Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
HOTEL
INDRINGER
deel 2 Disharmonie
Mama?
Mama?
Mama?
Ik schrok.
Gaat het?
Ja, natuurlijk. Waarom zou het niet gaan?
Lieverd van me...
Wil je een kopje thee?
Heb je je medicijnen ingenomen?
Hou daar nu toch eens over op.
Misschien moet ik Philippe bellen.
- Maar ik ben Philippe. - Weet Jeanne dat je hier bent?
Waar ga je heen?
Ja. Mama zei dat hij geweest is.
Nee. Ze weet niet waar hij heen ging.
Nee. Het gaat goed met haar.
Ja. Ik hou je op de hoogte.
Dag, Jeanne.
Wees gerust. We vinden hem wel.
Laboratorium Assia
Goedendag.
Goedendag.
Ik wil een DNA-test laten doen.
Heeft u de oproep voor de monsterafname?
Nee.
Dan kan ik de test niet doen.
Het is echt heel belangrijk.
Ik kan geen DNA-test doen zonder oproep van de rechtbank.
Is er echt geen manier...
- Nee, helaas. - Oké.
Goed.
Ik weet 't niet, hoor, maar...
Oké. Heeft u de te vergelijken monsters bij u?
Ja.
Dit is voldoende.
En het andere monster?
Oké.
In zo'n korte tijd weten we het niet altijd zeker,
maar het is duidelijk dat u genetisch verwant bent.
Zeer verwant zelfs. De 16 dominante genen komen overeen.
- Wat betekent dat? - Dat u een eeneiige tweeling bent.
Een op elkaar lijkende tweeling dus.
Wat ik niet begrijp, is dat degene van wie u het haar meenam,
uw broer dus, precies op u lijkt.
Waarom liet u een DNA-test doen? Dat slaat nergens op.
Wel?
Tien,
negen,
acht,
zeven,
zes,
vijf,
vier,
drie,
twee...
Papa!
Herinner je je echt niets?
Buiten mij, bedoel ik,
en je moeder.
En Astrid.
Astrid. Ja.
En Jeanne?
En Léo?
Je deed wat je moest doen.
Wat betreft de DNA-test, bedoel ik.
Nu weet je dat niemand liegt.
Hè?
Dat weet je nu toch?
Ja?
Ja.
Marc,
ik heb Philippe en jou altijd al gekend.
We zaten op dezelfde scholen.
We gingen samen op vakantie.
We gingen soms met dezelfde meisjes.
Ik heb Jeanne aan je voorgesteld.
Ik ben je zoons peetoom.
Ik heb foto's van ons allen samen. Wil je die zien?
Nee, dat hoeft niet.
Ik snap dat het...
allemaal nogal verwarrend voor je is.
Je kwam er al eens bovenop.
Dat zal je deze keer ook lukken. Dat weet ik zeker.
Jeanne en Léo zijn er voor je. We zijn er allemaal voor je.
Ben is op Léo komen passen.
Ben is je vriend. En je chef bij de drukkerij.
Kom je?
Ik breng Léo naar bed.
Ik zal niet vragen hoe het gaat.
Herken je me niet?
Of wel?
Dit is nieuw voor me.
Ik weet niet hoe ik moet reageren.
Ik ook niet.
- Eet je een hapje mee? - Nee. Ik zal jullie alleen laten.
Ik moet naar huis.
Het is al laat.
Tot morgen.
Ik ben blij dat je weer thuis bent.
Ik had bijna Garraud gebeld, maar bedacht me.
Ik wil niet dat hij je weer opsluit.
Maar je moet wel je medicijnen innemen.
Dat moet. We hebben geen keus.
Afgesproken?
Ik begrijp niet wat me overkomt.
Mijn broer leeft.
Jij bent mijn vrouw. Ik heb een zoon.
Dit is mijn huis.
Ja.
Dit is de werkelijkheid.
Je leven, je echte leven, is hier, met ons.
Ik moet je iets vragen.
Iets belangrijks.
Toen je je eerste aanval kreeg was Léo net geboren.
Nu is hij zes. Hij is gek op je.
Ik wil dat je je best doet.
Hij zou niet begrijpen waarom je hem verstoot.
Wilt u...
Wil je...
dat ik net alsof doe,
dat ik toneelspeel? - Ja.
Zijn er geen...
souvenirs, dingen...
die ik me zou kunnen herinneren?
Nee.
Tijdens je eerste aanval heb je alles vernield.
Hier.
Slik er één per dag.
Dit is jouw plekje.
Jij hebt alles hier gemaakt.
