Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
MOSFILM
Tweede creatief verbond
ALISA FREUNDLICH
ALEKSANDR KAJDANOVSKIJ
ANATOLIJ SOLONITSYN
NIKOLAJ GRINJKO
in de film
STALKER
Scenario: Arkadij STROEGATSKIJ Boris STROEGATSKIJ
naar motieven van het verhaal “Picknick op de berm.“
Regieleiding Andrej TARKOVSKIJ
Kamera Aleksandr KNJAZJINSKIJ
Artistieke leiding Andrej TARKOVSKIJ
Komponist Eduard ARTEMJEV
Regisseur L. TARKOVSKAJA
Gedichten van F.I. TJOETSJEV arr. A. TARKOVSKIJ
Geluid V. SJAROEN Dirigent E.CHATSJATOERIAN
Nederlandse ondertiteling Maria Laufer
STALKER
“Wat was het? 't Vallen van een meteoriet?
'n Bezoek van bewoners van de kosmische afgrond?
Hoe dan ook, in ons kleine land
verscheen het wonder der wonderen - de Zone.
We hebben er meteen drie legers heen gestuurd.
Ze kwamen niet terug.
Toen omringden we de Zone met politiekordons...
En dat zal wel juist geweest zijn. Eigenlijk weet ik 't niet...“
Uit 't interview met de Nobelprijswinnaar professor Wallis.
Waarom heb je m'n horloge gepakt'?
Waar wil je naartoe, vraag ik je?
Je hebt me toch je woord gegeven, en ik heb je geloofd.
Goed, je wilt niet aan jezelf denken. En wij dan?
Denk dan aan je kind!
Ze was nog niet eens aan je gewend, en jij gaat weer 't verkeerde pad op?
Ik ben immers al 'n oude vrouw geworden. Je hebt me kapotgemaakt.
Stil, je maakt 't Aapje wakker.
Ik kan niet de hele tijd op je wachten, ik ga hier aan onderdoor!
Je was toch van plan te gaan werken?!
Ze hadden je toch normaal menselijk werk beloofd?!
Ik kom gauw terug.
Je komt terug naar de gevangenis!
Hoeveel jaar zul je nu Krijgen? Geen 5, maar 10 jaar!
En in die 10 jaar zul je geen Zone hebben, niets!
En in die 10 jaar ga ik dood!
O God, overal loop ik tegen de gevangenis aan!
- Laat me erdoor! - Nee!
Laat me erdoor, zeg ik je!
Donder op! En rot jij daar maar weg!
Vervloekt is de dag, dat ik je heb ontmoet, stuk schorem!
God zelf heeft je vervloekt met zo'n Kind!
En mij vanwege jou, rotzak!
Mijn lief, de wereld is ondoordringbaar saai.
En daarom kan er geen telepathie, geen visioenen, geen vliegende schotels,
niets kan er zijn.
De wereld wordt geregeerd door ijzeren wetten en dat is ondraaglijk saai.
Deze wetten worden helaas niet overtreden.
Ze kunnen niet worden overtreden.
En hoop niet op vliegende schotels, dat zou veel te interessant zijn.
En de Bermuda-driehoek dan? U zult toch niet gaan zeggen...
Toch wel. Er is helemaal geen Bermuda-driehoek.
Er is een ABC-driehoek, gelijk aan de driehoek A-priem, B-priem en C-priem.
Voelt u, wat 'n saaiheid is besloten ligt in deze bewering?
In de middeleeuwen was 't interessant.
In elk huis was 'n huisgeest, in iedere kerk was God.
De mensen waren jong! Nu is iedere vierde mens 'n oude man.
Oh wat saai, mijn engel.
Maar u hebt toch gezegd, dat de Zone
'n voortbrengsel van de hypercivilisatie is.
Dat zal waarschijnlijk ook saai zijn, een of andere wetten, driehoeken,
en geen enkele huisgeesten en natuurlijk geen enkele God.
Want als God diezelfde driehoek is...
dan weet ik 't gewoon niet.
Ik word opgehaald. Prachtig!
Vaarwel, lieve vriend.
Deze dame was zo vriendelijk bereid te zijn om met ons naar de Zone te gaan.
Ze is 'n moedige vrouw. Ze heet...
Pardon, u heet...
Wat? Bent u inderdaad stalker?
Moment... Ik leg zo alles uit.
Gaat u maar...
Idioot.
U hebt zich toch bedronken.
Ik? In welke zin?
Ik heb wat gedronken, wat de helft van de bevolking doet.
De andere helft bedrinkt zich. Vrouwen en kinderen inbegrepen.
Maar ik heb gewoon iets gedronken.
Verrek, ze hebben hier flink wat ingeschonken.
Drinkt u maar. 't Is nog vroeg.
Misschien 'n glaasje voor u op weg gaat?
Wat denkt u daarvan?
Haal hem weg.
Duidelijk. Drooglegging. Alcoholisme is de plaag der volkeren.
Dan zullen we maar bier gaan drinken.
Wat gebeurt er met ons?
Niets aan de hand, hij wordt wel weer nuchter. Hij moet er ook naartoe.
Bent u inderdaad 'n professor?
Als 't u niets uitmaakt.
Staat u me dan toe me voor te stellen. Ik heet...
U heet Schrijver.
Goed, en hoe heet ik?
U heet Professor.
Duidelijk; ik ben 'n schrijver,
en iedereen noemt me natuurlijk om een of andere reden Schrijver.
- En waar schrijft u dan over? - Over lezers.
't Is duidelijk dat niets anders de moeite waard is om over te schrijven.
't Is überhaupt zinloos waar dan ook over te schrijven.
En wat bent u dan...? Chemicus?
Eerder 'n fysicus.
Waarschijnlijk ook saai, zoektochten naar de waarheid.
Ze verstopt zich, en u zoekt haar overal.
U graaft op één plek - aha, de kern bestaat uit protonen.
U graaft op 'n andere plek en wat blijkt:
de ABC-driehoek is gelijk aan de drie- hoek met de priemgetallen A, B en C.
Maar ik heb iets anders.
Ik graaf de waarheid op, en onderwijl gebeurt er iets dusdanigs mee,
dat ik de waarheid wel heb opgegraven,
maar feitelijk heb ik 'n hoop... ik zal maar niet zeggen wat opgegraven.
U hebt 't makkelijk!
In 'n museum staat bijvoorbeeld een of andere pot uit de oudheid.
Destijds werden er etensresten in gegooid
en nu brengt hij algehele verrukking teweeg door
de laconie van de tekening en zijn weergaloze vorm.
En iedereen smak! kreten van verwondering...
En ineens blijkt, dat 't helemaal geen pot is uit de oudheid,
maar dat een of andere grapjas 'm archeologen voor de grap
in de handen heeft gespeeld.
Kreten van verwondering, hoe vreemd ook, verstommen. De kenners...
Is dat waar u de hele tijd aan denkt?
God beware me!
Ik denk überhaupt weinig. Dat is niet goed voor me.
