in het land.
Over tien jaar moeten ze schapen kweken op het terras.
Had je moeder maar anticonceptie gebruikt.
Wat doe je? -Ik doe graag verboden dingen.
Jij niet? -Waar ga je heen?
Ik wil het gaan bekijken. -Interesseert het je?
Waarom ben je journalist?
Ik ging naar Londen. Ik ontmoette daar een journalist.
Waarom lach je? -Niets. Het is gewoon zo.
Ik vind het mooi.
Bof jij even. Je bent niet getrouwd. -Het eten is klaar.
Ik was de zeebaars vergeten. -Eet die van mij ook op.
Ik kan niet meer eten.
Echt? -Het is jammer.
Hij is buitengewoon goed. -Eet maar op dan.
Waarom zeg je altijd: 'Buitengewoon'?
Ik weet het niet. Ik zei altijd 'fantastisch'.
Stoort het je? -Nee. Iemand zegt: 'Ik betwijfel het.'
De edelachtbare Gatto. -Ken je hem?
Hij heeft ons drie maanden geleden voorgesteld.
Hij is stom.
Niet iedereen komt hier enkel om te eten.
Die twee kwamen naar boven toen we aankwamen.
Waarom bof ik dat ik niet getrouwd ben? Ben jij ertoe gedwongen?
Nee. Het is alleen... In het begin...
Maar na een tijdje...
...draait een gezin louter om problemen met de kinderen.
Kleren voor ze kopen, eten...
Een moderne opleiding, alsof er geen andere kwesties zijn...
...alsof ik geen problemen mag hebben.
Mijn werk, mijn zorgen, discussies.
Het belangrijkste is dat je de billen van je kinderen afveegt.
Het enige wat telt in Italië is de familie.
Onze enige vlag.
Dus we moeten alles opgeven voor de familie?
Ik denk het niet. Daarom heb ik geen gezin gesticht.
Wat als ik er een heb? -Je kunt het uit elkaar halen.
Ik wil twee maanden geen vis meer ruiken.
We moeten de laatste match spelen.
Ben jij het, schat? -Ja, hallo.
Bonaria's verloofde is aangekomen, dus Romeo hielp me met de kinderen.
Giacomo, haal de thermometer. Ik vrees dat hij koorts heeft.
Heb je geen honger vanavond? -Nou... Genoeg.
Kijk wat ik heb gemaakt. Kabeljauw.
Wil je er nog een? -Nee, dat is genoeg.
Mama. -Ja.
Om het zeker te weten, stopte ik hem in mijn mond en in mijn kont.
Twee keer vijf minuten. -De eerste keer in je mond, hoop ik.
Ik heb geen honger meer. -38,2.
Hij zit vol rode vlekken. Het moeten mazelen zijn.
Hoe voorkomen we de verspreiding? -Ik heb al mazelen gehad.
Oké. We kunnen de andere kinderen naar de oma's sturen.
In een week verpesten ze tien jaar Montessori-school.
Deze keer laat ik het niet gebeuren. Het is de vierde ziekte in een jaar.
Kom. -Ik heb al die ziektes gehad.
Eet je dat niet meer op? -Ik wil het niet.
Je had al gegeten.
Ja. -Dan is dit sneller voorbij.
Neem maar.
Ik heb niet veel gegeten, ik was bang dat de kinderen niet genoeg hadden.
Het is alsof ze mijn kinderen zijn.
Ga naar bed en blijf allemaal bij elkaar.
Laat Rivera met rust. Je bent gefixeerd op hem.
Kruip erin.
Als ze genezen zijn, moeten we drie maanden met ze naar de zee.
Zoals je wilt.
Waar moet ik heen? -Ik regel ook iets voor jou.
Als Romeo wil blijven, kan ik naar een hotel gaan.
Een Montessori-hotel.
Marco, telefoon.
Bedankt.
Hallo? Hoi, mama.
Ik weet niet wanneer ze terugkomen. Ja, mama.
Natuurlijk. Vertel.
Ja. Wat? De zee is heel goed voor kinderen.
Nee, doe haar gewoon de groeten van me.
Ik werk toch. Blijft ze de hele dag thuis?
Ze moet wakker worden.
Wat moet ik met haar doen? Ik ben haar broer.
Mijn god. Romeo.
Wie is hij? -Een lastpak.
