All language subtitles for Quand Vient LAutomne (2024).1080p.BD.x264.AAC-YTS.DU

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Downloaded from YTS.MX

Official YIFY movies site: YTS.MX

Gehoord hebbende van Jezus' aanwezigheid...

verscheen zij met een kruik geurige olie.

Ze knielde aan Jezus' voeten...

en wenende goot ze haar tranen over zijn voeten...

die ze vervolgens droogde met haar haren, overdekte met kussen...

en zalfde met de geurige olie.

Dit ziende...

zei de Farizeeër die Jezus had uitgenodigd bij zichzelf:

Als deze man een profeet is...

zou hij weten wie deze vrouw is:

Een zondares.

Maar Jezus antwoordde:

Toen ik uw huis betrad, hebt u geen water over mijn voeten gegoten.

Maar zij heeft mijn voeten met haar tranen gewassen...

en met haar haren gedroogd.

En daarom zijn haar talloze zonden haar vergeven...

want zij betoonde veel liefde.

Deze vrouw was Maria Magdalena.

Het Lichaam van Christus.

Amen.

Hallo, mam. - Dag, schat. Alles goed?

Ja ja.

En hoe laat zijn jullie er?

Dan kunnen we mooi samen lunchen.

Zal ik jullie van het station halen?

Oké. Maar kom je met Laurent z'n auto?

Dat zijn jouw zaken niet, mam.

Neem me niet kwalijk.

Prima.

Nou, tot morgen dan maar.

Liefs voor allebei.

Ik wacht hier op je.

Het gaat heus goed. - Ja, dat hoop ik.

Ga maar. Geef hem een kus van me.

penitentiaire inrichting

Marie-Claude Perrin.

Dank u wel. - Fijne dag, mevrouw.

Michelle?

Bedankt voor het brengen.

Wanneer wil je er weer heen?

Over tien dagen of zo?

Goed.

Kom binnen, de deur is open.

Alles goed? Kopje koffie?

Als er tijd voor is. - Ja, hoor.

Ze komen niet voor enen. En met alle files...

Heeft je dochter nu haar rijbewijs? - Ja.

Jij bent nog de enige zonder.

Ik heb vannacht slecht geslapen. - Logisch, het is volle maan.

Misschien is dat het.

Dank je wel. - Dat is goed voor de paddenstoelen.

Waar zijn de paddenstoelen?

Kom, hier waren er vorig jaar heel veel.

Kijk hier eens.

Moet je zien. - Ja, een boleet.

Ja, een boleet.

En een mooie ook.

Marie-Claude, kijk eens.

Is dit een goeie of niet? - Nee, dat is een valse hanenkam.

Prachtig.

Ik loop een beetje door, ik moet gaan koken.

Ik hoor de verhalen graag.

Absoluut. Maak je borst maar nat.

Hallo.

Oma. - Dag, schat van me. Lieverd.

Alles goed? - Ja.

Dag, schat. - Ik zoen niet. Ik ben snotverkouden.

Goeie reis? - Nee, Parijs uitkomen was een ramp.

Lucas, je tas. - Ik heb lekker voor jullie gekookt.

We hebben al een broodje gegeten. - Ik heb trek.

Heel goed, lieverd. We maken er een fijne vakantie van.

Met wie praat ze? - Met papa.

Wat nu weer?

Ruzie over de vakantie, vanwege mij. - Welnee.

Luister goed. Het ligt niet aan jou, maar aan hen.

Kom. We gaan samen koken.

Ik heb heerlijke verse paddenstoelen.

Die lust ik niet. - Natuurlijk wel. Je gaat gewoon proeven.

Met wat boter en knoflook...

is het heerlijk. - Ik hou niet van knoflook.

Valérie, wil je je telefoon even wegleggen?

Hou op, mam. Ik heb al stress genoeg.

Is het lekker, lieverd?

Mag ik de paddenstoelen?

Het ruikt heerlijk. Zit er knoflook in? - Ja.

Jij niet? - Nee, je hebt m'n eetlust vergald.

Sorry, ik ben net gestopt met roken. Ik ben nogal prikkelbaar.

Ben je wat aangekomen?

Volgens mij niet.

Kijk uit, op jouw leeftijd moet je je niet laten gaan.

Hoe gaat het trouwens met Marie-Claude?

Op en neer, maar best goed.

Zit die gestoorde zoon van haar nog steeds in de cel?

Hou op, Valérie. Iedereen verdient een tweede kans.

Die eikel niet.

Die jongen heeft het nooit makkelijk gehad.

Ik wel soms?

Hoe kun je het voor hem opnemen na wat ie gedaan heeft?

Wat heeft hij gedaan? - Niks. Eet je bord leeg.

Iemand nog quiche of paddenstoelen? - Nee dank.

Ik sprak een bevriende notaris.

Als je me nu alvast schenkt, scheelt dat erfbelasting na je dood.

Gaat oma dood? - Welnee, ik ben kerngezond.

Zet het huis op mijn naam.