't Onmogelijk te schrijven en de hele tijd te denken aan succes of mislukking.
Uiteraard! Maar als ik over honderd jaar niet meer gelezen word,
waarom zou ik dan in vredesnaam schrijven?
Vertelt u 'ns, professor, waarom bent u in deze geschiedenis terechtgekomen?
Waar hebt u de Zone voor nodig?
Ik ben in zekere zin 'n geleerde.
Maar wat moet u ermee?
'n Trendy schrijver.
De vrouwen hangen waarschijnlijk bij bossen om uw hals.
De inspiratie, professor, ben ik kwijt. Ik ga proberen haar weer te vinden.
Dus u bent uitgeschreven?
Wat? Ja, waarschijnlijk wel, in zekere zin.
Hoort u? Dat is onze trein.
- Hebt u 't dak van de auto afgehaald? - Ja.
Lüger, als ik niet terugkom, ga dan bij m'n vrouw langs.
Verrek, ik ben vergeten sigaretten te kopen.
Komt u maar niet terug.
- Hoe dat zo? - Dat mag niet.
- Jullie zijn allemaal eender. - Hoe eender?
Jullie geloven allerlei onzin.
'n Appeltje voor de dorst.
En u bent inderdaad 'n geleerde?
Ga liggen!
Niet bewegen!
Kijk u 'ns, is daar niemand?
Sneller toch!
Er is niemand.
Gaat u naar de andere uitgang.
Wat is dat nou, Schrijver!
- Hebt u de jerrycan niet vergeten? - Hier is-ie, helemaal vol.
Ik zei u daarnet...
Dat is allemaal geklets. Ik spuug op m'n inspiratie.
Hoe kan ik weten hoe ik datgene, wat ik wil, noemen moet?
Hoe kan ik weten dat ik eigenlijk niet datgene wil, wat ik wil?
Of dat ik, zogezegd, werkelijk niet dat- gene wil, wat ik wil?
Dat zijn ongrijpbare dingen:
je hoeft ze maar te noemen, of hun zin verdwijnt,
smelt weg, verdampt, als 'n kwal in de zon.
M'n bewustzijn wil de overwinning van 't Vegetarisme in de hele wereld.
Maar m'n onderbewustzijn smeekt om 'n stukje sappig vlees.
Maar wat wil ik dan?
Wereldheerschappij.
Stil!
Wat doet 'n diesellocomotief in de Zone?
Hij bevoorraadt de doorgangspost. Verder gaat-ie niet.
Ze houden er niet van daarheen te gaan.
Op de plaatsen! Is iedereen op z'n plaats?
De bewakers zijn gekomen. En laten ze de televisie uitzetten.
Snel!
Gaat u 'ns Kijken, staat daar 'n lorrie op de rails?
Welke lorrie'?
Gaat u terug, ik ga zelf wel.
De jerrycan:
Geeft u 'm!
Doet u uw rugzak af, hij stoort u immers.
U hebt geen bagage meegenomen, alsof u bent gaan wandelen.
Als iemand blijft haken - niet schreeuwen, niet gaan woelen.
Als ze je zien, schieten ze je neer.
Wanneer alles tot rust komt, kruipt u terug, naar de doorgangspost.
's Ochtends wordt u opgepikt.
Maar zullen ze ons niet inhalen?
Ze zijn als de dood voor haar.
Voor wie?
Nou, we zijn thuis nu.
Wat is 't stil!
Dit is de stilste plek van de wereld. U zult 't later zelf zien.
Wat is 't mooi hier! Er is hier immers niemand.
Wij zijn er toch?
Drie mensen kunnen in één dag hier niet alles naar de verdommenis helpen.
Hoezo niet? Dat kunnen ze wel.
Vreemd, de bloemen ruiken om een of andere reden niet. Of ik...
Ruikt u niets?
't Stinkt naar moeras, dat ruik ik.
Nee, naar 'n rivier. Er is 'n rivier hier.
Hier vlakbij was 'n bloemperk, maar 't stekelvarken heeft 't platgetrapt.
Maar de geur bleef nog lang hangen, nog jaren lang.
Waarom had-ie 't platgetrapt?
Dat weet ik niet.
Ik heb 'm ook gevraagd waarom.
En hij zegt: “Later begrijp je 't zelf wel.“
Ik denk, dat hij gewoon de Zone is gaan haten.
Is dat soms 'n achternaam: “'t stekelvarken“?
'n Bijnaam, net als bij jullie.
Jarenlang heeft hij mensen naar de Zone gebracht en niemand die 't 'm kon beletten.
Mijn Leermeester. Hij heeft mijn ogen geopend.
En ze noemden 'm toen geen stekelvarken, maar Leermeester.
Later is er iets met hem gebeurd, er is iets in hem gebroken.
Hoewel hij volgens mij gewoon gestraft is.
Helpt u me. Deze zwachtels moeten aan de moeren worden vastgebonden.
Ik ga... wat wandelen, denk ik.
Ik moet hier iets doen...
Gaat u alleen niet te veel aan de wandel hier.
Waar is hij heengegaan?
Misschien wil hij alleen zijn.
Waarom? Hier is 't zelfs met drie man wat ongezellig.
'n Ontmoeting met de Zone. Hij is tenslotte stalker.
En wat volgt daar uit?
Ziet u, stalker - dat is in zekere zin een roeping.
- Ik had 'm me anders voorgesteld. - Hoe?
Nou, Leren Kousen of zo, de Grote Slangen Gingatsjgoeki...
Zijn biografie is heel wat gruwelijker.
Hij heeft 'n aantal keren in de gevangenis gezeten, is hier invalide geworden.
Z'n dochter is 'n mutant, “slachtoffer van de Zone“ zoals dat heet.
Naar 't schijnt heeft ze geen benen.
En hoe zit 't nou met 't stekelvarken?
En wat betekent “is gestraft“?
Is dat soms 'n verbaal beeld?
Op 'n goede dag kwam 't stekelvarken terug van hier
en was onverwacht rijk geworden.
Hij was ongelofelijk rijk geworden.
Is er zo'n straf?
En 'n week later hing hij zich op.
Waarom?
Stil!
Wat krijgen we nou weer?
'n Jaar of 20 geleden is er 'n meteoriet neergekomen.
't Dorp was tot op de grond toe afgebrand.
Die meteoriet zijn ze gaan zoeken en natuurlijk hebben ze niets gevonden.
Hoezo “natuurlijk“?
Toen begonnen er hier mensen te verdwijnen.
Mensen gingen weg en kwamen niet terug.
En uiteindelijk kwamen ze tot de conclusie
dat deze meteoriet niet helemaal 'n meteoriet is.
En ze begonnen...
de boel met prikkeldraad te omheinen zodat nieuwsgierigen geen risico's namen.
Toen kwamen er ook geruchten: dat er ergens in de Zone 'n plaats is...
waar wensen in vervulling gaan.
Natuurlijk gingen ze de Zone bewaken als hun oogappel.
