Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Kijk naar de sterren. Als je je alleen voelt...
zijn daar altijd de koningen uit het verleden om je te leiden.
En ik ook.
TER HERINNERING AAN JAMES EARL JONES
Vrienden, het wordt weer tijd dat mijn familie gaat uitbreiden.
Ons thuis is de vervulling van mijn vaders visie.
Hoe mooi is het dat Nala en ik zijn droom kunnen voortzetten...
en de kringloop van het leven nog grootser maken?
Nala, mijn liefste, ik kom eraan.
Simba...
ik ben hier.
Ik ben hier.
Hier is de beveiliging.
En niet vergeten, wij zijn geen voer.
Nee, gewoon twee gasten die tussen de hongerige leeuwen door lopen.
Heel gewoon. Ik ben niet bang.
De beveiliging meldt zich, uwe genade, uwe hoogheid.
Heerser over alle vierpotigen. - En over die driepotige zebra.
O ja, Ron. Dat was zielig. - Ronnen voor je leven.
Maar wel één poot meer dan ik. - Zijn dat pootjes of benen?
Ik denk pootjes. - Het zijn benen.
Jongens, even serieus. Ik wil dat jullie op Kiara passen.
Bedoel je dat je beveiligers moeten babysitten?
Pumbaa, we moeten dit bespreken, want ik...
Jongens, ik heb het haar beloofd.
Lekkere ouder. - Eens moet ze groot worden.
Heb je soms ook gezegd dat ze alles kan worden?
Dat het leven eerlijk is? - Gedraag je 's volwassen.
Maak Kiara vooral niet bang. En geen verhalen.
Geen verhalen? - Ho even.
Ik ken jullie. Beloof het me.
Oké, prima. Geen verhalen. - Dat bepaal jij niet.
Stil. Natuurlijk gaan we vertellen. - Maar we zeggen tegen hem van niet.
Effe serieus. Ik kan alles horen.
Pap.
Hé, kleine.
Er komt storm en ik ben bang. Ik wil met jou en mama mee.
Niet bang zijn. Timon en Pumbaa passen op je.
Wees dapper, Kiara.
Wees dapper.
Oké, we weten al een verhaal.
Scar keek naar ons. Hij wist dat 't gedaan was.
Ik rook de angst.
Dat was ik, maar goed.
Dus jullie hebben Scar verslagen?
En opgegeten? - Het was mijn lekkerste happie ooit.
Pap zei dat hij Scar had verslagen.
Ja, maar die pa van jou liegt alles bij elkaar.
Het is bij de beesten af.
Ik ben bang. Ik wil naar mam en pap.
Luister. Niet bang zijn, Kiara.
Zullen we een liedje voor je zingen? Van je...
Nee, daar is het nog te vroeg voor. - Het werkte bij Simba.
Die dacht dat ie zijn pa had vermoord, en daarna was het zang en dans.
Ik moet er wel voor in de mood zijn.
Hij zong dat liedje zes jaar lang. - Wie niet?
Kijk.
Ron, de driepotige zebra. Rennen. - Heeft ie ons gehoord?
Sorry, Ron. Dat waren maar grapjes.
Het is Rafiki.
Rafiki. Rafiki.
Kleine, waarom huil je?
Mijn ouders...
zijn weg.
Kijk eens daar, mdogo.
Zie je die baobabs daar staan?
Hun wortels zijn zo sterk, net als jouw familie.
En net zoals ze voor jou deden...
zijn je ouders nu naar de ceremoniële geboortegrond.
En straks brengt de kringloop van het leven je iets...
dat je nooit zal vergeten.
Wat goed. Hij kan zo beeldend vertellen.
Daarom is ie ook alleen.
Als de storm voorbij gaat, dan zal ik voortaan dapper zijn.
Ik zal je wat vertellen. Toen je vader zo oud was als jij...
was hij bang voor onweer, dan dook ie weg achter de koning.
Wanneer stopte hij daarmee? - Op een dag, tijdens een storm...
nam je opa Mufasa je vader mee naar Pride Rock.
Hij moest naast hem gaan staan en huilen in de wind.
Simba ging mee met de koning...
en samen brulden ze in de nacht.
Ik ben niet zo dapper als m'n pa. En ik word nooit zoals Mufasa.
Is dat zo?
Dan ga ik je een verhaal vertellen.
Over een welp, niet veel groter dan jij.
Geboren zonder een drupje adellijk bloed.
Een leeuw die onze levens voor altijd zou veranderen.
Een verhaal. En ik heb krekels bij me.
We zijn wel in een grot.
Dit verhaal speelt voorbij de bergen en de schaduwen.
Aan de andere kant van het licht.
Iedereen leed honger en dorst...
want het had al 20 maanden niet geregend.
Maar toen de hemel eindelijk openging...
kwam het lot naar beneden.
Mufasa.
Mufasa. Kom 's kijken.
Mam, wat is dat voor licht?
O, dat is heel bijzonder.
Voorbij de horizon...
en de laatste wolk in de lucht...
ligt wat wij noemen Milele.
Milele?
Dat betekent 'voor altijd'.
Denk je eens in, een koninkrijk vol leven...
water en voedsel...
gras en lucht zover het oog reikt.
Gaan wij daarheen? - Jazeker, Mufasa.
Daar gaan we naartoe.
Maar we kunnen er nu al zijn.
Doe je ogen maar dicht en laat je meevoeren door onze dromen.
Voorbij de horizon...
voorbij de laatste wolk in de lucht...
daar is een plek die ik ken...
denk aan een koninkrijk...
het water stroomt het gras staat hoog...
het is geen droom...
eens zijn wij daar...
we noemen het Milele...
voor altijd daar
Milele...
het leeft in jou, het leeft in mij...
gaat nooit voorbij...
al het leven, groot en klein...
er is genoeg voor iedereen...
er is altijd meer...
voel je het?
We dolen niet langer meer...
we dragen onze voorouders mee...
het is geen droom, zie je het?
En later vind jij de weg...
we noemen het
Milele...
voor altijd daar
Milele...
we noemen het
Milele...
voor altijd daar
Milele...
het leeft in jou, het leeft in mij...
wij zijn vrij
Milele
Wauw.
Wat is dit?
Regen. Regen.
Eindelijk regen.
Pap, wie 't eerst bij het licht is.
Je bent veel te snel. Ik kan nooit van je winnen.
Niemand kan dat.
Ik weet 't.
Mufasa. De snelste welp ter wereld.
Dank je.
Mufasa. Genoeg geweest.
Mufasa, nu terugkomen.
Blijf daar. Ik kom je halen.
Vader. - Mufasa.
Mufasa?
Ik pak je bij de kromming. Luister naar mijn stem.
Luister naar mijn stem. - Mam...
Mufasa, dat is te hoog. Ga naar de dam.
Kom op, Mufasa. Je kan 't.
Luister naar je moeders stem.
Luister naar je vader. Luister naar ons.
Daar is ie.
Mam. - Hij is daar.
Moeder. - Mufasa.
Eén stap tegelijk.
Het gaat niet. - Je kan 't. Ik ben hier.
