Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Les uw dorst voor u vertrekt, vader, met het water uit de Salviaanse bron.
Dank je, broeder.
Mag ik u iets vragen, vader?
Ik heet Curtius. Ik los goederen op de markt.
Soms komen er mensen, vrienden of anderen...
die vragen wat het betekent om christen te zijn.
Wat de regels zijn, hoeveel er zijn. Wat ze moeten doen.
Ik weet nooit wat ik moet antwoorden.
Niet doden, niet stelen, geen overspel plegen...
Er zijn heel veel regels, zoals u het noemt.
Maar alle geboden komen samen in één gebod:
Heb uw naaste lief als uzelf.
Zeg dat maar als ze dat vragen. -Dank u, vader.
Deze jongen is bijna zes, maar kan niet praten en niet goed bewegen.
M'n vrouw en ik hebben gebeden voor z'n genezing.
Waarom moet hij lijden? Waarom worden m'n vrouw en ik gestraft?
Ik kan met u meelijden, maar ik weet niet of ik u kan troosten.
Toen ik naar u luisterde, moest ik aan m'n werk denken.
Ik was wever. En dat ben ik nog. Ik weef en knoop nog steeds.
Als je de ene kant van een weefsel bekijkt, zie je alleen knopen en draden.
Maar als je het omdraait...
vormen al die knopen en warrige kleuren ineens een prachtig patroon.
Ons leven is net als dat weefsel.
Dus liefhebben is het eerste gebod. -Ja, dat klopt.
Is dat de liefde tussen man en vrouw, of een andere liefde?
Er is maar één liefde. Als we sterven moeten we verantwoording afleggen.
Zijn we in staat geweest om lief te hebben?
Maar kunnen we houden van mensen die niet geloven wat wij geloven?
Dat vraag ik me af, en nu vraag ik het u.
Schilden omhoog. Dichter naar elkaar toe.
Langzaam, langzaam.
Bij elkaar blijven. Blijf bij elkaar. Nu.
Langzaam naar voren gaan, en dan pas uit elkaar.
Goed gedaan. U bent in topvorm. Wou u weer dienst nemen?
Ja, ik weet het zeker.
Ga met Tigellinus praten. Dan kunt u bij de pretorianen vechten.
Ik wil niet in Rome blijven. Ik wil naar het front.
Wie ver weg wil, wil niet vechten, maar vergeten.
Zoon van Mars, ik heb op eigen initiatief een onderzoek ingesteld.
Het meisje heeft naar u gevraagd. U hoeft me niks te betalen.
Ik wil alleen een kleine vergoeding. -Ik heb u niks gevraagd.
Het valt niet mee om zo'n vrouw voorzichtig te volgen.
Ik moet op andere mensen vertrouwen, offers brengen.
Bij een overspelige vrouw weet je tenminste wat ze gaat doen.
Maar bij deze vrouw weet je nooit wat ze gaat doen en wie ze zal ontmoeten.
De ene dag speelt ze zorgeloos met kinderen.
Ik heb haar radslagen zien maken, koppeltjeduikelen... Een nimf.
Op andere dagen sluipt ze door steegjes, verborgen gangen.
Geheime afspraken, mogelijk een complot.
Ik heb geen geld om iemand te betalen om haar vertrouwen te winnen.
Dat geld krijgt u niet van mij. -Waarom is ze zo vaak bij zieken?
Wat wil ze? Dient ze Charon met lichamen?
Misschien wil ze genoemd worden in de testamenten.
Ik kan meer ontdekken. Als u me geld geeft, Marcus...
Soldaat. Arresteer deze man en sluit hem op in een cel.
Tot hij weet dat ik z'n diensten niet langer nodig heb.
Ik zal u niet meer lastig vallen. Vergeeft u mij.
Ik sta te allen tijde tot uw dienst. Voor een ellendig salaris.
Wat doet u hier? Nero wil geheim- houden dat hij aan het oefenen is.
Ik heb belangrijk nieuws, Tigellinus.
Zeg het, voor de keizer vraagt wie u bent.
U moet hem zeggen dat er een complot is.