Je weet tenslotte maar nooit wat mensen voor wensen kunnen hebben.
Wat was 't dan, als 't geen meteoriet was?
Ik zeg toch dat dat onbekend is.
Wat denkt u er zelf van?
Ik denk niets. 't Kan van alles zijn.
'n Boodschap aan de mensheid, zoals 'n collega van me zegt.
Of 'n geschenk.
'n Mooi geschenk dan.
Waarom moesten ze dat doen?
Om ons gelukkig te maken.
En de bloemen bloeien weer, alleen ze ruiken niet om een of andere reden.
Excuses dat ik u hier in de steek gelaten heb, maar 't was toch nog vroeg om te gaan.
Hoorde u dat?
Misschien leven hier mensen?
Wie?
U hebt 't me toch verteld?
Toeristen, die hier stonden, toen de Zone hier verscheen.
Er is niemand in de Zone en dat kan ook niet.
Nou, 't is tijd.
En hoe gaan we dan terug?
- Mensen gaan hier niet terug. - In wat voor zin?
Laten we gaan, zoals we afgesproken hadden.
Ik zal de richting aangeven.
't Is gevaarlijk ervan af te wijken.
't Eerste oriëntatiepunt is de laatste paal.
Gaat u als eerste, Professor.
Nu gaat u.
Probeert u vlak achter elkaar te lopen.
Lieve help! Waar zijn dan...
Zijn zij hier zo achtergebleven? De mensen?
Joost mag 't weten.
Ik weet nog, hoe ze hun spullen inlaadden op 't station, om hierheen te gaan.
Ik was toen nog 'n jongetje.
Toen dacht iedereen, dat iemand ons land wilde veroveren.
Gaat u maar, Professor.
U, Schrijver.
Daar verderop is uw kamer. Wij moeten daarheen.
Waarom hebt u zo overdreven? 't Is toch op 'n steenworp afstand?
Ja, maar je moet wel 'n lange arm hebben om zo ver te kunnen gooien.
Zo'n lange arm hebben we niet.
Niet doen! Dat mag niet!
Niet doen, raakt u 't niet aan!
Raakt u 't nou niet aan!
Bent u soms gek geworden? Wat hebt u?
Het is hier geen plek voor wandelingen.
De Zone eist dat ze gerespecteerd wordt, anders straft ze.
Als u zoiets nog één keer probeert... Hebt u uw tong verloren?
Ik heb 't u toch gevraagd?!
Moeten we daar naartoe?
Ja. Naar boven gaan, naar binnen en meteen naar links.
Alleen zullen we niet hier lopen. We zullen in 'n kring lopen.
Waarom dat?
Hier loopt niemand.
Hoe verder je in de Zone gaat, hoe minder risico.
En rechtstreeks is dodelijk?
U is toch gezegd dat dat gevaarlijk is?
- En minder als je 'n omweg maakt? - Ook gevaarlijk. Maar hier loopt niemand.
Wat zou dat, wie waar al niet loopt. En als ik nou toch...
Luistert u 'ns, bent u nou...
Rondsjokken in 'n omweg! En hier is alles voor je neus.
Hier is 'n risico, daar is 'n risico. Wat is dat voor flauwekul!
U denkt daar veel te lichtzinnig over.
Ik heb genoeg van die moeren en windsels.
Doet u wat u wilt, maar ik ga toch.
- U bent ontoerekeningsvatbaar. - U bent zelf anders ook...
Mag ik?
De wind steekt op...
Ruikt u 't? Gras...
Nou, dan des te meer.
Wat “des te meer“?
Wacht u 'ns even!
Houdt u uw handen 'ns thuis!
Laat de Professor er getuige van zijn, dat ik u daar niet heen gestuurd heb.
U gaat vrijwillig.
Vrijwillig. Verder nog iets?
Nee. Gaat u maar.
En God geve, dat u geluk mag hebben.
Luistert u 'ns!
Als u ineens iets bijzonders merkt
of zelfs ruikt,
moet u onmiddellijk terugkomen, anders...
Gooit u me alleen geen ijzeren dingen naar m'n nek.
Stop! Niet bewegen!
- Waarom doet u dat? - Wat “waarom“?
- Waarom hebt u me tegengehouden? - Ik dacht, dat u...
Wat is er gebeurd? Waarom hebt u me tegengehouden?
Ik heb u niet tegengehouden.
Wie dan? U?
Joost mag 't weten...
Heel goed van u, burger Shakespeare.
Vooruit lopen is eng, als u terug moet gaan, schaamt u zich.
Zo hebt u uzelf gecommandeerd. U bent zelfs ontnuchterd van angst.
- Wat? - Houdt u daarmee op.
- Waarom hebt u fles leeggegoten? - Houdt u daarmee op, dat eis ik!
De Zone is 'n heel gecompliceerd systeem...
van vallen, zou je kunnen zeggen, en ze zijn allemaal dodelijk.
Ik weet niet wat hier gebeurt in afwezigheid van mensen,
maar er hoeven hier maar mensen te komen, of alles komt in beweging.
Oude vallen verdwijnen, nieuwe verschijnen.
Ongevaarlijke plekken worden onbegaanbaar.
Dan wordt de weg makkelijk, dan weer wordt hij onmogelijk verwarrend.
Dat is de Zone.
Je zou zelfs kunnen denken, dat ze nukken heeft.
Maar ze is, zoals wij haar zelf gemaakt hebben door onze innerlijke toestand.
't Is voorgekomen, dat mensen halver- wege terug moesten keren.
Er waren er ook, die stierven op de drempel van de kamer.
Maar alles wat hier gebeurt, hangt niet van de Zone af, maar van onszelf!
Ze laat de goeden door, en velt de slechten neer?
Ik weet 't niet.
Ik heb 't idee, dat ze diegenen doorlaat, die...
geen andere hoop meer hebben.
Geen slechten of goeden, maar ongelukkigen.
Maar zelfs de meest ongelukkige sterft, als hij zich niet weet te gedragen.
U hebt geluk gehad, u heeft ze gewaarschuwd.
Ik denk dat ik hier maar op u zal wachten,
zolang u niet als vergelukzaligden teruggaat.
Dat is onmogelijk!
Ik heb boterhammen bij me, 'n thermoskan...
Zonder mij houdt u 't hier nog geen uur vol.
Ten tweede, ga je hier niet langs dezelfde weg terug, als waarlangs je gekomen bent.
En toch, ik zou er de voorkeur aan geven...
Dan gaan we meteen terug.
't Geld zal ik teruggeven, met aftrek van 'n bepaald bedrag...
omdat u me gestoord hebt, zal ik maar zeggen...
Bent u ontnuchterd, Professor?
Goed. Gooit u uw moer maar neer.
Tweede deel
STALKER
Waar bent u ergens? Komt u hierheen!
Bent u soms moe?
Oh God!
Hij gaat ons geloof ik weer 'n vermaning geven, aan z'n toon te horen.
Laat uitkomen, wat gepland is.
Laat ze 't maar geloven.
