Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Dat was heel lekker. Bedankt, Miss Kennedy.
Ik had dit niet verwacht.
Mr Tooton‚ wat 't testament betreft...
Krijgt Mr Birch niks? Alleen zes shilling per week?
Hij mag 'n kar vol laden. - Koffie. Zwan en sterk.
Wie ben jij? - Mr Tooton.
Ik ben hier rentmeester tot de eigenaar, Mr Stuart, arriveert.
Uit m'n ogen.
Ik ga naar bed.
Welterusten. - Goedenacht.
Het spijt me, Emily.
Ik kan 't vergeten, Emily.
Je bent gewoon dronken.
Je wil 't maar niet begrijpen.
Je hebt me werk gegeven.
Je hebt voor Lucy gezorgd.
Je hebt heel veel om Con gegeven.
Ik zie 'n goed man.
Wees 's wat vriendelijker voor jezelf.
Wat moet ik nu doen, Emily? - Ga in je huisje wonen.
Ik zal met je meegaan.
Wat moet dat? Je mag de grote kar niet nemen.
Mr Birch mag 'n kar vol laden. Toch?
Mevrouw bedoelde 't kleine karretje.
Staat dat in 't testament? - Nee, Miss.
Dan nemen we de grote. - Ze neemt de beste spullen.
Ik hou ze in de gaten.
Je laat ze 't huis leeghalen.
Mooie rentmeester ben jij.
Ik weet niet aan wie ik 't anders kan vragen.
We hebben geld nodig.
En ik weet niet hoeveel hij heeft. - Ik zou zelf wel 'n lening willen.
Ik heb dit.
Is dat van jou? - Ja, hoor.
Ik kreeg 't van m'n verloofde, voor ik hierheen kwam.
Zou u het voor mij kunnen verkopen?
Weet je hoeveel 't waard is?
Heel veel, dat weet ik.
Misschien wel dertig pond of meer.
Zou dat te veel zijn? - Ik heb geen idee.
Ik ben maar 'n manusje-van-alles.
Mij werd nog nooit zoiets toevertrouwd.
Ik vertrouw 't u toe.
Misschien moet ik 't verpanden.
Doe uw best. Hou 'n pond voor de moeite.
Dit is 't adres van m'n tante Mary.
Laat 't geld bij haar achter.
Mag ik je iets vragen?
Zal ie met je trouwen? - Dat denk ik niet.
Ga je met 'm samenwonen? - Ja. Dat doe ik.
Kijk uit. - We hebben stevige dingen nodig.
Ik vind 't mooi.
Ik wil niet vergaan in de ellende. - Ik red me wel.
Wat als ik je in de steek liet?
Waar zijn je vrienden gebleven?
Ik zal nooit met je trouwen.
Dat heb ik je niet gevraagd.
Ik ga naar bed.
Je moet boodschappen doen in 't dorp.
Dat zal je goed doen.
Ik laat daar m'n gezicht niet zien.
Geef me wat geld. Dan ga ik zelf.
Goedemorgen, Miss... Mrs... - Miss Kennedy. Mevrouw kan ook.
Iedereen is hier welkom.
Mag ik 'n pond hammetje, 'n pond worst
en dat borststuk daar.
Twee kilo. Eén shilling en drie pence. - Ik neem 't.
Kunt 't u naar Mr Birch z'n huisje brengen?
Het spijt me, Miss. De jongen komt niet zo ver.
Pardon. Vergeef me.
Dat ziet er zwaar uit. Moet u ver? - Anderhalve kilometer.
Zal ik u brengen?
Mijn naam is Nick Stuart. Ik ben hier nieuw.
U bent 't dus. Rona's echtgenoot.
Ja. Hebt u 'r gekend? - Ik denk dat ik toch liever loop.
U had uw naam niet gezegd, dus vroeg ik 't even.
Ze hebben u vast uitgebreid ingelicht.
Ik wil met u praten. Rijdt u mee? - Liever niet.
Niemand kan ons zien.
Het kan me helemaal niet schelen wie wat ziet.
Ik wil gewoon niet met u meerijden.
