Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Bent u hier vrijwillig gekomen om u te laten ondervragen?
Legt u zich neer bij onze beslissing? -Dat zal ik doen.
Wilt u dat beloven? -Ja, dat wil ik.
Ik, Marcus Vinicius, zweer dat ik al m'n bevindingen geheim zal houden.
Ik zal uw vragen eerlijk beantwoorden en me neerleggen bij uw besluit.
Marcus, dringt de betekenis van uw verzoek tot u door?
Als christen? -Ik denk van wel.
Twijfelt u? -Nee, maar ik moet nog zoveel leren.
Ik weet niet of ik overal antwoord op heb.
Zolang uw bedoelingen maar goed zijn.
U wilt zich met Lygia in de echt laten verbinden?
Wilt u oprecht een christelijk huwelijk? -Zeg dan ja.
Ik wil met Lygia trouwen.
Ik wil met haar samenwonen, kinderen krijgen en lang en gelukkig leven.
U spreekt als een Romein. -Dat ben ik ook.
Christenen zien het huwelijk als een heilige verbintenis.
Dat weet ik wel.
Als u ook maar weet wanneer en hoe Jezus het huwelijk heeft erkend.
Als ik het goed heb, was dat tijdens... -De bruiloft in Kana.
De bruiloft in Kana.
Waarom? Wat heeft hij misdaan?
Hij ging brood halen voor z'n vader. Toen hebben ze hem gestenigd.
Jezus zei: Als de wereld u haat, weet dan dat zij mij eerder haatten.
Als zij mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen.
Hij gaat niet meer naar het paleis. Hij vertelt me niets meer.
Het is alsof hij ergens op wacht.
Wie mij wil volgen, laat alles achter. Neem enkel uw kruis op en ga mee.
Want wie z'n leven vindt, zal het verliezen.
Maar wie z'n leven verliest om mijnentwil, zal het vinden.
Hij verbrandt al z'n aantekeningen.
Ben jij het? Ik dacht dat je me was vergeten.
Je bent lastig te vinden nu je ondergedoken bent als een boef.
Ik moet Lygia beschermen. Voor de wet is ze een ontsnapte gevangene.
Ze kan gered worden als ze Romeins staatsburger wordt.
Je gaat met haar trouwen, althans dat wil je.
Dat hebben we pas besloten.
Ik vond dat jij het als eerste moest horen.
Ik wilde je juist waarschuwen voor die vrouw.
Je vindt haar gevaarlijk, maar je weet niet waarom.
Veranderingen zijn altijd spannend.
Jouw privé-leven is nu niet m'n eerste zorg, Marcus.
De christenen hebben Rome verbrand. -Niet waar.
Het maakt niet uit of het waar is.
Volgens Nero zijn de christenen de vijand.
Vandaag is er een jongetje gestenigd. Niemand snapte waarom.
Nu weet je waarom.
Hebt uw vijanden lief, zei Jezus.
Zegent wie u vervloeken, doet wel degenen die u haten...
bidt voor wie u smadelijk behandelen.
En gelijk gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun evenzo.
Als ik me niet vergis, hebben wij nog tegen elkaar gevochten.
Ik ben Servius Agricola. Weet u dat niet meer?
Ik heb het verdrongen. -Wat doet u hier?
Ik ben op zoek naar de brandstichters. Misschien vind ik ze hier.
Als u er een vindt, deelt u de beloning met mij.
Is Lygia niet bij je? -Nee.
We hoorden dat ze ons wilden oppakken. We konden 't niet geloven.
Ze zeiden dat er geen gevaar dreigde, maar ik was toch bang.
Ik ben hier met twee broeders. Ze zeiden dat het hier veilig was.
De pretorianen hebben iedereen opgepakt. Als Lygia daar nog is...
Lygia zag het gevaar aankomen en ging mensen waarschuwen.
Ze was zomaar verdwenen. Misschien was dat haar redding.
Misschien wel.
Help ons, Marcus. Doe iets voor ons.
Hoe moet ik jullie helpen? Wat kan ik doen?
Jullie zijn slachtoffers. Jullie laten je lijdzaam afvoeren.
'Heb je naaste lief.' Hoe kan dat? -Hoe kan dat niet, Marcus?