Die vent die altijd bij je is? -Ja, dat is hem.
Ik wil hem ontmoeten. -Waar ga je heen?
Hoeveel kost die onderbroek?
3.500 lire voor jou. -Wat dacht je van 2.000?
Ik kom hier niet om bruin te worden.
Ken je Mr Floris? -Of ik hem ken?
Ze zouden willen dat ik elke dag kom, maar dat kan ik niet.
Ik heb mijn bedrijf. -Ik begrijp het.
Ben je een kameraad? -Nog niet, maar misschien...
Geef me dan maar 1.000 lire.
Wat vind je van Floris?
Hoe ken je hem? -We zijn al bevriend sinds school.
Je bent een gevaarlijke vriendin.
Maar hij is een goede man. -Nou, ja. Ja.
Goed genoeg.
Maar het is zijn vrouw, weet je.
Ze is zo'n vrouw...
Hier, een cadeau. -Wat heb je hem verteld?
We hebben over je gepraat. -Wat zei hij?
Slechte dingen, maar ik ga niet akkoord.
Mag ik je iets vragen?
Waarom vroeg je me niet met je naar bed te gaan?
Gaat het nu zo?
Ja. Soms, ja.
Papa, we zijn terug. -Je had moeten bellen.
Mama schreef een telegram naar je, maar we vergaten het je te sturen.
Papa. -Hallo, lieverd.
Papa, vind je mijn octopus leuk? Ik heb hem gevangen.
Godzijdank.
Waar moet ik de badjassen leggen? -In de badkamer.
Stop de octopus in de badkuip.
Hoi, schat. Hoe gaat het? Zie je wat een leuke verrassing?
Ik berg alles op en dan kom ik je alles vertellen.
Bonaria, zet de grote koffer in de kinderkamer.
Is er iets klaar? Ik moet weg.
Oké. -Waar zijn mijn sigaretten?
Millo, heb je de handschoenen gepakt? -Ja, en de zwemvliezen ook.
Kan iemand oma om de sleutels vragen van de blauwe medicijntas
die we bij de portier lieten? Je kunt de katten meenemen.
Dat is Bonaria's moeder. Ze kwam naar Rome voor een hernia-operatie.
Aangenaam.
Ik haalde haar over om te komen. Ze blijft een paar dagen bij ons.
Goed gedaan. Blijf daar, geen zorgen.
Wie heeft de sleutels van de grote kast gezien?
Bedankt voor de kaas. -De deur.
Pardon.
Goeiedag. -Goeiedag.
Luister... Jij bent het, Bonaria.
Dag, papa. -Hoe gaat het?
We zijn net terug. -Dag, Millo.
Romeo, schat. Zo, aan de telefoon? Zes wollen onderbroeken?
Breng ze hierheen. Dag.
Luister, Amedeo. -Ik heb het druk.
Ga maar in bad, dan kom ik je wassen.
De octopus zit in de badkuip. -Stop hem in de bidet.
Maar mama zei dat je flessen moest halen...
Ja.
Waar zijn Amedeo's jassen?
Snel, ga terug naar beneden en vraag hulp aan Millo.
Hij is naar de auto.
Hallo? Met wie spreek ik?
Hoi. Bedankt dat je me belt. Zijn ze terug?
Wil je me iets vertellen? -Nee, niets bijzonders.
Roep Iaia om afscheid te nemen.
Ik voel me eenzaam.
Pas op, ze kunnen je zien. Door het raam.
Er is niemand. -Kun je iets aandoen?
Als we een show kunnen vermijden... Of we verkopen kaartjes.
Goed. -Mijn hemd, wat een goed idee.
Ik heb geen parfum op vandaag. -Geen zorgen.
Waar zijn de sigaretten heen? -Er is hier een opslagruimte.
Kun je niet netter zijn? -Nee, ik ben goed zoals ik ben.
Hier zijn ze. Ik loop graag naakt rond.
Waar is de aansteker? -Ik heb je hem net gegeven.
Je voelt je niet op je gemak bij mij.
Nee. Ik wilde je gewoon iets vertellen.
Schat, ik weet zo al wat je me wilt vertellen.
Vanaf de eerste dag weet ik dat je problemen hebt.
Ik kan alleen die verhelpen die over een vrouw gaan.