Ik ben uw vijand niet, Miss Kennedy. Vergeet dat niet.
Het is me gelukt. Ze vonden 't wel niet leuk.
Vast niet. Heb je vlees en meel?
Al wat we nodig hebben. Wat heb jij gedaan?
Aan jou gedacht.
Slecht nieuws. - Een cheque voor 20 pond.
20 pond voor 'n horloge? - Meer kreeg ie er niet voor.
Zeventien, achttien, negentien.
We hebben geld nodig.
Ga toch je toelage halen. - Niks van.
Je hebt er recht op.
Ik gun ze 't niet.
Ze wachten erop. Ik moet nu een toontje lager zingen.
Ik hoor ze al lachen. - Doe ze versteld staan.
Door te smeken? Dat nooit.
Tevreden?
Je handschoenen. - Hoeft niet.
Je gaat niet naar 't dorp zonder handschoenen.
Laat ze 's wat zien.
Waar zijn de boodschappen? - Ze worden gebracht, lieve.
Ze worden gebracht.
Levering voor Mr Birch. Twaalf flessen whisky. Betaald.
Gewoon tekenen.
Waar zijn de boodschappen? - Wij verkopen alleen drank, schat.
Weet je wel hoeveel dit kost? - Te veel.
Eten haal je niet, maar whisky wordt gebracht.
Heel je toelage hangt eraan. - Ik heb ze niet nodig.
Nu zwijg je wel, hè?
Ik heb nog 'n spaarpotje van pa gevonden.
Hoeveel? - Tien pond.
Leugenaar. Het was 19 pond. Dat was mijn geld.
En dan zou je mij laten kruipen voor zes shilling?
Ik wou 'n man, geen zeurende dronkelap.
Heb je pijn, Emily?
Het spijt me, Emily.
Het spijt me.
Ik meende 't niet.
Ik wou je helemaal niet slaan.
Vergeef me.
Pa?
Lucy blijft nu in 't zuiden wonen?
Ze geniet, pa. Da's het belangrijkste.
Larry heeft dat geregeld. - Mary vertelde 't.
En wat doet ie voor jou? - Heel veel.
Waarom ben je niet getrouwd? - Dat weet je.
Z'n vorige huwelijk.
Ik had zelf al getrouwd kunnen zijn.
Doe niet zo gek.
Sep McGillby heeft me gevraagd.
Hij was bijna zo oud als ik. - Ik had 't gedaan.
En mezelf wijsgemaakt dat ik van 'm hield.
En nu ben ik hier, in goede en kwade tijden.
Wat is er? - Pa wil je ontmoeten.
Waarom? Om me verrot te slaan?
Ik heb veel te lang op zee gezeten.
Anders zou ze nu hier niet zitten.
Ik hou 'r niet tegen. - Ze zal wel blijven.
Emily laat je niet in de steek.
Als je 'n man was, zou je met 'r trouwen.
Pa, ik heb gezegd... - Ja, ja.
Ik praat nu met hem.
Jij zit op rozen, hè? Vrouw, knecht en dienstmeisje in één.
Voor ze hier introk, had ze 'n loon, kon ze iets worden.
En wat heeft ze nu?
Precies. Niks.
Dat ben ik met je eens.
Ik heb maar 'n lage dunk van jou, meneertje.
Je gaf 'm geen kans. - Hoeft niet.
Gelukkig ben jij blind, maar ik niet.
Stil maar. Je redt 't wel. Je redt 't wel.
Het spijt me, pa.
Ik zou dat moeten zeggen.
Alice is verdwenen. Het huis is een puinhoop.
Ik ben geen goed voorbeeld.
Maar ik wil iets beters voor jou.
Waar zal ik dat vinden, pa?
Larry is niet helemaal zoals ik zou willen,
maar hij is van mij en ik moet 't er mee doen.
Ik wens je veel geluk. Pak aan.
Da's voor jou. Beloof me dat je er iets voor jezelf mee koopt.
Beloofd.
Waarom ben je niet meegegaan?
Praat niet zo tegen me. - Je bent ziek.
Je bent doodsbang voor wat ze over je zeggen.