De pretorianen zijn jullie naasten, maar ze hebben jullie omsingeld.
Je moet ze niet liefhebben, je moet ze juist haten.
Je moet tegen ze vechten met alles wat je in je hebt.
Jullie moeten iets doen.
En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen.
En als u bidt, vergeef dan degenen tegen wie u wrok koestert...
zodat onze Vader in de hemel u uw zonden kan vergeven.
Wie is daar? -Stil. Ik ben Marcus Vinicius.
Wat is er gebeurd? Ik hoor stemmen. Wat zeggen ze?
Wat is er? Wat zeggen ze?
Beantwoord onze gebeden. Straf de volgelingen van Christus.
Water, graan en zwavel, zuiver deze door christenen vervuilde plek.
Goden van zon en schaduw, bevrijd deze stad van al het kwaad.
Straf de volgelingen van Christus.
En Jezus zei: Ze zullen u overleveren aan de gerechtshoven.
U zult geleid worden voor stadhouders en koningen om tegen mij te getuigen.
In de nacht van de brand hebt u dit gezegd:
De vernietiging van Babylon is de glorie van de kinderen Gods.
Rome zal boeten voor z'n zonden.
Ik voorspelde de dag des oordeels. -Is dit een bekentenis?
God heeft voorspeld dat de goddelozen omkomen in het vuur.
En dus hebben jullie God maar een handje geholpen.
Dat is blasfemie, Tigellinus. God heeft de hand van de mens niet nodig.
Zo u wilt, jongeman. Dit zijn de priesters van Rome.
Ze aanbidden Vesta, Jupiter, Leto, Ceres, Apollo en Mercurius.
Onder hen is ook de keizer in de hoedanigheid van pontifex maximus.
Verklaar dat u schuldig bent en dat de christenen de stad willen vernielen.
Geef uw medeplichtigen aan en ik bevrijd iedereen.
Dood me, maar vraag me niet om te getuigen tegen 't geloof van Christus.
Het geloof van Christus bestaat niet. Jullie zijn meelopers.
We zijn mensen van God.
Haal Veianus op.
Veianus, kom hier.
Crispus, ken je deze mensen? -Natuurlijk ken ik ze.
Wat heb je me te zeggen, Veianus?
Spreek op.
Wij zijn geen christenen. Dat zweer ik. -Ga door.
Ik moest wel liegen.
We woonden bij de christenen, omdat die huizen zo goedkoop waren.
Ik geloof je, Veianus. Maar toch wil ik absolute zekerheid hebben.
Spuug op dit kruis.
Dan worden u en uw gezin onmiddellijk vrijgelaten.
Wegwezen.
En gij zult door allen gehaat worden om mijns naams wil.
Dit zijn nou de schapen van uw kudde.
Maar wie volhardt tot het einde, zal behouden worden.
Tigellinus krijgt steeds meer macht.
De jacht op de christenen is een voorwendsel.
Hij en z'n pretorianen zijn de baas in deze stad.
Ze arresteren mensen en vergaren valse getuigenissen.
Dit is zijn moment van overwinning en wraak.
Nog niet lang geleden beschuldigde Lateranus Tigellinus van corruptie.
En vanochtend werd zijn huis doorzocht door de pretorianen.
Om christelijke slaven op te pakken, zeiden ze.
Met als gevolg dat Lateranus z'n aantijgingen meteen introk.
Vroeg of laat komen ze ook bij ons langs. We moeten wat doen.
Seneca, jij moet de eerste stap zetten.
Ik kan jullie alleen honing bieden, verse vruchten en bronwater.
Nero wilde me vergiftigen, maar ik werd gewaarschuwd door Cleonicus.
Nero was bereid me te verraden.
Maar hij was ook bereid te rouwen om m'n dood.
Hij haat je, omdat je z'n leraar was. -Hij is bang.
Bang om vermoord te worden zoals Tiberius, Caligula en Claudius.
We kunnen Nero tegenhouden.
Wilt u Nero doden en mij hem laten opvolgen?
U bent de enige met ervaring.
De senaat en het volk vertrouwen u.
Nee Scaevinus, jullie komen niet bij mij vanwege m'n ervaring.
Ik ben een oude man en ik heb niet lang meer te leven.