Je vindt dit huis toch niks?

Daar gaat het niet om, het gaat om de waarde.

Voor de toekomst, voor Lucas.

Maar ik heb je mijn flat in Parijs al geschonken.

Nou en?

Wil iemand kaas? - Nee, dank.

Dan haal ik het nagerecht. - Nee, ik heb al te veel gegeten.

Ik wel, oma.

Ik haal het.

Dank je wel, lieverd.

Het is lekker weer voor een wandelingetje. - Goed idee, ja.

Schuif 's op. - Maar ik moet nog tig telefoontjes plegen.

En ik moet nog werken. Is het internet al beter?

Ja, het hele dorp heeft inmiddels glasvezel.

Halleluja.

Wat gaan we van de week doen, oma? - Wat jij wilt, lieverd.

Wandelen, lezen, films kijken...

taarten bakken.

Ik heb mama beloofd: geen tablet. - Heel goed.

Maar van mij mag je af en toe ongehoorzaam zijn.

Dat is ons geheimpje.

Wil jij met mij gamen? - Als je het mij leert.

Oma? - Ja, lieverd.

Verveel je je hier nooit? - Nee, hoor.

Ik ben graag dicht bij de natuur, de rivier, de bomen.

Ik geniet van het vogelgezang. Ik mis Parijs totaal niet.

Maar je bent helemaal alleen. - Welnee.

Mijn vriendin Marie-Claude is van hier.

Moet je zien. Is dit geen prachtig uitzicht?

Waar is haar huis?

Daar. Zie je dat?

Boven die bomen. Zie je het? - Ja.

Een klein huisje. - Ja, maar toch...

En jij?

Zou jij hier willen wonen?

Ja, misschien. Maar mama zou het nooit willen.

Ja, je moeder heeft het buitenleven altijd vreselijk gevonden.

Het zijn er te veel om te tellen.

We gaan terug. - Oké.

Wat is er aan de hand?

Sorry, wat is er gebeurd? - Een vrouw is binnen onwel geworden.

U bent? - Haar moeder. Dit is haar zoon.

Ga maar gauw.

Bernard, wat is er? - Je dochter belde ons. Ze is nu bewusteloos.

Wat heeft ze? - Dat gaan we op de SEH uitzoeken.

Het lijkt op vergiftiging.

De paddenstoelen. - Heeft ze die gegeten?

Tussen de middag. Vers geplukt met Marie-Claude.

Heb jij ze ook gegeten? - Nee, ik had geen trek.

En de jongen? - Ik lust geen paddenstoelen.

Mogen wij mee? - Kom maar naar het ziekenhuis.

Marie-Claude?

Weet je al meer? - Nee, we wachten nog steeds.

De dokter.

En?

Alles in orde. We waren er op tijd bij. Haar maag is leeggepompt.

Het komt goed. - Gelukkig.

Vreselijk, ik had het eten klaargemaakt. - Zoiets kan gebeuren.

Maar u moet een verklaring afleggen op het politiebureau.

De politie? - Beter nu meteen dan dat ze bij u thuis komen.

Van vergiftiging moeten wij melding maken.

Natuurlijk, ja.

Je moet rusten van de dokter. - Nee, ik ga terug naar Parijs.

Weet je zeker dat je kunt rijden?

Slaap rustig een nachtje hier en vertrek morgen pas.

Ophouden, mam We gaan naar huis.

We?

Lucas gaat mee.

Maar zijn logeerpartijtje dan? - Ik vertrouw je niet meer.

Het was een ongelukje. - Ik was bijna dood.

Wij hadden ook dood kunnen zijn. - Nee, jij hebt het niet gegeten.

En je weet dat Lucas het niet lust. Je hebt me vergiftigd.

Je bent toxisch. - Wat?

Opzet of niet, je bent gevaarlijk. Ik laat m'n zoon niet hier.

Ik wil bij oma blijven. - We gaan naar huis.

En mijn vakantie dan? - Dat zien we wel met je vader.

Wat sandwiches voor onderweg.

Daar hebben we niks aan. - Hoe bedoel je?

Maak liever 500 euro over, dan haal ik het eind van de maand.

Hier, lieverd. - Dank je, oma.

En laat een check-up doen. Dat is verstandig op jouw leeftijd.

politiebureau

Vertel.

Valérie heeft geen aangifte gedaan. - Het idee.

Wil je koffie? - Nee, dank.

Zeiden ze iets over vroeger?

Nee, niks.

Ik voel me schuldig. Ik had je paddenstoelen moeten controleren.

Vreselijk, Valérie denkt dat ik haar echt wilde vermoorden.

Zij geeft jou altijd voor alles de schuld.

Dat ik Lucas niet meer zie, vind ik zo erg.

Wat doe jij hier?

Waar is je mama? - Daar.

Wil je naar haar toe? - Ja.

Michelle?

Ik maak je toch niet wakker? - Nee, hoor. Ik kom eraan.

Ik ben zo blij.