Mufasa.
Mam?
Pap?
Horen jullie me?
Is daar iemand?
Mam?
Alsjeblieft.
Ik ben bang.
Ik ben bang.
Het water stroomde naar een rivier...
en voerde Mufasa mee, ver weg van zijn ouders.
Van alles wat hij kende.
Hallo.
Ik ben Taka, zoon van Obasi. Hoe heet jij?
Mufasa.
Ik mag niet met Outsiders praten, maar ik heb een geheim...
en dat wil ik met je delen.
Wat dan? - Daar krijg ik last mee.
Vertel het nou.
Ik weet 't niet. - Vertel het.
Oké. Je wordt zo opgegeten.
Ik haat geheimen.
Zwemmen. - Kan ik niet.
Je moet. - Ik weet niet hoe.
Kin omhoog en dan heel hard lopen.
Het gaat niet.
Kom op, Mufasa. Sneller.
Help me, Taka. Help me.
Je zou op me wachten. - Niet mijn schuld, mam.
Ik wilde wat drinken en toen kwam hij voorbij.
Dit is Mufasa.
Je hebt geluk dat die krokodillen niet durfden. Kom mee.
We kunnen hem niet hier laten.
Regels zijn regels. Obasi wil geen zwervers.
Ik ben geen zwerver. Ik ben alleen verdwaald.
Zie je wel?
Hij is gewoon verdwaald.
Er was een overstroming.
Mijn ouders wilden me redden.
Weet jij hoe ik thuiskom?
Thuis?
Verdwaald zijn is de weg leren vinden.
Ik heet Eshe. - Ik ben moe, Eshe.
Kom, deze kant op.
Kom, Mufasa.
Is dit Milele?
Nee, liefje.
Ik lag te tukken, Eshe. En dat belangrijke koningsdutje...
werd verstoord door die walgelijke...
misselijkmakende zwerversgeur.
Als we een Outsider zien, wat doen we dan?
Obasi, ik weet 't. - Opeten.
Maar ik heb zijn leven gered.
Taka, we gaan niet om met Outsiders.
De enige band is de bloedband.
Ik heb 't over leeuwen twee keer zo groot als wij.
Die Outsiders verslinden alles wat op hun pad komt.
Ziet hij eruit als een verslinder?
Wat een walgelijke lucht.
Ik heb geen trek in die kibeti.
Ik ben geen kibeti, ik ben een Mufasa.
Weet je wel wat Mufasa betekent? - Nee.
Koning.
En dat ben ik. Ga maar gauw rennen, kleine Mufasa.
Ren voor je leven. - Dan krijg je me nooit te pakken.
Ik ben de allersnelste welp, zegt mijn vader.
Taka, je wordt uitgedaagd. Van hier naar de dode boom en terug.
En als de prins hem verslagen heeft...
maak ik 'm in één hap af.
En wat als Mufasa wint?
Als hij wint, blijft hij leven, Obasi. Dan blijft hij bij mij.
Dat beloof ik.
De race kan beginnen.
O, dom zwervertje.
Rennen, Mufasa. Dat was niet nodig.
Taka is de toekomstige koning.
Hij moet zijn eerste uitdaging winnen.
Nee, Obasi. Een echte koning moet het verdienen.
Ontneem hem dat niet.
Snel.
Ik heb nog een geheim, Mufasa.
Ik wilde altijd al een broertje.
Valsspeler. - Obasi.
Hij blijft bij de vrouwtjes.
Taka, hoe kan je nou verliezen van een zwerver?
Goed gedaan, Taka.
Goed gedaan.
Je was toch zo snel? - Ik moest je laten winnen.
Ik heb dagenlang niet geslapen...
Kom, Mufasa. We gaan streken uithalen.
Als ik koning ben...
dan durft geen beest meer tegen mij...
tegen mij...
en mijn broertje staat dan altijd aan mijn zij...
ja hoor -jazeker...
als ik koning ben...
is geen beest voor ons een partij...
geen partij...
en mijn broertje...
een prooi kan ontsnappen maar niet aan mij...
zo is hij...
kom op...
kom op...
hé, vindt je ma het goed dat je zo laat op bent?
Oké, ik ben weggerend...
kom op...
hé, heeft je pa gezegd loop maar lekker weg...
we zijn onderweg kom op, kom op...
hé, vindt je ma het goed dat je zo laat op bent?
Scherp van je...
ja, echt waar kom op...
hé, heeft je pa gezegd loop maar lekker weg...
ik doe een wens en zeg...
ik wilde altijd al een broertje...
ik wilde altijd al een broertje zoals jij...
ik wilde altijd al een broertje...
ik wilde altijd al een broertje...
ik wilde altijd al een broertje zoals jij...
zie je die boom?
Die vogels schouwen de wereld aan...
wereld aan...
o, broertje -mijn broertje...
als ik koning ben doen ze wat ik zeg...
dan kijk je op ze neer...
maar ze zijn wel vrij...
en waar ze gaan is niemand de baas...
niemand kijkt neer op mij...
ze kijken op ons neer...
sommige prooien glippen weg...
oké, wat jij zegt -kom op...
hé, heeft je mama gezegd kijk nou maar goed naar mij...
leren is zo mooi net als een prooi...
kom op...
hé, zijn vader zei...
geen zwervers hier bij mij...
zeg dat eens in mijn gezicht...
wat zei je over mijn broertje?
Mijn broertje is geen zwerver...
blijf uit de buurt van mijn broertje...
kom niet aan mijn broertje...
anders bijt hij je, zijn broertje...
dat is de wet van mijn broertje...
waar is ie?
Ik wilde altijd al een broeder...
maar ik vergeet nooit mijn moeder...
seizoen na seizoen...
seizoen na seizoen...
seizoen na seizoen...
seizoen na seizoen...
zing voor mijn broertje...
alles voor mijn broertje...
koning worden met mijn broertje...
aan mijn zij...
ik wilde altijd al een broertje...
samen zijn we kampioen...
seizoen na seizoen...
hé, Mufasa -ja, Taka?
Wedstrijdje naar de overkant...
naar de overkant...
wedstrijdje naar de overkant
Olifanten.
Ren voor je leven.
Chigaru sprong wel zeven meter hoog. - Een nieuw record.
Obasi, ze deden het weer. Jouw zoons zijn echt lastig.
Die daar is niet mijn zoon.
Het zijn heidenen, allebei.
Die zwerver mag niet bij de Schaduwboom komen.
We speelden alleen maar. - Jullie worden nooit broers.
Ga terug naar de vrouwtjes en blijf weg bij mijn zoon.
Je moeder adopteert elke hagedis.
Ze praat met sprinkhanen.
Ik wil met hem mee. - Wil je bij de vrouwtjes zijn?
Je hoort bij de mannetjes.
Hij gaat mee jagen met moeder.
Eens zal hij je verraden.
Zo zijn zwervers. - Mufasa verraadt me nooit.
Hé...
Dit wordt allemaal van jou. Jij wordt koning.
Dus let goed op.
Bestudeer alles wat ik doe.
En weer slapen.