Maar lang genoeg voor jullie om het eens te worden.
Piso, u bent bang dat nu Caesar er niet meer is, Silanus zal toeslaan...
en de macht zal overnemen.
Silanus is weer bang voor Tullius, omdat die een republiek wil stichten.
En Traseas wil de senaat in z'n macht hebben.
Jullie zijn verdeeld, achterdochtig en jullie vertrouwen elkaar niet.
Daarom wachten jullie af.
En toch kiezen we allemaal voor u, Seneca.
Behalve ikzelf.
Nero was mijn marionet en ik ben de uwe.
Bovendien moet een meester nooit z'n leerling opvolgen.
Dat lijkt zo tegennatuurlijk.
Halt. -Ik kom voor de commandant.
Heb je toestemming? -Ik weet het wachtwoord.
Goddelijke Caesar. -Goed, maar je mag niet naar binnen.
Lucius Domitius verwacht me. -Hij is vervangen door Tigellinus.
Breng me bij hem. -Wie ben je?
Marcus Vinicius, krijgstribuun. -We mogen niemand toelaten. Weg, jij.
Ophouden. Wat is hier gaande? -Hij komt hier zonder toestemming.
Laat ons alleen.
Ga zitten.
Dit is het herkenningsteken van de christenen.
Dat weet ik van m'n vrouw Sarah. Ze vertelde me over jou en dat meisje.
Sarah was christen geworden en hoopte dat ik haar zou opvolgen.
Ik geloof in geen enkele god, ook niet in die van de christenen.
Ik geloof ook niet in leven na de dood. Als het voorbij is, is het voorbij.
Sarah is omgekomen in het vuur. Voor haar is het voorbij.
Ze is gestikt in de rook.
Ze had gered kunnen worden.
Het huis stond niet in brand.
Ik kan me niet voorstellen hoe je kunt denken dat haar ziel voortleeft.
U zei dat ze het over mij had gehad.
Ze kende Lygia. Ze heeft haar geholpen onder te duiken.
Het lot is een vreemd iets. Nu Sarah dood is, kan ik jou ineens helpen.
Zalig zijt gij, wanneer de mensen u haten...
en wanneer ze u uitstoten en smaden en uw naam als slecht verwerpen...
terwille van de Zoon des mensen.
Je lag zo lekker te slapen, ik kon je niet wakker maken.
Ik vond het altijd eng als mensen me zouden zien slapen.
Dan voel ik me zo hulpeloos.
Mag ik naar je kijken? Man en vrouw slapen samen.
In een groot bed. Zo heb ik me m'n huwelijksbed altijd voorgesteld.
Zoals het bed van Odysseus en Penelope...
gebouwd van de wortels van een grote boom.
Alles zal gaan zoals je wilt.
Het is niet meer aan ons. Niet meer.
Hier besef je hoe kostbaar datgene was wat je had.
Alles wordt zoals jij wilt dat het is, alles wordt zoals vroeger.
Dat doet me denken aan m'n droom. Het leek alsof je...
Nee wacht, ik weet het weer.
We waren samen en we leefden een normaal leven.
En toch hadden we verdriet.
Later beseften we waarom we leden. Het kwam door een droom.
We droomden over een gevangenis, arrestaties en beschuldigingen.
Jou hier weghalen is geen droom.
Luister naar me. Iedereen zegt dat de keizer slecht geadviseerd is.
En dat hij afkeurt wat Tigellinus doet.
Zelfs Petronius denkt dat het over een paar dagen voorbij is.
Er gaan geruchten over een plan, een verordening van Nero.
Een gebaar, een daad van clementie. Begrijp je dat?
Je had de mensen moeten zien toen we werden binnengebracht. Vol haat.
Er is iets in gang gezet en niemand kan het tegenhouden.
Ik ben bang.
Je hoeft niet bang te zijn. Echt niet.
Ik dacht dat ik sterk was. Ik dacht dat ik anders was dan anderen.
Maar ik ben juist bang.
De christenen weigeren te gehoorzamen. Ze moeten weg.
Ze zijn vijanden van onze keizer Nero.
Polybia is onschuldig, Tigellinus.
Als dat zo is, moet ze wierook branden voor de goden van Rome.