En laten ze maar lachen om hun eigen hartstochten.
Want wat zij hartstochten noemen, is in feite geen energie van de ziel,
maar slechts de wrijving tussen de zielen de uiterlijke wereld.
Laat ze maar in zichzelf gaan geloven, dat is 't belangrijkste.
En ze zullen hulpeloos worden als kinderen,
omdat de zwakte groot, maar de kracht nietig is.
Wanneer een mens geboren wordt, is hij zwak en buigzaam,
wanneer hij sterft, is hij sterk en hard.
Wanneer een boom groeit, is hij tenger en buigzaam,
en wanneer hij droog en hard is, sterft hij.
Hardheid en kracht - dat zijn de metgezellen van de dood.
Buigzaamheid en zwakte drukken de frisheid van het bestaan uit.
Daarom zal dat, wat verhard is, niet overwinnen.
Komt u hierheen! We lopen helemaal niet beroerd.
Gauw komt er 'n droge tunnel en daar zal 't al makkelijker gaan.
Even afkloppen.
- Gaan we soms al? - Natuurlijk. Hoezo?
Ik dacht, dat u ons alleen maar iets wilde laten zien.
- En mijn rugzak dan? - Wat is daarmee gebeurd?
Ik heb 'm daar achtergelaten. Ik wist toch niet, dat we zouden gaan.
- Nu is 'r niets meer aan te doen. - Nee, ik moet teruggaan.
- Dat is onmogelijk! - Ik kan niet zonder rugzak!
Begrijpt u, nog niemand is via dezelfde weg teruggegaan!
Laat die rugzak toch zitten. Hebt u er soms briljanten in zitten?
De kamer zal u alles geven wat u wilt.
Inderdaad. Hij komt nog om in z'n rugzakken.
Is 't ver tot die kamer?
Rechtstreeks is het 'n meter of 200, alleen zijn er hier geen rechtstreekse wegen.
Laten we gaan.
Laat u uw empirisme varen, Professor. Een wonder valt buiten 't empirisme.
Herinnert u zich, hoe de heilige Petrus bijna verdronk?
Gaat u maar, Schrijver.
Waarheen?
Deze trap op.
Professor, bent u daar ergens?
Hier is de droge tunnel dan!
't Is maar wat je droog noemt!
Dat is 'n plaatselijk grapje. Meestal moet je hier zwemmend door.
Wacht 'ns, waar is de Professor?
- Wat? - De Professor is verdwenen!
Wat zegt u daar nou! Hij liep de hele tijd achter ons.
Hij is blijkbaar achtergeraakt en verdwaald.
Welnee, hij is niet verdwaald! Hij is waar- schijnlijk teruggegaan voor z'n rugzak!
Nu vindt-ie de weg niet meer terug!
Misschien moeten we op 'm wachten?
Dat kan niet, hier verandert alles met de minuut. 't Zal met ons tweeën moeten.
Kijk eens, wat is dat? Waar komt 't vandaan?
- Ik heb 't u toch uitgelegd? - Wat uitgelegd?
Dit is de Zone, begrijpt u dat? Laten we snel gaan, hier...
Daar is hij!
Ik ben u natuurlijk erkentelijk dat u... alleen...
Hoe bent u hier terechtgekomen?
'n Groot deel van de weg heb ik afgelegd op handen en voeten.
Ongelofelijk. Maar hoe is 't u gelukt ons in te halen?
Hoe “inhalen“? Ik ben hiernaartoe teruggekomen voor m'n rugzak.
En hoe komt uw moer dan hier?
Mijn God, dat is... dat is een val!
Hier heeft 't stekelvarken expres 'n moer opgehangen.
Hoe heeft de Zone ons kunnen doorlaten?
Mijn God, ik doe nu geen stap meer, voordat...
Mooie boel is dat.
Genoeg. Rustpauze!
Kom alleen niet te dicht in de buurt van deze moer, voor alle zekerheid.
En ik dacht nog wel, dat de Professor 't niet zou redden.
Ik weet tenslotte...
Ik weet nooit van tevoren, wat voor mensen ik rondleid.
Alles wordt pas hier duidelijk, wanneer 't soms al te laat is.
't Gaat niet om ons. 't Belangrijkste is, dat de rugzak met onderbroeken terecht is.
Steekt u uw neus niet in andermans onder- broeken, als u er niets van begrijpt.
Wat valt hier nou te begrijpen? 't Binomium van Newton, meer is 't niet.
't Zijn me de psychologische diepten wel.
In 't instituut staan we er slecht voor.
We krijgen geen geld voor de expeditie.
Laten we 'ns 'n rugzak volstoppen met allerlei manometers, strontmeters...
we dringen illegaal de Zone binnen...
en alle wonderen die hier zijn controleren we aan de hand van algebra.
Niemand in de wereld weet iets van de Zone.
En dan heb je natuurlijk 'n sensatie!
De televisie, idolate dames die 't in hun broek doen, lauwerkransen wachten op je...
Onze Professor verschijnt helemaal in 't wit
en verklaart: “Mene, mene, tekel ufarsin“.
Ieders mond valt open
en schreeuwt in koor: “Geef hem de Nobelprijs!“
Schlemielig schrijvertje, amateurpsycholoog,
jullie zouden de muren van pleeën moeten volschrijven, met jullie flauwekul.
't Houdt niet over. Jullie kunnen 't niet!
Jullie weten niet, hoe zoiets moet.
Goed, ik ga de Nobelprijs halen.
En waar haasten jullie je naartoe? Willen jullie de mensheid gelukkig maken
met de geniale voortbrengselen van jullie gekochte inspiratie?
Ik zou spugen op de mensheid. Van onze hele mensheid
interesseert me maar één iemand en dat ben ikzelf.
Ben ik iets waard, of ben ik net zo'n stuk stront als sommige anderen?
En als jullie te weten komen dat jullie inderdaad...
Weet u, meneer Einstein, ik wil geen ruzie met u maken.
In ruzies wordt de waarheid geboren, de waarheid kan de pot op.
Luistert u 'ns, Tsjingatsjguk...
U hebt hier 'n hele menigte mensen heengebracht.
Niet zo veel als ik zou willen.
Daar gaat 't niet om. Waarom kwamen ze hierheen, wat wilden ze?
Hoogstwaarschijnlijk geluk.
Ja, maar wat voor geluk precies?
Mensen houden er niet van om over hun diepste dingen te praten.
En daarnaast gaat dat noch u, noch mij iets aan.
In ieder geval hebt u geluk gehad.
Ik heb m'n hele leven nog geen gelukkig mens gezien.
Ik ook niet.
Ze komen de kamer weer uit, ik breng ze terug,
en we ontmoeten elkaar nooit meer.
De wensen gaan immers niet meteen in vervulling.
Hebt u zelf nooit 'ns van dat kamertje gebruik willen maken?
Ik heb 't ook zo naar m'n zin.
Professor, luistert u 'ns.
Ik wil nog iets zeggen over die gekochte inspiratie.