Als hij werk vindt en snel weer integreert, krijgt hij misschien strafkorting.

Heel fijn. - Ja.

Maar banen liggen hier niet voor het opscheppen.

Het belangrijkste is dat hij vrijkomt en op het rechte pad blijft.

Dit is de voicemail van Valérie...

Jongen...

Blij me te zien? - Dolblij.

Het is niet zwaar, hoor. Dag, heren.

Tot ziens.

Ik heb mazzel met dit mooie weer.

Gaat het? - Ja. En jij?

Michelle wacht op ons. - Shit, Michelle.

Altijd een echte dame. - Dag, jongen.

Goed om je te zien. - Lief dat je meegekomen bent.

Logisch toch? Kom maar mee.

Hulp nodig? - Het is niet zwaar.

Snel weg hier.

Voordat ze zich bedenken. - Stel je voor.

Waar wil je eten?

Maakt me niet uit. Het eten daar was ontzettend goor.

Wat dacht je van La Beursaudière? - Heerlijk, maar niet goedkoop.

Ik trakteer. - Dat is lief.

Zolang het maar geen paddenstoelen zijn.

Shit, wat lekker.

Op de vrijheid, lieverd.

Dank je wel, moedertje. Michelle...

Op onze gezondheid.

En geen domme dingen meer.

Finito.

Wil iemand een toetje? - Zeker.

Mogen we de dessertkaart? - Wat heb je voor plannen?

Ik kan in een magazijn in Auxerre gaan werken.

Maar Auxerre...

Je kunt er een woning huren. - Dat kan ja...

Maar wat zou je graag willen doen?

Liefst blijf ik hier in de buurt en begin ik een café.

Dat zou...

Daar is geld voor nodig. - Ik weet het.

Hebt u een keus gemaakt? - Nog niet.

Shit, profiteroles. Ma? Michelle?

Ja, goed idee.

Michelle? - Alleen koffie.

Eén koffie, twee profiteroles. - Komt eraan.

Je zou voor mij kunnen werken.

Hoe dat zo?

De tuin is groot. En ik heb de moestuin de laatste tijd nogal verwaarloosd.

Er moet hout gehakt worden, opgeruimd.

Ja, waarom niet? Ik ben voor.

Vijftien euro per uur, zwart? - Helemaal top.

Dank je wel, Michelle.

Kijk...

Ik wil graag dat je genoeg hout hakt voor de hele winter.

Hier...

liggen alle gereedschappen die je nodig hebt.

En hier is de moestuin. Daar is veel te doen.

Ik had de puf niet.

Dus je gaat eerst...

al het onkruid weghalen tussen de planten.

En daarna...

pluk je de pompoenen en leg je die in het schuurtje daar.

Daarna spit je de boel om.

Ik ben klaar. - Heel fijn.

Zal ik je meteen betalen? - Graag, ik zie vanavond m'n maten.

Hoeveel uur is het?

Ik ben tegen twee uur begonnen, dus zo'n drieënhalf uur.

Oké, dan maak ik er vier uur van.

Kijk, alsjeblieft.

Top. Morgen hetzelfde?

Morgen. - Oké.

Heel goed.

Dag, mevrouw.

Is de code veranderd? - Ja.

Kunt u mij binnenlaten? - Waar moet u zijn?

Bij m'n dochter, op zeshoog. Ik woonde daar vroeger zelf.

Kunt u haar niet bellen? - Ik wil haar verrassen.

Dank u wel.

Hallo.

Wat doe jij hier?

Omdat je niet opnam, ben ik maar hierheen gekomen. Mag ik binnenkomen?

Wat heb je tegen haar gezegd? - Dat ik nog maar een paar jaar heb.

Dat ik het wilde bijleggen met haar en m'n kleinzoon wilde zien.

Was hij thuis? - Nee, hij was op school.

En mag hij de volgende vakantie komen logeren?

Nee.

Ze had het over een jaar naar z'n vader in Dubai.

Wat vindt Laurent? - Die houdt zich erbuiten.

Hun scheiding is al pijnlijk genoeg.

Raadpleeg een advocaat. Een oma heeft het recht om haar kleinkinderen te zien.

Maar met die paddenstoelen heb ik dat verspeeld.

Ongelooflijk. Ik heb haar mijn flat in Parijs geschonken...

ik stuur haar geld, ik heb een notaris geraadpleegd over het huis.

Geen bedankje, niks.

Het gaat haar om m'n geld, en verder niks.

Na al dat sloven voor onze kinderen krijgen we stank voor dank.

Dat mag je niet zeggen. - Sorry, maar daar word ik kwaad van.

Ja?

Was jij hier? Hallo, Vincent.

Ik ga op stap met m'n maten. - Welke maten?

Zie ik je morgen, Michelle? - Ja, tot morgen.

Ik zeg het niet graag. Maar met onze kinderen...

hebben we er niks van gebakken.

Proost. - Op je gezondheid, schat.

Hier. - Ha, Michelle.