Wat heeft mijn vrouw ermee te maken? -Ik bedoelde jouw vrouw niet.
Je hebt het altijd over haar.
Ik bedoel dat ik al de andere problemen die je hebt...
...niet kan oplossen, al zou ik het wel willen.
Ik dien tot niets.
Ik ben niet eens handig voor je. Je houdt nog van je vrouw.
Hoe zorg ik dat je het begrijpt?
Wat? -Niets. Het bed zit vol haarspelden.
Je bent zo'n pechvogel.
Ik breng het wel naar hem.
Giacomo heeft er al. Dit is voor Millo, voor Amedeo en voor Luisa.
En dit is voor jou. -Geen koolhydraten voor mij.
Jongens, maak alsjeblieft geen lawaai. Papa slaapt.
Hoe gaat het? -Beter.
Waarom blijf je niet langer? -Ik heb een afspraak.
Ik mag niet te laat komen.
Als je me kan brengen, zou dat helpen.
Het is ver. -Ik ga me snel aankleden.
We kunnen Romeo ook een lift geven. Hij gaat naar het ziekenhuis.
Ik heb het bad voor je gevuld. Ghita moet wel verliefd zijn.
Hoe weet je dat? -Ze wil niet dik worden.
Daar gaan we. Wie is de jongen? -Ik weet het niet.
Je had beloofd dat je minstens drie dagen braaf zou zijn.
Van donderdag tot zondag. Het is maandag.
Juist. -Het ligt niet aan mij dat het maandag is.
Hij heeft ook gelijk. Kalmeer en ga...
Genoeg.
Hebben ze je de taart gegeven?
Paola. -Amedeo, ga kijken wat papa wil.
Camillo en Giacomo, ik ga jullie wat vragen stellen.
Nou... Laten we beginnen. Wie heeft je geschapen?
God.
Onzin.
Geef me een sikje. Je hebt tranen in je ogen.
Zei hij iets dat je raakte? -Dit scheermes is bot.
Het doet pijn. -Ik heb de potloden ermee gescherpt.
Het water wordt koud. Ik zag een nieuw scheermesje.
Ja, Peppina, maar het lijkt me makkelijker...
En de zeep?
Ze zijn hier niet. Daar zijn ze, kijk.
Laten we dit lezen.
Laat niemand in de badkamer.
Bij de Montessori-methode is elke gesloten deur een trauma.
Een open deur is een trauma voor ik die binnen ben. Montessori...
Zo'n opdracht laten schieten is een grote vergissing.
Als het alleen mannen zijn, is het beter. Ik ga met je mee.
Je moeder is er. Wil je met haar praten?
Wat goed, je hebt aan de lijst gedacht.
Mama, telefoon. Hou op, Millo.
Was je nooit je voeten? Hou op.
Weet je dat wanneer...
Wie heeft mijn racket gezien?
Niet tennissen in huis.
Niet...
Elke keer.
Kinderen, stop. Alles zal vallen.
Ik heb geen melk gevonden. Misschien ga ik later nog weg.
Het was een simpele klus. Hier is ze. -Ik heb appels en sinaasappels.
Goed.
Ik heb mijn eigen hand vastgenageld.
Wacht... Ga maar.
Paola. Waar is mijn goede pak? Ik moet weg.
Bonaria, zorg voor Marco. Romeo, ga erheen en vraag...
We gaan de auto redden. -Wat is er?
Ik was vergeten dat het dak open was. Nu kan ik je niet brengen.
Kom. -Pak een paraplu.
Ik ga ook mee.
Hallo? Een ogenblik. Marco, het is jouw kantoor.
Zeg ze dat ik niet thuis ben. -Het is de associatie...
Het kan me niet schelen. Ze bellen me constant.
Architect Floris is vertrokken.
Romeo, zorg voor dit kind. Ik moet me aankleden.
Hoe wist je dat ik hier zou komen? -Ik heb je agenda gezien.
Nu volg je me zelfs.
Dat kun je niet zeggen. Je weet dat ik je nooit controleer.
Het is beter het niet te weten. -Waarom ben je alleen gekomen?
Ze moesten studeren en ik wilde alleen bij jou zijn.
Ik wil met je praten. Laten we een stukje lopen.
Zeg niet dat je weer zwanger bent.
Van wie, schat? Van wie?
Bel het kantoor, ze hebben je twee keer gebeld.