Ik ben Volusius Proculus, kapitein van een trireem van de vloot bij Misenum.
Ik heb uw schip meermalen geëscorteerd.
Volusius Proculus, geef me de namen van de samenzweerders.
Die heeft Epicaris me niet verteld.
Wie is Epicaris? -Een courtisane.
Wat een eer, zulke belangrijke mannen.
De belangrijkste man moet nog komen.
Die uitdaging kunt u wel aan. -Twijfel niet, Phaenius Rufus.
Nero, keizer van Rome.
U bent zeker de beroemde Epicaris. Ja toch?
Mooi huis.
Parfums, zijde... Heel klassiek. Verfijnd.
Opwindend.
Jullie hadden me eerder aan haar moeten voorstellen.
Ik ben een groot begunstiger van bordelen.
Maar bij al die luxe voelt een klant zich wel wat ongemakkelijk.
Niet als je van nature...
Niet als je goede smaak hebt en mannelijk bent.
Misschien niet. Er zijn altijd verhalen geweest over viriele mannen...
die oog in oog met mooie vrouwen hun macht kwijt raakten.
Griekse empiristen zeggen: experimenten onthullen de waarheid.
We hebben alles wat we nodig hebben. Een man...
en de al te mooie, voortreffelijke en beschikbare Epicaris.
Het enige wat ontbreekt is het bed. Waar is het?
Uw schoonheid heeft een samenzweerderige gloed.
Misschien omdat bij elk complot een vrouw de samenzweerders verblindt.
Vrouwen stimuleerden de mannen die tegen Caesar samenspanden.
De haat van Brutus leek erg op de haat van een vrouw, of niet soms?
Dat geldt ook voor Augustus. Men zegt dat hij stierf aan een ziekte.
Maar hoeveel vrouwen had hij om zich heen? En hoeveel haatten hem?
En Tiberius... Hoe kwam het dat Macrinus z'n dood heeft versneld?
Dat kwam door de vrouwelijke drang van Caligula om te heersen.
En de dood van Caligula was absoluut een grootse samenzwering.
Met wachtwoorden, dolken en de verwijfdheid van Cassius Chaerea.
Maar waarom bespreek ik dit met u? U lijkt zo gespannen.
Wees niet bang. Niemand beschuldigt u.
U ontvangt alleen de belangrijke mannen van Rome.
De geschiedenis zal zich u niet herinneren.
Al hebt u misschien grote talenten.
U wordt verbannen naar de vergetelheid.
U zult altijd een buitenstaander blijven.
Moeten we hier blijven, Tigellinus? -U mag best vertrekken.
Maar ik moet hier blijven. Ik moet haar na afloop arresteren.
Ze zal wel gaan praten.
U wordt beschuldigd van samenzwering.
Ik wens niemand dood.
Uw minnaar Volusius Proculus beschuldigt u.
U hebt het hem zelf verteld.
Wat voor minnares zou ik zijn als ik in bed praat over samenzweringen?
En wat voor samenzweerder ben ik als ik een verrader in vertrouwen neem?
Deze vrouw krijgt huisarrest.
Kijk, Caius Calpurnius Piso, naar de welvaart die dit huis wordt verleend...
door de godin Ceres. Weest u ook zo gul.
Twee derde voor de eigenaar en één derde voor de arbeiders.
En een extra korenmaat voor iedereen.
En nog een extra voor zwangere vrouwen.
Wijn. Nog meer wijn. Laat ze maar flink drinken.
U bent gul voor uw slaven. Dat vind ik verstandig.
Phaenius Rufus. In Rome schijnt een brand te woeden.
Is het ernstig? -Het valt mee.
Maar daar kom ik niet voor.
Epicaris heeft zich goed verdedigd. Ze zal ons niet verraden.
Ze is een courtisane. Ze zal alles doen om zichzelf te redden.
Je was erbij. Dan zullen ze ons niet verdenken.
Zo kunnen ze ons ook beter in de gaten houden.
Epicaris gaat vast praten. -Wat kan ze zeggen?
Al onze namen. -Dat is geen bewijs.
Ik kan je redden, Epicaris. -Ik heb nergens spijt van.