Polybia, alsjeblieft. Brand die wierook nou.
Haar zwijgen is een schuldbekentenis.
En jij? Wil jij wierook branden voor de goden van Rome?
Ik wil wel wierook branden.
U bent oud. Waarom bent u bang om te sterven?
Ik ben ziek. Ik wil sterven in m'n eigen huis.
U mag gaan.
Maar de rest blijft.
Ik smeek u, laat me nog één keer met Polybia spreken.
Vooruit, Chilo. Maar als je haar niet kunt overhalen...
gaat ze eraan, net als de rest. En wel direct.
Laat me met rust, Chilo. -Dat begrijp ik, Polybia.
Ik begrijp dat je al die jaren met mij in armoede hebt geleefd.
Maar nu kan ik je rijkdom schenken, begrijp je dat?
Samen kunnen we alles aan, begrijp je?
Op een dag zal ook jij een lijdensweg tegemoet gaan.
Hoe kan ik je helpen, Marcus? -Lygia heeft 't vaak over u gehad.
Ze vertelde me dat u goed voor haar was toen ze hier verbleef.
Ik kon haar niet beschermen tegen de haatgevoelens van Poppaea.
Als ik haar vaker had gezien...
had ik haar misschien kunnen waarschuwen.
Ze was bang voor Poppaea.
Het is algemeen bekend dat ze een gijzelaar was van Rome, van Nero.
Ook al had de keizer haar voor u uitgekozen.
Ik hoor dat ze is opgepakt toen ze wilde vluchten.
Ik zou u graag helpen, maar ik weet niet hoe.
Deze zaken liggen buiten m'n bereik, buiten dat van ons allen.
Nero houdt van u. Misschien kunt u hem...
Nee, Marcus. Verwar me niet met uw oom Petronius.
Ik ben niet zo goed met woorden. M'n woorden zijn maar eenvoudig.
Ze betoveren niemand.
En het is niet waar dat Nero van me houdt.
Nero heeft zo nu en dan behoefte aan me.
Nero moet de zekerheid hebben...
dat er iemand bereid is om voor hem te sterven.
Waar word ik van beschuldigd? -Van corruptie, Pomponia Graecina.
We kunnen bewijzen dat u slaven hebt bevrijd en uw bezit hebt uitgedeeld.
U hebt sociale wanorde geschapen en een gijzelaar beïnvloed.
Ik heb m'n dochter liefdevol opgevoed.
Daar is die dochter van u. Een misdadigster.
Ze behoort tot de sekte die deze stad in brand heeft gestoken.
Gelooft u uw ogen, priesters?
Hoe kon zo'n giftige religie doordringen in een fatsoenlijk patriciërsgezin?
Ik ben een christen. Als dat een misdaad is, ben ik schuldig.
Hoort u dat, Pomponia? U kunt haar redden.
Verklaar plechtig dat u geen christen bent.
Het is maar een formaliteit. Pomponia is geen christen.
Want een ware Romein kan geen christen zijn.
Belooft u me dat u haar zult sparen?
Ze heeft hem gezien. -Wie heeft ze gezien?
Jezus. Ik heb hem gezien. -Ze heeft hem horen spreken.
Toen m'n vader, m'n broer en ik terugreisden vanuit Egypte.
We kwamen door Jeruzalem.
Heeft u hem z'n hand op iemand zien leggen en deze zien genezen?
Nee, maar de mensen spraken daar wel over.
Hebt u weleens van een profeet gehoord die dat niet kon?
Hij was geen profeet. Hij was de zoon van God.
Ik heb hem een keer ontmoet. Ik wist niet wie hij was.
Jezus kwam van een heuvel af, nadat hij het volk had toegesproken.
Hij liep langzaam en in stilte, met gebogen hoofd.
Ik zag hem in z'n ogen wrijven.
Hij zag er erg moe uit.
Een in het zwart geklede vrouw rende op hem af.
Ze huilde.
Ze viel op haar knieën, vlak voor hem.
Jezus vroeg haar om op te staan. Hij luisterde naar haar.
Hij keek haar zwijgend aan.
Daarna zei hij iets in z'n eigen taal.
Ik begreep de woorden niet, maar toch voelde ik hun kracht.