Je was vroeger meubelmaker.
Waarom ben ik daarmee gestopt?
Je zei dat je de klanten zat was en iets anders wilde.
Zie je? Je hebt talent.
Ik ga naar boven. Ik moet een tekening afmaken.
Ik maak illustraties voor kinderboeken.
Er is geen jam meer.
Jawel. Er zit nog heel veel in.
- Heb je goed geslapen? - Ja.
Papa!
- Ga zitten. - Gaat ie?
Ga zitten. Ik heb koffie gezet.
Kijk eens aan.
We brengen Léo naar school en daarna breng ik je naar je werk.
Normaalgesproken doet Ben dat.
Maar ik wilde even met z'n drieën zijn.
Papa,
Pierre is jarig en mama wil niet dat ik vanavond bij hem slaap.
Vind jij dat wel goed?
Eh...
ja, hoor.
Dank je wel, pap.
Herken je het?
Niet echt.
Zegt het je echt niets?
- Is het daar? - Ja.
Tot vanavond.
Tot vanavond.
KEHLER DRUCK
Kom je?
Ik organiseer dit weekend een borrel met al je collega's.
Herinner je je Olivier?
Ben je er klaar voor?
Ik ben ook geen ochtendmens.
Je mag je pauze nemen.
Zal het gaan, denk je?
Wat moet ik doen?
Zoals gewoonlijk.
Je pakt een vel
en checkt de drukkwaliteit.
Hier hebben we een probleem met het rood.
Je past het inktniveau dus aan op het scherm.
Ik weet niet hoe ik dat moet doen.
Je doet het al drie jaar. Er moet je iets bijgebleven zijn.
Heb vertrouwen in jezelf.
Ik heb vertrouwen in je.
Ik zie je in de pauze.
Jullie waren om 3 uur klaar, hè?
Dan heb je goed gewerkt.
Nee, dank je. Ik rook niet.
Ja, hoor.
Ging 't goed met Jeanne en Léo?
Niemand hier
heeft een volmaakt leven.
Jij hebt geluk,
jij hebt Jeanne.
Ze is een goeie meid.
Ze heeft je altijd gesteund, ook toen het zwaar was.
Met jou leven is niet altijd makkelijk.
Ik probeer je te zeggen dat je moet vechten.
Het is alsof je alles opnieuw kunt beleven.
Dat zou mij...
heel goed uitkomen.
Ik moet nog iets afmaken.
Breng ik je zo thuis?
Zeg me wat je ervan vindt.
Ik heb er geen verstand van.
Hoeveel publiceerde je er?
Ik werk aan deel vijf.
Het is mooi.
- Dat lieg je. - Nee.
Nee. Het is...
Sorry.
Dat geeft niets.
Het komt wel weer terug.
Gaat het?
- Zullen we gaan lunchen? - Oké.
Ik kom zo. M'n broodje ligt nog in je auto.
Ik zie je in de eetruimte.
Novo
Nu al terug?
Ben je iets vergeten?
- Is alles in orde? - Ja.
Het is ondraaglijk niet bij je te zijn.
Al is het maar 5 minuten.
Zullen we het er samen even van nemen?
Zullen we saampjes op reis gaan?
- Wat vind jij? - Meen je dat nou?
Kom me helpen.
We pakken onze koffers.
- Je hebt vanavond een concert. - Zeg het af!
Philippe,
ik bel de directeur van de opera.
Oké.
Philippe...
kom terug. Hij is hier.
Wie belde je?
Waarom doe je dit?
- Astrid... - Hou op.
- Geef hier. Rustig... - Hou op.
- Ik ben het. Rustig. - Marc, hou op.
- Rustig. - Hou op!
- Kijk me aan. - Laat me gaan.
- Alsjeblieft... - Laat me gaan.
Doe open.
Doe open!
Dit wilde ik niet.
Zo ben ik niet.
Dat weet je.
Zeg me dat je dat weet.
Doe open!
Waar is Astrid?
Gaat het?
Dit is mijn leven.
Dit is mijn appartement, mijn vrouw.
Hou op, Marc.
Je doet alsof ik gestoord ben en leidt mijn leven.
- Speel maar. - Wat?
Ga je gang. Speel maar.
Laat maar horen hoe goed je speelt.
Kijk dan wat je je dierbaren aandoet.
Je ziekte kan niet altijd een excuus zijn.
Mijn broer stierf in een auto-ongeluk toen hij tien was.
Mijn vader reed.
Weet u zeker dat dat zo is?
Als uw broer dood is, wie zit er dan naast me?