Ik wilde iets doen wat de moeite waard was.
Maar dit kan je je leven kosten. -Moet jij me aan het praten krijgen?
Nee. Maar ze zullen zorgen dat je gaat praten.
Ze zullen je martelen als dat nodig is.
Daar is ze. Bind haar handen vast en breng haar naar de gevangenis.
Wat wil je? Waarom volg je me?
Wat doet u? Wie bent u? -We moesten brand stichten.
We zijn buitenlanders. -Dat ben ik ook.
Dat is geen reden om brand te stichten. Waarom?
Waarom?
Het is hier zo verstikkend.
Rome is vreselijk in de zomer. Stinkende riolen, altijd brand...
De rook tast m'n stem aan. Schrijft u dit wel op?
Laat het maar branden. Een woestijn van as. Brand reinigt.
Het vernietigt alle kwaad.
Laat maar branden. Dan beginnen we weer opnieuw.
Ik zal een nieuwe stad bouwen. Prachtig. Ruim.
Ik noem haar... Schrijf op.
Neropolis.
Tigellinus, bedreigt het vuur m'n huis? -Nog niet.
Als het vuur verdergaat, moeten we huizen slopen.
Je wilt de brand blussen, zodat je de ruïnes goedkoop kunt kopen.
Men zal zeggen dat ik alleen m'n eigen huis heb gered. Dit is een mooie kans.
Ik moet de mensen helpen. Ze vinden me geweldig.
Door deze ramp gaan ze me nog meer waarderen.
Ze krijgen giften, hulp en troost van hun keizer.
Ik ga vanavond uit. Laat m'n drama-leraar komen.
Wat zijn m'n orders? -Doe je plicht.
Doe je plicht.
Doe je plicht, Tigellinus.
Christenen, breng een merkteken aan op uw deurpost...
met de kleur van bloed.
Leid de Heer naar uw woning. Hij zal onze huizen herkennen.
Hij zal ons redden van de vlammen die deze zondige stad verteren.
Merk uw deurpost met de kleur van uw bloed.
Leid de Heer naar uw huis.
De Heer zal onze huizen herkennen.
Hij zal ons redden van de vlammen die deze zondige stad verteren.
Wou u uitgaan? Daar is het niet echt het juiste moment voor...
lieverd.
Ik buig niet voor uw plebejers. -Waar gaat u heen? Wat gaat u doen?
U bent een slecht acteur als u geen publiek hebt, Nero.
Als het vuur zich verspreidt...
Dan zal het uw zoon Rufius bereiken. Ja, dat weet ik.
Er zijn meer familieleden die voor hem kunnen zorgen.
Hij heeft een hele familie. En dat is niet langer uw familie.
Maar hij is nog van mij. Hij is nog steeds mijn zoon.
Zijn uw twee ex-echtgenoten nog steeds uw echtgenoten?
Wat bedoelt u daarmee? Het is net alsof u geen vader bent.
U weet niet wat het betekent om een dochter te verliezen.
Ik verbied u om vanavond uit te gaan.
Stuur maar een pretoriaan om voor hem te zorgen.
Deze brand is een geschenk van de goden.
Nu kan ik een nieuwe stad bouwen.
En m'n vijanden... Ik kom er wel achter wie dat zijn.
M'n vijanden zullen het volk van Rome tegenover zich vinden.
Gelooft u in mij? Of niet, Acte?
Nu meteen. Uit die huizen. Kom naar beneden.
Tigellinus, moeten ze allemaal weg?
We slopen de huizen om het vuur tegen te houden.
Ik wil ervoor betalen. -Te laat. En u schreeuwt te veel.
Om een vuur te keren, moet je het voedsel ontzeggen.
Wie betaalt u om vanavond te spioneren?
U bent m'n enige meester. Ik leef in uw schaduw.
Er is nog nooit zo'n grote brand geweest.
Je zou denken dat een dichter het had gecreëerd en aangestoken.
Wat een vreemde nacht.
Zou dit een gewone brand zijn, of is dit het wanstaltige idee van een god?
Of van een mens, of mensen? -Hou je mond.
Weet u soms iets?
Hebt u iets gehoord?