Met deze woorden hebt u uw eigen doodvonnis getekend.
Ik zal voor u bidden. Moge uw straf niet gruwelijk zijn en eeuwig duren.
Die christenen brengen een soort van geheim offer.
Ze buigen altijd het hoofd en accepteren hun lot.
En toch zijn ze gevaarlijk.
Ze weten hun luisteraars aan zich te binden.
Er is één gedachte die me blijft kwellen.
Waar ligt de grens van waarheid bij kunst?
In hoeverre mag het theater de werkelijkheid weergeven?
Nepvlammen branden niet. Ik wil echte vlammen. Weg met die troep.
Ik wil een echt vuur in die tempel en dan de acteurs zien.
Ze zouden verbranden, Caesar. Vergeet dat niet.
Ik iets vergeten? -Luister. U bent de pontifex maximus.
Maar u neemt geen plaats naast de andere hogepriesters van Rome.
Ik word niet graag verhoord. -Ik heb de brandstichters opgepakt.
Dat heb ik voor u gedaan. En nu zeggen mensen dat Nero er tegen is.
Dat u door uw afwezigheid mijn wreedheden veroordeelt.
En dat mijn kop spoedig zal rollen.
Je kop zit stevig op je romp. Volgens mij begeven je zenuwen het.
M'n zenuwen, zegt u?
Misschien.
Volgens mij heeft u me opgedragen om Rome in brand te steken.
Echt waar? Daar weet ik niks meer van.
Ik weet niet meer of ik Rome in brand heb gestoken of dat ik dat graag wou.
Ik weet het niet meer.
Ik smeek u, Chilo. Help me. -Hoe?
Weet ik veel. Verzin wat. Ik smeek u.
Ik kan Tigellinus vragen om Lygia te bevrijden. We zijn vrienden.
Echt waar? -Ja, als ik het hem vraag.
Ik heb de laatste tijd zoveel voor hem gedaan.
Ik kan Lygia ook helpen ontsnappen. -Ik zal u eeuwig dankbaar zijn.
Petronius heeft nog steeds invloed. Vraag het hem.
U verspilt uw tijd, Marcus Vinicius. Dat is dom,
U komt vaak in het paleis van de keizer. U moet de regels kennen.
Regel één: onderscheid de machthebbers van de machtelozen.
Wou u zeggen dat Lygia's lot in uw handen ligt?
U leert snel.
Vertel me dan maar regel twee. -Die bestaat niet. Regel één volstaat.
De machthebbers geven bevelen, de rest buigt het hoofd.
Vraag me wat u wilt, en ik zal het doen.
Dat is ook tegen de regels. Ik hoef niks te vragen.
Dit spelletje ken ik niet. Ik verwacht eenvoudige bevelen van een meester.
Bewijs dat u trouw bent aan de keizer.
Dat ben ik altijd geweest. -Niet genoeg.
Anders was 't u wel opgevallen dat Petronius 'n machtsgreep voorbereidt.
Ik weet het zeker, maar ik kan het niet bewijzen. Nog niet.
U bewijst uw loyaliteit aan de keizer als u Petronius laat praten.
Ontdek wie samenspannen om Nero te doden. Dan kan ik dat voorkomen.
Het gaat u niet om die samenzwering.
U wilt Petronius ruïneren en u wilt dat ik dat voor u doe.
En u vroeg mij om Lygia te bevrijden, Marcus Vinicius.
Het lukt je heus wel om Lygia vrij te krijgen.
Ik weet het niet.
Ik heb het geprobeerd. Morgen zal ik het weer proberen.
Ik smeek je om te doen wat je kunt.
Als ik niets tegen jou of Marcus heb gezegd...
was dat omdat ik jullie geen valse hoop wilde geven.
Mogen de goden je in slaap wiegen.
Eunice, blijf vannacht bij me.
Vannacht en voor altijd.
Ik, Rufius Augustus Domitius, keizer van Rome en heerser van de wereld...
beveel dat er een gouden standbeeld voor mij wordt opgericht.
Het moet op mij lijken en het grootste gouden beeld ter wereld worden.
Edele Caesar. -Uw acteurs zijn zover.
Het is een klassiek stuk, maar ik heb het volledig herschreven.