Laten we aannemen, dat ik die kamer binnenga
en kom naar onze godverlaten stad terug als genie.
Maar de mens schrijft toch omdat hij gekweld wordt, twijfels heeft.
Hij moet de hele tijd aan zichzelf en aan iedereen die hem omringt, bewijzen
dat hij iets is, en dat hij iets waard is.
Maar als ik nou zeker zal weten, dat ik 'n genie ben?
Waarom moet ik dan nog schrijven?
Waarom in vredesnaam?
Ik moet zeggen, dat we uiteindelijk
bestaan om...
Weest u zo vriendelijk, laat u me met rust!
Laat u me wat slapen, ik heb vandaag tenslotte de hele nacht niet geslapen.
Houdt u uw complexen voor uzelf.
Hoe het ook zij, die hele technologie van jullie...
al die hoogovens, wielen...
en al dat andere geren en gevlieg,
is om minder te werken en meer te vreten.
Dat zijn allemaal krukken en protheses.
De mensheid bestaat,
om kunstwerken te scheppen.
Dat is onbaatzuchtig, in tegenstelling tot andere menselijke activiteiten.
Grootse illusies! Beelden van de absolute waarheid!
Hoort u me, Professor?
Over wat voor onbaatzuchtigheid hebt u 't?
Er nog steeds mensen dood van de honger. Komt u soms van de maan?
En dat zijn onze intellectuele aristocraten!
U kunt helemaal niet abstract denken.
U gaat me toch niet leren wat de zin van 't leven is?
En tegelijkertijd denken?
Dat is zinloos. U mag dan professor zijn, u bent toch onwetend.
En toen kwam er een grote aardbeving.
En de zon verduisterde, als een haren kleed.
En de maan werd rood als bloed...
En de sterren des hemels vielen op de Aarde neer,
als een vijgenboom die dooreengeschud wordt door een sterke wind
en zijn onrijpe vijgen laat vallen.
En de hemel verborg zich, krulde zich, als een rol.
En iedere berg en ieder eiland bewoog zich van zijn plaats.
En de koningen der Aarde en de voornámen,
en de rijken en de legeraanvoerders,
en de sterken en iedere vrije man
verborgen zich in de spelonken en in de bergkloven,
en zeiden tot de bergen en stenen: valt u neer op ons
en verberg ons van het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon,
en van de toorn van het Lam,
want de grote dag van Zijn toorn is gekomen
en wie kan dat doorstaan?
Terzelfder dag gingen twee...
twee van hen...
naar een dorp, 60 stadiën verwijderd...
geheten
en zij spraken met elkaar over al deze gebeurtenissen.
En toen zij spraken en overlegden onderling...
Ging Hijzelf, naderbij gekomen, met hen mede,
maar hun ogen waren verblind, zodat zij Hem niet herkenden.
Hij zeide tot hen: waarover overlegt gij
tussen u beiden en waarom zijt gij zo bedroefd?
Een van hen nu, geheten...
Bent u wakker geworden?
U sprak over de zin...
van... ons leven...
de onbaatzuchtigheid van de kunst...
Neem nou de muziek, bijvoorbeeld.
Zij is nog 't minst verbonden met de werkelijkheid; of, om preciezer te zijn,
als ze ermee verbonden is, dan is dat zonder geëngageerdheid, mechanisch,
als 'n holle klank, zonder... zonder associaties.
En niettemin dringt de muziek als 'n wonder door tot in 't diepste van de ziel!
Wat resoneert er in ons als reactie op geharmoniseerd geluid,
en vormt 't om voor ons tot een bron van hoogstaand genot,
en ons verenigt, diep ontroert?
Waar is dat allemaal voor nodig? En vooral: voor wie is 't nodig?
U zult antwoorden: “Voor niemand. Nergens voor.“
Onbaatzuchtig.
Welnee.
Dat lijkt me sterk.
Immers, alles heeft uiteindelijk een zin.
En een zin, en een oorzaak.
Moeten we daarheen gaan?
Helaas wel. 'n Andere weg is er niet.
Wat aan de doffe kant, hè Professor?
Ik wil hier niet graag voorop gaan.
De Grote Slang gaat niet als vrijwilliger.
We moeten er blijkbaar om loten. Hebt u er geen bezwaar tegen?
Ik zou hier toch de voorkeur geven aan een vrijwilliger.
Hebt u lucifers bij u?
Dank u.
Hier gaat de lange.
Trekt u maar.
De lange. Deze keer hebt u geen geluk gehad.
Gooit u er tenminste 'n moertje heen.
Natuurlijk, alstublieft.
Nog een?
Laat u maar... Ik ga.
Sneller, Professor!
Hier... Hier is een of andere deur!
Nu die kant op! Doet u de deur open en gaat u naar binnen!
Moet ik weer? Moet ik ook naar binnen?
't Lot is toch op u gevallen? Gaat u nou maar, we kunnen hier niet lang blijven.
Wat is er met u? Hier mogen geen wapens worden gebruikt!
U kunt omkomen en wij erbij!
Denkt u aan de tanks!
Laat u 't alstublieft vallen!
Begrijpt u 't dan niet?
Als er iets gebeurt, sleep ik u eruit, maar zo...
Ik vraag ik 't nog eens! Op wie wilt u daar nou gaan schieten?
Loopt u nou, we hebben weinig tijd!
Hier is water!
Houdt u zich vast aan de leuning en gaat u naar beneden.
Gaat u alleen nergens naartoe! Wacht u boven bij de uitgang!
Ik hoop dat u niet zulke dingen bij u hebt.
- Wat precies? - Iets als 'n pistool.
Nee, ik heb voor 't uiterste noodgeval een ampul bij me.
- Wat voor ampul? - 'n Verdedigings-ampul. Vergif!
Mijn God! Bent u soms hierheen gekomen om te sterven?
Dat is zo maar, voor 't geval dát.
Schrijver! Terug!
Komt u nou toch terug, zelfmoordenaar!
Ik had toch gezegd: wachten bij de uitgang. Blijft u staan! Niet bewegen!
Dit is nog steeds uw pijpleiding.
- Wat? - U zou er als eerste door moeten lopen.
Hij is van schrik de verkeerde kant opgegaan.
Dat is nog 'n experiment.
Experimenten, feiten, de waarheid in laatste instantie.
Er zijn überhaupt geen feiten, en hier al helemaal niet.
Dit is allemaal een idioot verzinsel van iemand.
Voelt u dat niet?
En u moet natuurlijk koste wat kost te weten komen van wie precies.
Waarom dan?
Wat heeft uw kennis voor nut?
Wiens geweten krijgt er last mee? Dat van mij?
Ik heb geen geweten, ik heb alleen zenuwen.
Word ik door een of andere schoft uitgescholden, dan doet dat pijn.
Prijst 'n andere schoft me de hemel in, dan doet dat ook pijn.
Steek je je hart en ziel ergens in, dan verslinden ze en je hart en je ziel.
Haal je smerigheid uit je ziel, dan vreten ze die smerigheid.