Dat is wat mannetjes doen. Zo beschermen we de troep.
Dat heet...
macht.
Macht?
Waarom stoppen we? - Sluit je ogen.
En zeg me wat je hoort.
Wat je voelt.
Een kudde antilopen die het opgedroogde meer oversteken.
Op een halve dag van hier?
Hoe weet je dat het geen gazellen zijn?
Hun voetstappen zijn te zwaar.
En te langzaam. - Wat nog meer?
Kom op. Je kan 't.
Als de wind hun hoorns raakt, gaat ie omhoog...
en niet er doorheen. Dus het zijn antilopenhoorns.
Heel goed.
Wat is er, Mufasa?
Soms ruik ik een geur. Nauwelijks merkbaar.
Het ruikt naar thuis.
En weer weg.
Mufasa, je ouders zijn daar nog ergens. We blijven zoeken.
Ik ben ze kwijt, Eshe. Mij dit leren is tijdverspilling.
Maar wat jij kan, kan geen enkel mannetje.
Obasi accepteert me nooit. Hij zal me nooit als familie zien.
Maar ik wel. Als Obasi ziet wat je allemaal kan...
Misschien wil ik wel een zwerver zijn.
Geen regels, geen verantwoordelijkheid.
Dat is mijn geluk, Eshe. - Wat bedoel je, Mufasa?
Ik hoef niet zo te worden als Taka.
Geen koning.
Geen regels en geen verantwoordelijkheid?
Bang voor water, gaat nooit in bad. - Dan ruikt ie net als ik.
Da's niet goed. - Nou, hij is dus gewoon een van ons.
Ja. - Tijd voor ons.
Ons moment. - En één, en twee, en één...
hakuna Mufasa ja, die naam draagt hij...
hakuna Mufasa gaat niet zomaar voorbij...
het zegt
Stop. Niet doen.
Ja, dan komen de juristen in actie. En die gieren plukken je kaal.
Nou en? We zijn al naakte dieren. - Daarom heb ik 't altijd koud.
De kijker wil 't. - Kom op, Pumbaa. We doen het.
Hakuna Mufasa
Stil.
Kiara vindt 't niks.
Rafiki, ga door.
Later die dag leerde Mufasa van Eshe hoe je in paren moet jagen.
Maar terwijl Taka stiekem toekeek...
lag er iets vreselijks op de loer.
Mufasa, rennen.
Eshe.
Moeder.
Moeder.
Eshe.
Blijf bewegen, Mufasa.
Ze gaan voor de nek.
Het is oké, Mufasa.
Het is oké.
Het is oké.
Dat was dapper van je, Mufasa.
Dank je.
Eshe...
Wat is er gebeurd?
Zijn jullie gewond?
Ze waren enorm, en zo wit als geesten. Ik heb nog nooit zoiets gezien.
Obasi.
Als Mufasa er niet was geweest...
Taka.
Ik ben je heel veel verschuldigd, Mufasa.
We moeten ons voorbereiden. Wind mee, op minder dan een dag.
Nee. Dat weet je helemaal niet.
Stuur een scout en je zult zien...
dat ze eraan komen.
Chigaru.
Vader, ik kan het uitleggen. - Nee. Niet nu.
Taka, kom.
Waar is mijn zoon?
Er was een jonge leeuw. Hij vocht tegen Shaju.
Maar jij komt wel terug.
Jij hebt het overleefd.
Ik ben gewond, majesteit. Ik spreek de waarheid.
De waarheid? - Ja, de waarheid.
De waarheid staat achter je.
Er waren nog andere, majesteit. - Maar slechts één had bloed aan z'n manen.
Hij liet Shaju in de steek. - En redde zichzelf.
Was die jonge leeuw hun koning?
Hij heeft gewoon bloed. - Geef antwoord.
Was hij hun koning?
Nee, Kiros. Jij bent de enige koning.
Een gewone leeuw?
En jij liet mijn zoon sterven?
Ik was gewond, ik had geen keus. Majesteit, u moet me geloven.
Je hoeft niet bang te zijn. Ik doe mijn eigen soort geen kwaad.
Dank u, majesteit.
Dat pleziertje...
gun ik hen.
Majesteit. Nee. Kiros.
Kiros.
Niemand mag weten dat je vluchtte. En je moeder daar liet.
Het is niet gebeurd, Taka.
Maar ik was gewoon bang.
Maakt niet uit. We moeten onze bloedlijn beschermen.
Met een leugen? Vader, dat is bedrog.
Bedrog is een instrument van een groot koning.
Taka...
dat is wat koningen moeten doen.
Maar ik ben geen koning. Ik ben slechts je zoon.
Obasi.
Chigaru.
Obasi.
Ik ben hier. Wat heb je gezien?
Ze komen hierheen. Met twee keer zoveel als wij.
En stuk voor stuk groter.
Maar de grootste is Kiros, hun angstaanjagende koning.
Outsiders. De verhalen zijn waar.
Ik moet onze bloedlijn beschermen. De toekomst van deze troep.
Taka, jij bent die toekomst. - Pap, wat bedoel je?
Ik stuur je weg. Ver van hier.
Je begint een nieuw leven, een nieuw begin.
En jij gaat mee, Mufasa. Als teken van trouw.
Ze zijn hier met zonsopgang.
Waar gaan we heen, Eshe? Zonder jullie heb ik geen thuis.
Mufasa, jij samen met Taka. Dat is...
Dat is thuis. - Eshe...
Kijk eens daar.
Voorbij dat licht... Weet je wat ik zie?
De plek waarover je moeder vertelde. Voorbij het eind van de rivier.
Aan de andere kant van de bergen.
Een plek voorbij de horizon.
Een land zo groen...
zo perfect...
Als je dat ziet, zie je...
Milele.
Ja. Voor altijd.
Mijn moeder zei altijd dat we daarheen zouden gaan.
Zie je het dan niet? Je moet doorgaan.
Vervolg je tocht naar het licht.
Alsjeblieft, Eshe. Ik wil jou niet kwijt.
Mijn liefde is altijd bij je. Maar je familie wacht daar op je.
Ik voel hun aanwezigheid. Ik weet dat jij die ook voelt.
Ga...
Ga, Mufasa. Vind je weg naar huis.
Moeder, vergeef het me. Ik smeek je.
Dat hoeft niet, liefje.
Jouw moment van moed komt echt.
Ga nu maar.
Vind je plek...
in de kringloop van het leven.
Dus ze zagen hun familie nooit meer terug?
Wat een triest verhaal. - Het raakt mijn emoties.
En het ergste is... - Wat?
Geen krekels meer. - Da's misschien maar beter.
Ik ga even snel naar de wc. Wacht op mij.
Ik ben er weer. - Hoeven gewassen?
Tuurlijk. - Pumbaa?
Echt waar. - Pumbaa?
Ze worden toch meteen weer vies.
Rafiki, kwamen de Outsiders ook?
Ja.
Terwijl Kiros naar de koningsvallei werd geleid...
bleven Obasi en Eshe op hun post.
Wie van jullie is koning?