Durf 's. Ik heb je één keer vergeven omdat je dronken was.
Sla me nog 's en je zult nooit meer rustig slapen.
Ik waarschuw je.
Komt u maar mee, mevrouw.
Mag ik de rosbief, alstublieft?
Wil mevrouw soep vooraf?
En de tong is heel lekker. - Wel soep, maar geen vis.
Wil mevrouw wat wijn? - Nee, dank u wel.
Meneer?
Mag ik toch 'n glas wijn? Dank u.
Zeven shilling en zes pence?
ZO gewonnen, ZO geronnen.
Hou de rest maar. - Dank u wel.
Dank u wel, mevrouw.
Da's mijn horloge.
Da's mijn horloge. 425 gienjes.
Da's mijn horloge. - Gaat 't?
Ja, ik ben niet gek.
Da's mijn horloge. Mr Tooton zou 't voor me verkopen.
Ik dacht dat ie aardig was.
De oplichter.
Hij gaf me maar twintig pond. - Voor dat horloge?
U gelooft me niet, hè? - Tuurlijk wel.
Kom, we gaan ergens anders heen.
Misschien kan ik helpen.
Die Tooton, wat 'n bedrieger.
En ik vertrouwde 'm nog wel. - Hij had misschien schulden.
Dan kom je snel in de verleiding.
Ik ga naar de politie. - Da's niet zo'n goed idee.
Waarom niet? - Ik wil niet dat je problemen krijgt.
Misschien verdenkt de politie jou dan wel.
Mij?
Het is waardevol. Ze zullen willen weten hoe je eraan komt.
Het zou m'n huwelijksgeschenk worden.
Sep kocht 't voor me.
Hij gaf vast veel om je.
En ik gaf 't aan die dief.
Wat ben ik toch 'n kluns. - Welnee.
We moeten allemaal leren.
U vindt Tooton vast ook 'n arme sukkel
Niks van. Ik zou 'm graag bewusteloos slaan,
maar dat zou ik niet meer doen.
U hebt iemand vermoord, hè?
Jij bent de eerste die daarover durft te praten.
Ik was 'n gokker en trok naar Amerika.
Op 'n rivierboot kwam ik Rona tegen.
Een maand later waren we getrouwd. - Da's snel.
Dat klopt.
Ik was 'n professioneel kaartspeler.
Rona verveelde zich en vond snel een andere bezigheid.
Ik betrapte 'r met hem.
Ik gaf 'm een mep
en hij viel overboord, onder 't scheprad.
Een stomme vechtpartij.
Hij verloor z'n leven en ik acht jaar van 't mijne.
Ik had gehoopt dat je zou terugkomen.
Mr Stuart, ik mag dan wel niet getrouwd zijn,
maar ik hou 't bij één man tegelijkertijd.
En ben tevreden met de man die ik heb. Goedendag.
Jij bent laat. Of is 't vroeg?
Alleen naar Newcastle geweest?
Ik heb tante Mary opgezocht. - Tante Mary.
Ik ben duur gaan eten. Het kostte zeven shilling.
Ik werd er behandeld als 'n dame. - Dat zal wel.
Wie had je uitgenodigd? - Niemand. Pa gaf me geld.
Je liegt.
Wat is er nu weer?
Jij hebt in 't park gezeten, hand in hand met Mr Stuart.
Niet zomaar eender wie.
Het moest de smeerlap zijn die me alles afnam.
Heeft ie aan 't landgoed niet genoeg?
Moet ie jou ook nog hebben? Of heeft ie je al?
Misschien hoor je bij 't huis. - Da's nietwaar.
Ik heb pas hier met je geslapen, toen je niks had.
Ik heb me uitgesloofd om 't gezellig voor je te maken.
Ik zal m'n spullen pakken. Ik vertrek.
Je blijft bij mij.
Als je naar hem toegaat, maak ik jullie af.
Is dat 'n teken van liefde? Meer krijg ik niet.
Larry, niet doen. Hou op, Larry.
Larry, ik ben zwanger.
Denk maar niet dat er iets verandert
Ik trouw niet met je.