Er is geen plek meer in het huis van...
Petronius heeft gezegd dat ze hier welkom zijn.
Het zijn er veel, en ze willen eten.
Dat is logisch. Geef ze allemaal meel en water.
Dan moeten we de provisiekamer openen.
Laat Eunice hier komen.
Eunice, regelt u dat maar.
Alleen de vrouw des huizes heeft de sleutel van de provisiekamer.
De traditie houdt geen rekening met branden en huizen zonder meesteres.
Weest u dat vanavond maar.
Het is zover. De vlammen gaan aan de komst van de rechter vooraf.
De opstanding van de doden is nabij.
Bid en buig neer.
De vlammen kondigen de komst van de rechter aan.
De vernietiging van Babylon is de glorie van de kinderen Gods.
Rome zal branden. De doden zullen herrijzen.
Christus zal op een wolk verschijnen.
De rechter. Onze rechter. Eeuwig en vergevingsgezind.
Hij ziet in het hart van iedereen.
Buig neer en smeek om genade. Uw tijd is nabij.
Ik wil razernij horen. Woede.
Mooi zo. En nu wreedheid.
Prachtig. -Ik voel de muze in mij.
Ik heb een gedicht gemaakt over m'n verdriet.
Wilt u het horen? -Graag.
Ik ben zover. -Begin maar.
Wieg van mijn vaders... -Voet naar achteren, armen omlaag.
Wieg van m'n vaders, heilige stad, u draagt het gewicht... Niet goed.
Niet goed. Nog een keer. -Wieg van m'n vaders...
heilige stad, u draagt het gewicht van de geschiedenis en het imperium.
Getroffen door goddelijke woede...
bent u op zoek naar een god...
die u kan redden en beschermen.
Wieg van m'n vaders, geliefde wieg...
u draagt het gewicht van de geschiedenis en het imperium.
Getroffen door goddelijke woede...
zoekt u nu een god die u kan redden, beschermen en liefhebben.
Maak je kleren nat.
Dit is nat. Wikkel je hierin.
Nee, niet hierlangs.
Alles staat in brand. Huizen storten in elkaar. Ga terug.
Vooruit.
Nog een keer.
Waar is ze?
Wanhoop niet. Christus is dichtbij de mensen die lijden.
Christus is dichtbij de mensen die lijden.
Ik zie haar. -Waar?
Voorzichtig.
Nee, ze is het niet.
Rome is dood.
Alles is afgelopen. De bronnen zijn vergiftigd.
In de aquaducten zitten slangen. Er zitten maden in het meel.
We gaan dood. Nero begraaft ons allemaal.
Nero vergiftigt ons met dollekervel en paddenbloed.
Nero is de val van Rome.
Ik doop u in de naam van onze Heer Jezus Christus.
O Heer, laat Uw toorn niet over ons komen.
Bescherm onze kinderen opdat zij niet sterven voor hun tijd.
Ik doop je in naam van onze Heer Jezus Christus.
De keizer van Rome.
Claudius Domitius Ahenobarbus Nero, keizer van Rome.
Ik lijd met jullie mee, mijn volk. Ik zal de keizerlijke tuinen openen.
Het water uit de tuin zal jullie dorst lessen.
Ik zal de graanschuren voor iedereen openzetten.
De keizer is genereus. De keizer houdt van jullie.
Ziet u wel? De mensen aanbidden me.
Een les voor iedereen die tegen me samenzweert.
De liefde van het volk zal m'n leven beschermen.
Van Caius Calpurnius Piso. Senator Piso lijdt met jullie mee.
Twee korenmaten graan voor iedereen. Er is genoeg.
De nobele Piso deelt z'n graan met iedereen.
Nero heeft me vermoord. Alles is voorbij.
Ik sta in brand.
Nero heeft me in brand gezet met de vlam van de Vestaalse maagden.
Ik kan niet drinken. Nero heeft de bronnen vergiftigd.
Nero heeft Rome vernietigd. Hij heeft ons allemaal vermoord.
We hadden Nero daadwerkelijk moeten vermoorden.
Door onze besluiteloosheid is Epicaris dood.