Je hebt geen reden om mij uit te dagen.
Lijkt dit dan op een uitdaging, koning?
Leeuwen hebben regels. - Niet meer.
Ik heb een leger opgebouwd.
Jouw troep is de laatste in de koningsvallei. En dat betekent...
dat alles wat het licht raakt, van mij is.
Er is maar één heerser. Eén Leeuwenkoning.
Je doet je voor als koning maar je ligt in de schaduw...
ongetraind, onbevreesd...
de maan maakt een pad in de lucht...
's nachts of overdag...
die gehoorzaamt niet...
en dat geldt ook voor mij...
jij nam mijn zoon...
ik hoop dat je snel bent...
want ik ben het laatste dat je ziet...
voordat je gaat, dag-dag...
want je gaat, dag-dag...
klim in elke boom vlucht over land, over zee...
want je gaat, dag-dag...
want je gaat, dag-dag...
tussen mijn klauwen, dag-dag...
alles wat het licht raakt...
de kringloop van het leven is een leugen...
een leuke manier om te zeggen je hebt rovers en prooien...
die gieren hoog in de lucht...
ze zien elke glans ze geven je geen kans...
net als ik...
ik heers over mijn troep...
terwijl jij om hulp roept...
ik ben het laatste dat je ziet...
want je gaat, dag-dag...
want je gaat, dag-dag...
klim in elke boom vlucht over land, over zee...
want je gaat, dag-dag...
want je gaat, dag-dag...
dag-dag de wraak is aan mij...
ik ben de laatste van mijn volk...
ik moet sterk zijn...
dag-dag...
want je gaat, dag-dag...
dag-dag
We moeten weg. Ze volgen ons.
Taka. - Wat als het niet zo is?
Wat als ze oké zijn? - Ze leven voort in jou.
Volg mij, broer.
We moeten verder.
Wij samen.
Rennen, Mufasa.
Rennen.
Jagers. - Wat is het plan?
Rennen. En snel.
Hierheen.
Terug naar de bomen. - We zullen moeten zwemmen.
Nee, we moeten vechten. - Dan gaan we eraan.
Of we verdrinken. - Oké, ik doe dit liever niet...
maar ik beveel je te zwemmen. Je hebt trouw gezworen. Zwemmen.
Taka, nu even geen grapjes.
Wie heeft mijn zoon gedood?
Ik. Hij is maar een zwerver. Laat hem gaan.
Kiros, hij is geen zwerver. - Hij heeft het bloed van de troep.
Het laatste koningsbloed?
Bloed om bloed.
Daar komen ze.
Wat moeten we doen?
Ons voordeel gebruiken?
Voordeel? We staan op een rots in het water.
Taka, we gaan voor de koning.
Ik ben er klaar voor.
Nog één ding.
Wat? - Kin omhoog.
Taka.
Dit was een slecht idee.
Mufasa.
Mufasa.
Mufasa, we leven nog. Ik heb ons gered.
Wat zei je?
Oké...
Geen water meer.
Kunnen jullie ze nu nog vinden?
Waar ze ook gaan.
Ze kunnen vluchten, maar niet ontkomen.
Dus wij zitten niet in het verhaal?
Het voelt alsof Kiros mijn applaus jat.
Ja, ik voel me niet gezien.
Vertel nou zo'n verhaal waar wij in zitten.
Mag ik een voorstel doen?
Minder jeugdtrauma, meer stokstaartje.
Rafiki, ik weet wie Taka is.
Ik ook, het ligt er zo dik bovenop. Dus wie denk jij dat het is?
Simba? Of ik? - Pumbaa.
Wacht. Ben ik Obasi?
Slaat nergens op. Maar ik heb wel een vraag.
Ben ik Taka?
Het is me weer gelukt.
Niet dat ik 't bijhoud, maar ik heb weer je huid gered.
Dus zeg 't nou een keer. Dank je, Taka.
Omdat je me van die waterval duwde? - Ja, graag gedaan.
Kan ik het helpen dat jij krokodillen aantrekt?
Hou je mond.
Het is me weer gelukt. Het is...
Mufasa.
Zijn zij het? De Outsiders?
Nee, het is zij.
Zij?
Vluchten is zinloos. We ruiken je geur.
Mijn geur? Ik volg jullie al de hele nacht.
Dat kan niet.
Ik ben al drie keer om jullie heen gelopen...
en jullie hadden niks door.
Gênant.
Ja, nou. Dat deed ik met opzet.
Denk je dat ik bang ben?
Waarom volg je ons? - Ik zoek mijn troep.
Wat is er dan... - De Outsiders.
Sommige konden ontsnappen. Jullie zijn de eerste leeuwen die ik zie.
Dus loop maar door. - Wacht.
Mijn naam is Taka.
Zoon van Obasi. Ik weet hoe het is om alles te verliezen.
Wij kunnen je helpen. - Ik heb geen hulp nodig.
Maar je hebt helemaal niemand.
Echt wel. Heel erg bedankt.
Dit is Zazu. Niet opeten.
Niet doen dus. Als nieuw lid van de koninklijke garde...
vraag ik jullie om door te lopen.
Bedankt voor jullie komst.
Een vogel die jou moet beschermen? - Hoe hoog kan jij vliegen?
Ik had een scout nodig. Zazu was mijn laatste optie.
Eén van de twee. Uit Albert de leguaan en mij...
koos zijne majesteit voor de gevleugelde onderdaan.
En zo werd ik de scout van de prinses.
Het is mijn derde dag, en alles gaat soepeltjes.
Sarabi, zeg het maar.
Hoe ver kom je met een vogel?
Hoe ver kom je als je steeds tegen elkaar botst?
Helemaal tot in Milele.
Dat is een mythe. Net als de kringloop van het leven.
Het bestaat niet echt.
Dat weet ik niet, maar het is onze enige hoop.
We hebben niks aan hoop. We moeten eten.
Goed gedaan, hoor.
Problemen in de bomen. Mijn eerste probleem...
en ik sla over. Ik blijf lekker hier.
Kom, Sarabi. Er is een lekker hapje onderweg.
Sarabi, als ik mag...
Hij heeft wel een punt, hoogheid.
Maar hij heeft ook wel trek in mij, dus het voelt dubbel.
Nou, dat ging best wel goed.
En nu, Kiara, verschijn ik ten tonele.
Rafiki.
Stilte. Stilte in het bavianencongres.
Vannacht verscheen er voor de derde keer een cheeta.
Hij pakte bijna iemand. - Rafiki's schuld.
Hij riep het beest op in zijn dromen.
Rafiki en zijn visioenen moeten verbannen worden.
Hij waarschuwde juist.
Zijn dromen roepen de vijand op. Hij praat met kwade geesten.
Hoe bedoel je? - Het is eerder gebeurd.
Met zijn broer, nooit meer teruggezien.
Rafiki was nog een kind.
Met één poot die 't niet doet. En hij overleefde 't?
Rafiki vond water tijdens de droogte. Hij maakte jou beter toen je ziek was.
Hij praat met insecten, en met de maan.
Zala, je weet wat er gebeurt als je hem wegstuurt.