Wil jij dit weggooien? Ik heb het niet meer nodig.

Wat is het? Nee, dat kan ik niet doen.

Waarom niet? - Omdat...

Je ziet je kleinzoon vast weer. - Nee.

Te pijnlijk. Ik gooi het liever weg. - Maar Michelle...

Moet je horen.

Doe er maar mee wat je wilt. Maar ik wil het hier weg hebben. Duidelijk?

Een antidepressivum kan. Maar het is belangrijker dat u bezig blijft.

Zoek een activiteit die u leuk vindt.

Ik heb nergens zin in.

De gemeente zoekt vrijwilligers. U kunt een handje helpen.

Of bij de kerk, bij catechismusles.

Catechismusles? Is dat humor?

Sorry.

Hoe dan ook...

Sinds ik m'n kleinzoon niet meer zie, heb ik moeite met kinderen.

Ik ben bang dat ik dement aan het worden ben.

Waarom denkt u dat?

Bent u vergeetachtig?

Ik weet het niet.

Het is sinds...

dat paddenstoelenverhaal met m'n dochter.

Dat had iedereen kunnen overkomen. Dat weet u.

Ja, maar het was me nog nooit overkomen.

De volgende keer let u beter op.

Nee, ik pluk nooit meer paddenstoelen.

U moet u niet schuldig voelen of uzelf straffen, mevrouw Giraud.

Het was geen opzet.

Toch?

Ik weet het niet meer.

Marie-Claude? - Michelle?

Is er iets gebeurd? - Nee.

Vincent is er nog niet. - Hij was al vroeg weg. Ik heb 'm niet gehoord.

Hij is z'n telefoon weer 's vergeten.

We zouden de garage opruimen.

Vandaag? - Ja.

Misschien is hij eerst naar Auxerre?

Dat zou kunnen, ja.

Sorry, ik ben het vast vergeten.

Geeft niet. - Dank je. Liefs.

Liefs terug.

Hallo. U zoekt?

Herken je me niet? - Nee.

De zoon van Marie-Claude.

Zat je niet... - Nee, ik ben weer vrij.

Lang geleden. - Ja, idioot, hè?

Mag ik binnenkomen?

Ja, lelijk, hè? Ik moet de meubels van m'n moeder gauw wegdoen.

Suiker? - Nee.

Oké...

Wat kom je doen in Parijs?

Jou opzoeken.

Mij? - Ja.

Om... over Michelle te praten.

Wat is dit? Heeft zij je gestuurd?

Nee, dat niet, maar... Alleen...

Je moeder is verdrietig. Je doet haar pijn.

Doe ik haar pijn? Neem je me in de maling?

Je houdt haar kleinzoon bij haar weg. Dat kun je niet maken.

Zonder haar was jij er niet geweest. - Wat klets je nou?

Waar bemoei je je mee? Hoezo lees jij mij de les?

Doet er niet toe.

Je moeder is een goed mens. Zo mag je haar niet behandelen.

Ik kan je niet volgen. Wat is precies jouw relatie met mijn moeder?

Vertel eens.

We weten van haar kloteverleden.

En van jouw moeder. Ze hebben samengewerkt.

Had jij geen probleem met hun gedoe?

Ik wel.

Zie je niet hoe ze ons beschadigd hebben?

Jij komt net uit de bak.

En ik ben zo ongelukkig dat ik wel uit het raam kan springen.

Ik walg van haar.

Om van te kotsen.

Zo mag je niet over je moeder praten. - O nee?

Hoe moet ik dan over mijn lieve moesje praten?

Als over een heilige?

Ik heb een peuk nodig.

Hallo. Ja?

Dag, Laurent.

Wat?

Nee toch...

Hoe is dat gebeurd?

En Lucas?

Ja.

Ja, ja...

Goed, ja...

Morgen.

Bel... Bel je me?

Goed.

Ik wacht.

Je bent thuis.

Had even gewaarschuwd. Michelle maakte zich zorgen.

Waar ben je geweest?

Vincent, wat is er?

Niks.

Wat heb je uitgevoerd?

Niks.

Waar was je? - Naar Parijs.

Parijs? Wat moest je daar?

Ik ben naar Michelles dochter geweest. - Naar Valérie? Waarom?

Om met 'r te praten, dat ze haar moeder het leven niet zo zuur moet maken.

Waar bemoei je je mee?

Michelle was verdrietig. Ik wilde helpen.

Ik heb geprobeerd met haar te praten. En toen...

Toen wat?

En toen...

is ze gevallen.

Gevallen? - Van het balkon, de stomme trut.

Dat meen je niet.

Het was een ongeluk.

We stonden op het balkon en we kregen woorden en...

Heb je haar geduwd? - Nee, het was een ongeluk.

De dochter van mijn beste vriendin.

Nee ma, niet huilen, verdomme.

Weet Michelle het? - Ik denk het, ze belt steeds. Niet huilen.

Het is niet waar.

Het is niet waar.

Ga je het haar vertellen?