Ze is voor niets gestorven. -Nee, dat hangt van ons af.
Horen jullie die vrouw?
Hij heeft ons in brand gezet. Moge hij verdoemd worden.
Haar woorden moeten ieders wens worden.
Nero is onze vijand. Moge hij verdoemd worden.
Rome moet Nero beschuldigen.
En jullie noemen jezelf architecten? Ruimer. Breder.
Ik wilde brede straten, en lage huizen.
Met galerijen die ons beschermen tegen de kou en de hitte.
Phaon, schrijf op.
Alle schepen die graan komen brengen...
moeten Rome verlaten met een lading puin.
We moeten puinruimen, zodat het bouwen kan beginnen.
En denk erom: Geen gedeelde muren. Alle huizen moeten vrij staan.
Het Rome van Nero moet brandveilig zijn.
Het lot laat ons een stad bouwen die al een plek in de geschiedenis heeft.
Het is een unieke kans.
Rufius, welkom in dit huis.
Je heet toch Rufius? -Ja Caesar, dat klopt.
Je lijkt op je vader.
U boft niet met uw kinderen. Deze lijkt sprekend op uw eerste man.
Kleurloos. Net een twijg die in het donker groeit.
En de goden hebben ons dochtertje gestolen.
Weet je nog waar het huis van je familie stond, Rufius?
Laat maar zien waar het stond.
Ik weet het niet. -En het is nog wel zo duidelijk.
De Esquilijn. De Palatijn. De Quirinalis.
Kijk eens. M'n voeten staan nu in de Tiber.
Je moet alleen wat fantasie hebben. Je kunt nog wat van mij leren.
Ik ben ook opgegroeid bij een man die niet m'n vader was.
Hij heet Legius. Z'n zoon is omgekomen bij de brand.
Hij stond in de rij bij het forum om z'n rantsoen graan te halen.
Ineens begon hij tegen u tekeer te gaan.
Ik heb hem meteen laten oppakken.
Vertel me 's precies wat u over mij hebt gezegd.
Toe, zeg het maar.
U zou gezegd hebben dat ik opdracht heb gegeven voor de brand in Rome.
Klopt dat, Legius?
Het kan me niet schelen dat u zegt dat ik Rome in brand heb gezet.
Misschien klopt het wel. Laten we zeggen dat het klopt.
Het doet pijn dat m'n volk niet van me houdt. Dan hadden ze gezegd:
Als Nero Rome in brand heeft gestoken, dan was dat goed.
In plaats daarvan, Legius, hebt u m'n naam vervloekt.
En alle anderen willen me dood hebben.
Phtah opent uw ogen.
Saski opent uw mond, Isis de poorten van uw verstand.
Caesar, hebt u de poorten van uw verstand opengezet?
Uw gedachtenstroom komt door. Hij is helder.
Er zijn tekenen van haat, Caesar.
Slechte mensen, die u kwaad toewensen.
Wat is dit? -Een vinger.
Nee, het is een zwaard. Kijk eens hoe scherp het is.
Het zwaard leidt de verderfelijke gedachten naar uw mond.
Spuug ze uit. Spuug de verderfelijke gedachten uit.
Laat ze uit uw mond komen, Caesar.
Gooi hem eruit.
Exorcisme zal Nero niet redden.
Ik moet me bevrijden van iedereen die me haat.
Rome noemt me een brandstichter.
Harten eisen wraak en wraak eist slachtoffers.
Prachtig. Schrijf het op, anders ben ik het kwijt.
Misschien is dit de tijd om naar Griekenland en Egypte te gaan.
Vertrekken is eenvoudig. Terugkeren niet.
Nu vertrekken staat gelijk aan schuld bekennen.
Dat hoeft niet. Ik dacht aan een feestelijk vertrek. Niet aan een vlucht.
Ga door. -Een grote processie.
Met legioenen langs de weg. Trommels, bloemen...
Dingen die het gepeupel afleiden. -Het is te heet om te reizen.
Klopt. En de hitte is slecht voor m'n stem.
Ik heb een beter idee.
Waarom zeggen we niet dat Scaevinus de brandstichter is?