Dit is nog maar een repetitie.
Wacht maar tot ze straks in echte vlammen dansen.
Dat zal me een levendige dans worden.
Echte vlammen op het toneel. U hebt uzelf overtroffen.
U hebt een nieuwe theatervorm geschapen: Neroniaans toneel.
Misschien legt een kunstenaar als Nero nog beter de waarheid vast...
als hij het leven opnieuw probeert uit te vinden.
Het leven uitvinden.
Dat is een prikkelende en verleidelijke gedachte.
Misschien heb ik dat altijd al wel geprobeerd.
Al weet ik niet precies wat je bedoelt.
De mensheid macht geven over haar eigen lot.
Maar dat doe ik dagelijks.
Met de macht van een keizer. Ik heb het over de ware macht.
Kunst. De macht van kunst.
Wat zou een kunstenaar doen met z'n ware macht?
Waarschijnlijk iets groots en nutteloos.
Een kunstenaar kan de loop der geschiedenis veranderen...
z'n legioenen ontwapenen, of z'n kroon neerleggen en reizend acteur worden.
Of hij kan, als een mooi gebaar, wat slaven of christenen bevrijden.
Wat is er mooi aan het bevrijden van christenen?
Uw bevlieging, de grilligheid van een god.
De christenen zijn brandstichters.
Dat maakt uw gebaar nog idioter. -En daarom des te machtiger.
Ik heb uw gevoeligheid altijd bewonderd. Het raakt me.
De repetitie is afgelopen. Wegwezen, allemaal.
Een idioot gebaar, zei je.
Weet je, Petronius, ik zie tegenwoordig geen mensen meer, maar tekenen.
Ik zie boodschappen van de goden. Zelfs jij bent een teken.
Je zegt dat ik de christenen moet vrijlaten. Wat betekent dat?
Misschien zijn het wel de christenen die Nero gevangen houden.
Wegwezen. Wat doe je hier nog? Maak dat je wegkomt.
Vergeef me, Caesar. O, edele Caesar. Ik deed het niet met opzet.
Raak me niet aan. Je haat me. Wegwezen.
Vergeef me.
Ook dit is een teken. Een teken van de goden.
Ik ben hier, omdat ik u dringend spreken moet.
En omdat er weinig tijd is, zowel voor mij als voor u.
Ik wil u een voorstel doen. Als u Lygia redt voor m'n neef...
dan red ik uw zoon Rufius voor u.
Niemand kan z'n veiligheid garanderen. Nero haat hem omdat hij mijn zoon is.
Dat is niet de reden. Nero ziet Rufius als z'n vijand.
Hij herkent zichzelf in die jongen.
Een jongen die opgroeit bij een man die z'n vader niet is.
Beloof me dat u Lygia zult redden, dan red ik uw zoon.
Ik zweer 't u, bij Jupiter en bij Juno. Maar hoe pak je zoiets aan?
Ik zal de keizer vertellen dat u zwanger bent en zijn kind verwacht.
Hij kan Rufius niet doden. -Hoe weet u dat?
Omdat ik hem ga vertellen dat u z'n baby wilt vermoorden.
En dat u hem daarom niet hebt verteld dat u een kind verwacht.
Uw verbeelding is angstaanjagend. Ik word bijna bang voor u.
Dat is niet nodig. U bent nu niet zwanger, maar dat zult u wel worden.
Met behulp van Nero of een slaaf, wie u maar geschikt acht.
Het is niet moeilijk om Lygia vrij te krijgen.
Ga naar de tempel van Vesta en vraag de priesteres of Lygia mag gaan.
Niemand zal u tegenspreken. -Zoals u wilt, Petronius.
De keizer moet het besluit van de priesteres opvolgen.
Een oude wet die nog steeds geldt.
De onverschilligheid waarmee u onze levens manipuleert.
Ik ga de keizer het blijde nieuws...
Drink dit op. Dan droomt u tenminste niet.
Waarom heb ik zulke lelijke dromen, Acte?
Heb je al geofferd aan de goden? -Dat doe ik elke ochtend.
Jij bent de enige die me kan troosten.
Ik ben bang.
Waarom? -Dat weet ik niet.