Neem je op?

Luister, ma. Ik wil niet terug de gevangenis in. Echt niet.

Ma...

Hallo, Michelle?

Inspecteur... - Laat haar binnen.

Sorry, meneer.

Valérie lag in scheiding.

Ze had problemen op haar werk. Geldzorgen.

En...

Ja?

Ik was niet de moeder die zij gewild had.

Dat komt vaker voor.

Ja, maar...

Ik was vroeger prostituee.

M'n dochter heeft dat nooit kunnen accepteren.

Ik snap het.

Kan het zelfmoord geweest zijn?

Dat weet ik niet.

Het zou kunnen.

Ze was heel labiel.

Heeft ze u recent nog berichtjes gestuurd? - Nee.

Waren er mensen die kwaad op haar waren?

Niet dat ik weet.

Goed.

Misschien is autopsie nodig.

Voor we daartoe besluiten...

wil ik met u naar haar flat om te kijken of u iets opvallends ziet.

Hoelang nog? - Drie maanden.

Jongen of meisje?

Dat hoef ik niet te weten.

En de vader? - Er is geen vader.

Sorry. - Geeft niet, hoor.

Dag, mevrouw.

En?

Geen sporen van braak of van een worsteling.

Een volle kop koffie. - Met alleen vingerafdrukken van het slachtoffer.

Is het daar?

Hierboven had ze sigaretten liggen. Daarvoor heb je het trapje nodig.

Ik denk dat ze sigaretten ging pakken en uitgegleden is.

Waar lag haar lichaam? - Pal hieronder.

Gaat het?

Voor mij is het duidelijk. Ze is hiervandaan gevallen.

Ik vraag toestemming voor de begrafenis. - Geen autopsie?

Niet nodig. - Oké.

Ik heb alleen...

nog een laatste vraagje.

Hebt u nog contact met de prostitutiewereld?

Nee, dat is afgelopen. Ik ben met pensioen.

Sinds wanneer? - Sinds...

vóór de geboorte van m'n kleinzoon.

Haar antecedenten gecheckt? - Ze had chique klanten.

Heeft meermaals problemen gehad met pooiers.

Ze heeft best lang gewerkt.

Hallo.

Laurent...

Kom.

Ben je vanochtend hierheen gekomen?

Ja.

Weet je, Michelle...

Valérie en ik hielden van elkaar.

Maar op een foute manier.

Ik voel me schuldig.

Jij kunt er niks aan doen.

We hadden bij elkaar moeten blijven. - Dat had niks uitgemaakt.

We hadden die ochtend nog ruzie.

Waarover?

Over Lucas, zoals altijd.

Sorry, u zult naar buiten moeten.

De flat moet nu verzegeld blijven.

Kijk.

Een enorme woestijn. zwembaden...

wolkenkrabbers. En kijk hier eens...

Daar is mijn kantoor. Mooi, hè?

Ja.

Je zult het er fijn vinden.

Altijd mooi warm weer.

Er is zelfs een Franse school Daar kun je vriendjes maken.

Nee.

Nee wat?

Ik wil daar niet heen.

Je kunt hier niet in je eentje blijven, schat.

Vooruit, opstaan.

Anders kom je te laat op school. Vooruit.

Kom op, jochie. Je kunt het.

Schattebout.

Het ontbijt staat klaar.

Waar denk je aan?

Nergens aan.

Noemen ze je op school nog Parijzenaar?

Soms.

Laat je niet kisten.

Oké...

Ik haal je op. - Ik neem de bus. Net als de anderen.

Goed dan.

Tot later. Doe goed je best.

Dag, mevrouw.

Het gaat goed met Lucas, hoor.

In het begin was het moeilijk. Maar nu gaat het goed, denk ik.

Mam, jij hebt me vermoord.

Hoe kun je zoiets nou zeggen?

Niemand heeft je vermoord.

Volgens de politie was het een ongeluk.

Een ongeluk?

Ja.

Of zelfmoord, zo je wilt.

Dat wil jij liever.

Je was zo ongelukkig. Door je scheiding en al je problemen.

Je hebt nu wat je wilde.

Nee.

Jawel.

Mijn zoon.

Hoe is het met Lucas? - Hij begint z'n draai te vinden.

Vindt hij het niet zwaar?

Hij heeft mij.

Jij houdt je goed.

Als ik aan Valérie denk, hoor ik haar verwijten, haar boze buien.

Ergens ben ik opgelucht dat ze er niet meer is. En ik voel me niet eens schuldig.

Mag ik een sigaret?

En jouw zoon? - Ik ben bang dat hij weer domme dingen doet.

Welnee, hij is nu serieus. Hij werkt aan z'n project.

En hoe is hij aan dat geld voor z'n café gekomen?

Weet jij meer?

Heeft hij niks gezegd? - Nee. Wat dan?

Ik heb hem dat geld gegeven.

Hij betaalt het later terug. Ik wilde hem op gang helpen.

Waarom heb je dat gedaan?