Ik, Caesar? -En we gooien hem voor het grauw.
Mijn dood zal niemand tot bedaren brengen.
Dat is zo. We hebben een belangrijker man nodig.
Silvanius dan maar?
Ik ben te dik. Vet wakkert het vuur alleen maar aan.
Ik kan Tigellinus de schuld geven.
Maar ik ben commandant van de pretorianen.
Niemand zou het geloven.
Harten eisen wraak.
En wraak eist helaas slachtoffers.
Harten zoeken wraak en wraak vindt slachtoffers.
Harten vragen om wraak en wraak eist slachtoffers.
Alles ondergronds. Net een geheime stad.
Een stad uitgehakt onder onze stad. Donker, onheilspellend.
Als een dodenstad. Deze mensen zijn niet bang voor de dood.
Ze wachten erop. Voor hen is het de poort naar het echte leven. Walgelijk.
Dit is de plek waar ze samenkomen om hun smerige rituelen uit te voeren.
Als u wacht tot ze hier samenkomen, hebt u ze allemaal in één keer.
U moet ze 's horen praten, zoon van Mars.
Ze doen alsof ze nederig zijn, vergevingsgezind.
Maar ze hebben een grote zucht naar macht.
Ze zijn bereid alles te doen voor de glorie van deze wereld.
Net als u. -Klopt.
Maar dat verberg ik niet achter de beloften van een gekruisigde god.
Mijn god is Chilo.
Waar bent u?
Ik ben hier. Waar...
Ik ben hier, Chilo. Waar bent u zo bang voor?
Ik was even kwijt... Het was alsof ik ineens...
Uw leven is veranderd. U zult knielen voor de keizer.
U zult me bedanken, Chilo Chilonedes. Wees deze dag waardig.
Heil, monarch der monarchen. Koning der koningen.
Heil, leeuw tussen mensen, soeverein van het volk.
Heerser van de wereld, gegroet. -Dus u bent Chilo Chilonedes?
Een groot bewonderaar van u. En een nederige stoïcijn.
Ik hou niet van stoïcijnen. Die houden van armoede.
Ik ben een stoïcijn uit noodzaak. Als u me de kans geeft, stralende heerser...
Stralend, zei u dat? -Ja, stralend.
Als u me de kans geeft, geef ik me over aan wereldse geneugten.
Ik mag hem wel. -Hij kan ons de waarheid vertellen.
Wat is uw waarheid? -Staat u mij toe om te huilen?
Tranen vervelen me. -U hebt gelijk, voor de derde keer.
Ogen die u aankijken, moeten droog zijn. Dit is mijn boodschap:
Pas op voor de christenen. Het zijn verdorven en gevaarlijke mensen.
Wreedheid en vuur zijn hun symbolen. -Ik ken hem, Nero.
Hij heeft een herberg in de Subura.
Hij verdient wat bij door informatie te verkopen.
Laat hem uitspreken. -Hij kan een kunstenaar niet boeien.
Een kunstenaar kan altijd wat leren.
De christenen zijn verdorven en gevaarlijk.
Wreedheid en vuur zijn symbolen van hun rituelen.
Ga door, Chilo.
Ze willen het keizerrijk veranderen in een orgie van dood.
Ik heb gezien hoe ze het vuur verspreidden.
Het is belachelijk wat deze man zegt.
Ik ben beschuldigd, Petronius. -Ik ken deze man.
Ik moet mezelf verdedigen. -Maar niemand zal het geloven.
U verdedigt blijkbaar de christenen. -Nee, zo ligt het niet.
U ziet niet hoe belachelijk dit is.
Ik vind dat Tigellinus een goede getuige heeft gevonden.
En ik zie het belachelijke er niet van in. Ga door, Chilo. Ik luister.
Ik weet waar ze zich verbergen en hun rituelen uitvoeren.
Hun geestelijken offeren baby's.
Ze eten het vlees en drinken het bloed.
Dat heeft hun god hen bevolen.
Hun god heeft gezegd: Neemt en eet, dit is mijn lichaam.
Neemt en drinkt, dit is mijn bloed.
We moeten de wereld bevrijden van deze vijanden van de mensheid.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.