Kijk me aan, Marc.
Ik heet Philippe.
Kijk naar de persoon naast mij.
Wie is dat?
Dat weet ik niet.
Bent u degene die we zien praten?
Ja.
Marc, u vertoont dezelfde symptomen als 5 jaar geleden,
wat duidt op een nieuwe aanval.
Beseft u welke gevaren u en uw dierbaren lopen
als u niet snel behandeld wordt?
Daar is hij zich van bewust.
Mooi.
Gezien de situatie
is naast de medicijnen een spoedbehandeling geboden.
5 jaar geleden bespraken we ECT,
elektroconvulsietherapie. - Elektroshocks?
De technologie is erg veranderd sinds de jaren 50.
We boeken er nu indrukwekkende resultaten mee.
Een tiental behandelingen kan de symptomen onderdrukken.
We hebben uw toestemming nodig.
Marc,
het is vooral om u te beschermen.
Als je tekent, kun je hier sneller weg.
U kunt hem meenemen.
Hij had de show af kunnen wachten.
Vind jij dat een show, de aarde die ontploft?
Ben jij de volgende geëlektrocuteerde?
Ze elektrocuteren je hersenen 6 seconden met 500 watt.
Hé, jij! Luister je? Hij luistert niet...
Laat jij je zomaar naar het slachthuis brengen?
Laat me met rust. Ik ben ziek.
Ja, natuurlijk.
Wie heeft je dat gezegd? Je vrouw?
Wie zegt trouwens dat ze je vrouw is?
- Waarom zegt u dat? - Nieuwsgierig?
Gaan we, meneer Kessler?
- Waarom zegt u dat? - Ik wil je niet ophouden.
- Ik zie je straks. - Meneer Kessler.
Ja.
Veel plezier. Zwem met de stroom mee.
"Stroom."
Veel plezier.
Daar dit uw eerste behandeling is, gaan we tot 70 joule.
We kunnen tot 100 gaan. U loopt geen gevaar.
Open uw mond.
Om te voorkomen dat u op uw tong bijt.
Ontspan u zoveel mogelijk.
druk op de stimulus-knop om van start te gaan
Ze verdubbelden de dosis Risperdal, hij is nu een wrak.
Het woord "wrak" kan ook ziek betekenen
in bepaalde streken.
Luister je niet naar me, eikel?
Laat maar zitten ook.
En zag je dingen tijdens die elektroshocks?
- Ik zag mijn vrouw. - Jeanne?
Hoe weet je dat ze zo heet?
Dat zei je vorige week tegen me.
"Vorige week"? Maar...
Hoe lang ben ik hier dan al?
Je zag je vrouw dus. Jeanne.
Nee. Ik zag mijn vroegere vrouw.
Astrid.
Het leek zo ontzettend echt.
Wie zegt dat dat het niet is en dat de anderen niet liegen?
Ik ga naar binnen.
Hé, als je de volgende keer
dingen van vroeger ziet, moet je Garraud niks zeggen.
Dan krijg je nog meer medicijnen en word je een zombie.
Hier.
M'n broer stierf in een auto-ongeluk toen hij 10 was.
Mijn vader reed.
Kessler, Marc
Marc...
Kijk me aan, alstublieft.
Marc...
waarom weigert u te eten?
U kunt het me vertellen.
Bent u van slag door de ECT?
Ziet u dingen?
Ja.
Dat is het dus. U heeft dingen gezien.
Ik begrijp niet wat er gebeurt.
Soms,
heel zelden, werkt de ECT niet.
Marc, u trekt zich terug, u verliest uw eetlust.
We staken de elektroshocks tijdelijk.
De enige oplossing is de medicatie te verhogen.
En Jeanne,
wanneer zie ik haar weer?
Pas over enkele weken, vrees ik.
Kom. Sst!
- Wat doe je? - Ik zal je de waarheid laten zien.
- Hou daarover op. - Kom mee!
- Waar zijn we? - Sst!
Wat doen we hier?
Ze staken de elektroshocks omdat wat je dan ziet, de waarheid is.
Door alle medicijnen die je krijgt, word je steeds suffer
en begrijp je binnenkort niks meer.
Kijk me aan. Ik weet dat je de waarheid zegt.
Wat heb je te verliezen?
Wees gerust.
- Maak je geen zorgen, vriend. - Wat doe je?
Maak me los.
Wacht...
Hoe wil je me verdoven?
Harold!
Ben je er klaar voor?
Het spijt me.
Vertaling: Ilonka van Gerven Ondertiteling: Eclair Media
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.