Ik mag je zoon graag. Hij heeft mij ook geholpen.

Wat is er?

Hopelijk draait hij door jou niet weer de bak in.

Marie-Claude.

Hoe is het met haar? - Ze houden haar een nacht ter observatie.

Heeft ze iets gebroken? - Dat niet, maar...

Ze doen wat onderzoeken. Het schijnt niet best te zijn.

Waarom had je niks gezegd over het geld? - Waarom zou ik?

Daardoor was ze van streek. - O ja?

Lucas wacht op me. - Hoe is het met 'm?

Goed. Hoezo? - Nou, z'n moeder is dood.

Hou je me op de hoogte?

Lucas.

Doe open. Wat zit je daar toch te doen?

Niks.

Kom eten.

Je bent vanavond niet erg spraakzaam.

Weet je...

Ik heb de blauwe plek op je voorhoofd wel gezien, hoor.

Wat is er gebeurd? Hebben jullie gevochten?

Hebben ze je geslagen? - Ik heb geen trek meer.

Ik ga naar m'n kamer.

Wat zit je te bekijken?

Foto's van vroeger.

Op school zeggen ze dat je een hoer bent.

Wie zegt dat?

De grote jongens.

Nou...

dat was ik vroeger.

In Parijs heb ik dat een paar jaar gedaan.

Dat hoefde je niet te doen. - Soms moet dat wel.

Omdat iemand je dwingt.

Ik vind je walgelijk.

Dat snap ik.

Maar... het was een manier om het hoofd boven water te houden.

Het mocht je moeder aan niets ontbreken.

Ik weet dat het geen gewoon werk is...

het was mijn werk.

Was mama daarom kwaad op je?

Ja.

Ze schaamde zich voor me.

Zoiets is moeilijk voor kinderen.

Maar dat is nu verleden tijd.

Het gaat nu om ons.

Vooral om jou.

En ik zal je helpen.

Ik zal zorgen dat het goed met je gaat, dat je gelukkig bent.

Je lijkt op mama.

Michelle, wat tof dat je gekomen bent.

Spreekt vanzelf.

Ma is binnen. - Mocht ze uit het ziekenhuis?

Ik ga gauw naar haar toe. - Alles goed? Coole pet. Ga zitten.

Hallo.

Marie-Claude.

Nee maar, je ziet er patent uit.

Ik heb me opgemaakt.

Goeie zaak, hè?

Hij heeft het mooi opgeknapt.

Het gaat alleen maar ellende geven.

Waarom zo zwartgallig? Heb vertrouwen in je zoon.

Het gaat 'm lukken.

Ik moet morgen terug.

Nog meer onderzoeken?

Ben je ongerust? - Nee, fatalistisch.

Gaat alles goed hier?

Dansen?

laten we de liefde vieren nu het nog kan

en niet wachten tot de dood aanklopt

laten we de liefde vieren nu het nog kan

als ik zin heb om te dansen dans ik nu

het is waar

de wereld veranderen kunnen we niet

dat weet ik

maar dat even geloven doet je goed

laten we de liefde vieren nu het nog kan

Je oma kan goed dansen.

Hoelang ken je oma? - O, al heel lang. Uit Parijs.

Deed jij hetzelfde als zij?

Mag die pet af? - Niet doen.

Sorry, hoor.

Moet je die ouwe hoer zien. Die blonde sloerie.

Wat zei je daar?

Vincent, niet doen. Laat toch kletsen.

Opdonderen.

Hij verandert ook nooit. - Kom maar door met de muziek.

Goedemorgen, Vincent. - Ha, Michelle.

Alles goed?

Een glaasje wit.

Ben je laat dichtgegaan? - Zeker.

Maar het wordt niet iedere avond feest.

Fijn dat Marie-Claude erbij kon zijn. - Zeker.

Maar het gaat niet goed met 'r.

Proost.

Ze moet niet zo somberen.

Er zit haar iets dwars. Maar ze vertelt me niks.

Vincent... Ik zou graag willen...

Wat?

dat je nog een keer iets voor me doet.

Ha, vent. - Wat doe jij hier?

Ik kom je ophalen. Volgens Michelle word je gepest. Is dat waar?

Door die jongens daar? - Nee.

Door wie dan wel?

Door die grote jongens daar. - Die daar? Oké.

Wacht op me bij de bushalte. Ik kom zo.

Wat heb je gezegd? - Dat ik in de gevangenis heb gezeten.

Echt waar?

Niet dat ik daar trots op ben, hoor. Maar ze waren wel onder de indruk.

Wat liet je ze zien?

Niet aanzitten.

Herken je het?

Niet dus. Sufferdje.

Waarom heeft Vincent in de gevangenis gezeten?

Sorry? - Waarom zat hij in de gevangenis?

Hij heeft vroeger domme dingen gedaan.

Heeft hij iemand vermoord?

Welnee. Waarom zeg je dat?

Omdat gevangenen moordenaars zijn. - Niet altijd. Gelukkig niet.