U bent de machtigste man ter wereld. -Ik zou met je willen weggaan...
en een teruggetrokken leven leiden in een ver land.
En de kost verdienen met m'n kunst. Waarom doe ik dat niet?
Niemand ontsnapt aan z'n noodlot. -Hoe weet ik wat m'n lot is?
Nero is slechts een instrument in de handen...
van iemand die sterker is dan hij.
Ga nu slapen, naast mij.
Stel dat de droom terugkomt?
Die komt niet terug. Die komt echt niet terug.
De zon zal verduisterd worden en de sterren zullen van de hemel vallen.
En we zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken met grote macht.
De zon zal verdwijnen en Jezus zal komen in naam van het christendom.
Daar is Petrus. -We hebben voor u gebeden.
Er waart een gemene ziekte rond in de gevangenis. Velen sterven.
Waarom hoort niemand onze gebeden?
Is er geen hulp voor een arme vader en twee kinderen zonder moeder?
Ik heb een kind gered uit de vlammen.
En nu wil Rome ons straffen voor onze misdaden.
Welke misdaad heb ik begaan? Ik ben onschuldig.
Ik worstel met dezelfde vragen als jullie.
Ik vraag mezelf ook af waarom het kwaad de overhand mag krijgen.
We zien allemaal hoe onze kinderen verdriet hebben...
en hoe onze broeders en zusters worden weggenomen.
Net als jullie vraag ik me af waarom dit gebeurt.
De laatste keer...
De laatste keer dat ik Jezus sprak, kwam hij naar me toe bij de zee...
en hij vroeg me:
Petrus, hebt gij mij waarlijk lief, meer dan dezen?
En ik zei tot Hem: Ja Here, Gij weet dat ik U liefheb.
En toen zei Hij: Weid m'n lammeren.
Daarop vroeg Hij me nogmaals: Petrus, hebt gij mij waarlijk lief?
Ja Here, Gij weet dat ik U liefheb.
En Jezus zei: Weid mijn schapen.
En hij voor de derde keer vroeg Hij: Petrus, hebt gij mij lief?
Ik begreep niet waarom hij die vraag steeds herhaalde.
Ik was bedroefd, omdat ik dacht dat Jezus me niet geloofde.
Daarom zei ik: Here, Gij weet alles. Gij weet dat ik U liefheb.
Toen zei Jezus tegen me:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Toen u jong was, omgordde u uzelf...
en liep u heen waar u wilde.
Maar als u oud bent, zult u uw handen uitstrekken...
en een ander zal u gorden...
en u brengen waar gij niet heen wilt.
De tijd waarover Jezus sprak is gekomen.
Ik ben oud en ik kan niet meer gaan en staan waar ik wil.
Ik herken de weg die ik moet volgen niet meer.
Maar Jezus ziet onze eenzaamheid en onze angst.
Hij weet dat we wachten op een teken van hem.
Halt. Hoeveel zijn dat er? -Vier.
Loop maar door.
Deze...
deze, die, die en die.
Neemt u ze mee?
Op bevel van de keizer. Ze moeten meedoen in z'n toneelstuk.
Was hen, trek hen een mantel aan en zet hen een helm op.
Ach, de zonen der natie zijn in ketenen gehuld.
Onze stad brandt en wordt door vlammen verteerd.
O Troje, o vaderland.
U behoort niet langer tot de onbedwingbare steden.
O, Troje. O, vaderland.
Niet verwoest door de mens, maar door kwaadwillende goden.
Trojaanse bruiden en moeders.
Niet langer vrij, maar slaaf van een onbekend noodlot.
Ach, u bent afgetreden. Smeek om genade.
Genade voor uzelf en voor de zonen van deze stad.
En u, goddelijke Apollo, onze boodschapper...
zwevend op een zilveren pijl.
U ziet ons lijden, u kent onze angst, we smeken u.
Onthul ons de geheimen van het lot.
Voor onze ogen doden ze onze vaders, echtgenoten en kinderen.
Voor onze ogen baadt de aarde in bloed.
God van de christenen...
waarom helpt u uw volk niet en redt u hen die sterven in uw naam?
Het uur komt dat wie u doodt, zal menen God een dienst te bewijzen.
En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch mij kennen.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.