Het kan me niet schelen.
Ik neem gauw ontslag... Ik neem ontslag.
Ik ben het zat nutteloos werk te doen.
Is dit een rijke tijd? Ik wil ook rijk zijn.
Ik kan niet arm blijven als mensen miljarden verdienen.
Weet je hoeveel ze me zouden geven?
Een extra maandsalaris en betaalde vakantie?
Ik moet het gezin onderhouden.
Ik ben geen held, maar een familieman.
Misschien had ik iemand kunnen worden...
...maar nu niet meer. Ik ben er klaar mee.
Ik heb mijn kansen opgeofferd toen ik trouwde.
Toen je me al die kinderen liet krijgen.
Ik was nooit iemands slaaf en werd een slaaf van mijn gezin.
Ik ben moe nu.
Ik ben het zat om bekritiseerd en afgewezen te worden door m'n gezin.
Zeg wat je denkt.
Zeg dat ik het mis heb.
Realiseer je je nu plots dat sommige mensen makkelijk geld verdienen?
Ik wist het toen ik met je trouwde.
Je kunt doen wat je wilt.
Je wilt werk opgeven waar je van houdt om meer geld te verdienen.
Doe het als je wilt.
Maar je moet de verantwoordelijkheid nemen voor wat je doet...
...zonder het excuus van het gezin en de kinderen te gebruiken.
Denk je dat ik met je getrouwd ben omdat je bruine ogen hebt?
Ik hield van je ideeën.
En nu je na 14 jaar van gedachten bent veranderd...
...moet ik ook van gedachten veranderen?
Je leerde me te geloven in dingen die juist zijn.
Sorry, maar ik blijf erin geloven.
Er is nog iets.
Jij kunt verliefd worden op een ander om bevrediging te vinden...
...maar ik niet. Ik kan niet meer verliefd worden.
Als je verandert en wordt waar je het over had...
...let dan op. Ik weet niet wat er dan met ons gebeurt.
Ik weet niet of ik je dan leuk zal vinden of niet.
Doe wat je wilt. -Natuurlijk doe ik wat ik wil.
Denk je dat je me overtuigd hebt?
Wat wil je? Ga plezier maken.
Superlatief van subliem? -Sublimissime.
Abstract of concreet? -Concreet.
Superlatief van leraar? -Leraarst.
Let op.
Ik had het gezien.
Maak geen lawaai. Ze werken.
Hij lijkt te ruziën. -Hij is aan het werken.
De gemiddelde Italiaan is elke dag 2,5 uur onderweg.
Mijn vrouw brengt me naar kantoor en de kinderen naar school.
En dan moet ze hen ophalen van school en mij van kantoor.
Het is vier uur rijden. 's Nachts zou ze er 12 minuten over doen.
Ze merken het bij de associatie. -Het is vermoeiend om te gaan werken.
Ze rekenen de vazen ook mee als groene publieke ruimte.
Elke boom is nu een reliek.
Mama, Millo sloeg me met zijn voet.
Je bent zo ingewikkeld. Hij schopte je.
Ik spreek geen Engels. Wat voor interview kan ik doen?
Morgen bij de associatie? Nee. Laat hem vanavond hier komen.
Dag. Wat doe je? -Riep je me?
Je deed het licht uit. Geef me nog koffie.
Zorg dat ze stil zijn. Ze worden nooit moe.
Natuurlijk niet.
Hoe vaak heb ik je gezegd...
...niet aan de kroonluchter te hangen? -Heel vaak.
Neemt niemand de telefoon op?
Hallo? Ja, ik roep haar. Ghita, telefoon.
Dag, Carlo. Ik luister naar de radio.
Stoor je vader niet. Ga daarheen.
Wacht even.
Paola, ik vroeg je om koffie. -Is dit een jongen of een meisje?
Het derde geslacht. -Wat betekent dat?
Ga naar mama. Paola, wat doet die schildpad hier? Laat me met rust.
De deur.
Hij raakt de bal en rent dan naar het net.
Je werkt te veel. Je moet wat rusten.
Toch zeker op zondag.
We moeten wat meer aan onze gezondheid denken.
Onze kinderen zijn groot. Amedeo plast niet meer in bed.
Binnenkort heb ik niets meer te doen en kan ik voor jou zorgen.