Hij is amelaaniwa. Een vloek.
Dat is niet waar. - Hij hoort hier niet.
Wie is er voor verbanning? Bedek één oog.
Hij is niet te vertrouwen. - Met die magie van hem.
Hij hoort hier niet. - Hij is geen baviaan.
Hij is niet een van ons.
En dus is het tijd. - Nee, wacht.
Waar ga je heen?
Waar ik al lang naartoe had moeten gaan.
Om alles terug te vinden.
Mijn familie. - In je eentje overleef je 't niet.
Niemand kan dat. En toch moet het.
O, Rafiki.
Het oog vergeet nooit wat het hart heeft gezien.
Het is goed.
Ren maar weg, je komt niet ver.
Waarom zou ik wegrennen?
Wij zijn leeuwen.
Je weet wel, leeuwen.
Een leeuw heeft meer last van een vlo dan andersom.
Ik denk niet dat je het begrijpt. Je kan nergens heen.
Ik loop gewoon door. - Dat betwijfel ik.
Dat komt omdat twijfelaars niets weten.
Zullen we doorgaan?
Als je mij doodt, zul je Milele nooit vinden.
Zei je nou Milele? - Daar ga ik heen. Naar het licht.
Ik ben er zo vaak geweest in mijn dromen.
Mijn broer wacht daar op me. Ik heb de boom gezien.
Ik zie het voor me. Wij tweeën, weer samen.
Wie gelooft er nou in een bavianendroom?
Soms heb je alleen een droom. De enige waarheid die in je leeft.
Zoals de herinnering aan een groot koning.
Hoe weet je dat?
Oké. Breng ons naar Milele, en we laten je leven.
Is dat een deal? - Nee.
Waarom niet?
Rafiki laat jullie leven.
Ik ben 't zat.
Taka, eet hem niet op.
Lekker dan, weer eentje die we niet mogen opeten.
Dus we volgen die baviaan naar een plek die niemand kent?
Alleen was ik beter af.
Eén enkele tak kan wel roken, maar niet branden.
Goed, we doen een kringgesprek en vertellen wat over onszelf.
Ik ga eerst. Ik was een keer verliefd op een flamingo.
Heb ik nog nooit verteld.
En ze lopen door. Ja, nog zoveel te doen. In de benen.
Ho nou even. Ben jij nu ineens de ster?
Heeft iemand genoeg van die tweede viool? Dat is wel erg veel Rafiki.
Met een verdwenen broer. Heb je ook een grappige lijfspreuk?
Of ga je scheten laten? Da's mijn ding.
Er is geen verhaal over Mufasa zonder verhaal over Rafiki.
Hij praat al over zichzelf in de derde persoon.
Straks heeft ie nog een eigen geur. - En alleen ik heb dat.
Pumbaa by Pumbaa. Er het stinkt aan alle kanten.
Mam? Pap?
Als jullie me horen, kom weer thuis.
Alsjeblieft. Kom thuis.
Moeder?
Moeder?
Milele.
Moeder.
Rafiki.
Wat doe je? - Vissen.
Je zit op een rots met je ogen dicht.
Mijn ogen zijn open, mijn oogleden zijn dicht.
Waarom praat ik tegen een baviaan?
Ik ben geen baviaan, ik ben een mandril.
Niet boos worden, maar een aap is een aap.
En een zwerver is een zwerver. - Wat bedoel je?
Dat we hetzelfde zijn.
Helemaal niet.
Kijk nou eens goed. Ik ben een leeuw.
Die bang is voor water, voor zijn eigen spiegelbeeld.
Die niet kan slapen omdat hij bang is voor wat hij dan ziet.
Jij bent bang voor je dromen.
Bang voor wat je dan ziet.
Ik zie mijn ouders.
Ik voel ze overal.
Maar natuurlijk, Mufasa.
Je voelt ze voor altijd.
Mijn moeder, ik hoor haar stem.
Ze zegt dat we op reis zijn naar Milele...
maar ik voel me zo verloren zonder haar.
Die reis is geen droom, Mufasa.
Je moeder leidt je...
en waar je heengaat, daar wacht je een familie.
Wat doe je?
We zijn uitgehongerd. - Het was niet zijn tijd.
De vis is bereid het water met ons te delen.
Ik kom verslag uitbrengen. Het is ochtend.
Einde verslag.
De verdeelde aarde is nu de keus.
Eromheen, of naar beneden? Het is aan jou.
Kijk eens daar, voorbij dat licht.
Aan de andere kant van de kloof.
De andere kant van de kloof.
We gaan naar beneden. - Vanwege een sprookje?
Dan laten we geen sporen na. - Eromheen is veiliger.
Ik rook hun geur.
Je bedoelt die hallucinerende baviaan.
Ik ben een mandril. - We verspillen onze tijd.
Sluit je ogen. - Wat?
Zeg me wat je ziet. Wat je voelt.
Ik ruik niets.
Nee, ze gaan door het bos. - Wie?
De vrouwtjes, voor ons. Kom.
Maak je hoofd leeg. Concentreer je. - Dat doe ik.
Hij heeft gelijk.
We gaan naar beneden.
Wauw, wauw, wauw.
Meerdere takken maken een vuur.
Kom, we moeten verder.
Nog zoveel te doen.
Nog zoveel te doen.
Als je snel wil reizen ga dan alleen...
daar is de weg...
ga maar...
maar als je ver wil reizen...
ga dan samen...
daar gaan we dan...
we gaan samen...
je vader vertrouwde je aan mij toe...
en nu gaan we ergens naartoe...
soms helpt een blik van bovenaf...
dus jou erbij is geen straf...
over land, door de lucht...
als je snel wil reizen reis dan alleen...
dag en nacht...
daar is de weg -misschien...
ga nu maar -is goed...
als je ver wil reizen...
ga dan samen...
daar gaan we dan...
samen...
ik zal mijn familie vinden...
ik loop mee tot we er zijn...
ik loop mee tot 't bittere end...
zoveel makkelijker als je vrienden bent...
ik zal mijn familie weer vinden...
ik loop mee tot we er zijn...
ik loop mee tot het bittere end...
zoveel makkelijker als je vrienden bent...
als wolken en regen...
als een maaltijd tussen het graan...
als de gouden glans van je manen
Sarabi, jij en ik, wij gaan samen...
als wolken en regen -we vinden onze familie...
als een maaltijd tussen het graan -samen tot je er bent...
als de gouden glans van je manen -tot het bittere end...
wij gaan samen -zoveel makkelijker met een vriend...
mijn broer die wacht op mij -we vinden onze familie...
mijn broer weet dat ik er ben -we kunnen kletsen onderweg...
mijn broer verdwaalt altijd -we vinden de weg...
en dan gaat ie dwalen...
als je hem ziet, vertel hem dan...
zoveel makkelijker met een vriend...
zoveel makkelijker...
we gaan niet alleen...
daar gaan we...
op reis...
omdat we ver gaan...
gaan we samen...
daar gaan we dan...
we gaan samen
Terwijl we door de vallei liepen, volgden de jagers ons spoor.