Kom 's met je bord.

Waarom heeft hij geen vrouw?

Ik heb geen idee. Omdat hij bij z'n moeder woont, is dat misschien lastig.

Vraag het hem maar.

Gaat het goed op school? - Ja, hoor.

Heb je goeie cijfers? - Ja, het is makkelijker dan in Parijs.

Maar wel je best blijven doen, hoor.

Maak je geen zorgen, Laurent.

Lucas werkt hard en is heel serieus.

Oké. Dus het platteland bevalt je wel? - Ja.

Kom je volgend jaar bij mij wonen? - We zien wel.

Dat zou ik geweldig vinden.

Maak je geen zorgen. Hij komt heus wel.

Dank je wel, Michelle.

Vincent?

Gaat het?

De taart van oma.

Lach maar niet. Ik heb je lievelingscake gemaakt.

Dat is lief. Maar ik heb steeds minder trek.

Doe je best. Je moet niet in de put gaan zitten.

Het is te laat, Michelle. - Nee, er is altijd hoop.

De kanker zit overal.

Zeiden ze dat? - Ik wilde dat ze de waarheid vertelden.

Maar er is vast wel een behandeling.

Te belastend en zinloos.

Ik moet je iets vertellen voordat ik ga.

Was ik een slechte moeder?

Is Vincent door mij van het rechte pad geraakt?

Nee.

We hebben ons best gedaan.

En je zoon doet het nu goed.

Hij is serieus bezig met zijn café.

Beloof dat je op hem blijft letten.

Dat beloof ik.

Weet je...

Op de dag van Valéries dood...

was Vincent niet in Auxerre.

Hij was toen in Parijs.

Vincent z'n goeie bedoelingen pakken altijd verkeerd uit.

Het belangrijkste is dat hij het goed bedoelt.

'Dat ik mijn dorst gelest heb... - O ja.

'Dat ik mijn dorst gelest heb, ruim twintig passen stroomafwaarts van u...

zodat ik uw water niet troebelen zou.'

'Dat doe je wel, riep Grimbaard uit. En vorig jaar sprak je kwaad van mij.'

'Toen was ik nog niet geboren, zei het lam.' - 'Dan was het je broer.'

'Ik heb geen broer.'

Ja, Vincent?

Nee toch...

Wanneer?

O, mijn god...

Heeft ze geleden?

Ja, ja...

Oké.

Veel liefs.

Ik kom straks langs.

Ben je verdrietig?

Ze was mijn beste vriendin. Mijn zus.

Wie zijn dat? - Vriendinnen.

Waar is Vincent? - Die stond buiten te roken.

Ga hem gauw halen.

Vincent?

Ze wachten op je. - Ik kan het niet.

Weet je, toen mijn moeder overleden was...

ben ik naar haar begrafenis gegaan.

Je bloedt. - Ik heb me gestoten.

Alsjeblieft.

Wacht even.

Shit, zeg.

Het leven van Marie-Claude...

heeft licht- en schaduwzijden gekend.

Maar we oordelen niet over haar.

Want God oordeelt niet...

terwijl Hij alles van ons weet.

Voor Hem zijn wij als een open boek.

Hij heeft maar één doel: ons verlossen.

Laten we in onze gebeden terugdenken aan al onze herinneringen...

aan onze geliefde Marie-Claude.

Zie je wel, ik kom je opzoeken.

Ik heb je lievelingsplant gevonden. Die ook op je balkon stond.

Ik hoorde dat u hier was.

Kan ik u even spreken? - Ja.

Zullen we naar het café gaan? - Nee, dat is geen goed idee.

Ik ga liever naar uw huis.

Prima.

Dus de baby is er? - Ja.

Een meisje. - Geweldig.

Hoe heet ze? - Eve.

De eerste jaren met mijn dochter waren heerlijk.

We waren heel hecht.

Pas later verslechterde de band.

Had ze een vader?

Uiteraard.

Maar hij bekommerde zich niet om haar.

Hij gaf ons alleen geld, te laat.

Geld is geen liefde en is nooit voldoende.

Ga zitten.

Ik heb twijfels over Valéries doodsoorzaak.

Hoe dat zo?

Ik weet niet zeker of het wel een ongeluk was of zelfdoding.

Ik vrees dat het mogelijk moord was.

Vanwege de paddenstoelen? - Nee.

Ik verdenk u ook niet direct.

Wie dan wel? - De zoon van uw vriendin Marie-Claude.

Vincent?

Waarom hij? - We hebben anonieme brieven gekregen.

En u kent zijn verleden.

Hij heeft in de gevangenis gezeten.

Weet u nog waar hij was op de dag van Valéries dood?

Dat weet ik, ja.

Vincent was hier.

Hij was in de tuin aan het werk toen mijn schoonzoon Laurent me belde...

met het nieuws van Valérie.

Weet u het zeker?

Ja.

Wilt u koffie?

Nee, dank u.

Trouwens...

Geeft zijn telefoon aan dat hij in Parijs was?