Die dag wil ik een man vinden die in goede conditie is.
Nog jong. We kunnen op tweede huwelijksreis gaan.
Misschien een vijfde kind... -Nee.
Ik mis het om zwanger te zijn. Waarvoor dien ik dan?
Nee, vergeet dat maar.
Oké, het is waar. Vier is genoeg.
Donderdag heeft Ghita een afspraak bij de dokter.
Ga anders ook mee. Je lijkt uitgeput.
Misschien heb je een kleine remedie nodig.
Wat is er gebeurd? -Giacomo viel met de kroonluchter.
Heb je je bezeerd? -Nee.
Dit is een normale fase, typisch voor de leeftijd van je dochter.
Je hoeft je geen zorgen te maken. -Goed. Bedankt.
Wat je man betreft...
Ik heb nog nooit een man met een sterkere wil gezien.
Hij werkt te veel, maar hij niet alleen.
We moeten beter voor onszelf zorgen. -Daar ben ik blij om.
Wat een geluk.
Wat doe je? Huil je?
Je zou blij moeten zijn, toch? -Ik ben blij.
Het is gewoon opluchting omdat ik zo bezorgd was...
...en je me goed nieuws gaf.
Als Marco ziek was, zou ik ook ziek worden.
Wat zouden we zonder hem moeten?
Doe dat niet, hij is in orde.
Daar ben ik blij om. Heel blij.
Hij is zo goed. Je zou hem beter moeten kennen.
Je kunt bij ons komen eten met je vrouw.
Het zou moeilijk zijn geweest, net nu hij z'n baan leuk begon te vinden.
Je zei dit niet om me te kalmeren, toch?
Ik zei het je, je man... -Hij is de perfecte vader.
We zijn heel trots op hem, ik en de kinderen.
Het zijn er vier.
En het komt allemaal door hem dat ze zo aardig en gezond zijn.
Ghita is de oudste en ze is een beetje afwezig.
Ik wil niet dat ze zoals Angela eindigt, ook al hou ik van hoeren.
En dan zijn er nog drie jongens.
Zou Giacomo's teelbal nog indalen?
Zal dat gebeuren?
Waarom kijk je zo naar me?
Zeg iets.
Ik garandeer je dat ik ook in orde ben.
Ik ben gewoon... Ik ben heel blij.
Ik ben gewoon heel blij.
Ik voel me...
Ik ben zo...
Ik ben heel blij.
VERPLEEGHUIS
Dokter, hoe gaat het vandaag?
Iets beter. -Hebben ze een injectie gegeven?
Natuurlijk hebben ze dat gedaan. -Waarom doe jij het niet?
Ik vertrouw die non niet.
Ik weet het niet, Stefano. Je kunt een platenspeler nemen.
Het is duurder, maar je kunt hem in termijnen betalen.
Wanneer gaat je nicht trouwen? Ik kan niet komen. Ga zitten.
Als ik beter ben. Er zijn hier veel mensen.
Mijn moeder, mijn schoonmoeder...
Goed. Ik spreek je morgen.
Nee, ik heb de wekdienst hier niet nodig.
Nu kan ik zo veel slapen als ik wil. Tot ziens.
Ik heb sokken voor je, zodat je het warm hebt.
Ze zijn voor mannen, maar wat maakt het uit?
Je denkt aan alles.
Hoeveel? -Ze is in orde. Maar vermoei haar niet.
Ze moet rusten. -Nee, maak je geen zorgen.
Het gaat prima als ik met mensen kan praten.
Doet ze je pijn? -Nee, ze is goed.
Ga een stoel halen voor die vrouw.
Wie is dat? -Een patiënt, net als ik.
Met haar gaat het veel beter.
Is ze een communist?
Bonaria, ga naar huis. De kinderen zijn alleen thuis.
Nee, je man is bij ze. -Hij kan ook hulp gebruiken. Arme man.
Wat doen jullie? Ik hoorde jullie niet.
Dag, papa. -Dag.
Dag, papa. -Dag.
Niet afdoen.
Heb je het geld genomen? -Ja, 400 lire.
Je moet me 100 lire geven. -Oké, tot later.
Goedemorgen.
Nou...
De familie Floris...
Bent u het hoofd van het gezin?
Bent u het hoofd van het gezin?
Ondertiteld door: Sandra Vandenbussche
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.