Kiros. Ze zijn niet alleen.
Er is een leeuwin bij ze.
En een aap.
Mufasa.
Mufasa, je moet me helpen. - Hoe dan?
Het is Sarabi. Zij is het licht dat mijn moeder bedoelde.
Wat? - Ze is bijzonder.
Ik heb nog nooit zo'n mooi vrouwtje gezien.
Ik weet niet wat ik moet zeggen. Maar jij kent de vrouwtjes.
Alsjeblieft, wat moet ik zeggen? - Praat gewoon met haar. Wees jezelf.
Nee, Mufasa. Mezelf zijn is niet goed genoeg.
Jij...
weet dingen.
Prima.
Hou het simpel. Stel haar een vraag.
Ja, een vraag. Dat is goed.
Wees zeker van je zaak. Ongeïnteresseerd.
Maar dat ben ik wel.
Vertel over de bloemen. - Welke bloemen?
Uit die vallei van hen. Daar groeien zoveel bloemen.
Ze heten wilde irissen.
Lange stelen.
Ze zijn echt prachtig.
Hoe weet je dat?
Als ze langsloopt, ruik ik het aan haar vacht.
Oké...
Bloemen. Ongeïnteresseerd.
Bloemen. Ongeïnteresseerd. - En dan het belangrijkste...
Luister als zij wat zegt.
Mannetjes zijn daar slecht in.
Sorry. Wat zei je?
Echt?
Ik hoorde je wel.
Je zal trots op me zijn.
Het is goed warm, hè?
Yep.
Ik luister graag. - Oké.
Ik luister nu ook. - Waarnaar?
Wat je net zei. - Jij was aan het praten.
Klopt.
Je ruikt naar vis. - Wat?
Iris.
Wilde iris.
Hoe weet je dat?
Ik snoof die geur op. Ik ruik ze.
Ongelofelijk. Onze vallei stond vol met die bloemen.
Duizenden. Overal waar je keek.
Het was daar zo mooi, Taka.
Zei hij nou dat ze naar vis ruikt?
En dan noem je mij een baviaan?
Ze horen hier niet te zijn.
De migratie is van slag...
Outsiders. En dit is geen oefening.
Hier heb ik me niet voor aangemeld.
We zijn hier veilig. Ze zijn aan de andere kant.
Nee. Ze springen zo naar de overkant.
We zitten in de val. Wat nu?
De olifanten helpen wel. - Waarom zouden ze?
Omdat ik 't ze ga vragen. Weet jij wat beters?
Ja, meneertje altijd vragen. Je kan zo gaan rennen.
Waar gaat ze heen?
Hallo, luister even. We hebben jullie hulp nodig.
Zeg even wat. We hebben hulp nodig.
Daar zijn ze.
Sarabi. Wacht.
Sarabi, wacht. Waar gaat ze naartoe?
Ze gaat naar 't nest.
Zoals ik net al zei, je kan zo gaan rennen.
Rennen.
Naar de bomen.
Waarom ga ik rennen?
Hoogheid, hou vol.
Zazu.
Sarabi.
Blijf staan.
Niet terugtrekken.
Ik heb je.
Ik heb je.
Sarabi, ik heb je.
Ja, ren maar weg, kattenkoppen.
Dank je, mijn vriend.
Hier...
Sarabi.
Ze leeft. Ze leeft.
Waarom kijken jullie naar me?
Je viel uit de boom. Hij heeft je leven gered.
Wie? - Taka.
Taka heeft je gered. Toch, broer?
Heb jij me gered?
Nou ja, ik moest toch wat doen.
Dank je.
We hebben geluk gehad. Die bijen hadden ons bijna gedood.
Ze hebben ons gered. - Echt?
Het voelde als een kudde olifanten. - We leven toch?
De olifanten hadden ons geholpen. - We zijn leeuwen. Niemand helpt ons.
Hier niet.
Waar gaat ie heen?
Voorbij de horizon.
Mufasa, dank je wel.
Rafiki...
Wie zijn de Outsiders?
De Outsiders komen van verschillende troepen.
Als ze geboren worden, worden ze gehaat omdat ze anders zijn.
Net zoals jij en jouw troep? - Ja, net zoals ik.
Maar, Rafiki... Waarom willen ze iedereen doodmaken?
Soms, als zij die het meest op jou lijken, niet van je houden...
dan doet dat ontzettend veel pijn.
En door die pijn kan je echt alles gaan haten.
Gelukkig heb jij dat niet.
Ja, daar ben ik ook blij om.
Hallo, wij zijn er ook nog. - Waarom laat je ons erbuiten...
want wij zijn toch wel de ultieme outsiders.
We worden altijd verkeerd begrepen. - Ik ben van alles.
Er leiden vele wegen naar Milele.
Maar dit wordt onze weg.
Ga. Ga, Mufasa.
Vind je voor altijd.
Ik heb je.
Sarabi, ik heb je.
Hé, Rafiki?
Wat doe je?
Ik bevestig mijn visioen, Mufasa.
Mag ik je wat vragen?
Hoeveel van jouw visioenen zijn uitgekomen?
Niet één. - Niet één?
Het gaat niet om wat ik zie, maar om wat ik voel.
Maar hoe...
Hoe weet je wanneer je een gevoel moet volgen?
Milele bestaat.
Ik voel het hier. De vraag is alleen...
Wat voel jij, Mufasa...
van binnen?
Het weer is veranderd. Er ligt te weinig sneeuw.
Als de Outsiders onze sporen volgen, komen ze in Milele.
Zazu, alleen jij kan ons helpen.
Weet je dat zeker? Ik vond Rafiki met die stok zo handig...
Gebruik je vleugels om onze sporen uit te wissen...
als we de berg op gaan. Hé, je kan dat.
Ja.
Ja, je hebt gelijk. Ik kan dat.
Oké, ik tegen een bevroren berg.
Een neushoornvogel moet de toekomst redden...
Mammie.
O, man, wat koud.
Wat gebeurt er? We kunnen niet stoppen.
Ze hebben hun sporen gewist. - In de sneeuw?
Dat kan niet. - Majesteit, ze kunnen overal zijn...
Vind ze dan. Nu.
Zazu, Zazu, Zazu, Zazuuu, Zazu.
Verslag. De Outsiders zijn hopeloos verdwaald.
Complimenten, Mufasa. - Heel goed, Zazu.
Zoals gewoonlijk. - Ik wist dat je 't kon.
Het is ons gelukt.
Nee, het is jou gelukt. Goed denkwerk, Mufasa.
We steken elkaar aan. Wie wil er wat van mij opsteken?
Niemand. Ik ga. Scouten.
Ik heb je, Rafiki.
Hé. - Ik heb je.
Ho monate, Mufasa. - Ja, ik heb je.
Mufasa...
Ik heb je.
In de schaduw, wind mee, lichte tred.
Boeiende jachttechniek, Mufasa.
We moeten wat eten voordat we gaan afdalen.
Helaas is hier niets om op te jagen.
Onder die rots daar. Een civetkat die uit zijn hol komt.