Dag, Miss Kennedy. Ik zal die van u overnemen, of u meerijdt of niet.
Hier moet ik afstappen, Mr Stuart.
Staan blijven.
Gaat 't?
Nu wel. Dank u wel, Mr Stuart.
Ik draag je wel naar huis. Sla je armen om me heen. Toe maar.
Gaat 't? Het duurt niet lang meer.
Zet me neer, alsjeblieft.
Zet me neer. Als ie je ziet, zal ie je vermoorden.
Kom.
We zijn er bijna. Bijna. Het komt wel goed.
Zet 'r neer. - Pas als ik 'n bed zie.
Zet 'r neer. - Schiet me straks maar dood.
Ik ga nu hulp halen, Emily. - Niks van.
Je hoepelt gewoon op.
Wees toch 's verstandig. Ze heeft een dokter nodig.
Je hebt toch 't lef niet. - Smeerlap.
Luister dan toch.
Ik weet wat je doet tijdens je wandelingetjes.
Die schuur is heus niet zo afgelegen.
Ik ga die dokter halen.
Wat doe jij hier? - Wandelen. Waar ben jij geweest?
Je mag niet zo ver lopen. Je ziet er moe uit.
Wat moet dit? Ga je ergens heen?
Naar de stad.
Kan ik iets voor je meebrengen?
Ik heb wol nodig, maar je weet niet welke.
Eet je niet? - Ik wil de kar nog halen.
Dan ga ik maar.
Beste Emily, je moest 't toch ooit weten.
Pa Rowan is dood en Lizzie en ik gaan trouwen.
Ik wou 't liever niet zeggen en je kwetsen.
Ik kom niet meer terug.
Je kunt voorlopig blijven.
Er zit twee pond bij deze brief.
Ik kan moeilijk met lege handen bij Lizzie komen.
Je mag de meubels meenemen,
behalve de Franse dingen, de klok en de secretaire.
Het spijt me, maar je zult niet lang alleen zijn.
Je wordt weer snel opgepikt.
Je wordt weer snel opgepikt.
Wat heb je gedaan? - Ik wou je niet kwetsen met 'n brief.
Ben je gek geworden?
De klok ligt daar, de Franse tafel, de secretaire.
Tussen al de andere rommel. - Zwijg, vrouwmens.
Hier heb je je twee pond terug.
Stop dat maar bij je bruidsschat voor Lizzie.
Volgens mij wordt je nieuwe vrouw net zo'n feeks als je vorige.
Ik word wel weer opgepikt.
Hoeren worden opgepikt, havensletten ook.
Maar hoeren worden betaald, maîtresses onderhouden.
Maar voor jou zorgen en me te pletter werken,
dat heeft me niks opgeleverd.
Dat kon ook niet anders, want je bent 'n niksnut.
Dat is voor je gekomen.
Wanneer? - Weken geleden al.
Maak open, anders doe ik 't zelf wel.
Is dat 't horloge? Ik heb nog nooit zoiets moois gezien.
Miss Kennedy, sta me toe dat ik u uw bezit terug schenk.
Zolang ik Rona's geld heb, wil ik 't uitgeven.
Je weet nooit wat er komen gaat. Uw vriend, Nick Stuart.
Je hebt wel iets met dat horloge, hè?
Wat levert 't op als je 't verpand? Dertig pond?
De man die 't kocht, betaalde meer dan 400 pond.
Wat? Wat 'n cadeau, zeg.
Wat wil ie in ruil? - Dat vraag ik me ook af.
Je kunt 't teruggeven. - Nee. Sep wou 't me geven.
Het is 'n mooi stuk, Miss. Maar u wilt 't geld?
Ik heb 'n brief van de koper. - Hoeft niet.
Mr Stuart zei dat u 't zou verkopen. - En u wilt 't kopen?
Ik wil graag iets met u regelen.
Zullen we zeggen... 250 pond?
Het stond aan 425 gienjes geprijsd. - Maar werd dat ook betaald?
Goed dan. Ik hou honderd voor mezelf.
Dan krijgt u nog 345 pond en vijf shilling.
Is dat goed? - Verkocht.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.