Ze zijn tenslotte allemaal geletterd.
Ze hebben allemaal de honger van een censor.
En allemaal kronkelen ze om je heen: journalisten,
redacteuren, critici, allerlei wijven die geen moment uit je blikveld verdwijnen.
En allemaal eisen ze - vooruit, vooruit!
Wat kan ik in hemelsnaam voor schrijver zijn, als ik 't haat om te schrijven?
Als dat voor mij 'n kwelling is, 'n pijnlijke, smadelijke bezigheid,
iets als 't uitdrukken van aambeien.
Vroeger dacht ik, dat er van mijn boeken iemand beter wordt.
Maar niemand heeft me nodig!
Ik crepeer, en twee dagen later beginnen ze iemand anders op te vreten.
Ik wilde ze veranderen, maar ze hebben mij veranderd!
Naar hun beeld en gelijkenis.
Vroeger was de toekomst alleen maar de voortzetting van het heden,
en alle veranderingen waren ergens ver weg, achter de horizon.
Maar nu is de toekomst versmolten met het heden.
En zijn zij daar klaar voor?
Ze willen immers van niets weten! Ze vreten alleen maar!
Wat hebben jullie toch 'n geluk!
Mijn God, en nu... Nu zullen jullie honderd jaar leven!
En waarom niet eeuwig?
Als de eeuwige jood.
U bent waarschijnlijk 'n heel bijzondere mens!
Daaraan twijfelde ik ook bijna niet.
Maar wat 'n kwelling hebt u doorstaan!
Deze pijpleiding is 'n verschrikkelijke plek! De vreselijkste plek van de Zone!
Hij wordt de “gehaktmolen“ genoemd, maar dit is erger dan alle gehaktmolens!
Hoeveel mensen zijn hier niet omgekomen!
't Stekelvarken heeft z'n broer hier 'n nare streek geleverd.
Hij was gevoelig, getalenteerd.
Luistert u 'ns.
De zomer is nu voorbij, Alsof hij er nooit geweest is.
In de zon is 't warm, Maar dat is niet genoeg.
Alles, wat in vervulling kon gaan,
Viel mij, als 'n ahornblad, Zó in m'n handen,
Maar dat is niet genoeg.
Vergeefs ging noch 't kwade, Noch 't goede verloren,
Alles brandde hel, Maar dat is niet genoeg.
't Leven nam me onder z'n vleugels, Beschermde en behoedde,
Ik heb werkelijk geluk gehad, Maar dat is niet genoeg.
Bladeren zijn niet verbrand, Twijgjes zijn niet gebroken,
De dag is schoongewassen als glas, Maar dat is niet genoeg...
Mooi, hè? Dat zijn zijn gedichten.
Wat draai je toch de hele tijd? Wat ben je toch onrustig?
- Gewoon, ik... - Niet om aan te zien!
Wat ben ik blij! 't Gebeurt immers niet vaak dat iedereen 't einde haalt.
U hebt zich voorbeeldig gedragen! Jullie zijn goede, eerlijke mensen.
Ik ben er trots op me niet te hebben vergist.
Ziet u, hij is blij, dat alles goed is afgelopen!
Het lot! De Zone! Ziet u, ik ben 'n fantastisch iemand!
Denk je soms, dat ik niet zag, dat je twee lange lucifers aanbood?
- Nee, u begrijpt niet... - Natuurlijk niet, hoe zou dat kunnen!
Neemt u me niet kwalijk, Professor, ik wil niets vervelends zeggen,
maar die rotzak heeft u als lievelingetje uitgekozen.
Waarom praat u zo?!
En mij, als tweederangs persoon, heeft-ie in deze pijpleiding gestopt!
Gehaktmolen! Wat een woord!
En welk recht heb jij te beslissen
wie zal leven, en wie de gehaktmolen in moet?!
U hebt zelf gekozen!
Wat? Eén lange lucifer van de twee lange lucifers?
De lucifers, dat is flauwekul.
Toen nog, onder die moer, heeft de Zone u doorgelaten
en was 't duidelijk: als er iemand door de “gehaktmolen“ komt, bent u 't wel.
En toen gingen wij achter u aan!
Nou, weet u...
U kunt zich niet voorstellen hoe verschrikkelijk dat is -je vergissen.
Maar er moet toch iemand voorop lopen!
Ja! Nee, dit is niet normaal meer!
Ziet u, iemand moet voorop lopen!
Niet doen!
't Negende laboratorium, alstublieft!
Eén moment.
- Ik luister. - Ik heb je niet gestoord, hoop ik?
- Wat wil je? - 'n Paar woorden maar.
Jullie hebben 't verstopt, ik heb 't gevonden.
't Oude gebouw, de vierde bunker. Hoor je me?
Ik geef 't onmiddellijk door aan 't veiligheidscorpus.
Je kunt doorgeven, je kunt me aangeven,
je kunt m'n medewerkers tegen me opzetten, alleen is 't te laat!
Ik ben immers twee stappen vandaan van de bewuste plek.
Begrijp je, dat dat 't einde voor je is, als geleerde?
Wees dan maar blij!
Begrijp je, wat er gebeurt, als je 't waagt?
Maak je me weer bang?
M'n hele leven ben ik ergens bang voor geweest. Zelfs voor jou was ik bang.
Maar nu heb ik helemaal geen angst, dat verzeker ik je.
Mijn God, je bent zelfs Herostrates niet.
Je hele leven wilde je gewoon mij 't leven zuur maken
omdat ik 20 jaar geleden met je vrouw naar bed geweest ben.
En nu ben je in de zevende hemel: je kunt nu met me afrekenen.
Nou, ga maar, haal je rotstreek maar uit.
Waag 't niet de hoorn neer te leggen!
De gevangenis is niet 't ergste wat je te wachten staat.
't Belangrijkste is, dat je jezelf dit nooit zult vergeven.
Ik zie hoe je aan je eigen bretels boven de toiletemmer hangt.
Wat bent u van plan, Professor?
Begrijpt u wat er gaat gebeuren, wanneer iedereen in de kamer zal geloven?
En wanneer iedereen deze kant op komt?
Dat is immers 'n kwestie van tijd.
Als 't vandaag niet is, dan wel morgen. Geen tientallen, maar duizenden!
Mislukte keizers, grootinquisitoren, Führers,
zulke weldoeners van het menselijk geslacht!
En niet voor geld of voor inspiratie, maar om de wereld te herindelen!
Ik neem zulke types niet mee hier naartoe, ik begrijp 't wel!
Wat kunt u begrijpen!
U bent niet de enige stalker in de wereld.
Niemand van de stalkers weet,
waarmee mensen, die u leidt, komen en waarmee ze weer teruggaan.
En de hoeveelheid ongemotiveerde misdaden neemt toe!
Is dat uw werk niet?
En militaire staatsgrepen, en de maffia in regeringen -
zijn dat niet uw cliënten?
En lazers, die hyperbacteriën,
al die smerigheid, die, zolang als 't duurt, verstopt ligt in kluizen?