Ja, jij ruikt natuurlijk weer die civetkat.
Jij, de leeuw die alles kan.
Wat bedoel je daarmee?
Dat ik weet hoe je bent, Mufasa.
Ik weet niet wat je bedoelt. - Dat geloof ik wel.
Want zo slim als je bent...
je ziet zo'n beetje alles, behalve jezelf.
Wat is dit?
Wat is dit, Sarabi?
Er was inderdaad een civetkat toen jij dat zei.
En jij rook de Outsiders...
en dus ook die bloemengeur in mijn vacht.
Dat was een gok. - Jij ruikt de bloemen uit mijn vallei.
Nee, dat kan niet. - Je hebt me gered.
Hield me vast, je troostte me.
Nee, dat was Taka. - Ik heb je, Sarabi.
Ik moet hem beschermen. - Dat was jij.
Hij vond me in het water. Mijn broer redde me.
Ik voelde het meteen al.
Hij heeft het bloed van de koning. - Mufasa.
Dat is zijn lotsbestemming. - Nee.
Dat was jou redden.
Zeg me dat jij het bent.
Sinds jij verscheen...
vlucht ik voor een gevoel van binnen...
het is erger dan ik dacht...
want als ik in je ogen kijk kan ik het niet verbergen...
ik duw het weg -duw me niet weg...
maar het komt twee keer zo sterk terug...
wat moet ik zeggen? - Je weet wat je moet zeggen...
maar ik weet dat ik hier moet zijn...
jij weet waar je moet zijn...
zoals je loopt, en wat je ziet...
wat je voelt als je bij me bent...
verstop je niet voor mij...
ik weet dat jij het bent...
wat moet ik zeggen? Hoe weet ik of jij hetzelfde voelt?
Ik weet dat jij het bent...
ik laat je weten dat ik het voel...
waar ik ook ben...
ik herinner me eraan niet te lang te blijven...
als ik een thuis vind...
gebeurt er iets en raak ik het kwijt...
maar je ziet wat ik zie...
ik zie jou...
en je leidt met een ongekende kracht...
je beweegt als een koningin...
ik wil je nooit meer kwijt...
ik weet dat jij het bent...
zeg het nog een keer zeg dat ik altijd bij je ben...
ik weet dat jij het bent...
zeg het nog een keer zeg dat je altijd bij me bent...
jij weet waar je moet zijn...
hoe je beweegt, wat je ziet...
de liefde die ik voel als jij er bent...
naast me...
zeg het nog een keer...
laat er niks gebeuren...
zeg het nog een keer de woorden die ik wil horen...
zeg het nog een keer open je ogen, daar gaan we...
ik weet dat jij het bent...
ik weet dat jij het bent...
je weet dat ik van haar hou, mijn broer...
we houden niets achter voor elkaar...
ik heb je leven gered...
en dan betaal je me zo terug?
Wat moet ik doen? Wat wil dit zeggen?
Hoe vergeet ik wat ik heb gezien?
Hij was mijn bloed zij mijn koningin...
nu is alles kapot...
ze weet dat jij het bent...
wat heb je tegen haar gezegd?
Ik ben de kroonprins ze is van mij...
lachen de voorouders me uit?
Wat zeggen ze dan? Vader is weg...
maar hij gaf mij de kracht...
hij vertrouwde jou nooit...
wist hij dat je mij bedroog?
Toen je verdronk heb ik je gered...
je had je leven te danken aan mij...
nu ben ik aan het verdrinken...
vergeten kan ik het niet...
ik heb geen broer meer het is over en uit...
ik voel alleen maar die woede en ik raak het...
niet...
kwijt
Bedrog is een instrument van een groot koning.
Er was weinig te eten op de berg.
Tot nu.
Hoe hebben jullie je sporen gewist in de sneeuw?
Een vogel hielp ons.
Leeuwen krijgen hulp van een vogel?
Net als ik jullie zal helpen.
Ga jij ons helpen?
Alsof wij zitten te wachten op een gewonde lafaard.
Ik heb wellicht koningsbloed...
maar het was Mufasa die je zoon doodde.
Het was Mufasa...
die je hierheen lokte...
en je steeds te slim af was.
Ik breng je nu naar hem, en naar Milele.
Milele.
Milele is een droom, een visioen voor welpen.
Zeg dat maar tegen die aap. Hij brengt ze erheen.
Kijk nou toch. Een troep hongerige wolven...
die zich vastklampen aan een berg. Geen sporen om te volgen.
Slechts één kans om wraak te nemen.
Ik.
Wraak...
En je vader?
Dankzij Mufasa...
heb ik geen vader.
Hij heeft dit gedaan.
Ja. Jij verloor een vader...
en ik een zoon.
Taka, sluit je je bij ons aan?
Dan kunnen we samen wraak nemen.
Met alle plezier...
koning.
Taka.
Waar was je?
Op jacht.
Ik kon niks vinden...
maar ik ben niet zo goed als jij.
Of mijn moeder.
Ik moet je wat vertellen. - Nee.
Ik moet jou wat vertellen.
Ik moet je bedanken.
Je hield je belofte aan Eshe en Obasi.
Taka... - Je redde mij, Mufasa.
En ik...
zal dat nooit vergeten, mijn broer.
Jongens, ik heb een weg naar beneden gevonden. Achter die toppen.
Heb ik iets gezegd?
Hé, Rafiki?
Ja...
We zijn er bijna, Mufasa. En dus moet de aarde beven.
Nu weet ik voor 100% zeker wie Taka is.
Ben ik 't?
Wij komen er niet in voor. Die civetkat is langer in beeld.
Misschien in de musical. - Hou op zeg.
Ik ben wezen kijken. Ik ben net een grote sokkenpop.
Waarom heb je niks gezegd?
Rafiki, zijn Mufasa en Sarabi verliefd?
Verliefd? Dat klinkt goor en het zou niks voor mij zijn.
Wat gaat Taka met ze doen?
Kleintje, Taka's hart was gebroken.
En nu is zijn val gezet.
Mufasa, zie je dat?
Niet te geloven.
De andere kant van het licht.
Thuis.
Milele.
Niet te geloven.
Gevonden. We zijn in Milele.
Ja.
Je hebt het gevonden. Zoals altijd.
Rafiki.
Dit is de boom uit je visioenen.
Ik heb 'm zo vaak gezien...
en in elk visioen stond er altijd een broer...
op deze plek. - Maar er is hier niemand.
En jij bent hier voor je tweelingbroer.
Hij werd me lang geleden afgenomen. Maar in mijn dromen zag ik een broer.
Hij stond hier. Een vriend, familie.
Maar dat was jij.
De onzichtbare.
Ik zag Mufasa.
Mij?
Ja, jou.
Mijn broer.
Mufasa. - Hoe weet jij wie ik ben?
De Outsiders jagen op jullie, jullie zorgen voor gevaar.
Nee, we hebben onze sporen gewist.
Milele is een veilige plek en ik zal het nooit in gevaar brengen.
Ren niet weg.
Jullie hebben niets te vrezen.
We komen niet voor jullie.
Wij komen voor Mufasa.