Nee, we hebben 'm hier gepeild.

Hij heeft 'm hier met opzet kunnen laten. - Welnee.

Jongelui gaan nooit zonder telefoon op pad.

Zo jong is hij niet.

U hebt hem toch geld gegeven voor zijn café, na het overlijden van uw dochter?

Ja.

Een lening om hem op weg te helpen. - Heeft hij al terugbetaald?

Nog niet.

Maar ik vertrouw hem.

Mooi cadeau.

Vincent heeft het niet makkelijk gehad.

Hij is een beetje...

als een zoon voor mij.

Zijn moeder en ik waren heel close.

Zij heeft me gevraagd om hem te helpen.

Oma?

Alles goed, lieverd? - Ja.

Ging het goed op school?

Dit is mijn kleinzoon, Lucas.

Hij woont hier. Z'n vader woont in het buitenland.

Dit is Vincent, Marie-Claudes zoon.

Hallo. Ik herkende u al.

En u bent? - Ze is van de Parijse politie.

In verband met Valérie.

Vindt u het vervelend als ik Lucas een paar vragen stel?

Nee.

Kom je?

Even naar buiten? - Goed.

Naar de schommel?

Mooie tuin.

Vind je het hier fijn? - Ja, heel fijn.

Kun je het goed vinden met oma? - Ja.

En zie je Vincent vaak?

Ja, hij haalt me uit school en we voetballen samen.

Is hij aardig voor je? - O ja.

In de hal van het gebouw waar je woonde, hing een beveiligingscamera.

Toen ik de zaak van je moeder nog 's bekeek...

vond ik beelden van mensen die vóór haar ongeluk binnenkwamen.

Je ziet bewoners die naar binnen gaan.

En op één foto zien we jou. Zie je? Dat ben jij.

Hier hou je de deur open voor een man.

Je ziet zijn gezicht niet vanwege z'n hoodie.

Weet je het nog?

Kende je die man?

Zou het Vincent kunnen zijn?

Nee, hij was het niet.

Weet je het zeker?

Ja.

Vincent, gaan we voetballen? - Vooruit.

Mogen we? - Ja.

Ging het goed? - Ja.

Heeft hij goed meegewerkt? - Ja.

Sinds de dood van z'n moeder is hij... - Ik weet het.

Ik heb een taart voor hem gebakken. Wilt u een stukje?

Graag.

Alles goed? - En jij? Dat is lang geleden.

Kom 's hier.

Zal ik je tas nemen? - Hoeft niet.

De auto staat daar.

Goeie reis gehad? - Ja.

Hoe is het ermee? In Parijs, de studie en zo...

Goed.

Via een vriendin van pa heb ik een zolderkamer gevonden.

Mooi.

Wat studeer je precies?

Kunstgeschiedenis. - Wat kun je daar nou helemaal mee?

Dat weet ik nog niet. - Natuurlijk niet.

Nog niet.

Heb je een vriendinnetje?

Nee. - Niet?

En jij nog steeds niet getrouwd? - Niet dat ik weet.

Oma. - Lieve Lucas.

Wat fijn om je te zien. Kom 's hier.

Snel naar binnen. Het is koud.

Eet jij mee? - Graag.

Doe het hek achter je dicht.

Shit, wat een lekkere quiche.

Mag ik nog wat?

Sorry, paddenstoelen uit blik. - Lekker.

Lust je tegenwoordig paddenstoelen? - Altijd al.

Loopt je café goed? - Zeker.

Met name door alle Parijzenaars die hier neergestreken zijn.

Wil je naar de begraafplaats?

Het hoeft niet, hoor.

Ik was er gisteren nog. Het graf van je moeder is mooi schoon.

Ik heb bloemen gebracht.

Ik weet het niet.

Ik kom er ook niet graag. Dus...

Ik maak liever een boswandeling.

Net als vroeger? - Ja.

Ik heb een cake gebakken. Een plakje? - Nou en of.

Ik ga 'm pakken. - Nee, laat mij maar.

Dank je, lieverd.

Hij staat op de tafel. Pak ook bordjes.

Die kleine is groot geworden. - Zeker.

Het is een mooie jongen. - Ja.

Hij lijkt op z'n moeder.

Wil je m'n tas even aangeven? Hij ligt op de stoel.

De sleutels van het huis.

Het is nu van jou.

Dank je wel.

Na mijn dood mag je het verkopen. Dat wilde je moeder ook.

Nee.

Ik wil het houden.

Laat mij je helpen.

Rustig, jongens. Ik kan nog op m'n eigen benen staan.

Die kant op.

Zo...

En de flipperkast? - Die heb ik verkocht.

Echt waar. Ik had geld nodig.

Jammer. - Je hebt er heel wat uurtjes achter gezeten.

Mam...

Waar is oma?

Ze liep net nog achter ons.

Michelle.

Oma? - Michelle?

Ik loop naar de auto. Zoek jij hier.

Michelle. - Oma.

Vincent...

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.