Houdt u op met deze sociologische buikloop!
Gelooft u nou werkelijk in die sprookjes?
Niet in goede sprookjes. Maar in slechte - zoveel u wilt.
Houdt u toch op!
De mens kan niet een dusdanige haat of liefde hebben...
die zich zou uitspreiden over de hele mensheid!
Oké, geld, vrouwen... wraak...
dat je je chef doodwenst, dat gaat allemaal nog.
Maar macht over de wereld! Een rechtvaardige maatschappij!
Het Koninkrijk Gods op aarde!
Dat zijn immers geen wensen, maar ideologieën, activiteiten, concepties.
't onbewuste medelijden is nog niet in staat zich te realiseren.
Als een gewone instinctieve wens.
Er kan toch geen geluk bestaan ten koste van 't geluk van anderen?
Mij is 't volkomen duidelijk
dat u van plan bent de mensheid te verpletteren met uw weldoenerij.
En ik ben volkomen gerust wat u betreft, wat mezelf betreft,
en des te meer wat de mensheid betreft.
Want niets zal u lukken.
In 't beste geval zult u uw Nobelprijs ontvangen.
Of hoogstwaarschijnlijk overkomt u iets totaal ongerijmds,
waaraan u niet eens zou denken. Telefoon...
Je droomt van 't één, en je krijgt iets totaal anders.
Waarom?
Telefoon... electriciteit...
Kijkt u 'ns, 'n prachtig slaapmiddel.
Wordt nu niet geproduceerd. Hoe komt 'r hier zoveel van?
Zullen we misschien daarheen gaan?
't Wordt gauw avond, dan is 't te donker om terug te gaan.
Overigens begrijp ik heel goed,
dat dat gedichtenlezen en dat geloop in kringen niets anders is
dan een vorm van excuses betuigen.
Ik begrijp u. 'n Moeilijke jeugd, 't milieu...
Maar maakt u zich geen illusies, ik vergeef u niet.
Zulke dingen moet u nou niet zeggen; alstublieft.
Professor, komt u 'ns bij ons.
Eén moment. U hoeft zich niet te haasten.
Ik haast me ook nergens naartoe.
Ik weet, dat u boos zult worden.
Maar ik moet u zeggen...
U en wij, we staan nu op de drempel...
Dit is 't allerbelangrijkste moment van uw leven.
U moet weten, dat...
Hier uw innigste wens in vervulling gaat.
Uw meest oprechte wens! Uw meest gelouterde wens!
Dat is wel duidelijk.
Je moet je alleen...
concentreren en proberen je hele leven te herinneren.
Wanneer je aan 't verleden denkt, word je goedaardiger.
Maar 't belangrijkste...
't Belangrijkste is
Geloven!
Gaat u nu maar.
Wie wil als eerste gaan?
Misschien gaat u?
Ik? Nee, ik wil niet.
Ik begrijp, dat 't niet zo eenvoudig is, maar dat gaat zo voorbij.
Ik denk niet...
dat dat voorbij gaat.
Als ik terug ga denken aan m'n leven
zal ik er denk ik niet goedaardiger op worden.
En bovendien, voel je niet, hoe smadelijk dat allemaal is?
Je vernederen, snotteren, bidden?
Wat is er slecht aan bidden?
U zegt dat uit trots.
Rustig maar, u bent er gewoon nog niet aan toe. Dat komt vaak voor.
Misschien is 't vroeger met u gebeurd?
Ja.
Voor ons is 'n nieuwe uitvinding van professor Professor!
'n Apparaat voor 't onderzoeken van de menselijke ziel. 'n Zielemeter!
't Is niet meer dan 'n bom.
Wat?
Dat is 'n grapje.
Nee, gewoon 'n bom. Twintig kiloton.
Waar is dat goed voor?
Ik heb 'm met vrienden gemaakt.
Met m'n ex-collega's.
Deze plek brengt niemand geen enkel geluk.
En als-ie in slechte handen valt...
Overigens weet ik 't nu niet meer.
't Kwam toen in ons op... dat
de Zone toch niet vernietigd mag worden.
Zelfs als 't een wonder is... dan is 't een deel van de natuur,
en dat geeft bijgevolg hoop, in zekere zin.
Ze hebben deze mijn verstopt, en ik heb 'm gevonden.
't Oude gebouw, de vierde bunker.
Er moet blijkbaar 'n principe bestaan...
nooit onomkeerbare handelingen te verrichten.
Ik begrijp dat, ik ben tenslotte geen maniak.
Maar voorlopig ligt deze plaag voor 't oprapen voor allerlei tuig -
rust noch duur.
Of misschien zal 't diepste in de mens 't niet toestaan?
De arme ziel, heeft zich 'n probleem op de hals gehaald.
Geef terug!
Geef terug!
U bent toch 'n ontwikkeld iemand!
- Waarom doet u dat? Waarom?! - .Jij, huichelachtige neet...
Waarom? Waarom doet u...?
Hij wil immers uw hoop de grond inboren!
De mensen op aarde hebben tenslotte niets anders meer over!
Dit is de enige plek, waar je heen kunt gaan,
als je geen enkele hoop meer hebt.
Want u bent toch gekomen!
Waarom vernietigt u 't geloof hierin?
Hou je mond toch 'ns!
Ik heb je helemaal door!
Je spuugt op de mensen!
Je verdient immers geld aan onze... hunkering!
't Gaatje zelfs niet om 't geld.
Je geniet ervan, dat je hier heer en meester bent.
Huichelachtige neet, jij beslist wie mag leven en wie moet sterven.
Hij kiest nog uit ook!
Ik begrijp, waarom de stalker zelf nooit de kamer binnengaat.
U verlustigt zich hier aan macht, aan 'n geheim, aan autoriteit!
Wat voor wensen kan iemand nog meer hebben!
Niet waar! U... u vergist zich.
'n Stalker mag de kamer niet binnengaan.
'n Stalker mag de Zone helemaal niet binnen uit eigenbelang.
Denkt u aan 't stekelvarken!
Ja, u hebt gelijk: ik ben 'n neet.
Ik heb niets gedaan in deze wereld en kan niets doen.
Ik heb m'n vrouw ook niets kunnen geven.
Vrienden kan ik ook niet hebben. Maar pakt u niet af wat van mij is!
Ze hebben sowieso alles al afgepakt daar, achter 't prikkeldraad.
Alles wat ik heb is hier. Begrijpt u? Hier! In de Zone!
Mijn geluk, m'n vrijheid, m'n waardigheid - 't is allemaal hier!
Ik leid hier dezelfde mensen heen als ikzelf, ongelukkigen, geplaagden.
Ze hebben niets om op te hopen.
En ik kan ze helpen!
Niemand kan ze helpen, maar ik, neet, kan 't wel!
Ik kan wel huilen van geluk, dat ik ze kan helpen.
En meer niet! En ik wil verder ook niets.
Ik weet 't niet. Misschien.