Hoe komen ze hier?
We laten ons niet verdelen.
Zinloos, Mufasa. De kringloop...
De kringloop is gebroken.
Nee.
Mufasa, wat doe je?
Ik ga vechten, en hen laten zien dat zij dat ook kunnen.
Rafiki, op mijn teken roep je ze bijeen.
Ja, mijn broer.
Er zijn hier nog andere leeuwen. Vind ze.
Met alle plezier, majesteit.
Je bent niet alleen.
Nu ga ik een keer iets vragen.
Hier stopt de jacht, Mufasa.
Dankzij je broer.
We volgden zijn spoor van tekens.
Zo kon hij zichzelf redden.
Hij gaf ons dit rijk. - Zeg me dat hij liegt.
We moesten de zwerver doden. - Taka, alsjeblieft.
Ik ben de zoon van een koning.
Maar Sarabi koos jou. Net als moeder.
En mijn eigen vader.
Ik heb jou gered en jij bedroog me.
Wat heb je gedaan? Ik ben je broer, vecht met me.
Je hebt mijn lotsbestemming gestolen. En dit wordt jouw lot.
Hij is nu een van ons.
Mijn zoon heette...
Shaju.
Shaju.
Dit was allemaal voor hem.
Maar nu heers ik hier, zonder genade.
Deze is voor mij.
Alsjeblieft, we kunnen dit niet alleen.
We kunnen niks doen. Ze hebben ons al eerder verjaagd.
Ze zijn te sterk. - Vecht met ons mee.
Voor je kinderen, je toekomst.
Toekomst? Ze hebben alles van ons afgenomen.
En dat blijven ze doen.
Ik ben Mufasa, een zwerver zonder troep...
en hier sta ik dan. Hoofd rechtop.
Jullie zijn vast bang, maar geloof me.
Er verandert niets als we bij onze eigen troep blijven...
en niet naar andere omkijken.
Waarom zouden we jullie helpen? Dit is jullie gevecht.
Vandaag komen ze voor ons, maar ik verzeker je...
als jullie ze hier naar ons laten zoeken...
dan zijn jullie morgen aan de beurt.
De hoop van één leeuw kan het lot van Milele niet veranderen.
Geen leeuw is zo groot als een olifant, zo sterk als een os...
zo snel als een cheeta, zo groot als een giraf.
Die een gebied kan afzoeken...
zoals de kraanvogels en haviken.
Dus zien jullie 't dan niet?
Elk wezen heeft een plek in de kringloop van het leven.
Mijn leven is jullie leven.
Jullie strijd is mijn strijd.
Ik buig niet voor het kwaad, dus doe dat ook niet.
Mufasa heeft gelijk. Milele is ons thuis.
Wij staan achter Mufasa.
Samen houden we stand voor Milele.
Hier is de leeuw.
Vanaf dit moment...
is alles wat het licht raakt, van mij.
Kom maar op.
Dag-dag.
Je hebt de verkeerde neushoornvogel uitgekozen.
De lunch staat klaar.
Pas maar op. Ik ben goed getraind en soms...
Dit is zo gênant.
Ik heb zelf ook vleugels, hoor.
Taka.
Taka, alsjeblieft.
Mufasa.
Mufasa.
Durf jij...
mij uit te dagen?
Jij beroofde me van mijn zoon.
Mijn toekomst.
Taka, jouw moment van moed komt echt.
Bloed om bloed.
Alsjeblieft. Dood hem niet.
Ik heb hem niet gedood. Dat was jij.
Ze komen.
De laatste leeuwen.
Tijd om ze uit te roeien, en we beginnen met de jongste.
De aarde zal beven.
Aanvallen.
Mufasa.
Sluit je ogen. En zeg me wat je hoort.
Wat je voelt.
Mufasa.
Hij versloeg de Outsiders.
De koning van Milele.
Is dat hem? Onze koning?
Hoogheid.
De koning van Milele.
De koning van Milele.
Mijn vorst. - Hoogheid.
Majesteit. - Koning.
Hij versloeg Kiros.
Mijn koning. - Koning?
Nee, ik ben niet de koning. Hoofd omhoog.
Ik ben alleen maar... Geen koningen meer.
Dat zijn we allemaal.
Alsjeblieft, hoofd omhoog.
Maar, Mufasa...
jij hebt ze hier bijeen gebracht.
Je liet ze dingen zien die onzichtbaar voor ze bleven.
Niets is zo koninklijk.
Nee, Rafiki.
Ik ben geen koning. Ik heb geen koninklijk bloed.
Zie je het dan niet?
Het is niet wat je was...
maar wat je geworden bent.
De koning van Milele.
Mijn broer...
er staat je iets moois te wachten.
Is dit echt?
Maar dat kan niet.
Dat kan niet.
Mufasa.
Hoe kan dit?
Mijn zoon heette Mufasa.
Hij verdween tijdens de overstroming.
Moeder?
Ik ben altijd blijven hopen.
Geloven.
Mijn zoon.
Ik heb hiervan gedroomd.
En nu komt die droom uit.
O, Mufasa.
En vader?
Waar is vader?
Die leeft nu in jou.
Hij leeft in jou.
Ik heb altijd gedroomd dat we weer samen zouden zijn.
En dat dat zou gebeuren in Milele.
Mijn zoon.
Mufasa.
Mufasa, vergeef me.
U moet hem verbannen, sire.
Zolang ik koning ben...
heeft mijn broer hier een plek.
Broer, ik ben zo...
Maar ik zal nooit meer...
je naam noemen.
Ik kan 't niet.
Ik doe het niet.
Noem me dan Scar.
Zodat ik nooit zal vergeten wat ik heb gedaan.
Scar.
Majesteit.
Welkom thuis.
Majesteit.
Zo, Mufasa...
ik zie dat je familie toch in Milele op je wachtte.
Ja, Rafiki.
Helemaal waar.
Het is jouw tijd, Mufasa.
Rafiki, kon ik hem maar zien. Kon ik mijn grootvader maar ontmoeten.
Zoals Mufasa ooit tegen je vader zei:
Kijk naar de hemel, Kiara.
De grote koningen uit het verleden zijn altijd daar.
Wachtend op jou.
Ik wil niet dat ie gaat, Rafiki. Ik wil niet dat 't afgelopen is.
Snap je het niet, Kiara?
Mufasa zit in jou.
Hij leeft in jou.
Pap.
Rafiki. - Het was ongelofelijk.
Perfect. - Het kon bijna niet beter.
Ik heb wel wat aantekeningen. Voorstellen. Gewoon wat mee doen.
Pap. - Kiara.
Kiara.
Pap.
Waar is mam?
Nou, er is iets dat je moet weten.
Is er iets met mam gebeurd?
Liefje, ik ben hier, helemaal oké.
Waar was je?
Kiara...
dit is je nieuwe broertje.
Broertje? Heb ik een broertje?
Hoi, ik ben Kiara. Ik zal voor je zorgen.
Voor altijd.
Kleine...
ik ga je een verhaal vertellen.
Over een groot koning.
Vertaling: Richard Bovelander
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.