Maar toch, neem me niet kwalijk, maar...
Je bent gewoon gestoord!
Je begrijpt absoluut niet, wat er hier gebeurt.
Waarom heeft 't stekelvarken zich volgens jou opgehangen?
Hij kwam uit eigenbelang naar de Zone.
Z'n broer heeft-ie in de “gehaktmolen“ om geld de dood in gejaagd.
Ik begrijp 't. Maar waarom heeft-ie zich toch opgehangen?
Waarom is-ie niet nog 'n keer gegaan, niet om 't geld, maar voor z'n broer?
Had hij berouw?
Hij wilde... ik weet 't niet. 'n Week later heeft-ie zich opgehangen.
Hier heeft hij begrepen, dat hier geen gewone wensen,
maar de innigste wensen in vervulling gaan!
Wat schreeuw je daar toch...
Hier gaat in vervulling, wat overeenkomt met je aard,
met je wezen, waarvan jij geen enkele voorstelling hebt.
Die dingen zitten in je en sturen jou je hele leven!
Niets heb je begrepen, Leren Kous.
't stekelvarken is niet ten prooi gevallen aan hebzucht.
Hij heeft op z'n knieën in die plas gekropen en smeekte om z'n broer.
En kreeg 'n hoop geld, en kon niets anders krijgen.
Omdat 't Stekelvarken toekomt wat van 't Stekelvarken is!
En 't geweten, gewetenswroeging - dat is allemaal verzonnen.
Dat heeft hij begrepen en heeft zich opgehangen.
Ik ga niet in die kamer van jou.
Ik wil niemand lastig vallen met m'n eigen rottigheid.
Zelfs jou niet.
En daarna doe ik mezelf zeker 'n strop om de hals, zoals 't stekelvarken.
Dan zit ik liever in m'n herenhuis en ga stil en vredig aan de drank.
Nee, Grote Slang, je hebt verrekt weinig mensenkennis...
als je mensen als ik naar de Zone leidt.
En bovendien...
Hoe kom je erbij, dat dit wonder inderdaad bestaat?
Wie heeft u gezegd, dat hier inderdaad wensen in vervulling gaan?
Hebt u ook maar één mens gezien, die hier gelukkig is gemaakt?
't stekelvarken, misschien?
En überhaupt, wie heeft u over de Zone verteld,
over 't stekelvarken, over die kamer?
Hij-
Dan begrijp ik er helemaal niets van.
Wat voor zin heeft 't dan hiernaartoe te gaan?
't Is zo stil...
Hoort u?
Je zou alles in de steek kunnen laten...
je vrouw meenemen, 't Aapje, en hier gaan wonen.
Voor altijd.
Hier is niemand. Niemand die ze 'n haar krenkt.
Hij is teruggekomen.
Waar komt dit nou vandaan?
Hij is me daar gevolgd. Je kunt 'm 'm toch niet in de steek laten...
Nou, gaan we? 't Aapje wacht.
Gaan we?
Heeft niemand van u 'n hond nodig?
Thuis heb ik vijf van zulke honden.
Houdt u soms van honden?
Wat?
Dat is goed.
Goed, laten we gaan.
Als u 'ns wist, hoe moe ik ben!
God alleen die 't weet!
En dat noemt zich dan nog intellec- tuelen, die schrijvers en geleerden!
Doe 'ns kalm aan!
Ze geloven toch nergens in?!
Hun geloofsorgaan is bij hen immers geatrofieerd wegens overbodigheid.
Hou op. Laten we gaan. Je bent gaan liggen. Dat moet je niet doen.
't Is hier te vochtig voor je... Je moet hier niet gaan liggen.
Haal 't eraf.
Mijn God, wat 'n mensen...
Rustig nou maar, 't is hun schuld toch niet?
Je moet medelijden met ze hebben, en jij maakt je kwaad.
Je hebt ze toch gezien? Hun ogen zijn leeg.
Ze denken er de hele tijd over na, hoe ze hun prestige kunnen ophouden,
om zich zo duur mogelijk te verkopen!
Om iedere beweging van hun ziel betaald te krijgen!
Ze weten, dat ze “niet zomaar geboren zijn“, “dat ze “geroepen“ zijn!
Ze leven tenslotte “maar één keer“!
Zullen mensen kunnen toch nergens in geloven?
Rustig nou maar, niet doen.
Probeer in te slapen, goed? Val maar in slaap.
En niemand gelooft 't. Niet alleen die twee. Niemand!
Wie moet ik erheen leiden?
Oh God...
En 't ergste van alles is...
dat niemand 't nodig heeft.
Niemand heeft die kamer nodig. En al m'n inspanningen zijn zinloos!
Waarom doe je dat? Niet doen.
Ik ga 'r met niemand meer naartoe.
Wil je, dat ik er met je naartoe ga?
Waarheen?
Denk je, dat ik niets te vragen zal hebben?
Nee...
Dat kan niet.
Waarom niet?
Nee, nee.
En als 't bij jou nou ook op niets uitloopt?
Weet u, moeder was er heel erg op tegen.
U hebt waarschijnlijk al begrepen dat hij niet zo slim is.
Z'n hele omgeving moest om hem lachen.
Hij was 'n warhoofd, 'n zielig type.
Moeder zei: “Hij is toch 'n stalker,
hij is 'n ter dood veroordeelde, hij is 'n eeuwige arrestant!“
Denk eraan, wat voor kinderen stalkers meestal hebben.“
En ik... ik ging er zelfs niet tegenin.
Ik wist 't zelf ook wel allemaal - dat-ie ter dood veroordeeld wordt,
dat-ie 'n eeuwige arrestant is, en dat van de kinderen.
Alleen... Wat kon ik doen?
Ik was ervan overtuigd, dat ik 't bij hem goed zou hebben.
Ik wist, dat ik ook veel verdriet zou hebben.
Maar beter een bitter geluk, dan...
'n grijs, troosteloos bestaan.
Misschien bedacht ik dat later allemaal wel.
Maar toen kwam hij naar me toe en zei: “Ga met me mee.“
En ik ben meegegaan, en ik heb daar later nooit spijt van gekregen.
Nooit.
Ja, ik heb veel verdriet gehad.
Ik vreesde, en ik schaamde me ook.
Maar ik heb nooit spijt gehad en ben nooit jaloers geweest op iemand.
We hebben gewoon zo'n lot, zo'n leven, zo zijn we nou eenmaal.
En als er geen verdriet in ons leven was, zou 't er niet beter op worden.
't Zou slechter zijn.
Want dan zou er ook geen geluk zijn.
En er zou geen hoop zijn.
Ik houd van je ogen, m'n vriend,
Met hun vlammend-wonderlijk spel,
Wanneer je ze plots opslaat,
En je als bliksem uit de hemel
Vluchtig om je heen ziet.
Maar er is 'n sterkere betovering:
Ogen, die neergeslagen zijn
In minuten van hartstochtelijk kussen,
En door neergelaten wimpers
Een somber, dof vuur van verlangen...
Einde
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.